Nature: neutrale wetenschap

Op veler verzoek weer eens een serieus klimaatverhaal. Wat enkele jaren geleden nog volslagen ondenkbaar was, is een feit geworden in dit aprilnummer van Nature Climate Change. Enkele Texaanse biologen durven in een opinierend artikel ‘Overstretching Attribution’ van de IPCC-partijlijn af te wijken. Een moedige zet.

    Samengevat:
    De pogingen van het IPCC, vooral ook in het komende AR5-rapport om verspreiding van soorten toe te schrijven (=attributie) aan CO2-gedreven opwarming zijn zinloos. Het maakt een diersoort weinig uit of het warmer wordt door CO2 of door zon, of PDO een rol speelt, enzovoort. Studies zouden zich dus meer moeten richten op de mate waarin, en manier waarop dieren zich AANPASSEN.

Lees het artikel

Nu ja, geen schokkend verhaal… Iets vergelijkbaars schreef ik ook al in het boek van Marcel, de Staat van het Klimaat. (Lees dat boek, het PBL komt op 5 april met een uitgebreid weerwoord op dit boek) Die klimaatenvelopstudies, kunnen met geen mogelijkheid veranderingen van verspreiding in diersoorten accuraat voorspellen, zoals ik al schreef op dit vreselijke reactionaire blog.

Laat staan dat je weet welk deel nu door CO2 komt. Maar voor de nu toegestane klimaatwetenschap – die volgens de partijlijn van IPCC/Greenpeace – is deze common sense baanbrekend te noemen.

‘Wij horen niet bij de contrarians hoor’
Uiteraard durven zij deze boodschap slechts te brengen, verpakt in vele excuses, omkleed met bedes om begrip en scheldkannonades op ‘the contrarians’, om vooral duidelijk te maken dat zij geen holocaustontkenners zijn, maar toch, het is een hele stap te noemen.

(kleine leestip voor de niet-ingewijden: klimaatbiologie gaat over ideologie, niet over biologie, wetenschappers met andere visie dan die van de milieuclubs heten daarom ‘contrarians’. Die moreel minderwaardigen kun je beter niet bijhoren, anders mag je niet in Nature publiceren en samen met alarmistjes op het schoolplein van de onderzoeksgelden spelen)

Wie mijn blogs kent zal denken, ah, dejavu. Zo eigenwijs mag ik wel zijn. Want wat schreef ik in Marcel’s boek, en op de blog over Dé klimaatkanarie in de koolmijn, de gouden pad (Bufo perigles), die zou zijn uitgestorven door Global Warming. Dat je zelfs die koelteminnende kikker zijn gang richting Dodo niet kan toeschrijven aan Manmade Global Warming.

Omdat ik het schreef, was ik een holocaustontkenner. Maar nu staat het ook eens in Neetjur Kleimuttjeenshj. En nu moeten jullie er wel aan, Ruud ik fop je Foppen, Paul ‘als soorten gaan schuiven door DE Klimaatverandering’ Opdam, en allen die met biologisch klimaatsimplisme hun brood verdienen. Want het staat in Neetjeur.

‘ For example, extinction of the mountaintop golden toad (Bufo periglenes) is linked to an extremely warm and dry year11, but this single climatic event cannot be attributed with high confidence to human-induced climate change.

Gaap

Ach, hoe lang moeten we deze tranentrekkende facade, genaamd klimaatwetenschap, nog oprekken. Nou, vooruit dan, nog één citaat, ook al eerder opgemerkt in blogs en in het boek van Marcel. (lezen doet genezen) En dan hebben we wel weer iets beters te doen. Toch?

Dit bevestigt nog eens weer dat je niet, zoals Thomas et al en IPCC deden, soorten één op één met temperatuur richting ondergang kan laten schuiven. Zoals- ja het wordt eentonig- ik ook al schreef. Maar als ik het schrijf, dan is dat omdat ik ‘een journalist ben die zich graag tegendraads opstelt’, zoals Elmar Veerman voor Noorderlicht schreef.

Nee, ik heb gewoon gelijk en jullie klimaatridders niet. Two men say they’re Jesus, one of them must be wrong. Daarom, als Marcel straks weerwoord geeft tegen het PBL met haar aanval op zijn boek, dan weet je ook ongeveer wie er wél gelijk heeft, en wie eigenlijk een hele goede kandidaat is voor rigoureuze bezuinigingen (klein sturend advies, geloof waarde collega Marcel). Het leven is eigenlijk heel overzichtelijk, tenzij je links bent.

Another challenge for biological attribution is that global average trends in impacts camouflage a striking diversity of responses, even among species living in the same area and subject to the same climatic changes. In a 2003 study, 57% of wild species showed strong responses to regional climate change, whereas 32% showed no significant change and 11% behaved in ways opposite to anticipated responses to climate change4. Even among climate ‘responders’, the strength of response can vary by an order of magnitude, as evidenced by studies of birds and flowers in Great Britain, butterflies across Europe and intertidal invertebrates off California.

ZZZZZZZZZZ,

Print Friendly, PDF & Email