Hugo Matthijssen.

Een van onze lezers verzocht Climategate.nl zijn licht te laten schijnen over de subsidiëring van een project van 35 windmolens in het hoge noorden. Dit schreef hij ons.

Heb nu proefabonnement op Dagblad van het Noorden. Zie bijgevoegd artikel en ook iets wat ik na even Googlen aantrof (gerelateerd aan zelfde bedrijf Innogy).

Ik ben niet tegen windenergie, maar ik zie dat er dus bijna 0,4 miljard mogelijk verstrekt gaat worden voor project van 35 windmolens. Dat is ongeveer 11 miljoen per windmolen! Daar sta ik ook wel van te kijken, want dit is gewoon op land. Offshore kan ik me zulke bedragen voorstellen, maar voor een onshore park? Het bedrag klopt wel degelijk, ik heb via andere betrouwbare bron het bedrag van 0,4 miljard bevestigd gezien.

Las ergens anders dat project voor 100.000 huishoudens stroom zou moeten kunnen leveren op basis van geïnstalleerd vermogen van dit park. Daar heb ik dan allerlei vraagtekens bij, want ik vraag me altijd af als men vermogens citeert in de krant zijn dit dan de nominale piekvermogens die molens hebben (maximum capaciteit), of is dit daadwerkelijk geïnstalleerd vermogen dat het jaarrond gemiddeld genereert?

Hoe dan ook, ik vind het nogal wat dat overheid aan een commercieel consortium een subsidie geeft die bijna 4.000 per huishouden bedraagt. Dat is me nogal een bedrag, gemiddelde Nederlander moet bruto 7.000 verdienen om dat bedrag netto te ontvangen. En dat geeft overheid nu in 1 keer weg. En dan vraag ik me af: is dit bedrag dan voor de energiebehoefte van een huishouden, of slechts voor de elektriciteitscomponent (exclusief gas)? In het laatste geval is die 4.000 euro ook een behoorlijk bedrag dat weggegeven wordt. Dan kun je beter een huishouden 4.000 euro geven, want als ze dan zelf er 4000 euro bijleggen heeft het gemiddeld huishouden haar hele elektriciteitsbehoefte gedekt met zonnepanelen (gemiddeld 8.000 euro investering per huishouding).

Al met al is elk fossiel winningsbedrijf in Nederland de facto ongewenst. Je wordt niet blij van het toekomstperspectief van traditionele gaswinning in Nederland.

Aldus een lezer.

Een kolfje naar de hand van Hugo Matthijssen, die de volgende reactie schreef.

Beste lezer,

100.000 Huishoudens lijkt veel maar het gaat hier alleen om het stroomgebruik. En stroomgebruik is 21% van het totale finale energiegebruik. Het totale finale energiegebruik in Nederland is 2100 PJ per jaar. Zie ook hier.

We hebben in Nederland 7,8 miljoen huishoudens die samen 4% van het totale finale energiegebruik in de vorm van stroom gebruiken

Dit windpark gaat volgens de opgave van de projectontwikkelaar 100.000/ 7.800.000 x 4% = 0,0513% van het totale finale energiegebruik per jaar leveren Dat is niet meer dan gerommel in de marge.

Het probleem wat de inzet van windturbines betreft is niet alleen de weinig energie-intensieve productie maar ook de weersafhankelijkheid en de inpassingsproblematiek.

Dit is de conclusie: Windpark N33 levert gemiddeld door het jaar heen net 112 uur draaien op de piekcapaciteit van de Eemshavencentrale en dat 15 jaar lang voor een bedrag van 393 miljoen euro.

Toelichting

Laten we eens kijken naar het te bouwen windpark N33 met gepland 120 MW opgesteld windvermogen. De productiefactor van alle molens op het land is gemiddeld 21%. De productiefactor is een percentage van dit opgestelde vermogen x het aantal uren per jaar en afhankelijk van de lokale windcondities. Tot windkracht 4 leveren windmolens een beetje en bij windkracht 6 en hoger wordt het opgestelde vermogen geleverd.

Windmolens leveren dan ook stroom waarvan de levering in de praktijk afhankelijk is van de windsnelheid tot de 3e macht en dat betekent dat niet alleen de gemiddelde windsnelheid bepalend is maar ook de lokaal voorkomende pieken. De windsnelheid is in het noordoosten van ons land is gemiddeld lager dan aan de kusten. Zie de windkaart.

Gemiddeld leveren alle windmolens op het land samen een productiefactor 21%. en de praktijk is dat aan de kust meer stroom geleverd wordt dan in ons binnenland. In de buurt van Emmen is dat een stuk minder. Voor een project bij Emmen bleek uit een berekening van de projectontwikkelaar dat, met molens van 149 meter hoog, net een productiefactor van 10% gehaald zou worden. Het project zou dan ook niet doorgaan tenzij de molens hoger zouden kunnen worden (met een grotere wiekcirkel).

Laten we het windpark bij de N33 het voordeel van de twijfel geven: geen 30% zoals aan de kust en ook wel iets meer dan de 10% zoals bij Emmen. Een reële praktische schatting komt dan op een productiefactor van ongeveer 15% uit.

Gepland is voor dit windpark een opgesteld vermogen van 120 MW. Er wordt echter wat gerommeld met de vermogens van de turbines, zodat we nu ongeveer op 130 MW opgesteld vermogen uitkomen. De levering door het jaar heen op deze minder windrijke locatie is in de praktijk vergelijkbaar met 15% van 130 MW x het aantal uren per jaar wat neerkomt op bijna 20 MW x 365 x 24 u = 175.200 MWu. Dat lijkt veel maar komt uit op 112,3 uur draaien van de Eemshaven centrale met een capaciteit van 1560MW.

En er zit nog een adder onder het gras. Om die gemiddelde capaciteit te kunnen leveren zit je bij windsnelheden van 6 Beaufort en hoger op pieken tot 130 MW en bij windsnelheden van windkracht 3 en lager komt er vrijwel niets uit. Dat betekent dat die wiebelstroom moet worden ingepast op het netwerk en dat kost extra brandstof zodat je dat beetje CO2-winst wat die molens zouden betekenen deels ook nog kunt vergeten.

Zie ook mijn discussie met de minister via de ombudsman. In dat rapport van de ombudsman kun je lezen hoe dat werkt.

Totaal 393 miljoen subsidie voor 15 jaar wiebelstroom met een gemiddelde levering door het jaar heen van 20 MW per uur, wat in vergelijking met de capaciteit van de levering van de Eemshavencentrale 1560 MW marginaal te noemen is. Toch komt onze overheid met het beleidsuitgangspunt dat dit windpark van belang is voor een CO2-vrije energievoorziening in de toekomst. Daarvoor wordt de crisis en herstelwet en de rijkscoördinatieregeling van stal gehaald en met voorbijgaan van alle democratische spelregels wordt dit windpark er doorgedrukt.

Na 15 tot 20 jaar zijn de molens versleten en is er een beetje stroom geleverd, wat nauwelijks iets bijdraagt. Wel blijft er erg veel moeilijk te verwerken afval over zoals kunststof in de wieken en gewapend beton in de fundatie.

De planning van de minister is dat er in 2020 totaal 6000 MW opgesteld windvermogen op het land staat.  Zetten ze daarvoor nog meer parken in windarme gebieden dan daalt daarmee de gemiddelde productiefactor op het land. Uitgaande van de huidige productiefactor van 21% kom je met die 6000 MW windvermogen uit op een doordraaiende centrale capaciteit van 1260 MW en daar moeten de inpassingsverliezen nog van af. Die molens gaan in de praktijk wel pieken met maximaal 6000 MW en als het niet waait dan komt er bijna niets uit. Naarmate het aandeel wind op het net groter wordt nemen verhoudingsgewijs de inpassingsverliezen toe.

Je moet voor 6000 MW opgesteld windvermogen ook nog eens 6000 MW back-up centrale capaciteit achter de hand hebben. Dat wordt door voorstanders ontkent, maar als het hier windstil is is dat meestal ook zo in Duitsland. zie ook deze film.

 

De vraag is dan ook wiens belang wordt gediend en hoe de hele Tweede Kamer er vanuit kan gaat dat je met dit soort, slecht inpasbare weersafhankelijke technieken de energievoorziening in de toekomst kunt regelen. Technisch gezien is dat broddelwerk.

En wat nog vreemder is is het feit dat in windarme gebieden windparken geplaatst worden waarvan de levering die afhankelijk is van de windsnelheid tot de 3e macht gering te noemen is. dat is bekend en om het dan nog aantrekkelijk te maken wordt de projectontwikkelaar meer subsidie per kWu toegezegd dan de voor stroom uit molens in windrijke gebieden. Voor de energievoorziening is dit een farce. Het doel is niet energievoorziening maar windmolens bouwen, ook als ze nauwelijks wat bijdragen.

Zie voor de theorie hier.