In aanloop naar de klimaatconferentie in Parijs beginnen wij de ‘goed nieuws over opwarming en CO2’-serie. Wij meldden al eerder op basis van een artikel in naturistenblad ‘De Levende Natuur’ dat 36 van de 54 Nederlandse libellensoorten in aantal toenamen sinds 1990, en profiteren van de opwarming die in Nederland plaatsvond vanaf 1988. Van die sprong profiteren sinds 1990 ook liefst 14 van de 42 libellensoorten in Groot Brittannie zo blijkt uit de distributie-atlas van de British Dragonfly Society.

Deze 14 soorten lieten een sterke noordwaartse areaaluitbreiding zien, terwijl ze zich beter handhaven in hun bestaande verspreidingsgebied. De auteurs wijten dat vooral aan klimaatopwarming, en daarnaast habitatverbetering in wetlands. Net als bij ons. Dat libellen kunnen profiteren van opwarming, daar is een simpele biologische verklaring voor: ze worden pas actief bij 15 graden, en kunnen dan voedsel zoeken.

Van 8 soorten nam de distributie af, zonder duidelijke aanwijzingen. Ondertussen vestigden zich nog eens 5 nieuwe soorten sinds de laatste atlas van 1996. Van de 3 soorten die in GB afgelopen eeuw verdwenen is er weer 1 teruggekomen.

Eind jaren ’80 zagen we een klimaatsprong in Noordwest Europa van ongeveer een graad, onze Marcel publiceerde daar nog over met Jos de Laat van het KNMI in het Journal of Atmospheric Sciences. Zoals toen terecht opgemerkt, is het meest overtuigende bewijs voor een verband tussen warmere zomers en libellen-welvaren pas te zien als je ook jaar tot jaar variaties kunt verbinden tussen libellen en zomertemperatuur.

Tot zover het goede nieuws. Vergeet vooral ook deze prachtige dieren in de natuur niet eens grondig te bestuderen: kijk ze eens jagen, als helicopters in de lucht stilhangen om dan plots uit te halen. Ik ben Dragonfly-fan geworden en kan niet genoeg van ze krijgen. 

Gisteren groot bezoek in mijn dojo/Abdijkapel

Gisteren groot bezoek in mijn dojo/Abdijkapel, je ziet deze reuzen (deze was bijna 9 cm lang) nu veel meer dan in de jaren ’80

De pervertering van wetenschap: klimaatbiologie
In de computerwereld van klimaatactivisten en Europese bureaufraudeurs van het European Environment Agency heet het dat soorten naar het noorden moeten vluchten op zoek naar voldoende kou. Ze willen iets gunstigs- areaalUITbreiding- uitleggen als een milieuprobleem, door te beweren dat de kwaliteit van habitat 1 op 1 verslechtert met opwarming. Zij zetten daarmee de biologie op haar kop, dat is wat we dan ook ‘klimaatbiologie’ noemen. Biologie die alleen in de computer van fraudeurs en door de overheid/milieuclubs betaalde bureau-activisten plaatsvindt.

Immers, de meeste soorten die het in noordelijke arealen goed doen, zijn namelijk niet koudeMINNEND maar koudeTOLERANT: ten opzichte van zuidelijker soorten kunnen ze koude beter verdragen, zodat ze dan beter concurreren. De natuur is Darwin, niet Plato, waarbij een ‘ideaalnatuur’ ontstaat, een natuurlijk evenwicht als je ‘verstoring’ wegneemt. Natuur is verstoring en alle soorten zijn per definitie opportunistisch, al honderden miljoenen jaren lang. (Al Gore’s geouwehoer is nog maar 9 jaar geleden)

In vrijwel alle studies moet je eerst door alarmistisch proza graven als ‘vulnerable’, ‘risk’ in de inleiding. Daarbij betuigen de onderzoekers hun tribuut aan de milieu-orthodoxie omdat ze anders niet mogen publiceren en geen onderzoeksgeld krijgen. Kijk je dan naar de data, dus wat onderzoekers daadwerkelijk vinden, dan zie je dat libellen sneller reageren op temperatuur dan vele andere factoren: althans in een Australische studie. Dat is- als je niet van Greenpeace of de overheid bent- niet beslist ‘erg’ verschrikkelijk of ramp.

Bedenk dat libellen al honderden miljoenen jaren meegaan en in klimaten tot bloei kwamen die vele graden warmer waren dan nu. Zodra omstandigheden gunstiger worden grijpen ze hun kans weer.

Iets gunstigs- areaaluitbreiding- legt het EEA met klimaatactivisten uit als ramp/milieuprobleem

Iets gunstigs- areaaluitbreiding- legt het EEA met klimaatactivisten uit als ramp/milieuprobleem

Terug naar biologie in de echte natuur buiten de computer van wetenschapsfraudeurs
Of koudetolerante soorten uiteindelijk door toegenomen concurrentie van koukleumen dan zullen opschuiven is nog maar de vraag: immers, hun habitat is niet beslist meteen slechter geworden. Daarnaast was het in het Atlanticum rond 6000 jaar geleden aanmerkelijk WARMER in ons land en het noorden. Diverse soorten uit zuidelijker streken werden toen in onze streken vanuit het zuiden vooruitgeworpen om zich te handhaven in sub-optimale omstandigheden.

Die soorten deden het weer slechter in de Kleine IJstijd en de koudere decennia na 1950, om nu vaak weer te profiteren. Bedenk verder dat onderzoekers tot voor de klimaathype de wetenschap volledig perverteerde ervan uitgingen dat er een ‘atlantisering’ van het klimaat plaatsvond. Dus koelere nattere zomers en zachtere winters, je vindt die verklaring ook nog in de Europese atlas van Broedvogels uit 1996.

Print Friendly, PDF & Email