Vergeet de aanpassing niet en natuurlijke variatie

Dit had een reactie op Christo moeten worden, maar om de een of andere reden mag ik van onze eigen website niet meer reageren: dus wordt het een posting. Er ontstond verwarring over mijn oceaanverzuurdersposting, en ik maakte de fout te reageren op reacties zonder eerst mijn Douwe Egberts-ochtendprozac te nuttigen. Dus het kwam wat bot over. Ik constateer dat bij de meeste experimenten met alarmerende uitkomsten

  • a. de onderzoekers een ‘shock and awe’-methode gebruiken. Ze dompelen een beest dat (door eerdere aanpassing) 390 ppm gewend is plotseling in 900 ppm en krijten dan zelfs in wetenschappelijke papers met krachttermen als ‘detrimental’blabla. Zo ook Philip Munday, maar je ziet het ook bij Ulf Riesebell (die overigens iets is bijgedraaid, en meer realistische proeven doet), Carol Turley, Joanie Kleypass en noem het hele zwikje maar op
  • b. men korte meetreeksen (slechts 8 jaar werd bijvoorbeeld geclaimd als ‘de langste reeks’ in PNAS) heeft in kleine gebieden zodat men de gestegen pCO2 die antropogeen zou kunnen zijn niet kan scheiden van natuurlijke variatie. Die pH-variatie kan een factor honderd tot duizend groter zijn op alle ruimte- en tijdschalen dan de gemiddelde jaarlijkse pH-daling door antropogene CO2.
  • c. alle nadruk op ‘verzuring’ – die feitelijk het minder basisch worden van de oceaan betreft- verhult dat ook HCO3- toeneemt, een stof die veel kalkbindende organismen, van plankton tot koralen juist GEBRUIKEN bij het opbouwen van hun skelet

Punt b en c bespreek ik uitvoerig in De Staat van het Klimaat in hoofdstuk 6, met literatuurverwijzingen. Dat boek moet je kopen en dan echt lezen, niet op de salontafel leggen en doen of je ‘met sceptici in gesprek bent’. (JOOP ATSMA!!!)

Hier nog even punt a: contemporary evolution, contemporaine evolutie, aanpassing die sneller verloopt dan op basis van klassieke evolutietheorie verwacht.

Nieuwe soorten klaar terwijl u wacht
Deze maand publiceerde ik ook in EOS het artikel ‘Nieuwe soorten klaar terwijl u wacht’ over snelle ‘evolutie, waarbij de controverse bestaat of alleen fenotype zo flexibel is of ook het genotype: vast staat dat dieren zich sneller aanpassen aan milieucondities dan gedacht, onder sterke selectiedruk

Dat het milieu (sneller dan gedacht) het lichaam vormt is een punt dat Theunis Piersma ook maakt in zijn nieuwe boek ‘the flexible fenotype’ (dat ik nog moet lezen, maar het zal wel gaan over de aanpassing van spiermassa bij toename predatiedruk/afname voedsel enzovoort, kortom publicaties uit eigen groep).

Ook de Idso’s hameren op CO2-science steeds weer op dit volkomen natuurlijke fenomeen in hun ‘ocean acidification database’, aangevuld met steeds meer nieuwe pierievjoetlitjetjur: aanpassing aan veranderende milieucondities. Organismen zijn geen willoze passieve wezens die hun dood afwachten omdat Greenpeace dat denkt.

Geloof mij niet, controleer me
Omdat alarmistische lezers mij (en ook de Idso’s) per definitie verdacht vinden, moreel van het laagste soort (met het memorabele De Morgen-artikel ‘klimaatscepticus krijgt podium in EOS’)ook Marcel’s huisblad NWT had deze maand een vergelijkbaar verhaal, dus dat je niet roept dat ik het verzin: dit is wat wetenschappelijk speelt. Ja?

Tenzij zowel EOS als NWT zijn opgeslokt in het mondiale neoliberale complot van de Tea Party, dat met oliegeld in stand wordt gehouden. (zie de Twitteraccount van groene lobbyist Jan Paul van Soest, hij denkt echt zo... Van Soest loopt ook op Joop Atsma in te werken)

Snelle ‘evolutie’ is de norm

Nu komt het:
Wanneer je in het fossielenarchief kijkt, lijkt evolutie langzaam te gaan. Maar dat komt, omdat de evolutie geen richting kent, maar het milieu volgt. Als de milieuverandering weer terugdraait, vervallen veel aanpassingen ook weer en ben je terug bij af.

Het werk van Peter en Rosemary Grant aan de snavels van Darwinvinken -die binnen enkele generaties al een vorm aannemen, die meer voordeel biedt bij een snelle milieuverandering – is hier toonaangevend. Maar ook dat van onze eigen Leidse evolutiebiologen in het Victoriameer. De Victoriabaars die bijna alle cicliden uitroeiden. Maar er ‘ontstaan’al na een kwart eeuw weer nieuwe soorten, en de biomassa van de cicliden is weer terug op het niveau van voor de Victoriabaars.

De gevonden voorbeelden zijn eindeloos.
En eigenlijk is dat eerherstel voor wat ecologen en ‘natuurvorsers’ al zo vaak zagen. Dus- los van de punten b en c die ik al in het boek behandel – is het onwaarschijnlijk dat bij geleidelijke aanpassing over een eeuw van pCO2 alle mariene leven plots uitsterft omdat IPCC/Greenpeace en op politiek activisme geselecteerde auteurs dat roepen. Vooral omdat het meeste mariene leven ontstond en floreerde bij een pCO2 die een veelvoud was van nu.

Waarom lezen we dat niet bij oceaanverzuurders?
Die constatering nuanceert in ieder geval beweringen van alarmistische schreeuwerds als Carol Turley en Ove Hoegh-Gouldberg (die allebeide ook de toon zetten voor komend IPCC-rapport), die roepen dat alles uitsterft als we geen ecosocialist worden. Hoegh-Gouldberg roept alvast over ‘de evil twin van global warming‘. Afgaand op zijn autoriteit als reviewing editor bij Science, zijn er velen die deze onwaarschijnlijkheden als waarheid willen aannemen.

Wij noemen oceaanverzuring naar Matt Ridley ‘het backupplan van de milieubeweging voor als de aarde niet snel genoeg opwarmt’.

De verkokering van wetenschap ..
..lijkt mij debet aan het feit, dat een select groepje wat alarmistisch loopt te schreeuwen op basis van zeer onrealistische proeven zonder correctie van realisten. Ze worden alleen gecontroleerd door mensen met de zelfde beperkte benadering, die de zelfde foutieve proeven als norm verheven, en die zich niet laten corrigeren door mensen van een ander vakgebied (experimentele evolutie, ecologen enzovoort) die het eigenlijk beter weten.

Zie ook de belachelijke aannames over het uitsterven van dieren door opwarming van modellenjongens (Thomas et al, en Planbureau voor een Bureaucratische Leefomgeving), die door experimentele ecologen eenvoudig zouden zijn verworpen. (ook in het boek besproken en op deze site) In werkelijkheid ligt de mate waarin soorten schuiven tussen 0 en 100 procent, bij global warmers is alles 100 procent én ook nog meteen uitgestorven.

Die verkokering is ‘normaal’geworden in alle takken wetenschap, lees prof John Mc Namara’s recensie van Piersma’s boek, die dat bevestigt, al zie je juist ook het tegengestelde al weer decennialang opkomen: integratie.

I believe that to do so requires an approach that considers the interaction of body design and behaviour in an ecological context. Too often these components are considered in relative isolation. In contrast, this book is wonderfully broad and holistic, integrating across levels.

Moderne wetenschappers als 21ste eeuwse auguren
Ik verwacht dan ook, dat het andere vakgebieden zijn die uiteindelijk deze alarmisten moeten corrigeren/nuanceren, van paleo-ecologie, tot ecologen en geologen. De oceaanverzuurders zitten nu veel te comfortabel samen op hun rijk gefinancierde onderzoekseilandje. Het loont nu, om alle verandering in milieuactivistische context te framen.

Sommige wetenschappers lijken zichzelf te willen zien als 21ste auguren, die aan de vlucht van vogels of de dikte van een schelp de toestand van de wereld kunnen lezen, en welke actie we moeten ondernemen om dat gevaar af te wenden….

Mogen wij dat mediafeestje bederven?