Bijkerk achtergrond schaatsen AmsterdamAndré Bijkerk.

De laatste tijd zien we geanimeerde discussies over de rol van de zon op het klimaat. Ik geef meteen mijn kijk: ik weet het niet, maar ik geloof wel dat de redenering erachter van beide partijen niet geheel zuiver is gebaseerd op de wetenschappelijke methode. En zo kom je er dus niet uit.

Echt aan de orde is of kooldioxide en andere radiatieve gassen een substantiële rol spelen in het klimaat en of de mensheid in staat is om met regulering van emissies dramatische klimaatverandering kan voorkomen. Zo’n vraag kun je met de Popperiaanse falsificatie filosofie aanpakken, helder verwoord door Richard Feynman hier.

Zo kun je uitgaande van de verschrikkelijke opwarming voorspellen dat in het ergste geval in September 2015 al het poolijs zal zijn verdwenen, maar als dat niet gebeurt, zul je je hypothese moeten aanpassen. Zo zijn er al de nodige voorspellingen naar het rijk der fabelen verwezen.

Je zou ook de alternatieve hypothese methode kunnen toepassen, is het de broeikas of is het zon? Dit levert echter problemen op. Het is geen nek aan nek race waarbij de winnaar tot oorzakelijk of grootste oorzaak van de huidige vermeende opwarming kan worden verklaard. Als de ene verliest is het niet noodzakelijkerwijs de ander, simpel omdat er nog andere factoren meespelen. Misschien is het wel de oceaan? Zoiets als de stadium wave of is het wensdenken en herschrijven van de geschiedenis?
Kortom:..

Croyez ceux qui cherchent la vérité, doutez de ceux qui la trouvent.

André Gide

Met dit in het achterhoofd een kort overzicht van het idee van de zon als klimaatregelaar. In tegenstelling van de veel gebeukte stropop van de directe variatie van zonne–energie, die praktisch verwaarloosbaar is, gaat het hier om de kosmische radiatie.

De mate waarin waterdamp is gasvorm kan voorkomen in lucht is direct afhankelijk van de temperatuur. Als lucht afkoelt, neemt de relatieve vochtigheid toe. Zodra daarbij de 100% is bereikt, gaat de waterdamp condenseren. Er is echter één ‘maar’, er moeten zogenaamde condensatiekernen aanwezig zijn. Microscopische deeltjes zoals fijnstof, aerosolen, maar ook kosmische straling kunnen als dergelijke condensatiekernen werken. Zijn deze echter niet in voldoende mate voorhanden, dan blijft de condensatie achter en worden de wolken ijler.

Svensmark et al 2009 stellen dat in tijden van grote zonneactiviteit de regelmatig optredende magnetische zonnewind de aarde afschermt van galactische kosmische straling, een zogenaamde Forbush Decrease (FD). Dit vermindert dus de beschikbare hoeveelheid condensatiekernen. Ze vinden een correlatie tussen de totale watermassa van lage bewolking en de hoeveelheid fijne atmosferische aerosolen na dergelijke FD’s. Minder lagere bewolking betekent naar waarschijnlijkheid meer opwarming. Uiteraard worden deze bevindingen te vuur en te zwaard bestreden door de gebruikelijke ‘mindguard’ sites.

Maar Svensmark staat niet alleen. Paleoklimatologische studies van het Pleistoceen en Holoceen paleoklimaat doen een verband vermoeden tussen zonneactiviteit en klimaat. Één van de onderzoekers is de eminente Bas van Geel, die van pensioennering niets wil weten (hij zit een paar deuren verderop bij Guido. Maar dit terzijde). De laatste jaren heeft er een ware explosie voorgedaan van studies naar temperaturen en zonneactiviteit, Een kleine greep zonnestudies:

Cees de Jager, Silvie Duhau en Bas van Geel vinden de correlatie in het laatste millennium. Opmerkelijk is dat ik met alle auteurs heb gecorrespondeerd over variërende onderwerpen.

Kossobokov et al vinden een correlatie tussen zeer lange Europese temperatuurseries en de zonneactiviteit.

Georgieva et al vinden een vrij ingewikkeld verband tussen de Noord Atlantische Oscillatie en torodial of polodial velden ten gevolge van de zonneactiviteit (het verschil en interactie tussen de twee velden wordt hier nader beschreven).

Zo zijn er honderden.

Eén en ander mondde uit in de publicatie van het boek “Die Kalte Sonne” of “The neglected sun“, dat verhaalt hoe de auteur Fritz Vahrenholt werd bekeerd van windmolenbouwer tot klimaatscepticus. Drie jaar na dato is er echter nog weinig te merken van de aardverschuiving die dit boek zou bewerkstelligen. Moral Panics laten zich niet zomaar ‘veraardschuiven’. Daarom gaf de auteur nog maar eens een overzicht van recente studies van met name het effect van de zogenaamde Gleissberg cycles. Één en ander is hier vertaald en nader beschreven.

De Wolf-Gleissberg cyclus betreft een modulatie van de elfjarige zonnevlekken cyclus met golflengtes van ruwweg rond een eeuw. Hierdoor wordt de elfjaarlijkse cycli beurtelings tijdelijk versterkt of verzwakt, ten gevolge waarvan de ‘grand minima’ in de zonnecycli ontstaan, zoals het beruchte Maunderminimum.

Ze vermelden de aanwijzingen voor deze golfbewegingen in nitraat concentraties en kosmische deeltjes(10Be) in de ijskernen van Groenland hier en de temperatuurrecords in Scandinavië en Noord Siberië hier.

Met de huidige ontwikkelingen van de elfjarige zonnevlekkencyclus en de Gleissberg cyclus voorziet men een nieuw langdurig minimum hier (fig1 en 2 pag 5), waarbij het woord ‘ijstijd’ weer eens valt.

Uit dit alles valt te concluderen dat er enorm veel aanwijzingen zijn dat variatie in zonneactiviteit effecten heeft op het weer of klimaat op Aarde. Vele daarvan heb ik niet eens aangeroerd, maar komen wellicht in de toekomst aan de orde. En persoonlijk zou ik niet verder willen gaan dan dat, omdat het de discussie vertroebelt over het effect van radiatieve gassen op het klimaat. Mocht bijvoorbeeld in de toekomst blijken dat het zonne–effect is overschat, dan betekent dat nog niet dat ‘dus’ de kennelijke veraangenaming van het klimaat meer te danken is aan CO2.