chimpanzees ATTACKObserverend dat hier en daar op deze blog de standpunten zich wat schijnen te verharden, lijkt me het me even tussendoor opportuun voor wat zielkundige mijmeringen vanuit de canapé; met de voeten op tafel en een goed glas deskundig gegist druivensap. Met deze overpeinzingen wil ik een brug slaan tussen de klimaatgelovigen en de -heidenen, waartoe – zoals bekend – ik mijzelf reken.

Elk levend wezen dat de taak heeft om zijn soort in stand te houden, behoort situaties te vermijden die zijn voortbestaan bedreigen. We noemen dergelijke situaties ‘gevaar’ en het mechanisme daartegen noemen we ‘angst’. Het leidt tot een adrenalinestoot en alles wordt in gereedheid gebracht voor de beslissing om de vijand te bevechten of om te vluchten. Vechten is levensgevaarlijk maar heeft als voordeel dat de vijand mogelijk kan worden verslagen waardoor deze dus niet langer meer een bedreiging vormt. Vluchten – als het al lukt – zou veelal slechts uitstel van executie kunnen betekenen, een uitzichtloos bestaan.

Om te kunnen vechten is het wel handig om daarin niet alleen te staan. Één enkel individu zal veelal noodgedwongen moeten kiezen voor vluchten, is er echter versterking voorhanden, de roedel, de groep, de stam, de kudde, dan kan een gezamenlijke aanpak tot de victorie leiden. Zo kunnen we een opgewonden clubje chimpansees met stokken op een gifslang zien inhakken en zien we kuddes woeste wildebeesten de leeuwinnen achtervolgen, de aartsvijanden. Angst verbroedert en ééndracht maakt macht.

Er is nog een tweede, veel directer element in de instandhouding van de soort, de voortplanting, en elk individu heeft van zijn genen de heilige opdracht gekregen om deze te vermenigvuldigen. Combineren we nu deze twee elementen dan is het voor de soort het beste dat de individuen daarin bevoordeeld worden die het beste sturing kunnen geven aan de instandhouding van de soort met het dreiging–angst–eendracht–vriendschap–overwinningsmechanisme. Leve de koning, de roedel leider, het alfa–individu (m/v), de beste vader/moeder van onze kinderen

Hoe zit dat met de mens? Ik geloof niet dat er aanwijzingen zijn dat de oermens op de paleolithische steppes zich heeft kunnen onttrekken aan deze elementaire mechanismes. Misschien dat zijn denkvermogen er toe heeft geleid om dergelijke ervaringen in een bredere context te plaatsen in een relatie tussen gevaar, angst, eendracht, vriendschap en leiderschap. Wellicht dat hij met zijn superieure intelligentie en wapens als speren en bijlen, routinematig het hoofd wist te bieden aan de dreiging van carnivore medeschepselen. Daar hoefde je dus geleidelijk aan niet meer zoveel angst voor te hebben.

Maar angst is wel een fundamentele schakel in de keten van dreiging–angst–vriendschap–eendracht–leiderschap–overwinning. Zonder angst voor bedreigingen zijn vriendschap en leiderschap overbodig. Werkloze alfa– mannetjes? Dat kan toch niet? Aan de andere kant, ondanks onze intellectuele vermogens laten onze oerinstincten ons hunkeren we naar sympathie, vriendschap en geborgenheid. Maar daarvoor moet er wel een bedreiging zijn als aanleiding, waar we gezellig samen bang voor kunnen zijn. Hiertegen kunnen de dapperen dan ten strijde trekken. Zo demonstreren daarmee hun kracht en hun geschiktheid als alfa–individu, tot tevredenheid van hun genen. Er is dus zowel top-down als bottom-up een substantiële behoefte aan angstaanjagende bedreigingen bij Homo sapiens, een ‘positive feedback loop’ dus.

Bij de achteruitgang aan geschikte reële bedreigingen hebben we daarom abstracte dreigingen uitgevonden, in de oude tijd waren dat Spoken, Duivels en Draken (SDD). In de moderne tijd heten onze SSD’s nu de koude oorlog, Oost-west “Mutual Assured Destruction”, vliegende schotels, “aliens” en independence day, het einde van de Maya kalender en andere doomsdays, Jurrasic park, de Terminator, catastofale meteoriet-inslagen, kernenergie, chemtrails, millenium–bug en natuurlijk, global warming. Alles om maar een bedreiging te hebben dat de angst/eendrachtsketen in stand kan houden.

Heel anders is het met nuchtere ongelovigen die nog maar pas geleden de wetenschappelijke methode hebben ontdekt; althans in vergelijking met de ontwikkeling van de mensheid op een geologische tijdschaal. Zij willen die juistheid van al die SDD–hypotheses op neutrale wijze toetsen. Maar dat is de bedoeling helemaal niet. Hierdoor blijkt dat ongelovigen niet alleen niet passen in de angst–verbroederingsketen, ze begrijpen daar ook helemaal niets van.

En zo zijn we allen ongelijk, de één denkt concreter, de andere abstracter, nog een ander socialer, idealistischer of objectiever. Sommigen van ons hebben fobieën en zoeken troost, sommigen aan het andere uiterste van het spectrum, stellen zich weer kandidaat voor de Darwin award. Deze ongelijkheid maakt duidelijk dat we er niet vanuit mogen gaan dat een ander denkt zoals wij denken en ook, wanneer hij dat niet doet, dat hij daarom per definitie wel een slechterik moet zijn.

Deze overpeinzingen kwamen deels voort uit de ontboezeming van een oprecht alarmist, die wel eens een boekje over twijfelbrigades had geschreven. Hij bekende in een reactie op een blog dat hij s’nachts wakker lag uit angst voor de verschrikkelijke opwarming die we aan het veroorzaken zijn. Ik geloof dat onmiddellijk (dat wakker liggen, niet de opwarming). En daar gaat het om, om te begrijpen wat de ander oprecht motiveert. Ik geloof ook dat dit geldt voor andere alarmisten. De angst is echt. Het gaat er bij de alarmisten alleen maar om, om het verschrikkelijke gevaar af te wenden en dat kan alleen maar in de angst–verbroederingsketen.

Sceptici hebben meestal geen feeling voor wat alarmisten drijft en denken dan al gauw aan onaanvaardbare neigingen tot maatschappelijke dominantie met termen als marxisme, ‘Blue planet in green shackels’ etc.

Global warming alarmisten zijn echter helemaal geen berekende schobbejakken. Ze willen alleen maar het gevaar bezweren en het klimaat binnen aanvaardbare grenzen houden.

Ik kan me goed voorstellen dat alarmisten aan de andere kant niet begrijpen hoe sceptici zo’n nobel streven willens en wetens schijnen te dwarsbomen en de vriendschap en verbondenheid van de menselijke soort verloochenen. Dit kan toch alleen maar voorkomen uit zeer lage motieven van persoonlijk gewin. Hoogverraad!? Het tragische hier is dat de alarmisten – oprecht door angst gedreven – geheel in de strijdvaardige modus zitten, waardoor ze minder open staan voor de zielenroerselen van andersdenkenden. De vijand moet hoe dan ook worden verslagen. ‘The debate is over’. Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen. Wie heult met de vijand is de vijand.

Sceptici zijn echter helemaal geen schurken, maar hebben kennelijk over het algemeen minder last van instinctmatige oerangstvisioenen die de alarmisten voortdrijven. Het zijn gewoon nuchtere onromantische pragmatici, die alleen maar willen weten hoe het nu echt zit. Ze vragen zich af of we echt de beschaving moeten opofferen met energiezelfmoord om wellicht imaginaire dreigingen te bestrijden en om wakker liggende alarmisten hun nachtrust te gunnen.

De boodschap is dus om de ander te begrijpen. We denken allemaal anders, idealistisch, principieel of pragmatisch, maar dat maakt de ander nog geen laaghartige schavuit. In wezen hebben we in beginsel allemaal hetzelfde ideaal, een betere wereld voor onszelf en onze kinderen. We menen alleen dat de ander er een puinhoop van maakt. En daarover moet de dialoog gaan.

 

Print Friendly, PDF & Email