IJsberentellen is geen pretje. Hier de bemanning van Willem Barentsz in 1596 op Nova Zembla

Terwijl we kampen met de ergste economische crisis sinds de jaren ’30 en alwéér een bank belonen voor slecht gedrag met belastingmiljarden, moest ik gisteren bij de Avro Vrijdagmiddag Live debatteren met Esther Ouwehand over de onstuitbare handel in ijsbeeronderdelen- 30 trofeetjes voor – door Eskimo’s begeleide- rijke gastjagers in Canada in 2011 op een Canadese populatie van 14.000-17-000 beren.

Bureaubiologen bepalen de populatie
Journalisten stellen meestal alleen vragen die tonen hoe slecht ze op de hoogte zijn, of om zichzelf te profileren. Je kunt ook goede vragen stellen als: hoe weten ze hoeveel beren er zijn? Het arctische gebied – de Heimat van de ijsbeer- kent dankzij haar koude klimaat een lage biologendichtheid. De inheemse jagers, de Eskimo’s, hebben aanmerkelijk meer kijk op hun prooidier de ijsbeer, dan bureaubiologen achter computerscherm in verwarmd kantoor. Meestal op duizenden kilometers afstand. Toch bepalen die bureaubiologen hoe het met de ijsbeer gaat en heten zij ‘deskundig’. En zijn de inheemse jagers ‘domme mensen die wat roepen’. Het lijkt de visserij wel.

Telling per land: 32.000 beren.
Tel bij die lage biologendichtheid de uitgestrektheid van het arctische gebied: en probeer dan maar eens een betrouwbare populatieschatting te maken van deze klimaatpornoster, die klimaatactivisten rode oortjes bezorgt. Het meest herkauwde populatiecijfer dat ook de Polar Bear Specialist Group verkondigt is 20.000 tot 25.000 beren: al sinds eind jaren ’90, opnieuw in 2006 en nu nog steeds. Een ruime verdubbeling ten opzichte van de jaren’60, toen er nog problemen waren met overbejaging.

Maar waar baseren bureaubiologen die schatting eigenlijk op? Zoologe Susan Crockford vond al dat wanneer je de tellingen PER LAND bij elkaar optelt– van die zelfde Polar Bear Specialist Group tot een heel andere schatting komt: 22.000-32.000. Wat verder opvalt: van heel Rusland, Noorwegen, Groenland en ook delen van Canada heeft de Polar Bear Specialist Group geen telgegevens. Dat is van het halve arctische gebied. Toch claimen ze ook in gebieden zonder gegevens dat die beer achteruitgaat.

Geprojecteerde afname even groot als onzekerheidsmarge wereldpopulatie
Wat doet de Polar Bear Specialist Group dus: bij de landen waarvan ze géén gegevens hebben, geven ze gewoon grotere onderzekerheidsmarges. Om meer kans te hebben de plan minder mis te slaan. En natuurlijk, als je geen gegevens hebt en je roept maar wat kun je ook zeggen: dan is het nóg belangrijker om alarm te slaan over de ijsbeer. Dat doet de Polar Bear Specialist Group dan ook. De populatie zou met 30 procent gaan afnemen in 2050-2100: DE klimaatverandering.

    Maar: als de populatie nu plots 30 procent groter is dan gedacht- we weten niet hoeveel beren er zijn- neemt hij af van 30.000 naar 20.000 en is de populatie in 2050 net zo groot als nu in de officiele schatting (ondergrens). Kortom, je kunt als ijsbeerdeskundige altijd iets roepen en altijd deskundig klinken. In dit geval is die ’30 procent’ louter een slag in de lucht waarmee je bij journalisten en activisten deskundig lijkt te klinken. In werkelijkheid weten ze niet waarover ze praten

Is Beertje Knut nu bedreigd?
Momenteel lobbiet een Amerikaanse actieclub tegen de Canadese regering, dat heeft NIETS met Cites (internationale handel) te maken: ijsberenland Canada wil de ijsbeer niet op de lijst van ‘bedreigde diersoorten’ zetten, want ze hebben 13.000-17.000 van die bloeddorstige plaagdieren binnen hun grenzen. En de Eskimo’s willen er gewoon lekker op kunnen jagen zoals ze al eeuwen doen. Dus geeft de regering van ijsbeerprovincie Nunavut jaarlijks een x aantal beren op dat ze mogen schieten. Voor een ijsberensteak, en een lekker berenvelletje om in de iglo de liefde op te bedrijven met Beppie. Hoe kom je anders die donkere maanden door?

Met de ‘bedreiging’van de ijsbeer is dus iets geks aan de hand.
Want de beer voldoet niet aan criteria voor de Rode Lijst van IUCN. Want om bedreigd te zijn moet de ijsbeer

    a. een klein verspreidingsgebied hebben (hij leeft verpreid over de volledige Noordpool)
    b. uit geisoleerde populaties bestaan (er zijn geen genetische verschillen in de subpopulaties, er is vrije uitwisseling)
    c. de populatie moet in aantal afnemen (de ijsbeerpopulatie nam sterk toe dankzij regulering van jacht sinds 1971)
    d. de populatie is klein (alle roofdierpopulaties zijn kleiner dan hun prooipopulaties). De klapmuts en ringelrob waarop de beer jaagt zijn veel talrijker, respectievelijk 277.000 en 1,3 miljoen in 2010.

Het is dus voor het eerst in de geschiedenis dat een dier ‘ernstig bedreigd’moet heten terwijl hij niet bedreigd is volgens IUCN-criteria, projecties voor TOEKOMSTIG jachtgebied uitgezonderd. Wat is er wél gebeurd. Hoewel de ijsbeer hersteld leek, en de kwalificatie ‘vulnerable'(kwetsbaar) niet meer van toepassing leek, gaf de Polar Bear Specialist Group die kwalifitatie in 2006 weer op basis van GEPROJECTEERDE bedreiging: de krimp van zijn jachtgebied van zeeijs, het afnemend zeeijsoppervlak in de zomermaanden (afgelopen zomer was het nog ‘maar’ 10 maal de oppervlakte van Frankrijk) Het winterijs neemt overigens veel minder af, en de beren jagen op éénjarig ijs, waar de zeehonden in ademgaten zitten.

Beren kunnen 12 maanden vasten
In de zomer blijven oudere mannetjes op het pakijs. Vrouwtjes met jongen gaan aan land nadat het ijs terugtrekt, ze moeten uit de buurt blijven van deze mannetjes die anders de jongen opeten. Vanaf land kunnen ze moeilijk jagen op zeehonden. Het mechanisme dat de populatie zou moeten laten afnemen is dat de zomerperiode steeds langer wordt: en daarmee de periode dat ijsberen die aan land gaan moet vasten.

Een ijsbeer kan 8 tot 12 maanden vasten na een stevige spekmaaltijd: logisch in een arctisch gebied waar een lage biodiversiteit is en voedselbeschikbaarheid. Die blubber – het lichaamsvet- van ijsberen hielp Willem Barentsz en zijn mannen in 1596 in de winter in het Behouden Huis op Nova Zembla aan lampenolie: kon Gerrit de Veer tenminste zijn dagboek schrijven dat online beschikbaar is. Bij een moeder met welpen gaat veel vet op aan het zogen en dus is de (toelaatbare) vastenperiode korter (4-5 maanden). Beren die beter tegen vasten kunnen en betere jagers die éérder hun kostje bij elkaar hebben, zullen dus straks beter overleven.

Print Friendly, PDF & Email