Een bijdrage van Hugo Matthijssen.

Het klimaatakkoord van Parijs wordt hier in Nederland gebracht als de redding van onze planeet. De praktijk is echter anders. In de onderhandelingen is afgesproken dat China en India tot 2030 nog kunnen groeien wat uitstoot betreft. Daarna moeten ze hun beleid aanpassen. Rusland doet niet mee en ook de VS is afgehaakt. De grootste productie van CO2 komt uit deze landen die gewoon doorgaan met hun huidige activiteiten en waarvan de CO2-uitstoot blijft groeien.

Nederland voert een beleid dat gebaseerd is op het energieakkoord. Ga je daar naar kijken, dan is de geplande duurzame energievoorziening voor meer dan 60% gebaseerd op biomassa. Biomassa geeft bij de productie van een kWu direct uit de schoorsteen 20% meer CO2 uitstoot dan kolen en bijna 50% meer dan aardgas. Daarbij komt dan ook nog de uitstoot die vrijkomt bij het slopen van bossen in o.a. de VS (zie Zembla), alsmede het vermalen, drogen en tot pellets persen, gevolgd door transport per vrachtwagen en schepen naar de centrales in Nederland

Hier enkele cijfers in kg CO2 per kWu in de praktijk: Aardgas 0,2, Aardolie 0,26, Steenkool 0,34, Hout 0,39. En uit onderzoek in de praktijk blijkt dat het verbranden van hout ook nog eens veel meer uitstoot van fijnstof veroorzaakt. Daarnaast komen nog andere gevaarlijke stoffen vrij bij houtverbranding.

Het aandeel fijnstof als gevolg van houtstook is nu al ongeveer gelijk met de uitstoot van het verkeer. Het vastleggen van CO2 in nieuw bos geeft een vertraging van minimaal 30 tot 40 jaar, de tijd die bomen moeten groeien. Daarnaast blijkt wereldwijd dat er veel meer bos wordt gekapt dan er wordt aangeplant, zodat vastlegging van deze CO2 praktisch gezien belemmerd wordt

In het huidige beleid, dat is gebaseerd op het energieakkoord, moet 60% van wat hernieuwbaar genoemd wordt, uit biomassa komen. Daarvoor worden miljarden gereserveerd en dat aandeel geeft de komende jaren ook nog eens een enorme hoeveelheid extra CO2–uitstoot. Als we de inpassingsverliezen van wind en zon ook gaan meenemen, zal vrijwel zeker bij de uitvoering van het energieakkoord uiteindelijk de CO2–uitstoot de komende jaren toenemen. De overheid heeft een energieakkoord gesloten met de industrie en dat betekent veel subsidie voor niet of nauwelijks werkende oplossingen. Het is dan ook geen klimaatakkoord.

De kosten voor uitvoering van het beleid

Vaak wordt gedaan alsof de kosten van het energieakkoord worden terugverdiend en de economie zelfs kan groeien door deze investeringen. Als je de beleidsstukken van het planbureau voor de leefomgeving leest dan geven ze daarin aan dat de kosten voor de overheid van dit beleid bijna niets zijn. “Alleen de uitvoeringskosten van de SDE-subsidie”. Ook blijkt nu uit recente informatie dat het planbureau aangeeft dat de uitvoering van dit beleid ook economische voordelen heeft.

Kijken we naar een rapport van de Rekenkamer uit 2015 en ga je daarmee rekenen, dan blijkt dat de miljarden die worden toegezegd aan bedrijven in de vorm van de SDE+ subsidie direct bij de burger wordt opgehaald via de opslag duurzame energie.

1e Dit schrijft de rekenkamer in 2015 “Om met inzet van de regeling SDE+ de beleidsdoelen tóch te bereiken zou de minister van EZ tot 2023 € 12,8 miljard aan extra subsidieverplichtingen moeten aangaan voor windmolenparken op zee. Dit is 22% meer dan in het huidige beleid over de periode 2011-2023”. Ga je daarmee rekenen dan is de SDE+ subsidie al meer dan 58 miljard (12,8 : 22) x 100 = 58,2 miljard. Daar moet nog een 22% bij, dat is de 12,8 miljard die in het rapport genoemd wordt, en zo kom je al boven de 71 miljard uit.

2e De projecten leveren niet de verwachte productie. “Bovendien leveren eenmaal draaiende projecten gemiddeld 26% minder energie op dan op papier mogelijk is”. Met andere woorden, de projectontwikkelaars gaan bij de subsidieaanvragen gemiddeld uit van een veel te hoge productie duurzame energie.

3e In 2023 moet het aandeel hernieuwbaar uitgaande van het energieakkoord 16% zijn maar voor de productie van die 16% is ook een bijdrage van 60% uit biomassa ingeboekt. En we weten nu dat dat de uitstoot van biomassa per kWu hoger is dan de uitstoot die vrijkomt bij kolenstook, zodat toepassing van biomassa de CO2–uitstoot de komende jaren zal vergroten.

4e Maar qua kosten zijn we er ook nog niet. De 70 miljard SDE+ subsidie is maar een deel van de kosten. Daar komt ook nog eens 9 miljard voor extra netwerkkosten bovenop. Netwerkverzwaring is nodig om grotere pieken te kunnen verwerken. Ook is er een boekhoudkundige constructie bedacht zodat het net lijkt alsof de kosten voor wind op zee snel lager worden. De miljarden voor aansluitingen van windparken op zee zijn van de projectkosten van de initiatiefnemers richting Tennet verschoven, zodat die in de nabije toekomst via de post netwerkkosten kunnen worden opgehaald.

Daarboven komen dan ook nog eens de kosten voor balancering van wind en zon o.a. voor extra brandstofgebruik. Neem je alles mee dan komen we totaal voor uitvoering van het energieakkoord uit op ongeveer 100 miljard.

Terug naar Parijs. We hebben ons vastgelegd op een reductie van de CO2–uitstoot. In Nederland echter is dat vertaald naar een energieakkoord de basis is wind, zon en biomassa. Zoals uit het bovenstaande blijkt, zal het uiteindelijke effect van dit energieakkoord, dat 100 miljard kost, geen milieuwinst opleveren. In de praktijk blijkt dat met name biomassa een verkeerde keus is. Daardoor neemt met, naarmate de uitvoering van dit akkoord vordert, ook de CO2–uitstoot toe.

Het nieuwe beleid gebaseerd op het regeringsakkoord is nog ambitieuzer. Maar het zal duidelijk zijn dat meer van het zelfde uiteindelijk weinig tot niets oplevert. Het enige dat bereikt wordt, is dat de economie onderuit gaat. Het kost de overheid niets maar nu al 100 miljard wegtrekken uit de economie? Op deze wijze is uitvoering van het regeerakkoord de doodsteek van de samenleving zoals wij die kennen.

Nog een paar voorbeelden

1e 6000 MW op het land opgesteld windvermogen levert bij een productiefactor van 21% aanbodgestuurd net zoveel stroom als een basislastcentrale van 1260MW vraaggestuurd kan leveren.

2e Het grootste windpark Gemini levert niet meer dan 0,4% van ons totale finale jaarlijkse energiegebruik van 2119PJ (2016).

3e Het aandeel hernieuwbaar was in 2016 niet meer dan 125 PJ en daarvan kwam ook 60% uit biomassa. Wind leverde totaal 29,95 PJ en zon kwam niet veel verder dan 6,7 PJ. Nogmaals het totale finale energiegebruik was 2119 PJ en het totale primaire energiegebruik kwam uit op ongeveer 3040PJ.

4e Naarmate het percentage weersafhankelijke bronnen op het net toeneemt, zal ook de inpassing moeilijker worden en zullen de inpassingsverliezen extra toenemen. Zie ook de discussie met de minister op basis van mijn vragen. We komen nu aan de bovengrens die in dit rapport van de ombudsman genoemd wordt.

 

Print Friendly, PDF & Email