Nieuw proefschrift bewijst: natuurclubs en Planbureau bedrijven ecologische geschiedsvervalsing

Zowel de populatie-omvang van vogels anno nu is groter dan in 1850, en ook het aantal vogelsoorten is toegenomen. Daarmee is de biodiversiteit qua vogels nu dus veel groter dan vroeger. Dat stelt historicus Jan de Rijk van de Vrije Universiteit vast in zijn ecologisch-historische proefschrift ‘Vogels en mensen in Nederland van 1500-1920‘. Zijn historische bronnenonderzoek naar echte feiten en gegevens over vogels vanaf het jaar 1500 werpt een bedenkelijk licht op de klaagzangen van Postcodeloterij-lievelingen als Vogelbescherming Nederland, Waddenvereniging, Natuurmonumenten, Wereld Natuur Fonds.

 

Onzin, aldus De Rijk ten aanzien van de biodiversiteit van vogels...

Onzin, aldus De Rijk ten aanzien van de biodiversiteit van vogels…

Ook de – door Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten continue gepapegaaide- bewering van het Planbureau voor de Leefomgeving dat wij nog ’15 procent’ biodiversiteit over zouden hebben krijgt er bij De Rijk van langs. Wij fileerden de boterzachte aannames onder die bewering hier al, De Rijk bevestigt onze analyse ten aanzien van vogels. 

Uit het voorkomen van soorten in natuurlijke en door mensen veranderde gebieden zijn oorzaak-effect relaties afgeleid. Die vormen de basis om uit veranderingen in landgebruik verlies aan soorten te schatten. Een gangbare internationale indicator (hier schrijft De Rijk het PBL over, maar de MSA-methode wordt alleen door PBL gebruikt RZ) geeft voor Nederland een biodiversiteitsverlies aan van zo’n 85% ten opzichte van referentiejaar 1700. Voor de periode 1900-2000 meet die een halvering van de biodiversiteit. Vogels wegen in deze indicator zwaar mee.

Generaties ornithologen en meetlatten voor de biodiversiteit geven daarmee een vergelijkbaar beeld van voortdurende afname in de vogelwereld. In de beschrijving van de oorzaken daarvan is afgelopen eeuwen opmerkelijk weinig veranderd. Toename van bevolking, verandering en intensivering van het landgebruik en exploitatie van vogels worden als oorzaken voor de verarming genoemd. De invloed van de mens wordt hierin dus eensgezind sterk negatief beoordeeld.

Maar recente tellingen aan diversiteit in vogelsoorten en hun voorkomen geven een ander beeld van de ontwikkelingen. In de afgelopen 150 jaar is in Nederland een derde van de soorten in aantal afgenomen, een derde toegenomen, terwijl het aantal soorten is gegroeid. De biodiversiteit aan vogels nam dus toe.

Roofvogels waren vroeger systematisch vervolgingsslachtoffer

Roof(…)vogels waren vroeger systematisch vervolgingsslachtoffer, omdat zij van arme mensen’roofden’ die dat economisch niet konden verkroppen. Nu heeft die ‘roof’ geen economische consequenties meer, en dus laten we ze leven

Premies voor uitroeien vogels houden roofvogels/roofdieren kunstmatig zeldzaam, patrijzen en grondbroeders kunstmatig algemeen
Vooral vanaf de Franse tijd rond 1800 hadden vogels in het wild het aanmerkelijk slechter dan nu, zo blijkt uit De Rijk zijn uitgebreide historische bronnenonderzoek van Kamerstukken, jachtverslagen, iedere geschreven bron waar iets over het voorkomen van vogels in Nederland te vinden was.Pas door toenemende welvaart rond 1900 kreeg de natuurstudie en vogelbescherming voet aan de grond, en kwam een einde aan grootschalige uitroeiing van ondermeer roofvogels.

In de eeuwen daarvoor waren juist de duurzame levensstijl van armoedige kleinschalige boeren een drijver van natuurexploitatie en daarmee drukfactor op de natuur. De enige rem op volledige uitroeiing van diersoorten vormden voor de Franse tijd de adellijke jachtbelangen. Daardoor was exploitatie van wilde vogels en wilde dieren in de natuur voorbehouden aan de happy few. En stonden hoge boetes op overtreding.

Na de Franse tijd – toen jacht werd verruimd naar mensen met grondbezit- werden die jachtbelangen juist een drijver voor uitroeiing van alle diersoorten die jacht in de weg stonden. Zo werden- tot afschaffing in 1860- op grootschalige wijze premies uitgeloofd. Maar ook spreeuwen, mussen, kraaien, roeken alles werd massaal uitgeroeid. Op een Rijksbegroting van 60 miljoen gulden ging 10.000 gulden naar premies om roofdieren uit te roeien. Toen 19de eeuwse ecologische inzichten opkwamen over een ‘natuurlijk evenwicht’ kwam kritiek op die uitroeiing. Roofvogels zouden ook nut hebben als bestrijders van muizen.

1672: Overheid Groningen geeft opdracht bevolking om alle reigers, kraaien, roofvogels uit te roeien

1672: Overheid Groningen geeft opdracht bevolking om alle reigers, kraaien, roofvogels uit te roeien: proefschrift Jan de Rijk blz 173

 Te korte historische tijdshorizon geeft verkeerd beeld vogeltrends en ‘natuurlijke’ referentiebeelden
Bij groene loterijmiljonairs gaat het met de natuur nu altijd slechter dan vroeger, en uw welvaart is de schuldige. En dan duwen ze hun giro onder je neus, om een stukje van uw welvaart naar hun bankrekening te verplaatsen. Veel ‘achteruitgang’ ontstaat echter door dat deze clubs een te korte tijdshorizon bekijken, bijvoorbeeld een trend sinds 1970. Met name bij weidevogels was toen sprake van een abnormale piek in de populatie, en vanaf die referentie kan het inderdaad alleen maar slechter gaan. 

Op basis van die valse voorstelling van zaken, troggelt het Fryske Gea nu ook geld af van het Waddenfonds om- zogenaamd voor de ‘achteruitgaande’ scholekster- een kwelder met subsidie toe te takelen in het buitendijks gebied. Natuurmonumenten rooft zo met de grote stern in de hand nu miljoenen euro’s uit het Waddenfonds om Griend toe te takelen. Een zelfde zien wij overigens bij de ‘achteruitgang van de visstand op het Wad’, die Natuurmonumenten, Waddenvereniging cs nu weer verkondigen om zo 55 miljoen euro te kunnen stelen voor hun peperdure Vismigratierivier. Er is hooguit weer even veel/weinig platvis als in de fosfaatarme jaren ’50.

Konijnenplagen hielden dankzij afwezigheid roofdieren de duinen open

Konijnenplagen hielden dankzij afwezigheid roofdieren (dankzij uitroeiing voor jachtbelang) de duinen open

Zie ook de invoering van exotische Waddenbisons op Schiermonnikoog door Natuurmonumenten om de duinen ‘open’ te houden, en de plannen van Han Lindeboom om zelfs elanden en bisons op Texel los te laten. Ook weer om ze ‘open’ te houden. Dat referentiebeeld van open duinen kwam (mede) tot stand dankzij door jagers gestimuleerde konijnenplagen. Ook in de Hollandse duinen werd de vos voor de konijnenteelt systematisch kort gehouden en uitgeroeid. Het zogenaamd ‘natuurlijke’ beeld van open stuifduinen is echter veroorzaakt door kaalvraat van deze exotische knager, die pas in de Middeleeuwen in ons land werd ingevoerd voor vlees en vacht. Pas in de 20ste eeuw nam de macht van de jachtlobby af, en zo verdween ook de bescherming van jachtwild, en konden roofdieren in aantallen opkomen. En hun prooidieren als weidevogels, grondbroeders zijn daar de klos van.

Ten opzichte van de historisch abnormaal hoge aantallen weidevogels in 1960-1990 kun je nu enkel achteruitgang zien

Ten opzichte van de historisch abnormaal hoge aantallen weidevogels in 1960-1990 kun je nu enkel achteruitgang zien

Kortom: wanneer je verder terug kijkt in de geschiedenis, blijken veel vogels in bijvoorbeeld 1900 of 1800 veel zeldzamer dan nu. Terwijl veel andere vogels vroeger meer voorkwamen dankzij minder predatiedruk. Met name voor liefhebbers van roofvogels is het nu beter. Tot 1860 sneuvelden jaarlijks duizenden valken, sperwers haviken maar ook zeearenden (‘ganse-arend’), omdat deze concurreerden met jachtbelangen. Ik stelde al vaker vast dat ons beeld van havik en buizerd als ‘bosvogel’- zoals aangeleerd in het vogelboekje- een valse voorstelling is. Vogels zijn minder kieskeurig in habitat dan wij krijgen aangeleerd. Waar haviken en sperwers nu in Amsterdam broeden lijkt dat een gevolg van een einde aan de eeuwenlange vervolging. Eerder in 1672 kregen bewoners van Groningen van de overheid nog de opdracht om ieder nest dat ze vonden te vernielen.  Alleen de ooievaar en nachtegaal genoten uit folkloristische overwegingen bescherming, zwarte ooievaar, kraanvogel en zeearend verdwenen door vervolging.

Red de rijke natuurclubs van Vogelbescherming Nederland

Red de rijke natuurclubs van Vogelbescherming Nederland

Weidevogels nu nog steeds talrijker dan vroeger
De Rijk moest voor data voor 1900 leunen op reconstructies en het voorkomen indirect afleiden. Want de studie van vogels begon pas toen Nederland welvarend werd zo rond 1900. De eerste wetenschappelijke vogelaar Temminck is rond 1860 de eerste die op enige systematische wijze het voorkomen van Nederlandse vogels documenteerde. De Rijk reconstrueerde onder meer de grootte van populaties weidevogels in de 19de eeuw, aan de hand van marktberichten van eierrapers.

Ook in de 19de eeuw was Friesland met Holland het weidevogelland, met haar bemeste weide. Naast melk en boter, waren de eieren van kieviten een belangrijk exportproduct. Die markt stortte in nadat de Engelsen de handel in kievits-eieren verboden in 1915. Er lijkt een verband te bestaan tussen toenemende bemesting van die weides, en de toename van de stand van grutto’s, tureluurs, scholeksters en kieviten. Met name grutto, tureluur en scholekster waren eerder vooral zeldzame kustbewoners en van veengebieden. Maar zij veranderden hun territorium door het plotse voedselaanbod in de sappige bemeste Friese weides. 

Eind 19de eeuw was er een bloeiende markt voor eierzoekers in Friesland. Die pachtten een stuk weiland waar ze per hectare tot 12 eieren konden oogsten. Een goed broedgebied levert per hectare 1 broedpaar. Op de eiermarkten van Sneek en Leeuwarden konden op marktdagen wel 14.000 eieren te koop liggen.

Volgens de reconstructie van De Rijk op basis van het aantal geraapte eieren per hectare Friese weide waren er rond 1900 ongeveer 25.000 broedparen, terwijl de piek in broedparen in 1970 lag: 40.000. Dus waar de populatie nu ‘achteruit’ gaat, is dat een relatieve achteruitgang.

Dus die campagne Red de Rijke Weidevogelconsultant van Vogelbescherming Nederland. Wat moeten we daarmee?

Hij (187.000 euro) wil uw geld, ecologie en wetenschap interesseert Natuurmonumenten niets, ze willen u  bestelen en betuttelen

Hij (187.000 euro) wil uw geld, ecologie en wetenschap interesseert Natuurmonumenten niets, ze willen u bestelen en betuttelen

Door |2015-06-30T09:59:23+00:0030 juni 2015|5 Reacties

5 Comments

  1. wim 30 juni 2015 om 10:12 - Antwoorden

    goed artikel!

  2. Boels 30 juni 2015 om 12:02 - Antwoorden

    Ook het CBS heeft een andere kijk:
    “De Nederlandse LPI geeft de gemiddelde trend weer van zoogdieren, broedvogels, reptielen en amfibieën samen.
    Sinds 1990 is deze groep met 22 procent toegenomen.
    Deze toename komt door een toename van het aantal zoogdieren, vogels en reptielen
    in deze periode. De amfibieën zijn als groep echter niet toegenomen. Het grootste verschil met de mondiale LPI is dat in de berekening van de Nederlandse versie vissen niet meegenomen zijn.”
    Blz. 95 van:
    http://download.cbs.nl/pdf/trends-in-nederland-2015-web.pdf

  3. Groene Rypke de Duurzaamste 30 juni 2015 om 14:00 - Antwoorden

    Het CBS en PBl doen wel alsof ze kritisch naar elkaar zijn, maar Arco van Strien (CBS) heeft zelf die indexen gemaakt ten opzichte van een ‘oorspronkelijke referentie’. Ook die LPI vertekent, want wat zegt het op en neer gaan van soorten tov 1950 nu over het functioneren van ecosystemen

  4. Peter van Kempen 21 januari 2016 om 20:13 - Antwoorden

    Rypke: je slaat de spijker weer eens op de kop.
    Milieualarmisme viert hoogtij , ook in de discussie over soorten rijkdom en vogelstand vs leefgebieden en milieu . De relatieve teruggang van de kievit wordt als argameddon verkocht: daar hoort een zondebok bij!
    Fijn voor de geitewollen sokkenbrigade, 3 hoog achter in de stad, dat er in de vorm van de nazorgers/natuurbenutters van de vogelwachten meteen een handige “Vijand” is waar zij de schuld van die niet bestaande problemen aan kunnen geven.

Geef een reactie

Conform ons Privacybeleid maken wij gebruik van Cookies om onze website beter te laten werken. OK