Een gastbijdrage van Bert Pijnse van der Aa.

Sisyphus was een sluwe man, maar beging de vergissing de goden uit te dagen. Hij wist telkens aan hen te ontsnappen, maar verergerde hiermee zijn uiteindelijke straf. Die luidde dat hij tot het einde der tijden een rotsblok tegen een berg moest duwen. (Bron: Wikipedia )

Alle energie komt van onze zon. De energie die ze al 4,5 miljard naar de aarde straalt wordt via fotosynthese omgezet in planten – biomassa – en fytoplankton en wordt bij verbranding weer terug omgezet in haar oorspronkelijke elementen. Zo wordt het brood dat we eten omgezet in energie en ademen we CO2 uit. Fossiele brandstoffen en biomassa zijn opgeslagen zonne-energie en bij verbranding daarvan komt de CO2 die werd opgenomen, weer terug in de atmosfeer.

Newcomen bedacht in 1710 een machine waarmee water uit de kolenmijnen kon worden gepompt door een vuurtje te stoken onder een een ketel. De brandstof voor het vuurtje waren de kolen die het hout, dat ze tot toen gebruikten om hun huizen te verwarmen, ging vervangen. Net op tijd, want door de sterk groeiende bevolking en bouw van oorlogsschepen waren Engeland en Nederland voor een groot deel van hun bossen ontdaan.

Zestig jaar later wist James Watt het ontwerp van Newcomen zodanig te verbeteren dat de stoommachine kon worden ingezet bij de productie, waarmee de  aanzet was gegeven voor een industriële revolutie, waarin machines in een razendsnel tempo arbeid zouden gaan vervangen en de ene na de andere uitvinding het leven van mensen zou verbeteren. In het begin door stoommachines, maar, nadat Edwin Drake honderd jaar later – dankzij die stoommachine – in Titusville Pennsylvania voor het eerst succesvol olie oppompte van 21 meter diep, werden die al heel snel vervangen door machines die werkten door het verbranden van olie: verbrandingsmotoren. Die motoren worden nu nog steeds gebruikt. Bijvoorbeeld om generatoren aan te drijven waarmee stroom kan worden opgewekt.

Kolen werden een belangrijk ingrediënt bij het bereiden van staal, eerst in het Mannesmann-procedé, later het Oxy- staal procedé. Staal maakte de bouw van de Eiffeltoren mogelijk. Metallurgie zou een belangrijke rol gaan spelen bij de ontwikkeling van nieuwe staalsoorten.

Olie werd een belangrijke grondstof voor de chemische industrie, die zich snel ontwikkelde (Bayer). Uit derivaten daarvan werden de nieuwe synthetische stoffen gemaakt, waarmee derivaten uit natuurlijk bronnen (cellulose) konden worden vervangen. Wederom een redding voor de bossen, waarop de druk snel groter werd door de razendsnel groeiende bevolking. Uit die synthetische harsen worden nu bijvoorbeeld wieken van windmolens vervaardigd.

Het leven van de mens en de economie werd dus volkomen gebaseerd op het verbranden van (fossiele) brandstoffen en olie als grondstof. Nu meer dan ooit tevoren, sinds we ook vrijwel volledig afhankelijk werden van het internet dat werkt dankzij de elektrische energie die door middel van machtige turbines wordt opgewekt met generatoren, die we te danken hebben aan Nicolai Tesla. En nog meer in de toekomst, waarin uiteindelijk robots het laatste beetje arbeid dat we nog deden uit handen gaan nemen. Dit allemaal met machines die werken volgens exact hetzelfde principe als de eerste stoommachine van 250 jaar geleden.

Naar mijn idee was de relatie tussen een economie en brandstoffen zonneklaar, maar dat is niet zo. Er kwamen organisaties en wetenschappers die vertelden dat er geen brandstoffen meer nodig zullen zijn en dat we de kapitalistische economie moeten inruilen voor een ‘betekenis‘-economie en dat we moeten gaan ‘consuminderen‘, minder vlees eten, niet meer vliegen enz..

Maar het energiegebruik reikt verder dan het huishouden. Dankzij brandstoffen konden we mooie wegen bouwen, fabrieken, scholen, nutsvoorzieningen, drinkwatervoorziening, riolering, ziekenhuizen, kortom, alles waardoor we leven in de meest welvarende tijd ooit. Zó welvarend dat veel mensen geen benul meer lijken te hebben van het feit dat de wereld waarin ze leven 24/7 draait op het verbranden van fossiele brandstoffen. Sterker nog, ze willen dat we die brandstoffen uitbannen en vervangen door windmolens, zonnepanelen en biomassa. Maar die worden ook gemaakt met die brandstoffen die ook CO2 uitstoten. En zo blijven ze eeuwig net als Sisyphus, als straf, de bal de rots opduwen, die telkens weer terug rolt. Ondertussen raken  wel de brandstoffen, zowel fossiele als biomassa, sneller op en wordt logischerwijs juist méér CO2 uitgestoten dan ooit,  zoals uit onderstaande grafieken duidelijk wordt .

De gegevens voor het samenstellen komen van de  66ste editie van de BP Statistical Review of World Energy, June 2017 en de door Hans Rosling opgerichte Gapminder Foundation en zijn voor iedereen toegankelijk.

In de grafieken worden de energieconsumptie, het aandeel renewables en de CO2 uitstoot van verschillende landen en groepen landen weergegeven.

De energieconsumptie betreft ALLE brandstoffen, INCLUSIEF RENEWABLES en wordt weergegeven in miljoenen tonnen olie-equivalenten; de CO2 uitstoot in miljoen Ton .

De periode loopt van 2006 tot 2017.

Als eerste de grafiek van de wereldconsumptie en CO2-uitstoot.

 

De grafiek van de wereldenergieconsumptie en de CO2-uitstoot laat een lineaire stijging zien over de periode 2006 tot 2017 met een gemiddelde groei van 1,8 % en die van de CO2-uitstoot met 1,6 %. Uit deze cijfers mag blijken dat economische groei en het gebruik van fossiele brandstoffen een directe relatie met elkaar hebben. Dat het over fossiele brandstoffen gaat, wordt ook duidelijk uit de verhouding tussen de consumptie en de CO2-uitstoot. Het aantal miljoenen tonnen van CO2 is een factor 2,5 groter, hetgeen overeenkomt met de gemiddelde hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij de verbranding van verschillende brandstoffen:

  • Steenkool 2,6 kg per kg
  • Gas 1,8 kg per m3
  • Benzine         2,4 kg
  • Dieselolie      2,7k

Van de wereld gaan we naar Nederland. In de media lezen we regelmatig dat ons land onderaan eindigt op de lijstjes, maar dat geldt niet voor de energieconsumptie en de CO2-uitstoot, want die daalden in de periode van 2006 tot 2017, beide met een gemiddeld 1,6% per jaar. De CO2-uitstoot daalde in die periode 12 %, van 242 miljoen Ton in 2006 naar 212 miljoen Ton CO2 in 2016.

De  grafieken van andere OECD-landen vertonen eenzelfde beeld. In die landen is het beleid kennelijk geweest om arbeids– en energie-intensieve productie te verplaatsen naar lage lonen landen.  

Behalve Duitsland dan. Duitsland is een land met veel maakindustrie dus energie–intensief. Dat is te zien aan de lijn. Uit de cijfers blijkt ook dat de CO2-uitstoot evenredig afnam met de energieconsumptie. En dat de Energiewende kennelijk géén of weinig invloed had op de hoogte van de CO2-uitstoot. In het rijtje met Frankrijk en Nederland eindigt Duitsland op de derde plaats.

Sommige landen die de productie overnamen, behoren tot de  ‘snelle groeiers’: Vietnam, Bangladesh, Peru, Algerije, Kazachstan  (al weer dalend) en Turkije, maar ook Brazilië en Chili bijvoorbeeld, waar dan weer derivaten uit natuurlijke grondstoffen – biofuels – grondstoffen voor de productie van hippe bioplastics worden geproduceerd (door tropische oerwouden te kappen).

Maar de grootste werkplaats ter wereld is China met miljoenen goedkope arbeidskrachten.

Daar bestellen we graag onze spullen via internet die dan per zeeschip en het busje bij de deur worden afgeleverd en waar alle grote bedrijven van de wereld hun producten laten fabriceren vanwege de goedkope arbeid. Daaronder windmolens en zonnepanelen. Dát verklaart de astronomisch grote energieconsumptie 23 % en hoge CO2-uitstoot en waardoor de  energieconsumptie en CO2-uitstoot van de OECD-landen daalde. En natuurlijk voor een groot deel door Amerikaanse bedrijven, die bij de beroemde Foxconn fabrieken onze Iphones laten maken.

Dat China en India het milieu bij de hun productie niet zo nauw nemen, blijkt uit de veel grotere factor tussen de energieconsumptie en CO2-uitstoot ten opzichte van de factor op wereldschaal die zeer waarschijnlijk het gevolg is van het grote aantal centrales met een slechte verbranding.

CO2–uitstoot

China is in absolute termen de grootste veroorzaker van CO2 uitstoot in  de wereld en wordt daarom in de media altijd in een adem genoemd met de USA, maar als de uitstoot per capita wordt weergegeven, ontstaat een heel ander beeld. China heeft 1,39 miljard inwoners (capita) en buurland India 1,29 miljard inwoners. De USA heeft 318 miljoen inwoners. Uitgedrukt in  CO2-uitstoot per capita (inwoner) scoren de USA dan vele malen hoger dan de Chinezen en is de uitstoot van de Indiërs vrijwel nihil. (Wél daalde de uitstoot van de USA). China en India zijn dan ook landen waar de rijkdom is geconcentreerd in een heel erg klein percentage van de bevolking, terwijl het grootst gedeelte van de bevolking nog steeds straatarm is.

Conclusie

Bert Pijnse van der Aa.

De energietransitie is de nieuwe economie die net als alle andere is gebaseerd op het verbranden van fossiele brandstoffen en zal net als Sisyphus eeuwig moeten doorgaan, zonder ooit ergens te komen (in dit geval totdat de voorraden zijn uitgeput).

Aldus Bert Pijnse van der Aa.