Jeroen walrussenkopieJeroen Hetzler.

Het was opmerkelijk om bij de verslagen op het tv-journaal over het Nederlandse poolonderzoek op Spitsbergen o.a. te zien dat men werd getraind op het geweer om zich te verdedigen tegen een verondersteld vrijwel volledig uitgestorven dier: de ijsbeer. De kans om een ijsbeer moest wel heel klein zijn. ….of toch? En waarachtig, de ijsbeer liet zich gelden!

Ondanks de jarenlange acties en campagnes van Greenpeace en WNF voor de door onze schuld vrijwel uitgestorven ijsbeer schept dit toch wel een ander beeld. Ook de walrussen waren in groten getale aanwezig, evenzeer een ander beeld dan dat van 40 jaar geleden volgens de veteranen. Verder was te zien dat het een lusthof was op Spitsbergen voor biologen en botanici. Dit lijkt niet geheel onlogisch, want veraangenaming van het klimaat is weldadig voor mens en dier. Koude daarentegen, is funest en zelfs vernietigend. Dit blijkt wel uit de geschiedenis van ziekte, hoge sterfte, epidemieën en hongersnoden ten tijde van de Kleine IJstijd. Wonderlijk te bespeuren hoezeer klimaatalarmisten kennelijk naar deze tijd lijken te verlangen.

Vorig jaar verbleef ik zelf een poosje in de Arctische Oceaan nabij Spitsbergen. Tellingen heb ik er niet verricht, maar duidelijk was dat de zee en het pakijs barstte van het leven. Overal zwommen robben, lagen walrussen op het ijs of in grote kuddes op eilanden. Helaas konden we de grootste kolonie walrussen niet bereiken doordat het pakijs te ver naar het zuiden was opgerukt. Hoezo ijsvrije Noordpool?

Ik heb er genoten van de talloze walvissoorten die er in groten getale zwommen. De Arctische Oceaan, althans dit deel, wemelde van bloeiend leven. En voor een goed begrip, de ijsbeer is een uitstekend zwemmer die 600 kilometer kan zwemmen en dus niet gevangen zit op zijn zogenaamd eenzame ijsschots.

Per dag zagen we 3 of 4 van die solitaire jagers tuk op een spartelverse zadelrob. Onze vaart in het pakijs was amper 3 knopen, dus een heel klein gebied dat het schip bestreek. Op het land kwamen rendieren in groten getale voor om over vogelkoloniën maar te zwijgen.

De Nederlandse Poolonderzoekers troffen inderdaad een gebied aan dat wemelde van leven ook op land. En welzeker staat het vast dat er veel is veranderd sinds de expeditie van de veteranen 40 jaar geleden. De conclusie dat deze veranderingen ongunstig zouden zijn lijkt evenwel niet gerechtvaardigd. Het klopt dat gletsjers zich hebben teruggetrokken. Onder meer in Noorwegen en Groenland levert dit een schat aan archeologische vondsten op uit o.a. de Middeleeuwse opwarming en de Romeinse Opwarming. Toen hadden gletsjers zich ook over soms tientallen kilometers teruggetrokken ruimte gevende voor bewoning, akkerbouw en veeteelt.

Wat je kunt vaststellen is dat klimaat constant verandert. Thans is het na meer dan 600 jaar weer wat aangenaam warmer met alle zichtbare mooie gevolgen van dien.

Het is mij een raadsel waar men zich zo druk over maakt. Daar staat een Obama met een gezicht van alle dagen regen en onweer te verkondigen dat de wereld vergaat. Dit roepen allerlei lieden al 40 jaar. Het begint een beetje eentonig te worden inmiddels en is geenszins steekhoudend.

Inmiddels vraag je je daarom af: wat moet ik hier nu mee? De expeditie naar Spitsbergen lijkt toch een tikje opgezet als een vehikel van het alarmisme in de aanloop naar de klimaatconferentie in Parijs. Misschien ben ik een beetje achterdochtig geworden, maar me dunkt, er is alle reden toe. Climate Gate, de gemanipuleerde hockeystick-grafiek, de gefaalde klimaatmodellen van het IPCC, het door het IPCC achtergehouden goede nieuws over de lage klimaatgevoeligheid voor CO2 et cetera. Wat eerlijk en verhelderend was, bleek de mededeling dat de stunt met BN’ers mede bedoeld was om alsnog subsidie te krijgen. Zie deze uitspraak:

Om onderzoeksgeld te winnen met de Academische Jaarprijs heb ik ter promotie zelfs nog in een ijsberenpak door Groningen gerend.

Wederom het nuttige icoon en de impliciete suggestie van de uitstervende ijsbeer. Hoe zit het nu echter met die ijsberen? Ten tijde van het instellen van het jachtverbod in 1970 liepen er een kleine 5.000 exemplaren rond in de Noorpool. Thans is hun aantal ongeveer verzesvoudigd. Dit lijkt mij niet dadelijk nopen tot de inzet van onwetende Nederlandse hummeltjes om dringend te pleiten voor meer windturbines in de Noordzee. Het verschil zit hem gewoon in een paar gram snelvliegend lood uit een geweer. CO2 heeft hier niets mee te maken. Zie deze cijfers hier.

Beslist lezenswaardig is de volgende wetenschappelijke publicatie van deze toonaangevende ijsbeerexpert:

Population sizes may fluctuate for a number of reasons that have little to do with the low ice levels.

Zo ziet u maar weer. Wij zijn niet schuldig.

Opnieuw toont dit aan dat er geen grond is voor de sombere percepties over het Noordpoolgebied die door het florerende leven aldaar worden tegengesproken. Dat leven bruist niet alleen volop, maar kan prima tegen een stootje. Zo kwetsbaar is de Noordpool niet. Als ik dit vergelijk met wat ik op mijn reizen in de tropen, zeilende over de oceaan en in de Pacific heb gezien, dan valt de relatieve levensarmoe in de tropen op. Laat Shell daarom maar gerust gaatjes prikken in zeebodem van de Noordpool.

Wat mij stoort is het verknipte beeld dat vooral kinderen opgedrongen hebben gekregen. De ijsbeer is een levensgevaarlijk creatuur met welk men een ontmoeting vrijwel nooit overleeft. De ijsbeer behoort tot de meest agressieve diersoorten ter wereld. Ook een direct contact met een walrus is niet raadzaam. Met zijn 2 ton maakt dit dier een soms letterlijk, een verpletterend effect. Ik leerde eerbiedig afstand te houden.

Al met al vraag ik mij af wat lieden toch bezielt om de alarmistische trom te blijven roeren, terwijl de feiten anders uitwijzen. Wat willen alarmisten nu eigenlijk?

In het geval van milieuorganisaties kan ik me dit wel indenken: geld, ledenwerving en status. In dit opzicht vond ik de roep van de Groningse ecoloog Maarten Loonen om meer subsidie verfrissend oprecht en geheel anders dan het slinkse paniek zaaien en bewerken van kleine kinderen door de milieubeweging.

Maar mijn vraag blijft niet minder onbeantwoord: wat bezielt alarmisten? Zien zij dingen die wij niet zien? Als ik het boek de Twijfelbrigade lees van Van Soest, dan is het mij een raadsel wat voor probleem er nu zou moeten zijn. Ook waar het de bevindingen van Pier Vellinga betreft, is het mij niet duidelijk waarom er reden voor paniek zou moeten zijn.

Tot op heden is er van catastrofes niets terecht gekomen, niets wat zich dramatisch onderscheidt van de periodes van opwarming in het niet al te verre verleden. Er is domweg helemaal niets aan de hand. Er zijn, kortom veel te veel onzekerheden, hoe interessant de onderzoeksgebieden ook moge zijn, om er zulke voorbarige boude, niet zelden alarmistische, conclusies en adviezen aan te verbinden als thans het geval is. Naar mijn mening moet men zich terughoudender opstellen en dus wetenschappelijk gepaster.

De veranderingen in het Arctisch gebied blijken onverkort positief. Laten wij dit duidelijk vaststellen. Welk recht van spreken hebben Greenpeace en WNF dan nog?

Laat ik tenslotte vaststellen dat sceptici deze Geuzennaam terecht verdienen. Het niet verkrijgen van podium is geen maat voor de waarde van hun inbreng. Het stelselmatig negeren en weren van sceptici zegt niets over het wetenschappelijk gehalte van hun inbreng. Zo lang dit wordt gebagatelliseerd en genegeerd zal dialoog moeilijk blijven. In het licht van onze verantwoordelijkheid voor de volgende generatie lijkt mij dialoog wenselijker dan verkettering.

Als je het mij vraagt is de ijsbeer een stuk slimmer dan gedacht:

 

Bron hier.

 

Print Friendly, PDF & Email