We zijn de laatste tijd overspoeld met goed nieuws over de ontwikkeling van de economie. Eindelijk tijd om de belasting te verlagen ten einde de koopkracht van de burgers te verbeteren. Fijn toch?

Maar de werkelijkheid is anders. De beloofde – minimale – belastingverlaging is bij lange na niet voldoende om de stijging van de vaste lasten voor tal van uitgavencategorieën van de burger te compenseren. De burger is dus voor het lapje gehouden.

Niet alleen de laagste inkomenscategorieën gaan daaronder gebukt, maar ook bij de hogere middeninkomens neemt de schuldenproblematiek toe. Dit verschijnsel is nieuw en – voor zover mij bekend – nog nooit eerder vertoond in de naoorlogse geschiedenis van ons land.

Nibud houdt de vinger aan de pols. Hoewel er de laatste tijd enige verbetering is te bespeuren, blijft het voor een welvarend land als Nederland toch triest dat een groot deel van de bevolking er toch niet in slaagt de eindjes aan elkaar te knopen. Schuldsanering is een bloeiende bedrijfstak geworden. Nodig? Ja zeker. Maar draagt niet bij aan welvaartsvermeerdering.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de economische ontwikkeling van ons land, en andere ontwikkelde landen, gekenmerkt door een economische groei zonder precedent in de menselijke geschiedenis. In bovenstaande grafiek zien we de groei van het reële BBP van na de oorlog. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw haalden we soms groeicijfers van boven de 8% per jaar. In de jaren zeventig zakte dat geleidelijk terug naar onder de 2%. In de jaren tachtig hadden we twee jaar van negatieve groei. Rond 2000 zaten we weer op de 4%, om daarna af te glijden naar de huidige 2%.

Er was een periode dat economen een groei van zo’n 3% als self-sustained growth beschouwden. Maar dat lijkt nu ver verleden tijd. We mogen al blij zijn met die zuinige 2%. En door de systematiek van de berekening van het BBP, betekent een toename daarvan niet automatisch een groei van het besteedbaar inkomen van de burgers.

Hoe het ook zij, zullen we nog ooit terugkeren naar zo’n economische bloeiperiode van meer dan 3% economische groei? Dat lijkt niet waarschijnlijk, mede gezien het feit dat overheden om redenen van klimaatbeleid bezig zijn met de kosten van energie voortdurend op te schroeven. En betaalbare energie blijft een cruciale factor bij economische groei en welvaartsverhoging.

De laatste dagen hebben verschillende energiebedrijven een ongekende verhoging van de huishoudelijke energierekening aangekondigd. En dat is nog maar het begin, althans als dit waanzinnige beleid wordt doorgezet en de gele hesjes daar geen eind aan maken.

En waarom doen we dit allemaal? Dat doen we omdat het beleid in de ban is geraakt van de klimaathysterie, die gebaseerd is op de vrees van een verschrikkelijke opwarming van de aarde, die overigens maar steeds niet wil komen.

En zal het Nederlandse klimaatbeleid ook maar enige invloed hebben op de verwachte ontwikkeling van de gemiddelde wereldtemperatuur? De vorige regering heeft bij een brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Sharon Dijksma erkend dat dit beleid geen aantoonbaar effect zal hebben. Dus opnieuw, waarom doen we dit?

Het effect is nihil, maar de kosten zijn exorbitant. Nooit in de geschiedenis van ons land zijn zulke astronomische bedragen besteed aan een beleid dat geen aantoonbaar resultaat zal hebben.

De klimaatconferentie in Katowice dreigt op een mislukking uit te lopen en de ballon van de schijnbare overeenstemming en euforie tijdens de klimaatconferentie van Parijs wordt doorgeprikt.

In strijd met de (geest van de) afspraken van ‘Parijs’ stijgt de uitstoot van CO2 wereldwijd nog steeds. In 2018 zal de uitstoot weer 2,7% hoger zijn dan in 2017 en een recordhoogte bereiken. De snelste groeiers zijn China en India.

Hierbij rijst de vraag of landen als Nederland nu in hun eentje de dreiging van die verschrikkelijke klimaatcatastrofe (die maar steeds niet wil komen) moeten afwenden en hun bevolking met ongekende welvaartsoffers moeten belasten, waar slechts een onmeetbaar klein resultaat tegenover staat. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De aankondiging van de verhoging van de energieprijzen voor gas en elektriciteit vormt slechts een onaangenaam klein voorproefje van de tsunami aan lastenverhogingen die op de burgers afkomt als gevolg van het voorgenomen klimaatbeleid.

In een persbericht rapporteerde Pricewise over de energieprijsverhogingen het volgende:

Nieuwe tarieven drie grootste leveranciers: energierekening huishouden stijgt met gemiddeld € 327,- in 2019

Sinds 2014 zijn de kosten voor energiebelastingen en ODE met 68% gestegen.

Hans de Kok.

Amsterdam, 10 december 2018 – Op basis van de nieuwe tarieven van de drie grootste energieleveranciers wordt duidelijk dat de totale energierekening voor een meerpersoonshuishouden per 1 januari 2019 stijgt met gemiddeld € 327,-. Dit is een stijging van in totaal 17% ten opzichte van het afgelopen half jaar. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door forse toenames in de leveringstarieven voor gas en stroom en de stijgende energiebelastingen op gas. Sinds 2014 zijn de kosten in de vorm van energiebelastingen en de Opslag Duurzame Energie (ODE) zelfs met 68% gestegen. Dit blijkt uit een onderzoek van online consumentenadviseur Pricewise gebaseerd op de tariefstijgingen van de drie grootste energieleveranciers Nuon, Essent en Eneco. Hans de Kok, directeur Pricewise: “Het gehele jaar zagen wij al dat de inkoopprijzen voor gas en stroom fors stegen en daarmee ook de prijzen voor de vaste tarieven. Het was dus onvermijdelijk dat de variabele tarieven zouden volgen in januari. Al is dit wel een aanzienlijk hoge stijging van de gehele energierekening. Daarnaast is het vooral opvallend dat er redelijk grote verschillen zijn tussen de stijgingen van de drie grootste energieleveranciers.”

Helft van Nederlanders heeft variabel tarief

Ongeveer de helft van de Nederlanders heeft een variabel tarief en krijgt dus per 1 januari 2019 te maken met een verhoogde energierekening. Consumenten die nog nooit zijn overgestapt of al enkele jaren geleden zijn overgestapt en sindsdien hun contract niet meer hebben aangepast, hebben meestal een contract met variabele tarieven. Bij het aflopen van een contract met vaste tarieven, loopt het contract namelijk stilzwijgend over in een contract met variabele tarieven.

Verschillen drie grootste energieleveranciers

De energieprijzen zijn bij alle grootste energieleveranciers – Nuon, Essent en Eneco – behoorlijk gestegen. Toch zijn er tussen de leveranciers nogal uiteenlopende verschillen in de stijgingen. De Kok: “Deze verschillen hebben voornamelijk te maken met de energie-inkoop, maar ook met verkoop- en prijsstrategieën.”

Bij Eneco gaat een driepersoonshuishouden volgens de berekeningen van Pricewise (met een gemiddeld verbruik van 3.500 kWh en 1.500 m3) in 2019 zo’n € 206,- meer betalen dan in 2018, en bij Nuon is dat zo’n € 173,-. Bij Essent stijgen de tarieven relatief het minst, daar gaat een driepersoonshuishouden zo’n € 141,- meer betalen in 2019. De meeste huishoudens hebben in de afgelopen dagen al bericht gekregen van hun leverancier over de impact die de prijsstijgingen hebben op hun maandelijkse energiebedrag. De huishoudens die hier nog geen bericht over hebben gehad, zullen hier op korte termijn over geïnformeerd worden.

Stijging ten opzichte van 2018

Pricewise heeft gekeken naar de totale gemiddelde energierekening voor 2019 waarbij alle kosten zijn meegenomen, dus ook de netbeheerkosten en transportkosten. De forse stijgingen in energieprijzen worden veroorzaakt door onder andere de inkoopprijzen voor gas en stroom in 2018 en de stijging in belastingheffingen en de ODE. Tegelijkertijd is de belastingvermindering op energie verlaagd. Daardoor stijgen de totale kosten in de vorm van energiebelastingen en ODE van € 649,11 in 2018 tot € 802,30 in 2019. Ten opzichte van het afgelopen half jaar stijgen de leveringstarieven voor gas en stroom per 1 januari met maar liefst 21%. In totaal betekent dit dat de energierekening in 2019 voor een driepersoonshuishouden met een gemiddeld verbruik van 3.500 kWh stroom en 1.500 m3 gas met gemiddeld € 327,- stijgt. De Kok: “Onze voorspelling van afgelopen oktober dat de vaste lasten enorm zouden toenemen, blijkt dus helaas uit te zijn gekomen voor de energielasten.”

Redenen forse stijgingen in inkoopprijzen energie

De forse stijgingen in de inkoopprijzen van energie worden veroorzaakt doordat de energiegroothandelsprijzen altijd in beweging zijn. Deze worden beïnvloed door geopolitieke trends en de commoditymarkten. De Kok: “De olieprijs steeg eerder fors, maar kelderde de afgelopen twee maanden weer. De prijs voor duurzame GvO`s [stroom met groencertificaten] blijft hard stijgen en de kosten voor CO₂-rechten zijn in een jaar tijd bijna verdrievoudigd. En dat zie je uiteindelijk terug in de consumentenprijzen. Daarnaast geven leveranciers nog andere oorzaken aan. Essent noemt bijvoorbeeld de groeiende internationale vraag naar energie door de aantrekkende economie en minder gasproductie in Groningen als redenen. En zo noemt Eneco ook de koude winter en warme zomer die voor een grotere vraag naar energie zorgden als oorzaak voor de verhoging van de prijzen.”

Stijging over de laatste zes jaar

De totale energierekening is na een daling tussen 2014 en 2017 weer flink gaan stijgen. Tussen 2017 en 2019 is de totale energierekening met 30% gestegen en de belastingen erop met maar liefst 40%. Hans de Kok: “De leveringstarieven van stroom en gas hebben sinds 2016 een enorme vlucht genomen en zitten nu weer rond het niveau van zes jaar geleden. Daarnaast zien we dat over de gehele periode van zes jaar de energiebelastingen en ODE enorm zijn gestegen, met 68% tussen 2014 en 2019, van € 478,17 naar € 802,30. Deze belastingen vormen nu een totaal van 47% van de energierekening. De enorme stijging in belastingen wordt veroorzaakt door de duurzame transitie die vanuit de overheid wordt geïnitieerd. Energieverbruik, en met name gasverbruik, wordt verder ontmoedigd. En dat zie je terug in de stijgingen van de energiebelastingen.”

Hans de Kok: “De toename in energiekosten betekent een aanzienlijke verhoging van de vaste lasten voor consumenten. Bij vrijwel alle energieleveranciers zullen de energieprijzen stijgen, maar er zijn wel behoorlijke verschillen tussen al die leveranciers. Door slim te kiezen is een deel van de prijsstijgingen dus te voorkomen. Helaas ontkomt geen enkele consument aan de stijgingen in alle belastingen op de energienota. Daarom is het juist nu extra belangrijk voor consumenten om een goede vergelijking te maken. Er gebeurt nu ontzettend veel op de energiemarkt en de prijzen zijn enorm in ontwikkeling. We verwachten dat dit ook doorzet in 2019. Om als consument in deze turbulente tijd zo veel mogelijk zekerheid te creëren, is het raadzaam om een vast contract te kiezen voor een jaar zodat je precies weet waar je aan toe bent het komende jaar.”

Aldus Pricewise.

Nogmaals, dit is nog maar een klein voorproefje. De burger zal nog veel harder in de portemonnee worden getroffen als het voorgenomen klimaatbeleid ook werkelijk wordt doorgezet en een mogelijk vroegtijdige val van dit kabinet daar geen streep door zet.

De vraag blijft waarom de burger via zijn energierekening op kosten moet worden gejaagd voor de afwending van een imaginaire klimaatcatastrofe, die slechts bestaat in de virtuele werkelijkheid van de klimaatmodellen, die nog niet eens het verleden kunnen ‘voorspellen’ (‘hindcasting’), laat staan de toekomst (‘forecasting’).