Mijn kijk op de invloed van CO2 op het klimaat

Guido grafieken

Zoals de Fransen zeggen: ‘Du choc des opinions jaillit la vérité!’ Een gastbijdrage van Guido van der Werf (VU Amsterdam).

Onlangs stond een gelijknamig blogbericht op het vorige blog van Hans Labohm, waarin emeritus hoogleraar Dick Thoenes zijn mening gaf over de invloed van CO2 op het klimaat. Ik had kritiek op het stuk en Hans Labohm was zo sportief om me de ruimte te geven om mijn kijk hierop in een gastblog weer te geven. Respect en hartelijk dank daarvoor!

Om het overzichtelijk en constructief te houden probeer ik mijn kritiek in drie onderwerpen te bundelen: 1) samenhang tussen temperatuur, CO2, en de zon, 2) samenhang tussen CO2 en temperatuur in het verre verleden, en 3) klimaatgevoeligheid. Een langere lijst met meer puntsgewijze kritiek volgt in de bijlage.

1) Samenhang tussen temperatuur en factoren die deze kunnen beïnvloeden. Volgens Dick Thoenes is in de atmosfeer, ondanks aanzienlijke verhoging van het CO2–gehalte in de 20e eeuw, geen duidelijke temperatuurstijging opgetreden. De gemiddelde stijging sinds 1940 zou ongeveer 0,2°C zijn met ups en downs. De CO2–concentratie is echter de hele tijd voortdurend toegenomen. Hieruit wordt de conclusie getrokken dat “als metingen niet overeenstemmen met wat de theorie voorspelt, vind ik dat de theorie fout is.”

Ik heb een aantal grafiekjes gemaakt van de temperatuur, de zon, en CO2 en dan krijg ik een ander beeld. Ten eerste is de temperatuurstijging sinds 1940 fors hoger (ongeveer 0.6 graden), zie grafiek a. Ten tweede is de samenhang tussen CO2 en temperatuur hoog, zie b en d. Deze wordt overigens nog hoger als je ook andere menselijke forceringen zoals aerosolen meeneemt.

Aangezien CO2 volgens Thoenes geen betekenisvolle invloed heeft wordt de zon van stal gehaald om de opwarming te verklaren, of in ieder geval die suggestie te wekken. Helaas voor de zonne–aanhangers is de correlatie tussen zowel zonnestraling als zonnevlekken en temperatuur fors lager dan tussen CO2 en temperatuur, zie c. Dit komt met name omdat de zon sinds ongeveer 1950 constant bleef dan wel in kracht afnam, zeker de laatste decennia, terwijl de temperatuur toenam.

Betekent dit dat de zon geen rol heeft en CO2 alles verklaard? Nee, zeker niet, er zijn vele factoren van invloed zoals Thoenes zelf ook aangeeft. Een toegankelijk manier om een idee te krijgen van de relatieve invloed van die factoren is een zogenaamde multiple linear regression exercitie toe te passen. Eigenlijk plaatjes c en d combineren maar dan wat beter onderbouwd. In een recente publicatie van me waarin we voortbouwden op werk van sceptici keken we naar de invloed van de zon, menselijke forceringen waaronder CO2, El Nino en La Nina, vulkanen, en de Atlantic Multidecadal Oscillation (AMO) en konden we meer dan 90% van het temperatuurverloop verklaren.

Dit is voor iedereen die met Excel kan omgaan na te rekenen. De geijkte kritiek hierbij is vaak dat correlatie nog geen causaliteit impliceert. Dit klopt uiteraard, maar tegelijk moet je aantekenen dat zonder correlatie (zoals met de zon en de temperatuur de laatste 50 jaar) causaliteit bijzonder onaannemelijk is. Daarnaast zijn de uitkomsten van deze exercities zoals je ze verwacht op basis van fysica met vulkanen die zorgen voor afkoeling, een meer actieve zon of meer CO2 voor opwarming, etc.

Ik ben het overigens helemaal met Thoenes eens dat de gemiddelde temperatuur van de aarde moeilijk te meten is. Echter, veranderingen in de temperatuur zoals in grafiek a zijn veel minder onzeker en meer homogeen over de aarde.

2) Relaties tussen CO2 en temperatuur in het verleden.  In zijn betoog schrijft Thoenes hierover dat “Oorspronkelijk dachten we dat er een verband zou moeten zijn tussen het CO2 –gehalte van de atmosfeer en de gemiddelde temperatuur. Dit is alleen aangetoond voor perioden in de geologische geschiedenis, in de laatste paar honderdduizend jaar. Maar uit geologisch onderzoek blijkt dat de temperatuurstijgingen altijd vooraf gingen aan de stijgingen van het CO2–gehalte (die dus het gevolg moesten zijn van ontgassing van de oceanen). Er zijn geen aanwijzingen dat CO2 verdere significante temperatuurstijging kan veroorzaken (meer dan een paar tienden van een graad).

Hierboven geef ik al aan dat er een goed verband is tussen CO2 en temperatuur de laatste 100 jaar. Maar hoe zit het nu met die ijstijden? Tartte CO2 toen de wetten der natuurkunde? Thoenes geeft terecht aan dat tijdens de afwisselingen tussen ijstijden en tussenijstijden eerst de temperatuur veranderde, daarna pas de CO2-concentratie. Dit weten we uit boringen in het ijs op Groenland en Antarctica. CO2 kan dus niet de aanleiding zijn geweest. Maar als je wat verder nadenkt zie je ook wel in dat dit geen argument tegen het broeikaseffect van CO2 is. Sterker nog, het is moeilijk om de temperatuurschommelingen en de mondiale omvang van ijstijden te verklaren zonder het versterkende effect van CO2: eerst verandert de temperatuur, die heeft invloed op de CO2 concentratie, en die versterkt de initiële temperatuursverandering. Als je dit niet slikt denk dan hier over na: als de stand van de aarde ten opzichte van de zon de enige factor zou zijn in het ijstijden verhaal dan zou het in het zuidelijk halfrond tijdens een ijstijd warm moeten zijn, niets is minder waar.

Ook verder in de geologische geschiedenis is er in het algemeen een correlatie tussen broeikasgassen en temperatuur. En uiteraard zijn er warme periodes geweest waarin de CO2 concentratie laag was, en koude periodes waarin de CO2–concentraties hoog was. Als CO2 de enige factor in het klimaatsysteem was zou dit de rol ervan ontkrachten, maar we weten uiteraard beter en dit is dan ook geen argument tegen het broeikaseffect zoals Thoenes ons wil doen geloven.

3) Klimaatgevoeligheid. Dit is misschien wel de belangrijkste parameter in het hele debat. Klimaatgevoeligheid wordt gedefinieerd als de opwarming die bij een verdubbeling van CO2 hoort. De mate van opwarming door alleen CO2 is onomstreden want gebaseerd op natuurkunde, die is ongeveer 1 graad voor iedere CO2–verdubbeling. Die opwarming kan dan versterkt of verzwakt worden door zogenaamde terugkoppelingen (feedbacks). Versterkende factoren zijn o.a. het smelten van ijs waardoor er minder zonnestraling wordt teruggekaatst en een toename van waterdamp in de atmosfeer, het belangrijkste broeikasgas. Een daarmee samenhangende verandering in het wolkendek met mogelijk meer weerkaatsing van zonlicht zou verzwakkend kunnen werken.

Wat klimaatgevoeligheid betreft zitten klimaatmodellen rond de drie graden. Recente schattingen op basis van observaties zitten rond de anderhalve graad en zijn dus fors lager. Deze schattingen komen gedeeltelijk van meer sceptisch ingestelde wetenschappers zoals Roy Spencer en Nic Lewis. Schattingen op basis van paleo–data zoals bijvoorbeeld de ijstijden zitten rond de drie graden, maar de onzekerheid daarin is erg groot.

Als we weer zelf naar de data kijken komen we rond de 2 graden uit: dit is 3.7 keer de helling tussen CO2 en temperatuur (want dat is klimaatgevoeligheid), zie figuur d. Die 3.7 komt van de forcering van een verdubbeling van CO2. Uiteraard, dit is heel simpel en er zijn wel wat complicaties, maar dit is in essentie wel waar de waardes van de “observation-based” schattingen vandaan komen waar mensen als Matt Ridley hoog over spreken en die ook op dit blog de handen op elkaar krijgt. In de studie die ik eerder aanhaalde kwamen we op 1.6 uit, hier zit ook de invloed van de AMO–oceaanstroming in verwerkt die waarschijnlijk een deel van de opwarming tussen 1970 en 2000 kon verklaren.

Korte samenvatting: als alles meezit (lees: als de publicerende sceptici gelijk krijgen) en de laagste waardes voor klimaatgevoeligheid blijken de juiste te zijn, dan komen we zonder mitigatie toch nog boven de 2 graden uit. Dit is omdat je de waardes voor klimaatgevoeligheid nog moet vermenigvuldigen met het aantal “CO2 verdubbelingen”, en dat is ongeveer 2 verdubbelingen rond 2100 met ongewijzigd beleid, zie een eerder gastblog op Marcel Crok’s blog. Uiteraard kunnen natuurlijke factoren die opwarming verzwakken of versterken, zeker op tijdschalen van jaren en decennia, net zoals ze dat over de laatste eeuw hebben gedaan.

Met andere woorden, op basis van de wetenschappelijke literatuur is het duidelijk dat wij het klimaat veranderen en dat we hoogstwaarschijnlijk minimaal 2 graden opwarming krijgen in 2100 bij ongewijzigd beleid. Daar verandert het hiaat, de dubieuze statistiek van de hockeystick, de kosten van adaptatie, etc. niks aan. Over of klimaatgevoeligheid nu 1,5 of 3 graden is kan je discussiëren, hetzelfde wat betreft voor en nadelen van mitigatie versus adaptatie, zeker omdat daar ook waarde–oordelen een rol spelen.

Maar op het moment dat je de rol van de mens op het klimaat afdoet als onbetekenend zet je je buiten de wetenschappelijke waarheid en daar wordt uiteindelijk niemand beter van.

Guido van der Werf

Guido van der Werf

 

Aldus Guido van der Werf.

Een langere lijst met meer puntsgewijze kritiek is hier te vinden.

Voor mijn eerdere bijdragen over klimaat en aanverwante zaken zie hierhier, hier, hier en hier.

 

Door |2015-06-30T07:58:30+00:0030 juni 2015|110 Reacties

110 Comments

  1. Guido 1 juli 2015 om 13:32 - Antwoorden

    Bedankt allemaal voor de reacties. Ik probeer een aantal dingen te bundelen en hieronder weer te geven, ik zal hierboven ook bij een aantal mensen meer specifiek commentaar te zetten. In het algemeen gingen reacties over dat de zon een hogere samenhang met de temperatuur gaf dan ik voorstelde, over het hiaat, en over de betrouwbaarheid van de meetgegevens. Ik zal die hieronder puntsgewijs zetten.

  2. Guido 1 juli 2015 om 13:34 - Antwoorden

    Toch de zon! Wim en Jan gaven aan dat je een betere samenhang tussen de zon en temperatuur krijgt als je de data anders weergeeft. Ik heb een plezierige email wisseling met Wim gehad en naar aanleiding van zijn suggesties een grafiek gemaakt. Even los van noodzakelijke versterkingsmechanismes blijft het moeilijk om de zon als alles verklarend te zien omdat:
    1) de zon de laatste 30 jaar het tegenovergestelde patroon van de temperatuur laat zien
    2) de zon de temperatuur volgt in het midden van de vorige eeuw: de zon stijgt door tot aan 1960 ofzo en daalt dan, terwijl de temperatuur dan al een tijdje constant is danwel daalt.

    Nogmaals, ik zeg niet dat de zon geen invloed heeft. Maar CO2 afdoen als niets betekend omdat de correlatie met temperatuur niet 100% is en dan naar de zon wijzen zoals in het betoog van Thoenes dat is niet houdbaar. Daarnaast is het niet verstandig om je op één factor vast te pinnen, zeker niet over relatief korte tijdschalen.

  3. Guido 1 juli 2015 om 13:34 - Antwoorden

    Het hiaat. Een aantal mensen waaronder Jan en David geven aan dat door een lopend gemiddelde te pakken je het hiaat gedeeltelijk buiten spel zet. Dat klopt natuurlijk, daarom heb ik niet alleen het lopend gemiddelde maar ook de jaarlijkse data in de lichte kleuren in de grafiek gezet.

    Je ziet dan dat tijdens het hiaat (of hoe je het ook wil noemen) de helling tussen CO2 en temperatuur fors lager ligt dan daarvoor. De vraag is natuurlijk of dit het broeikasverhaal ontkracht. Ik kan mijn antwoord daarop wel geven, maar het zou nuttiger zijn om te horen van Jan en David wat zij verwachten wat er zou gebeuren als
    1) de zon onderuit gaat
    2) we een aantal “koude” La Nina’s hadden het afgelopen decennium
    3) De AMO op zijn hoogtepunt is gekomen
    4) De PDO van warm naar koud gaat

  4. Guido 1 juli 2015 om 13:36 - Antwoorden

    Nauwkeurigheid datasets. Het lijkt me de meest logische vraag: hoe betrouwbaar is de data die we hier laten zien, heeft het wel zin dit soort grafiekjes te maken? Ik “produceer” zelf data (over emissies van ontbossing en bosbranden) en weet dat daar flink wat onzekerheid in zit. Maar als we de emissies in de atmosfeer transporteren met een model (jaja, nog een) dan voorspellen we bijvoorbeeld de concentratie van koolmonoxide of stofdeeltjes in de atmosfeer. Die meten we ook met behulp van satellieten en in het algemeen komen de voorspellingen en metingen goed overeen. Beter dan in eerdere versies van onze schattingen.

    Wat ik daarmee wil zeggen is dat zeker onzekerheid in de data zit maar dat onafhankelijke studies en bronnen wel een bepaalde hoeveelheid vertrouwen geven en dat en continue vooruitgang is. De CO2 metingen hebben overigens een kleine onzekerheid, vooral sinds 1958 toen ze direct gemeten werden. Zonnevlekken lijken ook redelijk betrouwbaar (onafhankelijke groepen die observaties doen) maar verder terug in de tijd is er wel discussie, zie climatedialogue.org. Temperatuur, tja, iedereen weet hoeveel correcties daarvoor nodig zijn die soms de trends versterken, soms verzwakken. Ik weet weinig hiervan maar op het moment dat de verschillende onderzoeksgroepen (inclusief sceptisch ingestelde wetenschappers) tot dezelfde resultaten komen dan lijkt het mij redelijk betrouwbaar.

  5. Erik 1 juli 2015 om 17:24 - Antwoorden

    Guido, je ziet bijv bij HadCrut de temperatuur stijgen van 1850 tot 1880, dalen van 1880 tot 1910, weer stijgen tot 1940, weer dalen van 1940 tot midden jaren 70, weer stijgen tot circa 2000 en daarna vlak worden. Al die tijd stijgt CO2 netjes door, je hebt dus verschillende positieve en negatieve correlaties die elkaar opvolgen. Momenteel is de correlatie al jaren ongeveer nul.
    Is dit nou je krachtig bewijs van CO2 als veroorzaker van opwarming? Het koelt even vaak af als dat het opwarmt. Alleen in de peride half 1970 tot 2000 lopen CO2 en T gelijk op met een flinke pos. correlatie. Toevallig is dat ook net een periode van een positieve AMO index. Wie heeft nou het meeste effect?

    • Ivo 2 juli 2015 om 10:08 - Antwoorden

      Ik vraag me af, kan er geen data over vinden, of het schoner worden van de lucht eind vorige eeuw een versterkend effect heeft gehad. Het zou de daling na 1940 (toenemende vervuiling) en de stijging na 1970 mede kunnen hebben beïnvloed.

      • Boels 2 juli 2015 om 14:15 - Antwoorden

        Dat zou toch op de site van het RIVM te vinden moeten zijn (nee dus).
        Wel kwam ik data over het aantal microMol/l SO4 tegen.
        In de periode 1992 tot 2008 is dat ongeveer lineair afgenomen van ongeveer 43 naar 20 microMol/l.

      • Herman Vruggink 2 juli 2015 om 14:24 - Antwoorden

        Ivo,

        Als je zegt “mede kunnen hebben beïnvloed.” dan zullen de meeste wetenschappers zeggen dat dit niet een onmogelijkheid is. Maar als we verder in zoomen dan is de zogenaamde opklaring meer een continentaal gebeuren (VS en Europa) dan Globaal. Verder is die opklaring ook meer iets van de jaren negentig. Guido heeft onlangs nog een weergave laten zien van de aerosol forcing (koeling) waarin deze nog steeds toenam. Dit was dan wel de NASA weergave die mogelijk onder invloed van het wensdenken van Hansen tot stand is gekomen. Zelf neem ik daarom de IPCC weergave waarin de aerosol forcing niet meer toeneemt. Als je meert wilt weten over aerosols dan kan je het beste zoeken in IPPC AR5. Veel leesplezier!

        O ja, er zijn ook aerosols die opwarming veroorzaken, de black soot. Die factor kan ook groter zijn dan nu wordt aangenomen.

    • Guido 2 juli 2015 om 10:42 - Antwoorden

      Erik – het krachtigste bewijs is uiteraard absorptie, maar daar geloven veel mensen hier blijkbaar niet in. Tenminste niet op het moment dat het ze niet uitkomt. Verbanden leggen lijkt me dan makkelijker te interpreteren. Ik heb het heel simpel gehouden met CO2 tegenover de zon vooral omdat ik wil laten zien de eerste een veel hogere samenhang met temperatuur heeft dan de 2e.

      En ja, je kan altijd tijdsperioden vinden waarvoor het niet opgaat, bij zowel de zon als bij CO2. Als je CO2, de zon, AMO, ENSO, vulkanen, etc combineert dan kan je wel iets zinnigers zeggen (sceptisch ingestelde wetenschapper!) dan alleen kijken naar tijdsperiodes waar het wel of niet overeenkomt.

      Specifiek ingaand op jouw suggestie: AMO kan net als ENSO en PDO temperaturen beïnvloeden, maar er zit geen trend in die factoren op langere termijn. Die zit wel in de temperatuur, ook in de zon de eerste helft 20e eeuw maar niet in 2e helft 20e eeuw, en uiteraard in CO2.

      • Erik 2 juli 2015 om 13:43 - Antwoorden

        Beste Guido, dank voor je antwoord.
        Maar wat denk je van de volgende figuur van AMO en T anomalie:

        http://www.woodfortrees.org/plot/hadcrut4gl/detrend:0.8/from:1850/mean:360/plot/hadcrut4gl/detrend:0.8/from:1850/trend/plot/esrl-amo/from:1850/mean:360/offset:-0.3/plot/esrl-amo/to:1850/trend/offset:-0.3
        Hadcrut4 is gedetrended om vergelijking met AMO beter mogelijk te maken. Om die reden is ook een 360 maanden moving average gebruikt (30 jaar). Maar ook als je bijv. 12 mnd gebruikt is de overeenkomst opvallend.

        • Guido 2 juli 2015 om 16:13 - Antwoorden

          Erik, dat komt heel mooi overeen en mede daarom wordt hij ook meegenomen in de studies zoals degene die ik hierboven aankaartte. De crux zit hem uiteraard in het moeten detrenden van de temperatuur dataset; AMO kan een deel van de variabiliteit verklaren (en m.i. heeft hij ook geholpen bij de opwarming 1970-2000, hoeveel is de vraag) maar niet de trend in opwarming.

          De getallen: AMO heeft ongeveer een amplitude van 0.4 graden en het gebied is ongeveer 10% van het hele oppervlak. Hij wordt trouwens gedefinieerd als de temperatuur van de Noord Atlantische oceaan dus in de ruwe data zie je ook het ENSO en vulkaansignaal terug.

        • Herman Vruggink 2 juli 2015 om 20:24 - Antwoorden

          Guido,

          “10% van het oppervlak” Hoe groot is de invloed van de AMO op het klimaat van aangrenzende continenten, Europa, Noord Amerika en niet te vergeten het poolgebied?

        • Guido 2 juli 2015 om 22:02 - Antwoorden

          Herman – goede vraag, ik denk niet dat iemand het antwoord weet. Ik zeker niet. Als je op de regressie methode van Chylek afgaat voelt ongeveer de helft van de aardbol de effecten, en zit er dus de helft van 0.4 graden amplitude = 0.2 graden amplitude in het wereldwijde signaal.

  6. wim 1 juli 2015 om 17:44 - Antwoorden

    het was een prima email-wisseling, maar op een paar belangrijke punten ben ik het duidelijk nog niet eens met Guido.
    1) in de periode 1910-1940 steeg de temperatuur evenveel als in 1975-2005. CO2 kan de verklaring niet zijn. Dat erkent ‘iedereen’. De zon wel: die was veel actiever dan voor 1910. Rond 1870 was de zon trouwens eveneens actief en steeg de temperatuur ook.
    2) in 1945-1960 is de zon zeer actief, maar daalt de temperatuur. Klopt niet. In 1945-1960 steeg CO2 snel. Dat klopt dus ook niet. Ik denk dat een zware luchtvervuiling de warmte van de zon tegenhield.
    3) tussen 1975 en 1995 was de zon erg actief. De temperatuur steeg snel. Dat klopt dus. Echter ook met de CO2-theorie.
    4) Zonnecyclus C23 die rond 2003 z’n piek had was lager dan C21 en C22 (120 tegen 2 maal 160), maar hoog genoeg om enige opwarming te geven. Een cyclus geeft namelijk opwarming als hij duidelijk boven de 100 komt. Er was dus enige opwarming tot 2003/4. Daarna gaat de temperatuur flipperen, maar blijft grosso modo ongeveer gelijk. CO2 stijgt ook na 2004 zeer snel door. Dat klopt dus niet.
    5) Zonnecyclus 24 is laag, maar bereikt toch in 2014 nog een piek van 80. De temperatuur blijft flipperen, maar de cyclus loopt ten einde en enige temperatuurdaling kan nog komen rond 2019. Ik denk zal nog komen. De CO2 theorie klopt niet: in het tijdvak 2008-2015 had de temperatuur moeten stijgen.
    Het jaar 2014 was warm, maar de zon piekte toen. Trouwens, de troposfeer was helemaal niet zo warm.
    Concluderend kom ik tot 3 a 4 bevestigingen van mijn zonnemodel, maar slechts 1 a 2 opstekers voor de CO2-theorie. De zon wint op punten dacht ik!

    • Erik 2 juli 2015 om 18:07 - Antwoorden

      Wim, wat denk je vd oceanen, AMO en PDO in negatieve fase, als verklaring voor de daling na 1945?

  7. rhenense griek 1 juli 2015 om 18:43 - Antwoorden

    Het is fantastisch dat dit stuk deze zaken onderstreept:
    “Daar verandert het hiaat, de dubieuze statistiek van de hockeystick, de kosten van adaptatie, etc. niks aan. ”
    Maar wat veranderd is, is dat dit stuk uit onverdachte hoek steunt dat er een hiaat is. Dat de hockeystick grafiek een nepper is, en dat adaptatie bijna niks kost in vergelijking met mitigatie.
    Belangrijke puntjes lijkt me.

  8. TINSTAAFL 1 juli 2015 om 21:12 - Antwoorden

    Wat ik vaak mis in Climatology is de stelling:
    “We Don’t Know”.

    Te vaak worden er weer andere factoren en forcings er met de oren bij gesleept net zo lang de theory wordt “bewezen” totdat dit weer onderuit wordt gehaald door de werkelijkheid en begint alles weer van voren en dit alles met temperaturen tot 3 cijfers achter de komma (yeah..right).

    • Joris van Dorp 3 juli 2015 om 08:52 - Antwoorden

      Niet ‘temperaturen’, maar ‘temperatuurverschillen’. De eerste kan niet met 3 cijfers achter de komma worden bepaald. Maar de tweede wel. Dit onderscheid is belangrijk.

  9. wim 2 juli 2015 om 09:02 - Antwoorden

    de stelling ‘de zonneactiviteit daalt, maar de temperatuur stijgt, dus kan de zon niet de oorzaak zijn van de opwarming’ is onjuist. Het is vergelijkbaar met : ‘de zon daalt, dus daalt de temperatuur’. Dat is (natuurlijk) ook niet waar. Gisteren daalde de zon al na 2 uur ’s middags, maar de temperatuur steeg door tot 6 a 7 uur ’s avonds. Pas toen de zon echt laag stond ging de temperatuur dalen. Zo is het ook met de zonneactiviteit. Pas als die onder een bepaald niveau komt, gaat de aardtemperatuur dalen. Bijna alle zonnecycli in de 20-ste eeuw waren hoog genoeg om opwarming te veroorzaken, en deden dat dan ook.

  10. Joris van Dorp 3 juli 2015 om 08:49 - Antwoorden

    Bloomberg heeft een mooie infographic waarop de relatieve invloed van de verschillende natuurlijke en onnatuurlijke forcings helder in beeld gebracht worden. Sluit goed aan op de discussie hier. http://www.bloomberg.com/graphics/2015-whats-warming-the-world/

    • Hans Erren 3 juli 2015 om 23:34 - Antwoorden

      Merk op hoe een catastrofale CO2 opwarming 1-op-1 wordt gemaskeerd door een gelijk stijgende aerosolkoeling. Aerosolen dienen als fudge factor om zo een catastrofale CO2 klimaatgevoeligheid in 2100 te verkrijgen.

    • TINSTAAFL 4 juli 2015 om 00:09 - Antwoorden

      Grafiek eindigt in 2005, ik vraag me af waarom (hint: hiatus)?

      • Guido 4 juli 2015 om 08:14 - Antwoorden

        Tinstaafl, heb je überhaupt wel gelezen of geprobeerd de grafieken te interpreteren? Hint: de lichte kleuren zijn de jaarlijkse waardes waarin het hiaat dus zit.

  11. wim 3 juli 2015 om 09:48 - Antwoorden

    @erik: ik zag je vraag te laat. Ik denk dat de zonneactiviteit ook bepalend is voor AMO en PDO. Er is een zeer duidelijke correlatie. In de jaren 1945-1965 zit een temperatuurdip. Ik denk niet dat die kan zijn veroorzaakt door koude oceanen. Ik denk eerder aan beperking van de instraling van de zon die zowel land als zee deed afkoelen.

    • Erik 3 juli 2015 om 12:02 - Antwoorden

      Wim, de dip duurde wel van circa 1945 tot 1975, dus zo’n 30 jaar.

  12. wim 3 juli 2015 om 09:51 - Antwoorden

    @joris: wat en leuk programmaatje! Maar het effect van de zon is veel te klein ingeschat.

  13. wim 3 juli 2015 om 12:28 - Antwoorden

    @erik: de daling vond vooral in 1945-1955 plaats. De AMO daalde pas rond 1960 flink. De PDO daalde wel vanaf 1945. Maar: zowel bij AMO als PDO is duidelijk een 11-jaarlijks patroon zichtbaar conform de zonnecycli. Ik zie de zon dan ook als primair en de oceanen als secundair.

  14. hwdenhar 5 juli 2015 om 13:06 - Antwoorden

    Indien je in kort bestek met behulp van enkele figuren een boodschap wilt overbrengen is het wel zaak er voor te zorgen dat de figuren “self explaining” zijn en geen additionele vragen oproepen.
    Ik zie dat in figuur b. het CO2-gehalte van de atmosfeer niet wordt uitgedrukt in volume fractie, niet in mol per volume-eenheid, niet in massa per volume-eenheid maar in W/m2. Bij een poging tot interpretatie ga ik er maar van uit dat het CO2-gehalte hier wordt gekarakteriseerd via de invloed die op een energieflux wordt uitgeoefend. Dit roept additionele vragen op:
    – Waar is deze energieflux gelocaliseerd? Op het grensvlak van landmassa/oceaan
    met de troposfeer? Aan de bovenzijde van de troposfeer, d.w.z. naar stratosfeer
    en ruimte? Op een andere voor mij niet inzichtelijke logische locatie?
    – In de periode van 1900 tot heden neemt de beïnvloeding van de energieflux toe met
    een factor 6 terwijl het CO2-gehalte van de atmosfeer in deze periode hooguit met
    een factor 2 is gestegen. Dit duidt op een niet-lineair verband tussen de twee
    grootheden??
    – Wat is het fysisch mechanisme dat aan dit verband te grondslag ligt?

  15. Wouter 5 juli 2015 om 15:47 - Antwoorden

    Complimenten aan Guido (en Hans) voor zijn verschijning hier!

    Beste Guido

    Ik weet weinig van klimaat maar wel wat van statistiek. Ik beperk me daarom met name tot de twee belangrijkste grafieken: a (temperatuur) en b (CO2).

    1. Het correleren van twee sterk stijgende curves is weinig zinnig. Stel dat het aantal kinderen per echtpaar over een eeuw stijgt van 2 naar 4 kinderen, terwijl het aantal ooievaars is verdubbeld. Dan is het wat onzinnig om over een kindgevoeligheid van 2 te spreken als je daarmee causaliteit wil suggereren, want die is er natuurlijk niet. Wij statistici noemen dit valse correlaties (“spurious correlations”). Voor leuke (grafische) voorbeelden , zie bv. http://www.tylervigen.com/spurious-correlations

    2. Het zou daarom veel interessanter zijn om naar de eerste verschillen (jaar-op-jaar delta’s) van beide reeksen te bekijken en die te relateren. Maar de delta’s van CO2 zijn bijna constant (positieve autocorrelatie: gladde curve) terwijl de temperatuur delta’s alle kanten opgaan (negatieve autocorrelatie). Dit geeft dus zo goed als geen correlatie. Op basis hiervan dus ook geen causaliteit.

    3. Guido zegt dat hij in grafiek a uitgaat van veranderingen. Dat is onjuist. De grafiek a toont de (verschoven) temperatuurniveau’s (met een verder onbepaald nulpunt). Je kan daar wel jaar-op-jaar delta’s uit afleiden maar dat is in ieder geval niet gedaan in grafiek c en d. Hij relateert dus wel degelijk niveau’s ipv. delta’s.

    4. Laten we eens beter naar de temperatuurtrend in grafiek a kijken: er is een toename van pakweg 0,5 graad Celcius van 1900 tot 1940, een opvallende afvlakking van 1940 tot 1980 en weer een stijging van 0,5 graad van 1980 tot 2010. Ik zeur niet over de recente hiaat, het gaat om de grote lijnen dus de drie genoemde perioden. De CO2 concentratie verdubbelt in iedere periode (wat een toeval trouwens), dus ook voor 1940.

    5. Dus de CO2 concentratie stijgt in alle drie de perioden evenveel. Dus ook in de periode 2 (1940-1980) waar de temperatuur niet steeg (maar bijna terugliep). Van een directe (lineaire) relatie tussen de temperatuurtrend en CO2 kan dus ook obv. deze analyse geen sprake zijn, laat staan van een causaliteit.

    6. Als ik naar de grafiek d kijk zie een puntenwolk met de datapunten van beide metingen (niveau temperatuur en niveau CO2). Deze grafiek lijkt indrukwekkend (zeker door de donkere trendwaarden voor de temperatuur), doch de correlatie R2 van .8 of .9 zegt helaas niks. Komt gewoon doordat beide curves sterk stijgen, meer niet. Daar kan je geen causaliteit op baseren.

    7. Als de aantallen kinderen en ooievaars in mijn voorbeeld (zie 1) net zulke sterk stijgende lijnen zouden geven als beide grafieken (temperatuur en CO2) hier, zie je precies hetzelfde beeld als in grafiek d en dezelfde hoge correlaties R2. Dit is het gevolg van de stijging in beide grafieken. Betekent dus ook niks (zie 1). Multipele (lineaire) regressie verandert daar waarschijnlijk weinig aan.

    8. Extrapolatie naar toekomstige 2 graden temperatuur stijging is natuurlijk, op basis van grafiek a (met 1 graad stijging over honderd jaar) en de niet aangetoonde relatie met CO2, helemaal uit den boze. En hoe je aan die klimaatgevoeligheid van meer dan twee graden komt op basis van de plaatjes, begrijp ik helaas niet. Over periode 1 en 3 vind ik een klimaatgevoeligheid van ca. 0,5 graad, doch over periode twee nul graad. Dus dat klopt ook niet.

    9. Wetenschap is het toetsen van hypothesen aan de werkelijkheid (empirie). Complexe klimaatmodellen met heel veel parameters en weinig empirie vind ik dus een beetje verdacht. Dan ligt altijd “datasnooping” op de loer, zoals bv. bij de “hockeystick”. In dat kader is de uitspraak van de briljante wiskundige Von Neuman interessant: “With four parameters I can fit an elephant, and with five I can make him wiggle his trunk.”

    Groet, Wouter

    • Janos73 5 juli 2015 om 16:14 - Antwoorden

      ” k weet weinig van klimaat maar wel wat van statistiek. ”

      En dat is wel duidelijk ook

      ” Wij statistici noemen dit valse correlaties (“spurious correlations”).”

      Maar er is een fysische reden om aan te nemen dat CO2 invloed heeft op de temperatuur. Het is nl. een broeikasgas…..

      ” De CO2 concentratie verdubbelt in iedere periode (wat een toeval trouwens), dus ook voor 1940.”

      Voor de industriële revolutie waren we ongeveer op 280 ppm nu op 400, we hebben dus nog niet een verdubbeling achter de rug.

      • henkie 5 juli 2015 om 16:49 - Antwoorden

        Gelukkig is er Janos73, onze onvolprezen klimaatwetenschapper. Die wetenschappelijke citaten uit hun verband rukt, neuzelsites als wetenschappelijk presenteert en ons elke dag opnieuw trakteert op zijn grondig doorwrochte geloofsbelijdenis. Niets is hem te dol.
        Hij weet niets van het bedrijven van wetenschap, kan geen wetenschappelijk artikel lezen, laat staan doorgronden, kent geen statistiek, kortom het hele Popperiaanse gedachtengoed is hem vreemd. Maar hij moet als zendeling hier zieltjes werven. Mij best.

    • Guido 5 juli 2015 om 16:19 - Antwoorden

      Dank je Wouter – zie mijn opmerking over correlatie en causaliteit in de tekst. Je suggestie om naar jaarlijkse veranderingen tegen co2 te kijken lijkt mij niet produktief, op jaarlijkse schaal zijn enso, vulkanen, en andere schommelingen veel belangrijker. Besef aub ook dat de getoonde grafieken met name bedoeld zijn als kritiek op het verhaal van Thoenes waarin aan de zon een veel betere samenhang met temperatuur wordt toegeschreven dan aan co2. Hoe zie jij de correlatie tussen de zon en temperatuur?

    • Erik 19 juli 2015 om 23:07 - Antwoorden

      Wouter
      ‘Guido zegt dat hij in grafiek a uitgaat van veranderingen. Dat is onjuist. De grafiek a toont de (verschoven) temperatuurniveau’s (met een verder onbepaald nulpunt)’
      Eigenlijk zou Guido dus beter kunnen werken met temperaturen ipv deze verschoven temperaturen, die hij anomalieën noemt.

Geef een reactie

Conform ons Privacybeleid maken wij gebruik van Cookies om onze website beter te laten werken. OK