Screen Shot 2017-01-18 at 11.07.39Niet de capaciteitsfactor van windturbines (20-40 procent) of zon (10-20 procent) maar vooral het zogenaamde Merit Order Effect – een economische grens-bepaalt de mate van inpassing van variabele energiebronnen. Dat stelt dit artikel vast van het Breakthrough Institute over de vraag waar de grens van inpassing ligt. Het economische effect van steeds meer (aanbodgedreven) wind- en zonne-energie is dat ze zichzelf de markt uit werken, zoals onze huisingenieur Theo Wolters hier al eens beschreef. Zij verwijzen naar deze studie in Energy Economics in 2013:

During windy and sunny times the additional electricity supply reduces the prices. Because the drop is larger with more installed capacity, the market value of VRE falls with higher penetration rate.

en op basis van analyse van de Europese elektriciteitsmarkt EMMA:

Quantitative evidence is derived from a review of published studies, regression analysis of market data, and the calibrated model of the European electricity market EMMA. We find the value of wind power to fall from 110% of the average power price to 50–80% as wind penetration increases from zero to 30% of total electricity consumption. For solar power, similarly low value levels are reached already at 15% penetration

Onze oprijlaan vanochtend. Geen zon en geen wind, maar wel waterkoud

Onze oprijlaan vanochtend. Geen zon en geen wind, maar wel waterkoud

Maximale productie van die bronnen op een gegeven tijdstip, heeft als effect dat de marktprijs daalt dankzij het plotse overaanbod. Zo krijg je af en toe negatieve stroomprijzen, juist op het moment dat een uitbater van windstroom er aan zou moeten verdienen. Hoe meer variabel vermogen je op het net aansluit, hoe meer dat effect zal doorwerken. En dus: hoe minder uitbaters van wind- en zonne-energie aan de stroom zelf kunnen verdienen.

rz16-woudagemaal-6Ze eten hun eigen lunch op, en worden dus steeds meer afhankelijk van subsidies om de investering terug te verdienen. Het is dan ook misleidend om over zogenaamde ‘grid parity’ te praten: het moment waarop wind en zon fossiele energie zouden verslaan doordat ze de ontwikkelkosten met schaalvoordelen drukken.

Want hoe meer ongevraagde stroom je dumpt, hoe meer je de winst van je product- die elektrische energie- drukt op die piekmomenten. Je verdient met verkoop van stroom dus nooit je investering terug. Hoe meer windenergie, hoe slechter je verdienmodel.

Er zal dus nooit een punt komen waarop wind- en zon kunnen concurreren,. Omdat ze als effect hebben dat met stroom geen droog brood is te verdienen op de tijdstippen waarop ze maximaal die stroom zouden kunnen verkopen.

Een epagneul breton bij een kleine biomassacentrale

Een epagneul breton bij een kleine biomassacentrale: die kan zowel stroom als warmte leveren zonder onderbreking. De studie in Energy Economics gaat over variabele energiebronnen

Let wel: de ecomodernisten van het Breakthrough Institute zijn jubelend over wind- en zonne-energie als onderdeel van de energiemix. Ook juichen ze subsidie-programma’s toe om hun aandeel te vergroten in de energiemix.

Zonnepark Delfzijl

Zonnepark Delfzijl

Het Denemarken-effect: 40 procent windenergie ‘geloosd’ naar buitenland
Wat het Breakthrough Institute verder bevestigd is een hier eerder gedeelde analyse: Denemarken kan qua opgewekte kWhs op papier wel een derde van haar elektriciteit opwekken met wind-energie. Maar je kunt Denemarken niet los zien van de rest van het Nordic Synchonized Area: het net dat ze met Zweden en vooral Noorwegen delen met haar vele stuwmeren. Zonder de mogelijkheid om ongevraagde windstroom op dat net te lozen, zodat de Noren er hun stuwmeer-niveaus mee ophogen zouden ze nooit die capaciteit halen.

En dan blijkt dat Denemarken wel 40 procent van haar opgewekte windenergie exporteert op die wijze. Wij schreven eerder: 43 procent van (West)-Deense windstroom is dumpstroom richting buitenland.

Andermaal blijkt dus weer: wanneer je Climategate.nl volgt dan zit je qua analyse en feiten dus in de goede richting. Want wat wij schrijven wordt door data en wetenschap bevestigd. Wat ‘zij’- dus massamedia- schrijven op gezag van subsidieprofiteurs, de overheid en milieuclubs is meestal onzin. Maar zij hebben de meeste miljoenen te besteden om hun waarheden te verpatsen.

RZ16.Herman-69Klimaatvuurtje blijven stoken
Andere sprookjes als ‘de wind waait gratis’ gaan natuurlijk ook niet op. Het kost de mensheid ook niets dat er steenkool, olie en gas in de grond zit. Het kost de mijnbouw-maatschappij wel geld om het er uit te halen. Zoals een visser ook een boot moet laten bouwen voor hij de vis kan vangen. Zo kost iedere windturbine om de ‘gratis’ wind te oogsten ook een paar miljoen, die je weer moet zien terug te verdienen.

Bij cooperaties als Windvogel is door die aanvangskosten en afschrijving de begroting ook als volgt: 2/3de komt uit subsidie, 1/3de of minder uit stroomopbrengst.

Zonder klimaatretorica- het marketingmodel van windstroom- zou er dus geen enkele windturbine gebouwd worden. Wat dus wel blijft toenemen met de groeiende macht van de windustrie, is het gestook van het klimaat-vuurtje, naarmate het vermogen van wind en zon moet groeien. Dat verklaart dan misschien de extra subsidies (11 miljoen euro) die klimaat-agitatieclub Milieudefensie kreeg in 2016 volgens de begroting. Er is steeds meer (propaganda)geld nodig om jouw en mij het tegendeel van de realiteit te doen geloven.

Schoonheid of ‘schoon’
Mijn belangrijkste reden om tegen windenergie te zijn is de natuur.. Ze meppen de dieren die ik het mooiste vind uit de lucht, zoals deze prachtige steenarend. RZ17life (2)

…of deze magnifieke slechtvalk;

RZ17life (3)

Ja sorry, even een show-off geven van de eigen fotografie. Maar daarom besteed je uiteindelijk energie aan blogs over energie: om deze prachtdieren te beschermen tegen de barbaren van de milieubeweging. Het is de keuze tussen schoonheid en een ‘schoon milieu’. Dat milieu is onderhand wel schoon genoeg. Dus dan liever schoonheid.

Print Friendly, PDF & Email