In aansluiting op de interessante discussie naar aanleiding van de ‘posting’ ‘Effect CO2 op klimaat’ van de hand van Arthur Rörsch hierbij het voorwoord van diens essay, ´Science Frictions’, om aan te geven dat het hier om meer gaat dan de CO2–problematiek alleen.

Rörsch ziet voortgaande vrijmoedige discussie aan de hand daarvan met grote belangstelling tegemoet.

Een bijdrage van Arthur Rörsch.

In een groot deel van de wetenschappelijke wereld heerst de laatste decennia toenemende onvrede over de maatschappelijke omstandigheden waaronder een aantal wetenschappelijke disciplines moet functioneren. En niet in het minst onder de jonge onderzoekers die aan het begin van een carrière staan.

De veronderstelde oorzaken lopen uiteen en een nadere analyse vergt in de eerste plaats een inventarisatie daarvan. Voorts worden zorgen uitgesproken over de belemmering die de vooruitgang van de natuurwetenschappen zou ondervinden onder invloed van hedendaagse maatschappelijke opvattingen, waarbij bepaalde prioriteiten in de wetenschapsbeoefening door het verleggen van geldstromen worden afgedwongen.

Bij de uitreiking van de Nobelprijs Geneeskunde 2013 heeft de fysioloog Schekman zijn zorg als volgt geformuleerd:

Scientific progress on a broad front results from the free play of free intellects, working on subjects of their own choice, in the manner dictated by their curiosity in the exploration of the unknown. Freedom of inquiry must be preserved under any plan for government support of science. (V. Bush 1945 and R.W. Schekman 2013) (1)

De wetenschapsgeschiedenis leert echter dat eerder belemmeringen in de vooruitgang zijn veroorzaakt door de interne sociale structuur van – en de tradities in – de wetenschappelijke wereld zelf.

Meer dan een eeuw geleden reeds heeft de filosoof Huxley zijn zorg als volgt geformuleerd:

‘Authorities’, ‘disciples’, and ‘schools’ are the curse of science; and are interfering more with the work of the scientific spirit than all its enemies. (Thomas Henry Huxley, 1825-1895) (2)

Dit is aanleiding in de eerste hoofdstukken van dit essay aandacht te schenken aan enige historische ontwikkelingen waaruit blijkt hoe de belemmering van de vooruitgang in de wetenschappen door de zogenaamde wetenschappelijke autoriteit van bepaalde geleerden en hun scholen is veroorzaakt.

Overeenkomstige kenmerken zijn in de hedendaagse sociale cultuur van de wetenschappelijke wereld herkenbaar. We kunnen op dit terrein van de wetenschapsgeschiedenis iets leren.

Een belangrijkste opkomende vraag is voorts wie er verantwoordelijk zijn voor veronderstelde ongunstige ontwikkelingen in de wetenschapsbeoefening? Om een greep te doen uit enkele over en weer gehoorde verwijten, zijn het stumperende onderzoekers, onbekwame leidinggevendem of bemoeizuchtige onwetenden dan wel beter wetende buitenstaanders?

De zelfstandige en geheel onafhankelijke ‘gentleman’–onderzoeker is vrijwel uitgestorven. Gedurende meer dan een eeuw reeds zijn er in de wetenschap hiërarchische verhoudingen ontstaan, waarbinnen er sprake is van management. Dat wil zeggen van een sturing die daarmee het onderzoek niet meer geheel de vrije loop laat.

Arthur afbeelding 1

Bovenstaande figuur geeft van de hiërarchie een eerste ruw beeld.

Boven het niveau (1) van de werkvloer waar het daadwerkelijke onderzoek wordt verricht, zijn er andere participanten die invloed op de voortgang van het onderzoek op die werkvloer uitoefenen: (2) Leiders van werkgroepen, (de senior medewerkers), (3) de managers daarboven (in zelfstandige instituten de directeuren, in universiteiten de faculteitsbesturen) en (4) de bestuurders van grotere eenheden (nationale of internationale onderzoek organisaties, in de universiteit het College van Bestuur).

De auteur van het boek (‘Developing managerial skills in Engineers and Scientists’) waaraan dit schema is ontleend, (3) geeft tevens aan welk volume aan bekwaamheden op elk niveau op elk van de niveaus wordt verwacht. In het vervolg van dit betoog zal meer in detail worden in gegaan op elk van deze vereiste ‘skills’. En dit in het licht van de prealabele vraag, welke specifieke verantwoordelijkheid op elk niveau mag worden verwacht.

De begrippen technische vaardigheden (voor onderzoek), communicatieve bedrevenheid (gedachtewisseling tussen de echelons) spreken al wel min op of meer voor zich zelf. Op voorhand nige nadere toelichting op ‘begripvermogen’ – door Badawy aangeduid als ‘conceptual skills’  Het gaat hier in de eerste plaats om wat is genoemd wetenschappelijke geletterdheid. Een rode draad door dit essay is het niveau van de kennis van iedereen die bij het functioneren van hetwetenschapsbedrijf is betrokken om daar productief over te kunnen meepraten. Daarnaast om basiskennis van wat hier zal worden genoemd, diverse praktische wetenschapsfilosofieën.

Buiten het oorspronkelijke schema van Badawy zijn in figuur 1 nog twee invloedrijke groeperingen geplaatst die heden ten dage de gang zaken in de wetenschappelijke wereld beïnvloeden. De politici die aan de geldkranen draaien met hun eigen politieke ambities. En de verschillende ‘adviseurs’ die zowel de politici adviseren als de instituties op elk van de vier niveaus. Op grond van eigen wijsheid. Echter, zonder achteraf afleggen van resultaatverantwoordelijkheid.

Het voortbouwen op ‘advies’ bij wetenschap management is zeer gebruikelijk geworden. Vanaf het niveau van een individuele peer–reviewer van een tijdschrift artikel, (die dit af– of goedkeurt) tot dat van een Nationaal Planbureau of een Academie die zich met wetenschappelijke ‘autoriteit’ met hoofdlijnen van het wetenschapsbeleid bezig houden. Deze werkwijzen verdienen kritische aandacht omdat zij interfereert met klassieke managementopvattingen over verantwoording afleggen in een lijnorganisatie voor uiteindelijk te bereiken resultaten zoals in figuur 1 geschetst.

De politieke invloed hangt volgens pessimistische wetenschapsbeoefenaren als een soort grijze wolk over de gehele wetenschappelijke werkgemeenschap. In dit beeld vormt de verscheidenheid aan adviseurs die in de gemeenschap penetreert een laag hangende mist die het zicht vermindert op de uiteindelijk af te leggen verantwoording voor te bereiken resultaten door elk van de echelons, wanneer het gaat om de besteding van publieke middelen.

Er wordt in de hedendaagse samenleving soms somber gesproken over de algemene maatschappelijke vooruitgang ondanks onmiskenbare toegenomen welvaart en welzijn in grote delen van de wereld. Direct na de tweede wereldoorlog was er sprake van optimisme dat een betere wereld zou kunnen worden herbouwd. Daarin is men toch kennelijk teleurgesteld. De auteur van ‘Science Frictions’ heeft zich wat moeizaam geworsteld door de pessimistische beschouwingen van Vacca (5) en Eco (6) (zie sectie 6.6), die stellen dat onvermijdelijk een tweede donkere middeleeuwen periode voor de deur staat. De signalen zijn er en als belangrijkste oorzaak wordt de algemeen toenemende complexiteit in de hedendaagse samenleving genoemd zoals in het bovenstaande ook voor de wetenschappelijke werkgemeenschap reeds gedeeltelijk is geschetst met de invloed die de politiek en adviserende organen uitoefenen.

Naar de stellige overtuiging van de auteur zijn er toch nog wel degelijk indicaties dat het tij kan keren, er een Renaissance kan worden geïndiceerd na nadere bestudering hoe in de westerse wereld in de zeventiende eeuw een ‘Verlichting’ is ontwikkeld. Die leidde tot ‘the age of reason’. Die tijd is zonder meer zeker niet vergelijkbaar met de huidige. Maar er zijn overeenkomsten vast te stellen op grond van ontwikkelde intrinsieke karakteristieken in de wetenschappelijke wereld gedurende de laatste vierhonderd jaar. In die periode kwam de vooruitgang in de wetenschapbeoefening in een versnelling ondanks incidenteel optredende belemmeringen. Als algemeen verschijnsel tijdens de Middeleeuwen is genoemd het sterke gezag dat werd gehecht aan autoriteiten zoals de Kerk en de klassieken. Het begin van de Renaissance wordt gekenmerkt door een toenemende vrijheid van denken en meningsuiting. Zo koos de Engelse ‘Royal Society’ bij haar oprichting het motto ‘Nullius in Verba’. (7) Als we Huxley lezen, is er voor het Middeleeuwse gezag in de loop van de Renaissance een sterk geloof in het wetenschappelijk gezag in de plaats gekomen. En inderdaad men vindt het motto niet meer op de website van de Royal Society.

Dit essay gaat aldus uit van de vraagstelling, is dit een teken aan de wand? Heeft een geleerd genootschap in de samenleving het gezag van de Kerk overgenomen? Het zoeken naar een antwoord houdt in dat een veelvoud van facetten van de hedendaags samenleving en in het bijzonder die van de wetenschappelijke gemeenschap de aandacht vergen. De doelstelling van deze studie is in de eerste plaats een verkennende inventarisatie voor te leggen en wel van politieke,idealistische en praktische filosofische overwegingen die de vooruitgang van de wetenschap in het verleden hebben beïnvloed, en dit heden ten dage doen. Alsmede van recente ontwikkelingen die door sommige wetenschappers als ongunstig worden gezien. En vervolgens wat de vooruitzichten zijn om van nieuwe inzichten gebruik te maken om een gezonde bloei van de wetenschapsbeoefening in de samenleving te waarborgen. Waarbij van de jonge generatie onderzoekers een belangrijke inbreng mag worden verwacht.

In een voorgaand artikel  (8) werd de inventarisatie samengevat met de ‘keywords’: ‘The impact of scientific orthodoxy, directive funding power, political interference and scientific illiteracy’. In dit essay wordt de behandeling van een vijfde sleutelwoord toegevoegd: De interacties van wetenschap en samenleving. Deze vormen raakvlakken waar de belangrijkste ‘Science Frictions’ zich afspelen zoals in twee ‘case studies’ (hoofdstuk 6 en 7) wordt toegelicht.

Met de groei van de omvang van de wetenschappelijke gemeenschap en met de toegenomen invloed van de politiek op diens functioneren, is zowel het aanbod van, als de vraag naar onderzoek toegenomen. Beide zijn niet vanzelf optimaal op elkaar afgestemd in de huidige, weinig overzichtelijke financiële structuur van de wetenschappelijke gemeenschap.

De beschouwing daarvan leidt tot een tweetal interessante paradoxen over een toch te aanvaarden beperking van de vrijheid van studie zoals Schekman die ons als ideaal voorhoudt, alsmede over een te aanvaarden zekere autoriteit (die Huxley verfoeide) in het publieke domein waarbinnen de wetenschapsbeoefening plaats vindt. Gesignaleerd wordt dat er een  tweedeling is wat betreft het management – de aansturing – bij het fundamentele en het toegepaste onderzoek. De erkenning van die tweedeling is wellicht een noodzakelijk kwaad om zowel de vooruitgang van de wetenschap als de toepassingen daarvan te bevorderen.

Deze constatering leidt in dit essay uiteindelijk (12.8) tot een nadere omschrijving van de  bekwaamheden die van de participanten op de werkniveaus 2, 3 en 4 (in figuur 1) mogen worden verwacht om zowel een efficiënte als harmonische ontwikkeling in de wetenschappelijke wereld te waarborgen.

—-

Noten

1. Schekman, Randy W. 2013. Nobel Prize banquet speech 2013. Quoted from Vannevar Bush’s ‘Science, The Endless Frontier’ Report to the President of the United States (Roosevelt), July 1945.

2. Bibby, Cyril. 1959. T. H. Huxley: Scientist, Humanist and Educator, 18. New York: Horizon 1959. Quoted in Barber, “Resistance by Scientists to Scientific Discovery.”
Barber, Bernard. 1961. “Resistance by Scientists to Scientific Discovery: This Source of Resistance has yet to be Given the Scrutiny Accorded Religious and Ideological Sources.” Science 134: 596-602.  http://web.missouri.edu/~hanuscind/8710/Barber1961.pdf (accessed on 10 April 2015).

3. Badawy, M.K. 1983. Developing Managerial Skills in Engineers and Scientists: Succeeding as a Technical Manager. New York: Van Nostrand Reinhold.

4. Arons, A.B. 1983. “Achieving Wider Scientific Literacy.” Daedalus: Journal of the American Academy of Arts and Sciences 112 (2): 91-122.

5. Vacca, Roberto. 1974, 2000. The Coming Dark Age. New York: Anchor/Doubleday. http://www.printandread.com/darkage.html (accessed on 10 April 2015)

6. Eco, Umberto. 1986. Travels in Hyper Reality: Essays. Translated by William Weaver. San Diego: Hartcourt Brace & Company.

7. http://royalsociety.org/about-us/ (for the arms see ‘history’; accessed on 13 March 2015).

8.  Rörsch, Arthur.  The progress of science. Past, present and future. Humaninities 2014, 3, 442-516 doi 10.3390/h3040442