optimism

Volgende week zal een nieuw boek van Simon Rozendaal verschijnen: ‘Alles wordt beter’ heet het. In dit boek analyseert de schrijver (wetenschapsredacteur bij Elsevier sinds 1975) wat goed gaat, waardoor dit komt en waarom toch niemand dit gelooft.

Elsevier besteedt er deze week al aandacht aan toegelicht met enkele voorbeelden. Het boek is geheel in lijn met publicaties zoals die van Bjørn Lomborg  ‘The sceptical environmentalist’, ‘The rational optimist’ van Matt Ridley en ‘Wie is bang voor vooruitgang’ van Jaffe Vink.

Als je ziet hoe ongekend goed het met de mensheid gaat qua welvaart, levensverwachting, minder oorlogen en doodslag, ongekend schone lucht en schone wateren, lage voedselprijzen et cetera, vraag je je af waar men in godsnaam mee bezig is.

Hoe paradoxaal is het immers dat wij bang zijn gemaakt voor zo ongeveer alles wat denkbaar is. We zijn bang gemaakt voor Monsanto, de farmaceutische industrie, fijnstof, kernenergie, kolen, hondenpoep, chocolade, kunstmest, landbouwbestrijdingsmiddelen, noem maar op.

Hoe velen geloven niet dat de ijsbeer op uitsterven staat en de zesde massa-extinctie op handen is? Er gaat bijna geen dag voorbij zonder onheilstijding over elk denkbaar onderwerp. Het lijkt wel of ook de journalistiek zich kritiekloos heeft vastgebeten in deze rituele dans van cultuurpessimisme die begon in 1960 met het boek ‘Silent Spring’ van Rachel Carson, met daarin de ‘voorspelling’ van een kankerendemie door landbouwbestrijdingsmiddelen. Daarna verscheen Paul Ehrlich enkele malen ten tonele met, naar ik meen inmiddels zijn derde, ‘voorspelling’ van een massale hongersnood. Het Rapport aan de Club van Rome verscheen begin jaren 70. Dit rapport ‘voorzag’ een stijging van de wereldbevolking naar 56 miljard en al voor 2000 zouden o.a. tin, koper, olie en gas uitgeput zijn. Het is een – als gebruikelijk eclatant falende – uitgebreide Malthusiaanse doemgedachte. De auteur van het boek ,’Alles wordt beter’, maakt hierover een interessante opmerking. In tegenstelling tot Malthus steunden die projecties aan de Club van Rome op computermodellen waardoor zij een onevenredige autoriteit kregen. Maar zoals bekend: een computermodel levert wat je erin stopt. Sindsdien is er wat dit aangaat niets veranderd, want ook de klimaatmodellen van het IPCC blijken hele volksstammen, ook politici, danig te imponeren, ook al hebben ze alle de plank misgeslagen.

Wat er wel veranderde? In de afgelopen 4 decennia namen welvaart, gezondheid en noem maar op aan positieve zaken, krachtig toe, terwijl tegelijkertijd de angst voor alles en nog wat evenredig steeg. In de afgelopen veertig jaar is de wereld zo’n tachtig keer vergaan; geen enkele voorspelling van de bekendste eigentijds Nostradamussen, Al Gore en Jim Hansen, is uitgekomen. Thans leven wij in de obsessieve overtuiging dat deze wereld door opwarming naar de ratsmodee gaat door ons eigen toedoen. Dit geeft te denken, want het is maar zeer de vraag of dit op wetenschappelijk aantoonbare grond berust. Inmiddels, meetreeksen, de falende klimaatmodellen, de falende hockeystickgrafiek et cetera wijzen in een andere richting. Tevens zou het verstandiger zijn wat terughoudender te zijn met boude oproepen tot drastische maatregelen. Tot deze gepaste bescheidenheid zou immers het nog enorme gebrek aan kennis over het klimaat moeten manen.

Niets blijkt minder waar. Thans worden wij overspoeld met de meest barokke rampscenario’s. Fantasie lijkt hier ruim baan te hebben gekregen ten detrimente van ordentelijk observeren en wetenschappelijk gestoelde voorzichtigheid. Wat daarentegen het geval lijkt, is een opdringen van een schuldgevoel, een eco–erfzondebesef, en dito angst alsof opwarming catastrofaal is en tevens onze schuld, het kapitalisme bedoelt men, Shell in het bijzonder.

Nu de traditionele Christelijke godsdienst sterk aan invloed heeft ingeboet, blijkt toch de behoefte aan een religieus getint houvast springlevend. In dit vacuüm is met name de milieubeweging met haar klimaatreligie gesprongen zoals de zendelingen en missionarissen weleer om naakte hummeltjes in donker Afrika tot des Heren’s kudde te roepen.

In dit licht is de filosoof Pascal Brückner lezenswaard met ‘The tyranny of guilt, en The fanaticism of the apocalypse’. Enkele uitspraken van hem zijn behartenswaardig:

Het aantal klimaatsceptici neemt toe, in ieder geval in Frankrijk, omdat de wetenschap haar autoriteit heeft misbruikt en geen enkele nuance toeliet. ….

 …. Het klimaat heeft voor sommigen de plaats ingenomen van de economie bij marxisten, het is de sleutel die alle deuren opent. Alles is opwarming: de regen, maar ook de droogte en de wind, de cyclonen, de aardbevingen. Zelfs de vorst Al Gore wist te vertellen dat hoe kouder het is, hoe warmer het wordt. Er is dit keer zelfs veel gewezen op de voordelen van temperatuurstijging, bijvoorbeeld voor de Inuit op Groenland die groenten en fruit kunnen gaan verbouwen en de jacht op de zeehond kunnen hervatten omdat dit dier zal terugkeren in hun wateren. Kortom, het catastrofisme verliest terrein.

Marcel Crok sprak zich onlangs in vergelijkbare bewoordingen uit.  Zoals hij het noemde is er sprake van tunnelvisie, eenzijdige nadruk op menselijke CO2 als dominante oorzaak van opwarming met voorbijgaan aan de niet menselijke factoren van klimaatschommelingen. Dit lijkt stap voor stap de tragedie te worden van het mandaat dat het IPCC meekreeg: onderzoek uitsluitend de menselijke factor. Immers, geleidelijk wordt zichtbaar dat de menselijke factor ondergeschikt is, en mogelijk onbeduidend. Dus ook dit zou tot een realistisch optimistische zucht van verlichting moeten leiden en een verlossing van die klimaatangst, ware het niet dat de journalistiek verzuimd hiervan gewag te maken en volhardt als een pessimist tot in de kist.

Hoe anders is de werkelijkheid?! Het algemene angstbeeld dat domineert, is dat van onverantwoordelijk handelen van de mens met een baaierd aan speculatieve catastrofes tot gevolg. Dit beeld is er sinds 1960 met indrukwekkende PR–professionaliteit ingehamerd. Eigenlijk bestaat dergelijk doemdenken al zo lang de mensheid bestaat. Religie is naar mijn mening dan ook niets anders dan rationaliserende kanalisering van een dergelijke angst door het scheppen van een godheid die straft en beloont. Zo is m.i. het schuldgevoel ontstaan. De goden van weleer zijn thans vervangen door CO2 en de ecologische voetafdruk waarvan de mens de schuld draagt zoals door de milieubeweging ingepeperd. Net als eeuwen geleden het voor de Kerk van Rome lucratieve aflatenstelsel in het leven werd geroepen, zo kennen wij nu de minstens zo lucratieve aflatenhandel, CO2-neutraal, FSC (‘Forest Stewardship Council’: een houtkeurmerk en MSC (‘Marine Stewardship Council’: een viskeurmerk) van de milieubeweging, die hen even machtig heeft gemaakt als de Kerk van Rome toen.

Keer op keer laten de feiten zien dat het beeld van schuld aan rampen onjuist blijkt. De ‘voorspelde’ rampen blijven stelselmatig uit. Sterker, het gaat steeds beter met onze succesvolle menselijke diersoort en met het eco–systeem, mede dankzij de fossiele brandstoffen en het vrije marktmechanisme. Dit kan niet gezegd worden van stoken op hout en pre–industriële windmolens (100% duurzaam) in vergelijking tot steenkolen en de mechanisatie (ook 100% duurzaam in de strikte zin des woords). Ook de planeconomische maatschappij, het communisme, heeft gefaald, toen in de Sovjet Unie, en in de nabije toekomst met de gesubsidieerde hernieuwbare energie.

Als ik dit alles overzie, dan heeft de huidige situatie inmiddels veel weg van een veldslag waarbij de verliezende partij zich heeft teruggetrokken op twee resterende stellingen. De ene is het Voorzorgprincipe, dat per definitie geen principe kan zijn, omdat het geen andere wetmatigheid kent dan willekeur. De andere stelling is de LNT-rekenmethode (‘Linear No Threshold’), de kwade genius van het Voorzorgprincipe om deze de schijn van wetenschappelijkheid te geven.

Hoe het werkt? Als je met 100% zekerheid doodvalt bij een val van 10 meter op een straat, dan is de kans op doodvallen van een stoep van 10 cm. hoogte 1%. Bij een val van een stoep per voetganger 1 keer per jaar in een stad met 1 miljoen inwoners hebben we dus 10.000 stoepdoden per jaar. Volgens het Voorzorgprincipe zouden stoepen verboden moeten worden. Zo werkt het in onze angstmaatschappij, zij het conveniërend selectief!, want zelfs aan elke micro–Sievert straling en het laatste molecuul fijnstof, zout, suiker of herbicide kan volgens deze rekenmethode een mortaliteitscijfer worden gekoppeld. Men negeert echter de statistische ruis of een evt. hormese–effect teneinde het dramatisch effect te vergroten en de burger angst in te boezemen. Dag in dag uit gaat deze hersenspoeling door, al vanaf de lagere school en al meer dan 40 jaar.

Evolutionair gezien is de mens nog steeds geneigd elk voorgespiegeld gevaar serieus te nemen en ernaar te handelen. Emotie regeert ten koste van rationaliteit. Maar men zal onvermijdelijk tegen de harde muur van de feiten aanlopen: er is geen gevaar, geen catastrofale opwarming, geen ernstige luchtvervuiling, geen oprakende olie en gas, geen voedseltekort et cetera.

Opmerkelijk is alle heisa rond de weldadige opwarming sinds de Kleine IJstijd. Wat wil men nu eigenlijk? Waarvoor zou men bang moeten zijn? Ook hier schuiven doemdenkers met miljoenen klimaatgerelateerde doden over het wereldtoneel alsof het een spelletje Risk betreft.

Hoe komt het toch dat zo hardnekkig op de vermeende voordelen van hernieuwbare energie wordt getamboereerd, terwijl men blijkbaar de ogen sluit voor de funeste effecten ervan op onze maatschappij, ecologie incluis? Geen weldenkend mens kan volhouden dat die luttele 2% bijdrage aan energieconsumptie door hernieuwbare energie de mondiale CO2–emissie merkbaar heeft afgeremd. Geen weldenkend mens kan volhouden dat diezelfde 2% de olieprijzen zo dramatisch heeft doen dalen als thans het geval. Geen weldenkend mens kan volhouden dat deze nietige bijdrage ook maar iets zal uitmaken voor de import van Russisch gas. Toch staan parlementariërs op het Noordwijkse strand deze prietpraat glashard te beweren. Toch leent de redactie van het NOS-journaal zich ervoor als niet altijd even kritische spreekbuis voor dezulken op te treden.

Zo lijkt het erop dat men zich niet realiseert wat er gaande is op de energiemarkt. Dalende olieprijzen, afvlakkende CO2-emissie, sluitende energiecentrales, al dit wordt uitgelegd als bewijs van het succes van hernieuwbare energie. De olieprijzen hebben evenwel alles te maken met de moordende concurrentie tussen US–schalie–olie en de olieproductie door Saoedi Arabië, niets met windmolens. Net zo min als een prijzenslag tussen Jumbo en Appie Heijn ook maar iets van doen heeft met windmolens. Afvlakkende emissie is het gevolg van de afvlakking van de economieën van de BRIC–landen. Met windturbines en zonnepanelen heeft dit eveneens niets te maken.

En wat die sluitende centrales betreft, dit is slechts het bewijs van het Janosgezicht van energie, want het is niet de technisch–fysische prestatie van hernieuwbaar die voor sluiting verantwoordelijk is, maar het afgedwongen planeconomisch subsidiebeleid. Hoe het voor de zoveelste keer mis kan gaan met planeconomie bewijst Brazilië wel. De Energiewende volgt hetzelfde pad. Het is allemaal een kwestie van tijd.

Het getuigt al met al van meer gezond verstand en kennis van de werkelijkheid om zich op te stellen als een rationele optimist zonder oogkleppen natuurlijk, omdat oog voor nieuwe ontwikkelingen met voors en tegens wel open moet blijven. Sceptici willen immers niet in dezelfde val van tunnelvisie trappen als de protagonisten van de AGW–hypothese (Anthropogenic Global Warming; door de mens veroorzaakte catastrofale opwarming). Goed rekenwerk, kennisname van de feiten en gezond verstand zouden de politici hierbij moeten leiden. Daarom geen optimisme tot in de kist, maar een afrekening met het anti vrije markt gedomineerde cultuurpessimisme. Het heeft nu wel lang genoeg geduurd dat dit het maatschappelijk denken gijzelt.

Het lijkt erop dat in Engeland dit inzicht is doorgebroken. Zie hier en hier.

Subsidies sunset

Het biedt in elk geval een sprankje hoop op terugkeer van gezond vestand.