Ecologencongressen vinden plaats dankzij overvloedig beschikbare goedkope energie

Het was een paar dagen rustig op Climategate, omdat ik de geslaagde Netherlands Annual Ecology Meeting bezocht van de NERN en Necov (Nederlands-Vlaamse ecologen) bezocht in Lunteren. Een groot deel van de Nederlandse en Vlaamse ecologenpopulatie kwam hier ecologische verbindingen leggen, en onderzoek presenteren. Je moet er bij zijn, als je wilt weten wat Nederlandstalig ecologenland te bieden heeft.

We beginnen positief
De diversiteit in de ecologenpopulatie is groot. Je hebt er vele datagedreven onderzoekers bij met open geest, die uit nieuwsgierigheid de natuur onderzoeken en die zich laten leiden door bewijs: ik blog daar de komende dagen nog over. En dat ze allemaal van de natuur houden en deze willen beschermen tegen menselijk handelen, dat is hartstikke nobel. Wil ik ook.

Ecologie of ecopopulisme?
Toch moet ik constateren dat enkele bekende ecologen- ook in de KNAW en met hoge functie in onderzoeksinstituten- zich niet gedragen als objectieve wetenschappers in ware zin van het woord: mensen die zich óók laten leiden door bewijs, zodra ze buiten hun kleine vakgebied komen.

Met één daarvan heb ik een dik half uur bij een drankje stevig maar gezellig van gedachten gewisseld. Mijn advies was om eens wat vaker te controleren: klopt het wel wat ik verkondig? Die vraag stellen- ook bij populaire uitingen- past beter bij een wetenschapper die zo’n hoge positie vertegenwoordigt en invloed heeft. In deze veel te lange blog behandel ik twee zaken

  • – de claims die met een aureool van wetenschappelijke noodzaak worden gebracht maar die emotioneel/politiek zijn gedreven
  • – de vraag of veel herhaalde begrippen in ecologie als ‘nut’ van ‘biodiversiteit’ wel stevig staan
  • Dat laatste deed de hier al besproken ecoloog/filosoof Gerard Jagers ook bij zijn lezing op het NERN-congres, helaas stond zijn abstracte lezing als hindernis voor de avondborrel. Veel ecologen begrepen hem niet, maar zijn denkwerk is wel hard nodig. Dat hij de avondlezing mocht houden getuigt van de open houding van de organisatie..


    … en andere NGO/urbane mediamythes met politieke ondertoon.
    Eén fout die ecologen vaak maken, is het principiële onderscheid ‘natuurlijk’ en ‘niet natuurlijk’, waardoor verandering door mensen direct ‘schade’heet: die aanname werkt ook door in beleid. Je kunt bij ecopopulistische claims ook altijd wel een studie vinden: wie vissertjes wil pesten, gaat winkelen bij Daniel Pauly zonder zijn aannames te toetsen. Maar wanneer je de bewijsvoering doorlicht heeft de groene keizer vaak geen kleren aan. Of moet men zich met beroep op moraal en autoriteit verdedigen. Een kleine opsomming: wie daar geen trek in heeft, slaat die 6 punten over.

    1. Wélke zee is leeggevist?
    Teruglopende vangst is géén absolute graadmeter van visbestanden, dat doe je met biomassaschatting. Minder vangst is vaak gevolg van beleid: in Nederland kromp de vloot door overheidsbeleid in vermogen met 45 procent van 1994 tot 2008. En daarmee de vangst. Daniel Pauly kijkt alleen naar teruglopende vangst, maar slaat dus (deels) alarm door overheidsgeforceerde vlootkrimp en legt verminderde visserijdruk dus uit als iets slechts.

    Veel visbestanden van de Noordzee doen het momenteel redelijk, alleen het quotum van makreel is niet omhoog gegaan. In het gesprek kreeg ik als weerwoord te horen: ‘ja maar als ik nu platvis eet is die een stuk kleiner dan vroeger’. De aanname: visserij krimpt vis. Wanneer was ‘vroeger’? De jaren ’70 en ’80. Inderdaad, toen de betreffende ecologe in de jaren ’80 Noordzeeschol at of tong, was deze van recordgrootte.

    Vier jaar oude tong was begin jaren ’80 gemiddeld 35 centimeter groot, begin de jaren ’50 was dat 28 centimeter. In de jaren ’70 en ’80 groeide platvis in de kustzone gewoon sneller. Waarbij de eutrofiëring en samenhangende primaire productie de meest simpele en biologisch verantwoorde verklaring is voor de kustzone. Nu – 2013 in voedselarmer kustwater- komt de grootte weer overeen met die vóór enige visserij van betekenis op platvis ontstond.

    Dat is niet mijn mening, de zwaartekracht is ook geen mening
    Groei van platvis hangt recht evenredig samen met primaire en secundaire productie, niet omdat dit mijn mening is. Ook als ik dit niet vindt, groeit platvis nog steeds beter in voedselrijker water. Als ik het niet eens ben met de zwaartekracht val ik nog steeds van het dak als ik spring.

    Die grootteverkleining heeft niet beslist met ‘overbevissing’te maken (de vloot kromp sterk terwijl de vis kromp, bij hoge visserijdruk jaren ’70 en’80 was de vis veel groter), wel met milieubeleid. Dat dit tegen de politieke intuïtie van veel ecologen werkt en zij dus alles doen om andere verklaringen te vinden: dat is een keuze die niet beslist duidt op een deugdelijke wetenschappelijke houding.

    2. Wáár gaat de aarde naar de sodemieter?
    Die is té makkelijk. Ik woon in Nederland, één van de meest geïndustrialiseerde landen van de wereld, dichtst bebouwd én dichtst bevolkt. Dankzij overvloedig beschikbare goedkope fossiele energie kun je zelfs congressen houden voor ecologen in verwarmde congreszalen, met overvloedig voedsel en drankjes. Zou je energie duurder maken- onkosten externaliseren zoals de ecoloog dat noemt- dan kostte het congres 3000 euro en kwam geen ecoloog meer opdagen. Zeker de gastsprekers uit Californie en Groot Brittanie niet: dat zou de NERN niet langer kunnen betalen.

      De natuur gebruikt ons om energie en CO2 vrij te maken
      In landen zonder welvaart en toegang tot goedkope energie zijn nauwelijks ecologen. We leven hier prima op ons kleine stukje aarde, hebben dankzij voortvarende natuurbescherming aanmerkelijk meer te genieten dan in het Vlaamse betonland. De voordelen van goedkoop overvloedig (fossiel) energiegebruik- zoals het mogelijk maken van een complexe maatschappij met veel mensen- wegen ook voor ecologen ruim op tegen eventuele nadelen: zoals een theoretisch geprojecteerde opwarming, die bij 2 graden extra vooral gunstig uitpakt. De natuur gebruikt ons om al deze energie vrij te maken ter vergroting van entropie. Ik gaf al eerder aan dat dit komt door een complot van de planten, we leven in het Herboceen

    3. 7,5 miljard euro subsidies aan fossiele energie in Nederland?
    Bewering afkomstig van het Planbureau voor de Leefomgeving, de cheerleaders van lopend regeringsbeleid. Al zo vaak hier weerlegd, dat het saai wordt. Logisch nadenken, het mag ook als je ecoloog bent. Noem eens één directe subsidie die de overheid aan een gas- of oliemaatschappij verstrekt in Nederland om exploitatie mogelijk te maken? Die is er niet, het omgekeerde is wel het geval: de fossiele energie-industrie subsidieert de staat jaarlijks met 12 miljard euro aardgasbaten en op fossiele energie zitten accijns van 70 procent: 72 procent van wat u aan de pomp betaalt gaat direct naar Vadertje Staat.

    Claims als ‘7,5 miljard euro subsidies aan fossiele brandstof in Nederland’, zijn kortom gekunstelde constructies waarbij men ook de steun aan Prorail (= facilitering openbaar vervoer) meerekent en belastingaftrek van woon-werkverkeer. Belangrijkste troef bij deze claim is het lagere energiebelastingtarief voor grootverbruikers: die in absolute zin veel belasting betalen, en die belasting betalen ze OOK als ze ‘groene’stroom afnemen.

    Politiek gemotiveerde claims die niet standhouden bij kritische nalezing
    De politieke agenda achter deze claims valt iedereen op met meer dan 2 hersencellen, dus bij alle ecologen: deze claims dienen om exploitatiesubsidies van 15 cent per kilowatthour aan windmolens te rechtvaardigen vanuit de progressief urbane, in steen gebeitelde dogmatiek dat ‘duurzame’energie – versmald tot inefficiente windmolentjes die je iedere 15 jaar moet vervangen- steun behoeft. En de suggestie te wekken dat die subsidies rechtvaardig zijn omdat ‘de olieindustrie’ ook subsidie krijgt. Het getuigt niet van een wetenschappelijke houding wanneer iemand zich van zulke argumenten moet bedienen.

    4. Wáár vindt dat zesde massa-uitsterven plaats?
    Al uit den treure hier over geblogd. In Nederland- ’s werelds best gekarteerde land op biologisch terrein- kwamen er meer soorten bij dan er verdwenen. Wereldwijd verdwenen er van de 1,5-1,8 miljoen door de wetenschap beschreven soorten enkele honderden in 500 jaar.

    Dat getal ligt rond de ‘achtergrondsnelheid’ van uitsterven zoals Raup en Sepkoski die bepaalden. Het ‘zesde massa-uitsterven’is een modelmatige constructie leunend op computerschattingen van species area relationships, die vooral een indicatie geven voor veranderend landgebruik gekoppeld aan theoretische schattingen van soortaanwezigheid. En de aanname dat alles uitsterft en voor eeuwig weg is.

      Menselijke ecologische verbindingszones tussen continenten
      Dat we in een nieuw ‘Pangea’ leven, waar door globalisering alle diversiteit van continenten via menselijke verbindingszones in de blender komt: het is al beschreven door Charles Elton in zijn boek over invasieve soorten in de jaren ’50. Mensen heffen de ecoregio’s van Wallace op. Meer ecologische eenheidsworst, dat kun je zeker jammer vinden. Maar blijven we bij de feiten:

      – De meest gebruikte indicator voor biodiversiteit in beleid zijn soorten
      – Er stierven een honderdtal soorten uit in 500 jaar

      … dan moet je constateren dat je NIET kunt spreken van een ‘zesde massauitsterven’.

    5. De grondstoffen die oprakenzzzzzzzzz.

    6. En dan ‘de ecologische voetafdruk’ is een goed middel om onze invloed aan te geven.
    Ach jaa, de ecologische voetafdruk.

    Zo heb ik enkele populaire privé-aannames geslacht van een invloedrijke ecoloog. Die zichzelf niet als milieuactivist wil zien, dat geldt ook in ecologenland niet als aanbeveling.

    Minder visserij, minder meeuwen. De kleine mantelmeeuw broedt steeds meer landinwaarts door afname visserij

    Begrippen in ecologie op wetenschapsfilosofisch drijfzand
    Daarnaast- de hier besproken Gerard Jagers hamert daar ook al op- zijn veelgebruikte begrippen als ‘biodiversiteit’en hun ‘nut’in wetenschapsfilosofisch opzicht nogal zwak onderbouwd. Ga je het gesprek aan, dan begint men al snel ijsschotsen te springen.

      Waarom ‘biodiversiteit’ behouden, en wat is dat eigenlijk?

    ‘Voor de ecosysteemdiensten die biodiversiteit levert’, krijg je dan als antwoord: een utiliteitsargument. Tegelijk wil de ecoloog iedereen bestrijden die intensief van die ecosysteemdiensten gebruik maakt. Bij het noemen van ‘boomkorvisserij’ roepen ze bijna instinctief: ‘dat is iets waar we zo snel mogelijk vanaf moeten’. ‘Dan verwaarloos je al de andere diensten die de natuur levert’.

    Maar het woord ‘dienst’ suggereert een dienst aan de mens.
    Of moeten we al die – wel of niet aanwezige (wie ziet ze eigenlijk) – schelpensoortjes op de zeebodem meerekenen, die voor mensen verder geen bewezen nut hebben. Dat is wel wat de Millennium Ecosystem Assessment doet. Die rekent ook alle diensten mee die mensen NIET gebruiken. Dan leun je als ecoloog dus op de retorica van het voorzorgprincipe, dé opmaat voor bureaucratische willekeur: het is niet aangetoond dat deze nog niet ontdekte soortjes een dienst leveren, maar het zou in de toekomst ontdekt kunnen worden.

    Intensieve bevissing is een goed teken: veel afname van ecosysteemdiensten per oppervlak
    Maar het bewijs voor de utiliteit van een intensief vissende boomkor staat veel sterker: geeft direct inkomsten. Als een boomkor een plek intensief bevist, dan is dat geen slecht teken maar een goed teken: Het betekent dat daar steeds veel vis zit.

      Een visser gaat naar die veel beviste plek steeds terug omdat daar veel vis blijft zitten. Niet omdat hij een orgasme krijgt van natuurverwoesting en bodemberoering. Levert de natuur eindelijk eens intensief diensten, is het weer niet goed….

    Verder, juist de productieve systemen (= utiliteitsargument, en productiviteit wordt meeste gebruikt om ‘nut’ecosysteem aan te duiden en ‘gezondheid’) bestaan vaak uit een verrassend klein aantal soorten. Met de landbouw als meest in het oog springende voorbeeld. De belangrijkste soorten bevinden zich bovendien onder de grond, nematoden en microben: die maken 99 procent van de ‘biodiversiteit’uit, maar zij worden hooguit door 1 procent van de ecologenpopulatie bestudeerd.

    Nut van ‘biodiversiteit’? Vóór wie?
    Wanneer je het dan eens bent dat het utiliteitsargument niet stand houdt, dan zet je gesprekspartner de joker in van wetenschapsfilosofische armoede: intrinsieke waarde. Maar wat is de intrinsieke waarde van een E-Colibacterie die je kind besmet? Ik kreeg nog een antwoord als ‘die colibacterie mag er ook zijn’: de ecologe van de KNAW heeft er dus nog geen ervaring mee gehad, maar de miljarden mensen die besmet raakten zijn getuigen van mijn gelijk: we oordelen bij het zeer slecht gedefinieerde begrip ‘biodiversiteit’ dus op basis van nut voor mensen. Ecologen zijn ook mensen.

    Dat ecologen een zwak hebben voor soortenrijke ecosystemen, veroorzaakt dat zij een hoog ‘nut’/utiliteit toekennen aan ‘zo veel mogelijk soorten’, versmald tot de meest bestudeerde groepen: zoogdieren en vooral vogels. Het levert hen emotioneel nut. Wat stand houdt is een emotionele binding met een bepaald natuurbeeld dat de betreffende ecoloog van de natuur koestert. Vaak leunend op NVJ-schoolkampen, jeugdherinneringen en vakanties naar landen met uitgestrekte wildernis. Een afwisselende rijkere wereld is mooier dan een eenzijdige monocultuur. Uiteindelijk komt EO Wilson daar ook bij uit in ‘The Future of Life’: het leven is mooier met meer afwisseling.

    Last Post: beroep op moraal
    Bij gebrek aan een harde universele bodem onder het ‘nut’van biodiversiteit, belandt een discussie dan bij een beroep op moraal. Wie het ‘nut’ betwijfelt van zoveel mogelijk soorten heet direct ‘dom’, niet wetenschappelijk’ of zelfs onverschillig en onbeschaafd. Ecologen trekken alles uit de kast van hun academische autoriteit, voorzorgprincipe tot pure demagogie om de criticus te vloeren. Bas Haring ondervond dit al.

      Maar die superieure moraal is natuurlijk drijfzand, wanneer

    • je definitie van biodiversiteit leunt op een politiek bepaald begrip uit de Convention on Biological Diversity, soorten, genen en ecosystemen
    • je moet vaststellen wiens moraal hier doorslaggevend is en waarom
    • er evenveel diversiteit in moraal en visie op de natuur is als in ecologen

    Iedereen in een urbane samenleving heeft behoefte aan meer groene ruimte, en dus is de moraal van de urbane mens in Westerse landen redelijk overeenstemmend: we willen allemaal graag op vakantie in een natuurlijk ogend gebied. Enkele onderzoeksposters bij het NERN-congres roepen dan ook instant de behoefte op aan verre reizen (Mauritius!) en bezoek aan natuurgebied. Ik wil het zelfde als 99 procent van de ecologen: effectief natuurbehoud en afwisseling.

    Met emotie is niks mis
    Maar… Bij Chinezen heerst de opvatting dat dieren in gevangenschap beter af zijn dan in de natuur. Valt veel voor te zeggen, dieren in het wild hebben geen Rousseau gelezen en zijn niet behept met romantische vrijheidsidealen. Waarom gaat een tijger achteruit? Dat is redelijk simpel: door habitatvernietiging en door conflicten met mensen. Vele arme boeren in India kunnen zo’n tijger missen als een coli-bacterie. Zodra mensen de kans kregen ruimden ze dat ongedierte op, vroeger kwamen zelf nog in Turkeije tijgers voor. Pas wanneer mensen in staat zijn zich te verdedigen tegen de natuur, willen ze die natuur beschermen. Nu herintroduceren we zelfs wolven. Conclusie; we praten bij biodiversiteit meestal over TOEGEKENDE waarde. Die waarde wordt toegekend door mensen, en zowel waarde als nut hangen af van context: ze zijn niet universeel.

    Ik heb een gezonde discussie gevoerd met de desbetreffende ecoloog, die ik volgens mij op persoonlijk niveau wel mag. We kunnen constateren dat de ‘waarde’ van biodiversiteit vooral leunt op emotie, bij gebrek aan wetenschapsfilosofische grond leunt de ‘bescherming’van het politiek vastgestelde begrip biodiversiteit (CBD 1992) dus op emotionele binding en selectieve utiliteit: sommige soorten zijn meer soort dan andere soorten. En met emotie is niks mis. Ik vind het wel lief. Hoe leuk is het leven nog, wanneer je nergens een persoonlijke of emotionele band mee hebt?

    Wat wil men bereiken met alarmisme en ecopopulisme?
    Toch denk ik zelf dat al dat ecopopulistische geschreeuw averechts werkt. Ecologen mogen zichzelf wel de vraag stellen: wat wil ik er mee bereiken? Meer overheidsingrijpen, nadat mensen via media zijn bang gemaakt en daar om roepen? Is Angst zo’n goede raadgever dan? En de overheid heeft vele gezichten, zij legde ook de A73 op de natuurrijkste kant van de Maasoever, legt nu ook een vierbaansweg dwars door Nationaal Landschap de Friese Wouden, terwijl een meerderheid van bewoners voor een bescheidener tweebaansvariant is die knelpunten oplost. Zij legt ook een mega-windpark aan in Natura 2000-gebied en watervogelrustplaats de Steile Bank.

    Genoeg wetenschapper om vooruit te willen
    Ik hoop dan ook dat het denkwerk van Gerard Jagers- zaterdagavond vertoond op het congres- meer aandacht krijgt in ecologenland. Wát onderzoek ik, wat verkondig ik, stemt het wel overeen met evolutionair denken. Ik worstel me ook door ‘Ecological Understanding’, the Theory of Nature and the Nature of theory van Steward Pickett dat de soms haperende onderbouwing van ecologische concepten blootlegt.

    Er was weer veel klimaatprostitutie bij de presentaties van onderzoek op het NERN-congres. Maar er was op het NERN-congres ook veel datagedreven en helder onderzoek. Daarom, het eindoordeel van het NERN-congres zelf is ruim positief. De ecologendiversiteit is hoog. En als Jagers ruimte krijgt om te spreken, pleit dat voor de wetenschappelijke houding van de organisatie.