China komt geregeld in het nieuws als voorbeeldland op het gebied van hernieuwbare energie. Denemarken is wel aardig, maar met 5 miljoen inwoners te klein om indruk te maken. Nee, dan de reus China! Zo lezen we: “China heeft de grootste windenergiemarkt ter wereld”, zegt Maria van der Hoeven het voormalige Nederlandse hoofd van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). “In de afgelopen 10 jaar heeft het land het aandeel hernieuwbare energie in de elektriciteitsmarkt van nihil tot bijna een kwart gebracht.”  Zie hier.

Dat lijkt mooi. Laten we er eens de cijfers bij halen.

Dan vinden we voor China het volgende:

TWh
Inderdaad vinden we dan die kwart, echter bijna geheel door waterkracht gedragen. Iets voor Nederland om een voorbeeld aan te nemen met onze ‘mogelijkheden’ voor waterkrachtcentrales? Misschien is het voor de beeldvorming toch beter het te houden op de overige posten van dat staatje. Dan rest 234,6 TWh, wat neerkomt op 4,2% van alleen de Chinese elektriciteitsconsumptie en 1,8% van de totale primaire energieconsumptie. Let wel: slechts aanbodgestuurd en niet vraagvolgend. Zie hier.

Mevrouw van der Hoeven vervolgt: “China is daarmee volgens de IEA op de goede weg. De enorme investeringen van het land in hernieuwbare energie, $ 80 miljard in 2014, maken duurzaamheid bovendien ook voor de rest van de wereld betaalbaar. De Chinese massaproductie heeft de prijs van zonnepanelen in enkele jaren met 70 procent omlaag gebracht.”

Ik zal bij deze zo geprezen industrie maar niet dezelfde vragen stellen die worden gesteld over de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie in Bangladesh en trouwens ook over China zelf met talloze zelfmoorden. Dit zijn situaties die zelfs het kapitalisme tarten. Ik zal ook maar niet vragen naar het lot van de vele honderdduizenden mensen die huis en haard hebben moeten verlaten vanwege waterkracht. We kennen de weinig zachtzinnige methoden van Chinese autoriteiten bij gedwongen verhuizingen. Dit weten we wel van de winning van neodymium voor windturbines.

Ook over de immense schade aan ecologisch en maatschappelijke systemen heerst bij de tegenstanders van fossiele en kernenergie een oorverdovende stilte, waar deze anders oorverdovend luidruchtig zijn als het schaliegas betreft.

Dit document laat beter zien hoe het zit met die Chinese voorbeeldfunctie van hernieuwbare energie.

We lezen bijvoorbeeld:

China is the world’s largest user of energy, 90% of it coming from fossil fuels, primarily coal (66.0%), oil (18.4%) and gas (5.6%). Only 9.8% of China’s energy needs are met by non-fossil fuels, most of that – 7.7% – coming from hydroelectricity, long a favorite among China’s economic planners. Wind (1.1%), nuclear (0.9%) and solar (less than 0.1%) complete the picture. Although China’s per capita energy consumption is relatively low – roughly one third of American consumption – China burns more coal than the rest of the world combined. Moreover, much of the energy China consumes is consumed inefficiently. To produce one unit of GDP, China uses 3.3 times more energy than the US, 5.4 times more than Japan, and 40% more than India. ‘Energy consumption per unit GDP is very high’, affirmed Li Yizhong, president of the China Federation of Industrial Economics. This inefficiency is caused by heavily subsidised state-owned energy producing and consuming behemoths, which use outdated technologies and are bereft of incentives for competition and innovation.

China produceert elektriciteit dus op een inefficiënte manier dankzij omvangrijke gesubsidieerde staatsinmenging. Dit klinkt bekend in de oren. Inmiddels lijkt men van Overheidswege een andere koers te willen volgen, al zijn daar de nodige vraagtekens bij te zetten:

In 2014, China’s cabinet, the State Council, unveiled its blueprint Energy Development Strategy Action Plan (2014–2020), spelling out that China’s reliance on fossil fuels will drop from 90% to 85% by 2020, while overall energy consumption will increase by 28%. By 2030, it expects fossil fuels’ dominance to drop another 5%, to around 80%. Meanwhile, the Chinese Academy of Engineering predicts that total energy consumption will continue its upward march until 2050. China’s annual coal consumption is projected to increase by 16.3% by 2020. Coming on the heels of a tripling of coal use since 2000, this increase is seen as necessary to maintain China’s economic growth, which China’s leaders have targeted at 7% for 2015, its lowest level in nearly 25 years. Coal consumption generally tracks China’s economic growth, electricity demand, and industrial sector output. In percentage terms, the State Council calls for coal to fall to 62% of all energy by 2020, oil to fall to 13%, and gas to rise to more than 10%. The balance would be taken up largely by renewables and nuclear, which combined would make up 15% of all energy by 2020 and, should the US–China announcement be realized, 20% by 2030. The dominant renewable energy technology would remain hydroelectric, accounting for over 7% of supply in 2020 and over 8% in 2030.

Erg spectaculair zal dus de bijdrage van hernieuwbaar excl. waterkracht en nucleair niet worden. Het volgende onderstreept dit, iets andere taal dan die van Maria van de Hoeven hierboven.

Notwithstanding the proportional shift away from coal and oil, the stated plan 4 indicates that coal will remain by far the dominant energy source for China in the decades ahead. And that assumes the plan encounters no practical roadblocks to implementation. Although China’s coal consumption and production last year declined (BP’s Statistical Review estimates growth at 0.1%, while the Chinese government claims it shrank by almost 3%), the International Energy Agency (IEA) expects China’s coal consumption to continue to grow beyond 2020, but more slowly than in the past, unless economic growth is much lower than assumed. ‘Economic growth in China needs more energy than nuclear, gas, oil and renewables can supply’, says the IEA, so China will be ‘the coal giant for many years in the future’.

Het klinkt in elk geval realistischer dan wij hier in Nederland gewend zijn door berichten dat het echt in 2030 te realiseren is, die 100% vervanging van fossiele energiebronnen door hernieuwbaar. Hoe kijken ze daar in China tegenaan?

To displace some fossil-fuel-generated power, the State Council wants to more than triple nuclear power by 2020, from the current installed capacity of almost 18GW to 58 GW. By 2030, says Zhou Dadi, vice-president of the China Energy Research Society, China could boost nuclear capacity to 200GW, and by 2050 to 400–500GW. To feed these reactors just until 2020, China will somehow need to secure about 16% China’s renewables expansion would also be daunting, but plausible since Chinese companies are among the world’s largest producers of solar panels and wind turbines and are the world’s largest dam builders. Solar capacity would need to expand sevenfold, and wind capacity two-and-a-half times by 2020.  Although most rivers have already been harnessed, hydropower would need to rise by 25%. If China’s highly ambitious targets for oil, gas, nuclear and renewables are fully met, by around 2030 it will depend on fossil fuels for 80% of its total energy requirements, down from today’s 90%, while having dramatically increased its greenhouse gas emissions, which might otherwise then be reaching a peak.

Die 80% afhankelijkheid van fossiele energiebronnen in 2030 is dus andere taal dan de jubelverhalen over de spectaculaire ommezwaai van voorbeeldland China van fossiel naar hernieuwbaar. Wat moeten we ons er nu concreet bij voorstellen? Laten we de cijfers van BP Workbook er weer bij halen. Dan komen we op het volgende. Geïnstalleerd vermogen in 2014 van zonenergie 28.199 MW en windenergie 114.609 MW. De voorgestelde groei is 7 x voor zonenergie en 2,5 x voor windenergie dus 197,4 GW voor zon- en 286,5 GW voor windenergie. Voor kernenergie komt dit uit op 58 GW. Verder lezen we ook dat de huidige consumptie met 28% zal zijn gestegen in 2020. Deze was in 2014 2972,1 Mtoe (miljoen ton olie-equivalent). Omgezet naar MWh wordt dit:

34.565.523.000 MWh/8760 = 3.946 GW x 1.28 = 5.051 GW in 2020. Zie hier.

Dus 3,6% voor zon, 5,7% voor wind en 1,1% voor kern van het geïnstalleerd vermogen. Dit komt, samen met de verwachte 7% hydro uit op 17,4%. Er staat 85% voor fossiel zoals in het rapport ook werd gesteld. Hoe dit er na 2030 zal uitzien, is ongewis, geven de huidige technische (thorium, kernfusie) en geopolitieke ontwikkelingen op het terrein van energie.

Vooralsnog zal in China hernieuwbaar een ondergeschikte rol blijven vervullen zo lang er geen technische doorbraken komen wat betreft betaalbare opslag van elektriciteit en het rendement van zonnepanelen. Windmolens zijn uitontwikkeld. Je kunt niet meer doen dan nog grotere exemplaren plaatsen, maar aan de Wet van Betz veranderen ze niets. Er komt nu bij dat de plannen voor windenergie in China on hold zijn gezet. Dit vanwege forse verliezen o.a. door inpassing.

Wat is de feitelijke productie van windenergie? Hier geldt: 286,5 GW x 8.760 uren per jaar x 0,24 opbrengstfactor (Essent rekent met 0,18) x 0,75 inpassingsverlies= 451,8 TWh.  Zie hier.

Voor zonenergie zou dit ook wel eens kunnen gelden. In dat geval krijgen we: 197,4 GW x 8.760 uren per jaar x 0,15 (geschat vanwege gemiddelde breedte) opbrengstfactor x 0,75 inpassingsverlies = 194,5 TWh.

Kernenergie levert in 2020: 58 GW x 8.760 x 0,9 = 457,3 TWh.

Kijken we verder in de toekomst naar 2030 dan zien we een energieconsumptie van 4159,3 Mtoe = 48.373.659.000 MWh/8760 = 5.522 GW (11% stijging na 2020).
Zie hier.

De 58 GW in 2020 kernenergie zal dan gestegen zijn naar 200 GW/5.522 GW = 3,6% (1,1% in 2020). Tel hier de voorgenomen 8% voor waterkracht bij op, dan rest voor overig hernieuwbaar 8,4% (9,3% in 2020) bij de voorgenomen 20% hernieuwbaar.

Bij dit alles moet worden bedacht dat windmolens 15 jaar meegaan, waar kerncentrales zeker 60 jaar halen. Dus een factor 4 extra. Verder geldt dat de ‘vraagvolgende’ levering van stroom uit wind en zon minder dan 5% is en dan nog door toeval. Dit waar de zekere vraagvolgendheid van fossiel gestookte en kernenergiecentrales 90% is, dus een factor 18 meer. Het ogenschijnlijk kleine aandeel van kernenergie in deze mix, is daarom bedrieglijk. Zie hier.

Een moderne economie, waar betrouwbare levering van welk product dan ook, een basiseis is, zullen niet buiten fossiele en kernenergie kunnen. Ik betwijfel dan ook of alle juichende berichten over China’s toegedichte ommezwaai naar hernieuwbaar terecht zijn. Energietransitie is een mooi idee, maar wat cijferwerk op z’n tijd kan geen kwaad om wensdenken te voorkomen en om de burger/belastingbetaler eerlijk te kunnen informeren.

Wat zo verontrustend uit dit alles blijkt is het idolate vertrouwen in hernieuwbare energiebronnen, waar vast staat dat deze alle inferieur zijn. Dit vertrouwen van beleidsmakers is een signaal voor burgers tot wantrouwen. Immers, wie de kudde volgt stampt in de mest van zijn voorganger.

 

Bron hier.

 

Print Friendly, PDF & Email