Met normale experts kun je zonder problemen in zee

Een nieuwe overzichtsstudie Indicators for Sea-Floor Integrity under the European Marine Strategy Framework Directive onder leiding van de Canadese marien bioloog Jack Rice in opdracht van de DG-Environment van de Europese Commissie bevestigt deels wat ik al schreef over het VIBEG- akkoord.

Dit op 13 december getekende contract ketent visserij vast aan ontoetsbare romantische verlangens naar een ‘gezonde zee’: zoals ik beschreef in Visserijnieuws is mysterieuze zeegezondheid holistische ideologie uit de stal van groene actiegroepen als Stichting de Noordzee/Greenpeace, en géén serieuze ecologie. Ons Ministerie nam dat over. Gelukkig zijn er – buiten Imares en het Ministerie van ELI- ook marien biologen die wél een poging doen om toetsbare ecologische richtlijnen te maken.

Vissoep niet zo heet gegeten als NGO’s doen voorkomen
Rice et al schreven de overzichtstudie om tot een helderder definitie te komen van een vage eis als de ‘sea floor integrity’ uit de Marine Strategy Framework Directive (MFSD) van 2008. Die richtlijn werd op Natura 2000 gestapeld toen de visserijsector sliep. Die ‘sea floor integrity’ is dus iets anders als ‘zeebodemgezondheid’of maagdelijke ‘natuurlijkheid’, zo concluderen Rice et al.

The experts further conlcuded that “Good
Environmental Status” cannot be defined exclusively as “pristine Environmental Status”, but ratherstatus when impacts of all uses where sustainable. Uses are sustainable if two conditions are met:

  • * the pressures associated with those uses do not hinder the ecosystem components to retain their natural diversity, productivity and dynamic ecological processes
  • * recovery from perturbations such that the attributes lie within their range of historical natural variation must be rapid and secure.
  • Rice ergert zich ook aan collega’s die ideologie en wetenschap niet kunnen scheiden
    Opnieuw blijkt dat gesloten gebieden – zoals nu in VIBEG- niet beslist nodig zijn bij beschouwing door meer neutrale en onafhankelijker experts dan Lindeboom/Imares. Jack Rice en co-auteurs proberen -in de publicatie die hij toezond- wél een antwoord te vinden op normale wetenschappelijke vragen, die Imares, ministerie en extended government verzuimden te beantwoorden, toen vissers in Trebol in Harlingen vroegen bij de VIBEG-presentatie: ‘Vertel ons dan wat wij fout doen?’, in plaats van zich van bewijslast te ontslaan met beroep op het voorzorgprincipe.

    Zoals: wat is je referentie voor ‘natuurlijk’ en waarnaar moet je dan streven? Het is nóg steeds voor meer uitleg vatbaar, maar dat is niet erg. Ik legde Rice mijn bevindingen voor over het ideologisch gekleurde broddelwerk van Imares en co,

    One of the main hurdles to my opinion in ecological reports in Dutch and European marine policy was, that many authors stick to holistic reasoning and precautionary principle as they have no clear definition to define impact of pe fisheries, and distinguish ‘influence’ from ‘damage’ . I hope your paper provides answers to some of these issues

    En dit was zijn antwoord

    Dear Rypke Zeilmaker

    Your email raises some important concerns, most of which I share. After over 30 years of providing science advice on marine policy and management issues, I still am surprised how often my colleagues either fail to adequately differentiate the roles of science (describe and to the extent possible quantify the risk associated with decisions) and policy (actually manage the risks, which includes deciding what level of risk aversion is appropriate), or fail to take ability to implement into consideration, when trying to provide what you call holistic science advice into the policy and management process.

    I suspect you will find the paper does not confront your concerns as bluntly as you would like. However, I do encourage you to also check the much longer report of the Task Group, which is still available on the ICES website. That report gave us much more space to discuss some of the complexities of setting reference levels which exactly address the point where disturbances become unsustainable – that is, where recovery of the seafloor community from the impacts of a pressure are no longer expected to be “rapid and secure”.

    This is an important topic and one I expect we all see much mroe discussion about in the coming years.

    Dr. Jake Rice,
    Senior National Advisor – Ecosystem Sciences /Conseiller principal national des sciences des écosystèmes
    FISHERIES AND OCEANS CANADA | PÊCHES ET OCÉANS CANADA

    Met normale experts zonder activisme kun je zaken doen
    Dus Rice stelt vast dat er meer mariene milieuactivistische biologen zijn die zondigen: Imares en Lindeboom zijn geen uitzondering. Maar dat meer biologen die fout maken, praat de onwerkbaarheid en ontoetsbaarheid niet goed bij marien beleid.

      Die problemen moet je OPLOSSEN, in plaats van verdoezelen met beroep op het voorzorgprincipe zoals Ministerie van ELI en Imares doen.

    Dan nu de reactie van Ministerie van ELI en Extended Government (NGO’s als door het Ministerie met subsidie overeind gehouden Stichting de Noordzee)
    Met veel plezier legde ik beweringen van NGO’s en het Ministerie op de operatietafel in Visserijnieuws en in de Climategate Natura 2000- blogreeks.

    Wat kreeg ik als enige antwoord van NGO’s, maar ook visserijvoormannen: mensen die geen ambitie toonden eens kritisch te kijken naar hun eigen uitgangspunten?

    ‘Je polariseert’, (Absil et al 2011)

    en

    ‘doe eens positief’. (Nooitgedagt et al 2011)

    Tja, dat zijn óók antwoorden…En dat Oibibio-filosofie over ‘positief denken’ sommige mensen nog steeds helpt, ik geloof het graag. Maar kun je met naief optimisme ook uit de voeten bij werkbaar Natura 2000-beleid? Of mogen we gewoon bij de feiten blijven en reeel zijn?

    Print Friendly, PDF & Email