De Australische onderzoeker Garth Paltridge pakt uit in The Australian met een stevig opiniestuk over climategate.

Climategate may at least demonstrate that the concept of a scientific consensus with regard to global warming is nonsense. There may indeed be thousands of scientists contributing to the reports of the Intergovernmental Panel on Climate Change, but on any particular aspect of the overall story all have to rely on the word of the few scientists who are directly involved. And when the particular aspect concerns experimental data on which the whole story rests, the data purporting to show the world is getting warmer, then the consensus argument is indeed on shaky ground.
On the evidence so far, there is not much doubt that the group of scientists linked to the CRU has behaved fairly badly. Any individual email from the Climategate pile may be explained and excused as a stupid mistake of the time, but when all are taken together it seems obvious enough that there have been lots of violations of what might be called the scientific code. The most glaring examples concern efforts to keep basic sets of data out of the hands of people who may not be sympathetic to the official story about the disastrous nature of global warming. This, when the CRU is specifically paid to collate the data gathered by national meteorological services across the world, and to make the data available to outside scientists to check and to use.

Wie is Paltridge? Is hij een scepticus?

Zijn wikipedia-artikel zegt daar niets over. Paltridge had een leidinggevende positie bij het Australische instituut CSIRO, dat in Australië een soortgelijke functie vervult als het KNMI bij ons, dat wil zeggen het is een onderzoeksinstituut dat tevens nauw betrokken is bij het beleid. Het bekendst is Paltridge geworden door een artikel in 1975 over het Maximum Entropy Principle toegepast op het klimaat. Dit niche-onderwerp wint de laatste jaren weer wat aan populariteit en er zijn zelfs enkele congressen aan gewijd. Het speelt echter nauwelijks een rol in het klimaatdebat.

Stephen McIntyre merkte onlangs op zijn blog op dat het tot nu toe vooral die onderzoekers reageren op climategate die voor climategate zich ook al openlijk uitten in het klimaatdebat:

One of the remarkable aspects of Climategate is that the only climate scientists presently speaking out against the Team are people who had previously been at least somewhat visible.
Curry, Von Storch, Zorita, the Pielkes. All had taken their own line vis-a-vis the Team prior to Climategate and have spoken out since Climategate.
My impression (and it’s an impression rather than a survey) is that it’s hard to think of previously silent climate scientists or sympathizers in the “community” who have publicly expressed any disapproval of Climategate conduct (George Monbiot a visible exception) and that the predominant public reaction of the “community” is nothing-to-see-here-move-along (e.g. Gerry North).

Paltridge is wat dit betreft een interessante ‘nieuwkomer’ in het debat, die zich nu openlijk zeer kritisch uitlaat over climategate. Voor frequente lezers van McIntyre’s Climate Audit komt de reactie van Paltridge echter niet helemaal uit het niets. Hoewel zoeken op Paltridge geen enkele hit geeft in de CRU e-mails beleefde hij niet al te lang geleden zijn eigen kleine climategate-affaire.

Paltridge ‘waagde’ het om met twee collega’s een analyse te maken van trends in luchtvochtigheid in de hogere lagen van de troposfeer gebaseerd op NCEP reanalysis data. Wat er gebeurt met waterdamp in de hogere lagen van de troposfeer is van cruciaal belang voor de opwarming die we kunnen verwachten in de komende eeuw. Klimaatmodellen veronderstellen dat de relatieve vochtigheid min of meer constant blijft in alle luchtlagen en met een stijging van de temperatuur aan zowel het oppervlak als in de troposfeer zal de absolute luchtvochtigheid stijgen (warmere lucht kan meer waterdamp bevatten). Meer waterdamp betekent vervolgens meer opwarming in de modellen. Dit is de reden dat alle klimaatmodellen constateren dat waterdamp een positieve feedback is, dat wil zeggen het versterkt de opwarming door CO2.

Achter de schermen
Wat bleek echter uit de analyse van Paltridge van de NCEP reanalysis data, die voornamelijk gebaseerd is op metingen van weerballonnen? De trend in luchtvochtigheid over de afgelopen decennia is negatief. Dit zou betekenen dat er sprake zou zijn van een negatieve feedback! Paltridge stuurde een artikel met de analyse naar de Journal of Climate, maar na enkele maanden werd het afgewezen. Vorig jaar maart gunde hij lezers van Climate Audit een kijkje achter de schermen van het peer review proces. Zijn ervaringen passen geheel in het beeld van de climategate e-mails.

Hun artikel werd mede afgewezen op basis van deze reactie van een reviewer:

“the only object I can see for this paper is for the authors to get something in the peer-reviewed literature which the ignorant can cite as supporting lower climate sensitivity than the standard IPCC range”.

Nu is Paltridge de eerste om toe te geven dat er heel wat vraagtekens te plaatsen zijn bij de kwaliteit van de data:

It [the paper] pointed out that, according to the NCEP data, the zonal-average tropical and mid-latitude humidities have decreased over the last 35 years at altitudes above the 850mb pressure level – that is, in the middle and upper troposphere, roughly above the top of the convective boundary layer. NCEP humidity information derives ultimately from the international network of balloon-borne radiosondes. And one must say immediately that radiosonde humidity data have more than their fair share of problems. So does the NCEP process of using an operational weather forecasting model to integrate the actual measurements into a meteorologically coherent set of data presented on a regular grid.

De gemeenschap prefereert metingen van de HIRS-satelliet. Die bevestigen wel het beeld dat de modellen schetsen en lijken te wijzen op een positieve feedback van waterdamp. Maar volgens Paltridge zijn de vraagtekens rondom de satellietmetingen niet minder groot dan rondom NCEP:

The bottom line is that, if (repeat if) one could believe the NCEP data ‘as is’, water vapour feedback over the last 35 years has been negative. And if the pattern were to continue into the future, one would expect water vapour feedback in the climate system to halve rather than double the temperature rise due to increasing CO2.
Satellite data from the HIRS instruments on the NOAA polar orbiting satellites tend (‘sort of’, only in the tropics, and only for part of the time) to support the climate model story. The ‘ifs and buts’ of satellite information about upper tropospheric humidity are of the same order as that from balloon radiosondes.

Paltridge vertelde het verhaal tijdens een workshop over het effect van waterdamp. Maar ook daar vond de helft van de aanwezigen dat de NCEP-analyse niet de moeite waard was om te verschijnen in de wetenschappelijke literatuur. Het maakte Paltridge een beetje cynisch:

I guess the story doesn’t amount to much. Perhaps it is significant only in that it shows how naïve we were to imagine that climate scientists might welcome the challenge to examine properly and in detail even the smell of a possibility that global warming might not be as bad as it is made out to be. Silly us.

Zijn cynisme werd nog eens versterkt toen er in dezelfde tijd een 1-pagina artikel verscheen in Science van Dessler en Sherwood dat op basis van satellietmetingen concludeerde dat het bewijs voor een positieve feedback van waterdamp nu sterk is. Volgens Paltridge was tenminste een van de twee auteurs op de hoogte van de tegenstrijdige signalen die de NCEP-data lieten zien:

After some kerfuffle, the paper [Paltridge’s paper] was accepted by “Theoretical and Applied Climatology” and appeared on February 26 on the journal’s web site. (One can if so inclined, and if one has personal or institutional access to the journal, find it here). We presume it will be ignored. Being paranoiac from way back, we wonder at the happy chance by which a one-page general-interest article appeared in ‘Science’ on February 20. With some self-referencing, it extolled the virtue of the latest modelling research, and of new (?) satellite observations of short-term, large amplitude, water vapour variability, which (say the authors) strongly support model predictions of long-term positive water vapour feedback. Well, maybe. It would be easy enough to argue against that conclusion. The paranoia arises because of another issue. We know that at least one of the authors is well aware of the contrary story told by the raw balloon data. But there is no mention of it in their article.

Houdt deze kleine climategate-ervaring in je achterhoofd als Paltridge in zijn opiniestuk opmerkt dat:

The thousands of emails leaked to the internet from the Climate Research Unit of the University of East Anglia reveal a tight-knit, influential group of scientists whose attitude to their profession is, to say the least, distorted.
It seems that a religious belief in disastrous climate change has destroyed their common sense and their appreciation of what is the appropriate way to carry out research.