Deze eiken stonden 100 jaar geleden nog in een kale heide. Was dat de natuur zoals die hoorde te zijn, of is dit de natuur zoals zij hoort te zijn?

Momenteel is een IPBES in de maak, een IPCC voor biodiversiteit: Een VN-gestuurde rapportfabriek voor advocacyscience , die met grove modelschattingen en minimale empirische onderbouwing maximale conclusies gaat trekken. …Ik zou het wat zalvender kunnen opschrijven om iedereen te vriend te houden. En ik hoop dat ik ongelijk krijg. In dat geval beloof ik dat ik de rest van mijn leven frisse en hippe dingen schrijf over duurzaamheid. Maar zeg nu zelf…

Biodiversitijdverspilling
Vorige week beschreef ik al de wetenschappelijke manco’s van biodiversiteit, na een congres voor ondernemers in Artis. Wat biodiversiteit is, daarover zijn zelfs de experts het al niet eens. Kun je dus via een wereldomvattend bureaucratisch orgaan de achteruitgang van iets agenderen, dat je al nauwelijks kunt definiëren? In deze blog beschrijf ik het grote probleem binnen conservation biology: een gebrek aan harde data.

Last naturalist in the woods
Er zijn te weinig echte natuuronderzoekers die over lange periodes genoeg data in de natuur verzamelen, op een eenduidige manier. De problematiek lijkt op de temperatuurdata die Marcel beschrijft in ‘De Staat van het Klimaat’maar dan erger. Zelfs in het biologisch best gemonitorde land ter wereld, Nederland, drijft ruwe dataverzameling vooral op amateurs. En het is vaak onduidelijk hoe het zelfs met bekende en sexy soorten is gesteld. Waarom gaan zij voor-, dan wel achteruit of is er zelfs wel een trend?

Neem het broedsucces van de raaf
. Deze hyperintelligente lijkenpikker werd halverwege vorige eeuw in Nederland geherintroduceerd, na eerdere uitroeiing. Hij is nu weer regelmatig op de Veluwe te zien, je kunt zijn kenmerkende gekras (‘nevermore!‘) over de hei horen galmen.
Toch is het gek dat deze adaptieve alleseter niet veel meer succes heeft. Zijn er jagers die hem stiekem afschieten? (dat kan best, er is geen veldpolitie die controleert) En waarom struikel je er wel over in Duitsland en Schotland? Nog vreemder is dat niemand heeft onderzocht waaraan dat zou kunnen liggen. Terwijl we hier ook gewoon jagers hebben die weidsel laten liggen (organen van wild en dus ravenvoedsel). Toen ik als assistent van jagers in Schotland werkte, werden we daarom continue door raven gevolgd. Prachtig, ze wisten precies waar en op welk tijdstip we jaagden.

Laatste expert al tien jaar dood
De laatste ornitholoog die 10 jaar geleden alweer eens een nestboom controleerde was Rob Bijlsma. De enige Nederlandse expert die serieus iets van raven wist is al eind jaren negentig overleden. Tot zover onze veldkennis van een aspect van Nederlandse biodiversiteit, en dan ook nog een sexy onderdeel daarvan (Sexy?: nou en of, lees Bernd Heinrich’s Mind of the raven, en vooruit ook John Marzluff’s ‘In Company of Crows and Ravens’. )

Amateurs
De consultants van Sovon Vogelonderzoek verdienen hun brood met de exploitatie van vogeldata die enthousiaste vrijwilligers en amateurs verzamelen op trekteldagen. Dat zijn de beste data ter wereld: en dat zegt ook iets over de kwaliteit van data elders in, ik noem maar Albanie of Zambia.

Handjevol kennis
Ook op congressen over vogeltrek, zit het arsenaal van data waarop wij onze huidige kennis baseren opgeslagen in het brein van steeds het zelfde handjevol enthousiaste natuuronderzoekers. Je komt steeds de zelfde paar mensen tegen, zoals Martin Wikelski van Princeton University die continue kampen met een tekort aan onderzoeksgeld, terwijl ze het meest fantastische onderzoek doen over orientatie van trekvogels (weten we nog nauwelijks wat van). Dat zijn de topmensen in het veld.

Voor zinvolle natuurstudie, die ons beperkte begrip van zulke fascinerende verschijnselen vergroot, bestaan nu eenmaal minder fondsen dan voor ideologisch gekleurd klimaatgeblaat. Is er wel veel onderzoek gedaan naar vogels, zoals in Israel en Nederland, dan komt dat omdat defensie er geld in stak. (voorkomen vogelaanvaringen) En dankzij gedreven biologen als Joshi Leshem en Luit Buurma, die mensen wisten te enthousiasmeren.

Wallace
Een ander prachtig voorbeeld geeft Marc van Roosmalen, de apenonderzoeker die uit Brazilie vluchtte na beschuldiging van biopiraterij. Hij ontdekte diverse apensoorten in het zorgenkind van vele NGO’s, de Amazone.

Van Roosmalen moest bij beschrijving van die biodiversiteit, nieuwe apensoorten voor de wetenschap in de literatuur echter verwijzen naar…. Alfred Russell Wallace in 1856 (mede-ontdekker van ‘natuurlijke selectie’). De enige natuuronderzoeker die vóór Van Roosmalen de werkelijke moeite nam om die weerbarstige natuur in te trekken en de soorten daadwerkelijk te beschrijven. Een gat van 150 jaar. Ondertussen claimen fondsenwervende conglomeraten als WWF dat zij met zekerheid weten hoe het gesteld is met de biodiversiteit in die gebieden.

Maar ons gevoel zegt…
..dat menselijke expansie ten koste gaat van vele habitat, soi. Daar kan iedereen toch min of meer inkomen. Toch vraag ik me af of we enkel op gevoel moeten drijven, en in vaktaal verhulde gevoelens (modelschattingen) die ideologisch waar zijn en daarom eenvoudig in topbladen verschijnen. Op wat meer dan wat vage gevoelsmatige aannames gaan die IPBES-projecties dus drijven over het welvaren van een vaag begrip als biodiversiteit? Wat voor ijkpunt kiezen ze om te stellen dat biodiversiteit achteruitgaat? Lees bijvoorbeeld de nieuwste editie van ecologenblad‘De Levende Natuur’,ooit door Jac P. Thijsse opgericht, de woorden van entomoloog en hoofd onderzoek Naturalis Menno Schilthuizen, schrijver van ‘Waarom zijn er zoveel soorten’:

‘Het beschermen van soorten betekent nu vaak het in stand houden van exact de soorten die er op een bepaald ijkpunt zijn, maar dan ontken je de veranderlijkheid in de natuur waarop in het Darwinjaar zo is gehamerd.’

Schilthuizen stelt het zelfde als wat ik hier ook regelmatig doe. Ik voeg daar aan toe, dat ook onze kennis van het ijkpunt al volslagen ondermaats is. Dus: we weten het niet. Dat gaf Matt Wallpole van de UNEP overigens ook al in Science toe. Geen enkel land verzamelt gegevens op een eenduidige manier. Ik zou het alleen wat passielozer mogen opschrijven, dan zouden meer lezers me willen begrijpen, maar toch..

Shock and awe
Alleen wanneer je bij een ideologisch gekleurde rapportfabriek werkt als het Planbureau voor de Leefomgeving, of net zo erg, Alterra kun je vol zekerheid een persbericht lanceren als ‘in 2040 is 60 procent van de biodiversiteit verdwenen’, zoals zij begin oktober claimden op de wetenschappelijk gezien discutabele aanname van ‘mean species abundance (MEA)’, die ook in TEEB zit verwerkt.
Dat stelt het verloren paradijs als ijkpunt, en rekent natuurherstel niet mee: verliespercentages met maximaal ‘shock and awe’-effect voor media en politici zijn zo gegarandeerd. Daarom geven zij voor ons land een achteruitgang van biodiversiteit van 87 procent, terwijl het aantal soorten in NL juist groeide ( de raaf kwam weer terug dankzij onze hulp, maar telt niet mee in Bilthoven). Die 87 procent is dus wel een maat voor VERANDERING, maar niet beslist voor achteruitgang.

IPBES levert daarom in mijn optiek vooral biodiversitijdverspilling
…die aandacht en geld wegzuigt van zinvolle natuurbescherming waarbij je heldere keuzes maakt en waarbij overheden zich aan hun eigen natuurregels houden (ipv met gedoogsteun van FondsenVogelbescherming windmolens te plaatsen in wetlands die onder Natura 2000 beschermd heten te zijn). Maar nogmaals..Ik hoop  dat ik ongelijk krijg. Veel liever zou ik de rest van mijn leven allerlei hippe frisse dingen roepen die duurzame saamhorigheid opwekken. Ik ben niet cynisch, maar slechts een boodschapper van wat ik waarneem.

Print Friendly, PDF & Email