benny-peiser-577281

Gastbijdrage van Benny Peiser.

Voor de klimaattop in Parijs streeft Europa naar een bindende overeenkomst voor alle landen om tot emissiereductie te komen. Maar vele landen zitten daar om diverse redenen niet op te wachten. Het is dan ook nu de vraag hoe Europa zonder imagoverlies afstand kan doen van haar eigen eisen.

Wanneer dit jaar in Parijs een nieuwe, mondiale klimaatovereenkomst tot stand komt, zal deze belangrijke economische, sociale en industriële implicaties hebben voor Europa.

Sinds de val van de Berlijnse muur heeft de Europese Unie zich gewijd aan unilaterale, ofwel eenzijdige pogingen om klimaatverandering tegen te gaan. Het stelde zichzelf de plicht om zich ten voorbeeld te stellen aan de rest van de wereld door in eigen huis radicaal klimaatbeleid te voeren.

De prijs van elektriciteit ondermijnt Europese concurrentiepositie

Geen enkele andere economie van aanzien heeft dit klimaatbeleid van de EU gevolgd. En er is geen land dom genoeg om dat in de toekomst wel te doen.

Met een elektriciteitsprijs in Europa meer dan het dubbele is van die in Noord Amerika, zijn de resterende, worstelende industrieën in Europa niet in staat om te concurreren en is het bedrijfsleven in toenemende mate afhankelijk van overheidssubsidies. Ze verliezen in rap tempo zowel klanten als marktaandelen.

En de pijn is nog maar net begonnen. Het International Energy Agency schat dat in 2035 de elektriciteitsprijzen nog steeds het dubbele zullen zijn van die in de VS. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zullen deze hogere energieprijzen een steeds nadeliger effect hebben op het wereldwijde productie-aandeel van de EU.

Het eenzijdige klimaatbeleid van de EU is uitgegroeid tot een existentiële bedreiging voor haar eigen energie-intensieve industrieën. Vandaar dat het geen verrassing is dat Europese politici in toenemende mate bezorgd zijn.

Afgelopen mei was de dreiging van stijgende energieprijzen en het verlies aan competitiviteit dan ook het centrale thema van de energiebijeenkomst van Europese staatshoofden in Brussel.

Het nieuwe klimaatbeleid van de EU

Geconfronteerd met deze zorgen zijn de EU leiders een nieuwe benadering voor klimaatbeleid overeengekomen.

De focus op het eenzijdig stellen van doelen en het groene idealisme is verdwenen. In plaats daarvan biedt de EU nu een voorwaardelijke eis gekoppeld aan een onvoorwaardelijke vraag.

De eis is een nieuw doel voor CO2 emissies: een reductie van 40 procent onder het niveau van 1990 in 2030. Maar deze eis hangt af van de mate waarin de overeenkomst in Parijs voor alle landen juridisch bindend wordt.

Afgelopen februari kwam de Europese Commissie met een document dat de beleidslijn aangaf van de EU voor de klimaattop in Parijs. In dit document, het Parijse Protocol geheten, vraagt de Commissie aan alle landen die vertegenwoordigd zullen zijn bij de klimaattop dit ‘Parijse Protocol’ te tekenen en juridisch bindende CO2 emissiedoelen aan te nemen die vergelijkbaar zijn met het Kyoto Protocol en die een verlenging hiervan moeten vormen.

De kansen op een nieuw Kyoto-protocol zijn beperkt

De kansen voor een dergelijke klimaatovereenkomst zijn echter beperkt. Om te beginnen zou een internationaal protocol of verdrag met juridisch bindende doelstellingen om emissies te reduceren geratificeerd moeten worden door nationale parlementen. Dat dit in de VS zal gebeuren is zeer onwaarschijnlijk, gegeven de Republikeinse meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

In Europa is ook niet iedereen enthousiast over de nieuwe doelstellingen. Afgelopen jaar werd bekend dat veel EU lidstaten en minstens vijf EU commissarissen zich ingespannen hebben voor een afgezwakt CO2 doel van 35 procent.

Bovendien zijn er een aantal lidstaten, waaronder Polen, die gekant blijven tegen nieuwe, bindende emissiereductiedoelen zolang er nog geen juridisch bindende overeenkomst tot stand is gekomen in de VN.

Voormalige Oostbloklanden vrezen voor hun energievoorziening

Er zijn sterke indicaties van Polen en andere landen uit de Visegrádgroep (V4) dat zij de eis van 40 procent emissiereductie beschouwen als een onacceptabele last als andere landen niet meedoen.

Veel voormalige Warschau Pact landen blijven voor hun energiebehoefte afhankelijk van de import van Russisch gas. Velen vrezen dat nieuwe eenzijdige CO2 limieten de doodsteek zullen zijn voor hun eigen energievoorziening op basis van kolen en dat dit zal leiden tot een nog grotere afhankelijkheid van Rusland.

Het vooruitzicht van een groei van hernieuwbare energiebronnen is ook al niet aantrekkelijk. In Duitsland betalen particuliere consumenten, als gevolg van astronomisch hoge subsidies, het op een na hoogste bedrag in de EU voor elektriciteit.

Positie van ontwikkelingslanden blokkeert overeenkomst

Maar het is vooral de positie van de ontwikkelingslanden die een bindende overeenkomst in Parijs onwaarschijnlijk maakt.

China en India hebben stelselmatig duidelijk gemaakt dat in hun ogen CO2 doelen alleen bindend zouden moeten zijn voor ontwikkelde landen. Zij vinden, samen met de andere 24 leden van de zogeheten ‘Like-Minded Developing Countries Group’, dat ontwikkelingslanden hiervan vrijgesteld zouden moeten worden.

China en India verweren zich tegen Westerse druk om akkoord te gaan met een klimaatovereenkomst door een juridisch bindend compensatiepakket te eisen van 100 miljard dollar per jaar, zoals beloofd door President Obama tijdens de klimaatconferentie van de VN in Kopenhagen in 2009.

Ze verzetten zich tegen pogingen van de VS en de EU om een einde te maken aan het juridisch onderscheid tussen ontwikkelings- en ontwikkelde landen en waarschijnlijk zullen ze dat volhouden tot Parijs aan het einde van het jaar.

Ze hebben ook herhaaldelijk verklaard dat ze niet zullen toestaan dat een externe instantie hun nationale klimaatdoelstellingen (‘Intended Nationally Determined Contributions’) beoordeelt en ze wijzen iedere vorm van internationale beoordeling af als een inbreuk op hun soevereiniteit.

Gezien deze harde lijn van de zich ontwikkelende wereld, is het moeilijk om enige vorm van overeenkomst met juridisch bindende doelen te verwachten.

Wat als de Europese klimaatstrategie in Parijs mislukt?

Wat gebeurt er dan als de klimaatstrategie van de EU in Parijs mislukt? Gezien het feit dat klimaatovereenkomsten van de VN tot stand komen op basis van consensus, is het bijna zeker dat de hoofdeis van de EU afgewezen zal worden door een meerderheid van de ontwikkelingslanden.

De Europese Raad is alleen in staat om haar eis van een bindende emissiereductie van 40 procent er doorheen te krijgen, wanneer alle lidstaten nieuwe, nationaal verplichte CO2–doelen zouden accepteren binnen een mechanisme van gemeenschappelijke lasten.

In het geval dat de Parijse conferentie er niet in slaagt om deze eis van nationale klimaatdoelstellingen juridisch bindend te maken, dan zou de EU er verstandig aan doen afstand te nemen van haar eigen eis van een juridisch gebonden reductie van 40 procent, of op zijn minst deze moeten uitstellen.

Anderzijds zouden de EU leiders simpelweg overeen kunnen komen om de eis van 40 procent weliswaar bindend te maken binnen de EU, maar niet op alle nationale niveaus.

Een milde exit strategie voor Europa

Een dergelijke milde exit strategie zou een stimulans betekenen voor een ander te behalen doel: het hernieuwbare energiedoel van de EU voor 2030. Dit doel verplicht de lidstaten niet om juridisch bindende hernieuwbare energiedoelen aan te nemen in het eigen land, terwijl het een EU–breed en bindend doel wordt genoemd.

En aangezien het EU-brede hernieuwbare energiedoel van 27 procent niet af te dwingen valt, zal geen enkel land gestraft worden voor het niet halen van welk doel dan ook.

Deze optie zou een logische en rechtvaardige uitweg verschaffen van de unilaterale zelfopoffering van Europa en zou het mogelijk maken voor lidstaten om in eigen land keuzes te maken wat betreft het klimaat–  en energiebeleid, in overeenstemming met hun nationale belangen.

Aldus Bennie Peiser.

Benny Peiser is directeur van het Global Warming Policy Forum. Dit is een ingekorte en bewerkte versie van de voordracht die Peiser hield op 29 mei 2015 in Katowice, Polen ter gelegenheid van een klimaatconferentie georganiseerd door de vakbond Solidarność. De originele voordracht was getiteld: ‘The Paris Climate Conference and Europe’s Red Line’.

Bron hier.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.