1965-The-Rise-of-the-Meritocracy-Michael-Young

Na een eerste live verkiezingsdebat op TV waarin niets maar dan ook niets werd gezegd over klimaat, duurzaamheid of milieu heb ik besloten deze week te starten met een serie blogs die alle verkiezingsprogramma’s napluist op deze thema’s plus onderwijs en wetenschap. Voorafgaand hieraan eerst nog iets anders: tijdens de hoorzitting van de vaste Kamercommissie VROM op 19 mei jl. legde ik aan Kees Vendrik uit dat er verschillende andere terreinen zijn waar wetenschap en beleid op vergelijkbare wijze zijn ontspoord als bij het klimaat. Voeding is overduidelijk zo’n terrein (zie hier en hier). Tijdens de hoorzitting noemde ik de economische wetenschap (zie hier) en de psychotherapie. Die laatste omdat ik in enkele boeken daarover zeer treffende passages tegenkwam.

Déjavu
In een toekomstige blogserie zal ik deze en andere parallelle werelden eens uitdiepen, omdat in mijn ogen de waanzin van de klimaathype alleen geloofwaardig gemaakt kan worden als we kunnen aantonen dat dergelijke decennialange wetenschappelijk politieke ontsporingen (veel) vaker voorkomen, naast de natuurlijk bekende eeuwenlange religieuze ontsporingen. Hier wil ik een passage uit het boek Het einde van de psychotherapie van Paul Verhaeghe met de climategate-community delen simpelweg omdat je er als scepticus van de milieubeweging hevige déjavu-rillingen van krijgt:

Sommige mensen hebben profetische gaven. In 1958 (!) publiceerde de Britse politicus en socioloog Michael Young The Rise of the Meritocracy, een satire over een toekomstige maatschappij waarin iedereen loon naar werken krijgt op grond van een uitgekiend meetsysteem voor eenieders prestaties – vandaar de benaming: alle macht (kratos) aan de verdienste (meritus). In de beginperiode zijn de resultaten zeer positief: de ergerlijke vriendjespolitiek van weleer wordt afgeschaft, hardwerkende en capabele mensen beklimmen de maatschappelijke ladder zeer snel, duffe organisaties krijgen een totaal nieuwe dynamiek. Deze positieve balans kantelt na amper één generatie, en in toenemende mate, naar de tegenovergestelde kant. gemeenschapszin, solidariteit en diversiteit verdwijnen als sneeuw voor de zon; wantrouwen en afgunst nemen toe, samen met een hang naar conformiteit zoals gedefinieerd door het meetsysteem. Een exploderende bureaucratie creeërt een eigen papieren werkelijkheid waarin ‘toefta’ centraal staat – dit is een benaming uit het Stalintijdperk voor het geraffineerde bedrog om toch maar de norm te behalen.

Maatschappelijk ontstaat er een toenemende arrogantie bij de nieuwe elite (Triumpf des Willens) in combinatie met een dalende zelfkritiek. Leden van deze elite nemen nog nauwelijks maatschappelijke verantwoordelijkheid; alleen hun eigen carrière telt. Lintjes interesseren hun niet, enkel een bijkomende premie is van belang, desnoods een oprotpremie (I was crying al the way to the bank).

[…]

Intussen is een dergelijk maatschappijmodel realiteit geworden. De ironie van de geschiedenis wil dat een Labour-partijgenoot van Young, een zekere Tony Blair, in 2001 een pleidooi hield om het Verenigd Koninkrijk volledig om te vormen tot een meritocratie, waarop hem vervolgens door de hoogbejaarde Young de levieten werd gelezen.

Pieter Winsemius
Het genoemde artikel waarin de socialistische Young de New Labour-man Blair aanvalt, zie je hier. Het is grappig: tot ik bovenstaande passage las, was ik altijd zeer positief over de gedachte van een meritocratie, ruwweg in lijn met wat Wikipedia erover schrijft (link). Youngs maatschappijkritiek is erg breed zodat ieder haar voor zijn eigen politieke karretje kan spannen, maar op het klimaatverhaal past het wel erg mooi. Een meritocratie schept naast de starre kasten van aristocratie en olicharchie een nieuwe frisse meetlat waarlangs iedereen kan gaan rennen. Individuen: zie deze Duurzame 100 van het dagblad Trouw, een groen-meritocratische lijst aangevoerd door Pieter Winsemius. En hele landen: zie de Climate Pledge Tracker van de VN.

Leugen om bestwil
Oorlog en revolutie vormen een “nieuwe orde” waarin mensen met talent en moed maatschappelijk kunnen opklimmen, waarbij het geweld een nadeel is met als Cruyffiaans voordeel dat er op enig moment een winnaar is en we weer over gaan tot de “orde van de dag”. De meritocratie creëert in vredestijd een “nieuwe orde” of in meervoud “nieuwe ordes” waarin mensen kunnen gaan klimmen. Nu bekruipt mij het gevoel dat de aristocratie (de besten komen boven zoals in de sport en de kunst) en de olicharchie (de rijksten komen boven) eerlijker systemen zijn dan de meritocratie. De meetlat van de meritocratie is namelijk meestal een willekeurige, oppervlakkige en beroerd hardnekkige leugen om bestwil. De Christelijke priesters zeiden: “seks is zondig” en konden zo hun merites bewijzen in het alleen voor de schone schijn beleden celibaat. De klimaatprofeten zeggen CO2 is een ramp om vervolgens een uitgekiend systeem voor individuen, organisaties en landen te creëren waarin alles en iedereen pronkt met merites zoals de Priussen, de CO2-compensatie en windmolenparken.

Zo maar een gedachte. Shoot!