Een bijdrage van Hugo Matthijssen.

Onlangs las ik op internet een artikel van Heleen Ekker, redacteur bij het NOS-journaal, met de volgende kop:

Kustlijn opgeven en het hogerop zoeken, dat is plan B bij zeespiegelstijging.

De kern van het artikel is:

Omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn, is het nodig dat er nu al wordt nagedacht over de keuzes die Nederland moet maken als internationaal klimaatbeleid faalt. Dat zeggen verschillende experts op het gebied van zeespiegelstijging in Vrij Nederland

Als de wereld er niet in slaagt om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en het Parijse Klimaatakkoord niet wordt nageleefd, zal de aarde meer opwarmen dan 1,5 of 2 graden. Dat zal ertoe leiden dat de zeespiegel steeds verder zal stijgen.

Zij schrijft haar artikel op basis van een artikel in Vrij Nederland, waarin deskundigen aangegeven dat het verhogen van dijken en extra ruimte voor rivieren mogelijk niet genoeg zal zijn om de komende zeespiegelstijging op te vangen

Een stukje uit die tekst:

De zeespiegelstijging is nog lang niet voorbij en gaat mogelijk een stuk sneller dan we eerder dachten. De grote vraag is of het Nederland zoals we dat nu kennen wel te handhaven is.

In het artikel komen diverse Nederlandse zeespiegel specialisten aan het woord, die tot nog toe hun zorgen vooral uiten binnen de eigen kring. Zo hebben klimaatonderzoekers en glaciologen groeiende twijfels over de stabiliteit van de Antarctische ijskap. De zeespiegelstijging kan hierdoor fors versnellen. En dat heeft grote consequenties voor Nederland, aldus deskundigen die kijken naar de gevolgen van de zeespiegelstijging. Om het zeewater tegen te houden, moeten de dijken hoger. De polders daarachter komen dan relatief dieper te liggen. De stijging zou zelfs zover kunnen gaan dat we het lagere deel van Nederland moeten opgeven.

Hier komt het verhaal weer van Amersfoort aan zee. Daarbij geeft ze het volgende aan:

De zeespiegel stijgt steeds sneller; het ijsverlies op Groenland en Antarctica neemt toe en satellieten meten een versnelling van de wereldwijde zeespiegelstijging. Lag de snelheid van die stijging in de 20ste eeuw onder de 2 millimeter per jaar, na het jaar 2000 was het rond de 3 millimeter en de afgelopen jaren is dat opgelopen tot 4,3 millimeter per jaar. Hoezeer die versnelling zal doorzetten is onzeker.

Kijken we naar het artikel in Vrij Nederland dan kom je daar het volgende tegen:

Rekende het laatste IPCC-rapport (2013) nog in decimeters, nu komen steeds vaker studies voorbij – ook van ons eigen KNMI – die rekenen in meters, als alles tegenzit. Daarbij wordt uitgegaan van blijvend hoge CO2-emissies en mogelijke processen die het smelten en afbreken van ijs aan de randen van de grote ijskappen versnellen. Als je daar bovenop ook nog een statistische pechmarge meeweegt, kom je op het meest ongunstige scenario: een zeespiegelstijging van 292 centimeter in 2100.

En zo komt de NOS met een zeer alarmerend artikel van de hand van NOS-redacteur Heleen Ekker met als boodschap dat naleving van de klimaatafspraken cruciaal is omdat we anders het risico lopen dat we onze kustlijn in de toekomst niet meer kunnen handhaven. In dat licht is de 1000 miljard een peulenschil als we daarmee kunnen voorkomen dat we half Nederland moeten prijsgeven en we rekening moeten gaan houden met miljoenen klimaatvluchtelingen vanuit het westen naar Drenthe – mensen die uit de ondergelopen provincies komen. Maar ook met deze voorspelde versnelling is 4,3 mm per jaar niet meer dan 43 cm per eeuw. En dat zit nog ruim binnen de marges van de projecties van het IPCC. 

Om een beter inzicht te krijgen in de materie kijken we eerst naar de zeespiegelstijging. De belangrijkste vraag is wat de resultaten van de metingen van de zeespiegelstijging zijn en of er wel sprake is van een versnelling.

Dit schrijft het KNMI over de zeespiegelstijging.

In de twintigste eeuw is de zeespiegel ongeveer 20 centimeter gestegen. Volgens het IPCC is de zeespiegel aan het einde van de 21ste eeuw op wereldschaal met 26 tot 82 centimeter gestegen. Uit satellietmetingen blijkt dat het zeeniveau niet overal op aarde even snel stijgt. De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust was de afgelopen eeuw vrijwel net zo sterk als de wereldwijde stijging.

Bij een oplopende temperatuur stijgt de zeespiegel. Dit komt door de uitzetting van zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen en het gestaag slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica. Ook de snelle afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap draagt bij aan zeespiegelstijging.

Bron hier.

Wat we hier zien is de meting over de afgelopen eeuw van 20 cm en de voorspelling van het IPCC tot 82 centimeter in 2100.

Deltares geeft ook nog een toename van de onzekerheidsmarge aan en komt met een stijging tussen 0,3 en 2 meter als we de temperatuurstijging onder de 2 graden houden. En lukt dat niet, geven zij aan, dan halen we mogelijk de 5 meter zeespiegelstijging.

En vervolgens komt Heleen Ekker van de NOS met een rampenartikel in de trant van halen we de 2 graden niet, dan bestaat er een kans dat we de lagere delen van Nederland moeten opgeven. We moeten een plan B maken omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn, is het nodig dat er nu al wordt nagedacht over de keuzes die Nederland moet maken als internationaal klimaatbeleid faalt. Dat zeggen verschillende experts op het gebied van zeespiegelstijging in Vrij Nederland.

Als de wereld er niet in slaagt om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en het Parijse Klimaatakkoord niet wordt nageleefd, zal de aarde meer opwarmen dan 1,5 of 2 graden. Dat zal ertoe leiden dat de zeespiegel steeds verder zal stijgen. Met recht een rampscenario! En dat is het nieuws van de NOS!

Laten we eerst maar eens verder kijken.

De zeespiegelstijging gemeten

Zie ook hier

Er zijn 2 meetmethoden gebruikt om de zeespiegelstijging te meten:

  • 125 jaar metingen met peilschalen en
  • vanaf 1993 metingen met satellieten.

Met peilschalen aan de kust meten we al meer dan 125 jaar

Peilschalen

125 Jaar meten met peilschalen geeft een zeespiegelstijging van 1,9 mm per jaar en er is geen versnelling gemeten, ook niet de meest recente periode tussen 1993 en 2018.

Satellieten

In 1993 is het meten met satellieten gestart, daarmee meet je de hoogte van de zeespiegel over een veel groter oppervlakte met golven die constant in beweging zijn, opstuwing van water etc. Hierdoor krijg je ook andere meetwaarden en nauwkeurigheidsmarges. Met deze meetmethode wordt echter ook geen versnelling gemeten vanaf 1993.

Het PBL geeft daarover het volgende aan:

Zij berekenen de mondiale zeespiegel uit satellietwaarnemingen vanaf 1993. Over deze periode is de stijging bij benadering lineair, en bedraagt 2,6 mm per jaar, met een ondergrens van 2,2 en een bovengrens van 3,0 mm per jaar.

De onzekerheidsmarge is hier 0,4 mm naar boven en naar beneden en het zal duidelijk zijn dat meten met satellieten een heel andere meting is dan met peilschalen. Ook is duidelijk dat met beide meetmethoden geen versnelling is waargenomen.

IPCC

Vanwaar dan al die alarmerende berichten? Dan moeten we kijken naar de wijze waarop het IPCC met deze data is omgegaan.

Dit schrijft het PBL daarover:

Over de periode 1901-1990 wordt in beide benaderingen een toename van 1,2 tot 1,5 mm per jaar ‘gereconstrueerd’. Over de periode 1993-2010 wordt een sterkere toename gevonden, namelijk van 2,8 tot 3,0 mm per jaar.

Het zal duidelijk zijn dat de gemeten waarden uit het begin van de metingen worden aangepast. En je kunt je afvragen wat daar de doelstelling van is. Hoe kun je met gemeten data rommelen?

Hoe de dramatiek van de klimaatzaak berust op een minuscule fout

Stel u even voor dat u als Amerikaans parlementslid luistert naar een toespraak van een betrouwbare NASA-wetenschapper die aan de hand van een grafiek toont hoe de aarde door de opwarming afstevent op een enorme stijging van de zeespiegel. Al Gore nam toen het initiatief om daar een publieke zaak van te maken. Met zijn professioneel gemaakte film, An Inconvenient Truth, sensibiliseerde hij de ganse wereld voor de dramatische toekomst, die wereldwijd regio’s, waaronder Vlaanderen, onder water zou zetten.

Hieronder de grafiek waarmee Hansen en het IPCC met succes de politiek overtuigden van de ‘sense of urgency’. (gegevens vervolledigd met de data van de laatste jaren).

Let op! De peilschaal metingen geven al 125 een stijging aan van 1,9 mm per jaar tot nu toe zonder versnelling en de satellietmetingen geven vanaf 1993 tot nu toe 2,6 mm per jaar, met een ondergrens van 2,2 en een bovengrens van 3,0 mm per jaar”

Bron hier.

Vergelijk nu eens de gemeten waarden van de peilschaalmetingen en aanpassingen in deze grafiek. Op basis van de ‘reconstructie’ door Hansen zie je waarden waarop de voorspellingen zijn gebaseerd. Eerst reconstrueren ze de gemeten waarden sterk omlaag van 1,9 naar 0,6 mm tussen 1900 en 1930. De volgende lijn is een stijging maar nog steeds omlaag van 1,9 naar 1,4 mm. En vanaf 1993, het begin van de satellietmetingen, die uitkwam op 2,6 mm +/ – 0,4 mm zonder versnelling, trekken ze de lijn strak omhoog met 3,3 mm. Dat is datamanipulatie van de eerste orde!

Toch iets om over na te denken. Door het reconstrueren ontstaat er nu een beeld van een versnelling die tot op heden niet uit metingen is gebleken. De resultaten van deze reconstructie is volkomen in tegenspraak met de werkelijkheid. Kennelijk kon men zich niet vinden in de resultaten van de 125 jaar waargenomen peilschaalmetingen en de 2,6 mm gemeten met satellieten beide zonder een versnelling. Uitgaande van de AGW-hypothese zou er een versnelling moeten zijn, en als de versnelling niet blijkt uit de metingen dan reconstrueer je die gewoon – een handelwijze die in de klimaatwetenschap vaker voor komt. Passen de metingen niet in het model dan pas je niet je model aan maar de meetresultaten. Zien we dat vaker dat resultaten van metingen achteraf worden aangepast? 

Wat ook weinig in beeld komt de laatste tijd is de sterk afgenomen temperatuurstijging vanaf 2001.

Kijken we naar de cijfers van HadCRUT4 vanaf 2001 dan blijkt dat opwarming niet meer te koppelen is aan de CO2-stijging vanaf de eeuwwisseling. De laatste piek in 2016 was een gevolg van El Niño. Na de top is de afkoeling weer ingezet.

Conclusie

1e Er is vanaf het begin van deze eeuw weinig meer te merken van de opwarming. We zitten nu met 0,2 graad over een periode van 18 jaar.

2e Er is geen versnelde zeespiegelstijging gemeten en het is methodologisch onjuist om metingen de reconstrueren door peilschaalmetingen en metingen met satellieten aan elkaar te plakken en dan op een versnelling uit te komen, zeker als ook tot nu toe de peilschaalmetingen geen versnelling hebben aangetoond. De versnelling van het IPCC en Hansen is gereconstrueerd. Zie ook hier.

Terug naar het artikel

Hun tekst:

De zeespiegel kan mogelijk (veel) sneller gaan stijgen dan tot nog toe is aangenomen in het Deltaprogramma. Deze extra versnelling heeft te maken met recente inzichten over het mogelijk versneld afbreken en smelten van het landijs op Antarctica.

Zie ook: Climate-change–driven accelerated sea-level rise detected in the altimeter era

Satellite altimetry has shown that global mean sea level has been rising at a rate of ∼3 ± 0.4 mm/y since 1993 [gemeten waarden].

Using the altimeter record coupled with careful consideration of interannual and decadal variability as well as potential instrument errors, we show that this rate is accelerating at 0.084 ± 0.025 mm/y2 [dat zijn gereconstrueerde waarden] , which agrees well with climate model projections. If sea level continues to change at this rate and acceleration, sea-level rise by 2100 (∼65 cm) will be more than than double the amount if the rate was constant at 3 mm/y.

Wat we dan ook hier zien is weer een aanpassing van gemeten waarden op basis van een projectie en het is wel erg frappant dat die waarden nu uitkomen op de projecties van het klimaatmodel.

Deze ‘extra versnelling’ is gebaseerd op modelberekeningen en de kern daarvan is dat wordt uitgegaan van een onvolledig beeld van de werkelijkheid. Het beeld van deze wetenschappers is dat de oceaan opwarmt en een deel van deze warmte verdwijnt in de onderlagen van de oceanen. Dat water dat dan in de onderlagen van de oceanen is opgeslagen en nu warmer water uit deze onderlaag van de oceanen bij Antarctica door de zeestroming weer naar boven wordt gebracht. Vervolgens gaan ze er van uit dat daardoor ijs aan de kusten van onderaf smelt en grote stukken kunnen afbreken. Het is een hypothese!

De vraag is of de data en de vooronderstellingen waarop de modelberekeningen zijn gedaan juist zijn. Als we kunnen aantonen dat het vrijwel onmogelijk is dat er warmer water uit de onderlaag van de oceanen aan de kusten van Antarctica terecht kan komen is de bodem onder deze zeer alarmerende modelberekening weg.

Dit is data van het PBL. Zichtbaar is dat de stijging zowel met satellieten en met peilschalen onveranderd lineair is en dat de versnelling van het IPCC gereconstrueerd is.  Zie hier.

Ook NASA kwam eerder tot andere waarden. Er is al 10.000 jaar sprake van ijsaangroei. Maar dat onderzoek is in de mainstream klimaatwetenschap volledig genegeerd en deze resultaten worden gezien de uitkomsten van de modelberekeningen als onjuist beschouwd. Zie hier.

In dit onderzoek zie je dat uit satellietmetingen blijkt dat er sprake is van ijsaangroei. En wat opvalt is dat snelheidsveranderingen van de stroming van gletsjers gecompenseerd wordt met toename van sneeuwval. De aangroei van het ijs is na versnelling van de sneeuwval meer dan 10.000 jaar aanwezig. Tussen 2003 en 2008 is er ongeveer 82 miljard ton ijs bijgekomen. Met name de opwarming sinds de laatste ijstijd zorgt voor toename van sneeuwval.

De uitwerking

Daarbij rijzen de volgende vragen. 

1e Is er sprake van opwarming rond Antarctica en dan is het antwoord ja. Dat zie je ieder jaar aan het eind van de zomer. Dan is het zeewater aan de kusten gesmolten. Alleen is deze smelt een weerkerend verschijnsel. In de zomer smelt het zeeijs en in de winter groeit het weer aan.

2e Is er sprake van smelt als gevolg van wegblazen van oppervlaktewater door de westerlies, zodat warm water uit de onderlagen van de oceaan naar boven kan stromen en daarmee de gletsjer laten smelten aan de randen. Dan komen er grote twijfels en vervolgens wordt deze theorie vertaald in een zeer alarmistisch bericht dat in 2100 de lage delen van Nederland kunnen overstromen.

Kan er door het wegblazen van oppervlaktewater door de westerlies warmer water uit de diepere lagen in de oceaan naar de kusten van Antarctica stromen?

Dat is een onmogelijkheid. De westerlies bereiken de zuidpool niet Rond de polen is er sprake van een polar cell .

Antarctica heeft zijn eigen microklimaat. De ijsmassa op het continent is zeer koud en in de lucht direct boven het ijs zijn temperaturen tot min 93 graden Celsius gemeten. Kijken we naar de meteorologie, dan zie je dat het water rond het continent een warme massa is en het ijs een koude massa. De lucht boven zee stijgt op en er ontstaat lokaal een lagedrukgebied en wordt aangevuld door van het ijs afstromende veel zwaardere koude lucht. Boven de ijsmassa ontstaat daar dan een lagere luchtdruk die wordt aangevuld met de naar boven stromende warmere oceaanlucht die vervolgens zal afkoelen en uitsneeuwt. Zie de polar Easterlies.

Dat betekent dat zolang de oceaan in de zomer aan de kust van Antarctica niet bevroren is in de zomer, er een polar cell ontstaat waar de westerlies geen invloed op kan hebben.

Het klimaat op en rond Antarctica

Laten we eens kijken wat we weten van het klimaat op en rond Antarctica.

Allereerst de zeestromen.

In het artikel ‘de transportband van de oceaan’ kun je zien dat de oceaanstromingen in de praktijk de kusten van Antarctica niet kunnen bereiken. Zie hier

Wat we zien is een cirkelvormige zeestroming in de oceaan rond Antarctica die er voor zorgt dat het warmere water uit de oceanen om Antarctica heen circuleert en deze stromingen ook weer afbuigen naar het noorden.

Maar er wordt door al die klimaatwetenschappers in hun modellen aangegeven dat de diepe zeestromingen de warmte aanvoeren. Dat is de basis waarop al hun modelberekeningen uitgevoerd worden. In de praktijk is dat niet mogelijk, waardoor hun model niet bruikbaar is om welke voorspelling dan ook mee te doen. Het niet meer dan een hersenspinsel dat door veel klimaatwetenschappers in hun modelberekeningen als basis werd meegenomen.

Laten we nu eens naar de praktijk kijken zoals weergegeven met satellietobservaties.

We zijn nu in de gelukkige situatie dat NASA een samenvatting heeft gemaakt van alle satellietdata, die de afgelopen jaren zijn verzameld. Deze zijn in een prachtige film, aangevuld met animaties op basis van de waarnemingen op YouTube gezet. In deze film wordt een aantal processen zichtbaar die een goed beeld geven van de enorme stabiliteit van het Antarctische klimaat. En daaruit blijkt dat de rondcirkelende oceaanstroming, die in het rapport van het KNMI is aangegeven, niet alleen oppervlakkig is maar doorloopt tot op de bodem van de oceaan. En daarboven op dezelfde cirkel in dezelfde richting als de oceaanstroming bevindt zich een luchtstroming in dezelfde richting in een soort straalstroom. Er is zo een forse blokkade ontstaan voor zowel de aanvoer van warmere lucht als het warmer oceaanwater rond Antarctica.

De satellietwaarnemingen

NASA heeft alle beschikbare info gebundeld en daar een film over gemaakt aangevuld met animaties zodat hier een prachtig beeld geschetst wordt van alle processen rond en op Antarctica. Zie hier

Als je de link volgt dan kun je zien dat er sprake is van een zeer stabiel klimaat met zeer lage temperaturen tot – 93 Celsius die voorkomen op de kilometers dikke ijslaag die gemiddeld 4 km hoog is met pieken tot 6 km.

Dat is een gevolg van een isolatie van zowel de lucht rond het continent als door een soort roterende straalstroom. Op de satellieten is ook zichtbaar dat het water rond Antarctica aan de kusten circuleert. En dat maakt dat oceaanwater de kust moeilijk kan bereiken.

Wat ook heel goed zichtbaar is is dat het zeeijs in de winter een enorme omvang aanneemt, tot wel zo groot als Afrika. IJs dat in de zomer vrijwel volledig wegsmelt.

Als het ijs in de zomer verdwenen is kan het inkomende zonlicht voor een deel de steile kusten onder het water bereiken. Zo warmt ieder jaar het kustwater en de bodem daaronder wat op. En dat is voor zover bekend de enige plaats waar zonlicht op Antarctica van invloed kan zijn op de temperatuur. Op het continent, bedekt met een ijslaag die oploopt tot 6000 meter hoog, komt elk jaar een vers laagje nieuwe sneeuw. Het zonlicht wat van laag aan de horizon binnenkomt wordt op die schuine laag verse sneeuw direct naar de ruimte teruggekaatst. Wat we zien is een zeer koude kust bedekt met ijs dat aan de randen smelt en deels wegdrijft, zodat het open kustwater enigszins wordt opgewarmd door de zon.

En die afbrekende grote ijsmassa’s dan? IJsplaten zo groot als een Nederlandse provincie horen bij een jaarlijks weerkerend natuurlijk proces. Kijk eens naar zomer en winter dan zie je hoeveel zeeijs er elk jaar weer aangroeit in de winter en in de zomer afbreekt. Sneeuw valt op het hele continent en aan de kusten stroomt een deel van het ijs in de oceanen. Is de smelt meer dan de aangroei, dan neemt de ijsmassa af. Maar uit een onderzoek van NASA in 2013 blijkt dat het ijs op Antarctica al meer dan 10.000 jaar aangroeit

Over de aangroei van Antarctica heeft NASA in 2013 is een rapport uitgebracht dat ook al eerder is aangehaald. Een aantal punten daaruit:

A new NASA study says that an increase in Antarctic snow accumulation that began 10,000 years ago is currently adding enough ice to the continent to outweigh the increased losses from its thinning glaciers. According to the new analysis of satellite data, the Antarctic ice sheet showed a net gain of 112 billion tons of ice a year from 1992 to 2001. That net gain slowed to 82 billion tons of ice per year between 2003 and 2008. The extra snowfall that began 10,000 years ago has been slowly accumulating on the ice sheet and compacting into solid ice over millennia, thickening the ice in East Antarctica and the interior of West Antarctica by an average of 0.7 inches (1.7 centimeters) per year. This small thickening, sustained over thousands of years and spread over the vast expanse of these sectors of Antarctica, corresponds to a very large gain of ice – enough to outweigh the losses from fast-flowing glaciers in other parts of the continent and reduce global sea level rise.

Map showing the rates of mass changes from ICESat 2003-2008 over Antarctica. Sums are for all of Antarctica: East Antarctica (EA, 2-17); interior West Antarctica (WA2, 1, 18, 19, and 23); coastal West Antarctica (WA1, 20-21); and the Antarctic Peninsula (24-27). A gigaton (Gt) corresponds to a billion metric tons, or 1.1 billion U.S. tons.Credits: Jay Zwally/ Journal of Glaciology.

Bron hier.

Laten we daar eens wat dieper op ingaan op basis van de satellietbeelden van NASA :

Zeeijs aangroei en afname

De praktijk is dat je zeeijs-aangroei en -afname ziet in dit gebied bij de wisseling van de seizoenen. In de winter een versnelde groei van het zeeijs, ook in de baai bij Larsen C en in de zomer zie je het zeeijs weer krimpen. Het afbreken van een grote ijsplaat is dan ook een normaal verschijnsel.

Hier een screenshot aan het eind van de zomer de Larsen baai is in deze situatie bijna ijsvrij en het landijs kun je voornamelijk op het continent vinden bij de smelt zijn de ijsschotsen weggedreven en kunnen langere perioden ronddrijven op de oceanen.

In de winter ziet het er heel anders uit dan is rond het hele continent een enorme hoeveelheid zeeijs ontstaan.

 

Het klimaat op Antarctica is al vele eeuwen heel stabiel. Antarctica heeft een poolklimaat en kenmerkend voor de poolgebieden is de extreem lage temperatuur, waardoor de regio’s grotendeels door ijs en sneeuw bedekt zijn. Elk jaar valt een een nieuwe laag sneeuw die in de daarop volgende jaren door de nieuwe sneeuwlagen weer wordt samengedrukt tot ijs. Zo groeit de ijslaag aan en door gletsjervorming verdwijnt weer massa de zee in. Zolang de aangroei en smelt in een zeker evenwicht is zal er geen effect zijn op de zeespiegelstijging.

De winter duurt 6 maanden. In de zomer staat de zon laag aan de horizon zodat het invallende zonlicht door de verse sneeuwlaag op het koude poolijs vrijwel volledig teruggekaatst wordt naar de ruimte (hoek van inval is hoek van uitval). Veel opwarming door de zon is er op het vasteland ook in de zomer niet. Wat we wel kunnen waarnemen is dat als het kust ijs gesmolten is de zon het oppervlak van het kustwater kan bereiken en een deel van de warmte ook door de rotsen onder water wordt opgenomen.

Er zijn nog meer factoren die een rol spelen bij het in stand blijven van de stabiliteit van het klimaat dat zijn is luchtstroming rond Antarctica en de zeestroming.

Er draait om het continent een soort straalstroom die de invloed van oceanen op het klimaat via aankomende lucht sterk belemmerd en door de eeuwenlange luchtcirculatie wordt ook de zeestroming in dezelfde richting gestuwd en blokkeert het toestromen van oceaanwater. Het effect werkt als een soort isolatie van het continent voor invloeden van buitenaf.

Een goed beeld van de luchtstroming rond Antarctica (rechtsom) in het midden het koude zeer stabiele klimaat.

Een screenshot waar de warmte zichtbaar is (infrarood). Duidelijk is te zien dat de zee rond het continent vrijwel onbereikbaar is voor het water van de omringende oceanen.

Een ander belangrijk fenomeen, dat alleen zichtbaar is rond Antarctica, is dat bij – 29 graden Fahrenheit het ijs snel bevriest en er onder het ijs zeer koud water, dat relatief gezien veel zout bevat, onder het ijs vrijkomt. Een proces dat in de Weddellzee begint en je kunt zien dat het via een trog op de bodem van de oceaan wegstroomt.

Een deel van dit zeer koude zoute water stroomt nog als een ring om het eiland en stroomt uiteindelijk, op het donkerpaarse deel, in een soort onderzeese waterval, van de omvang van 500 x groter dan de Niagara waterval, in de dalen over de bodem van de oceanen weg.

 

 

Het zal duidelijk zijn dat de rekenmodellen die er van uitgaan dat warmte in de onderste lagen van de oceanen terecht kan komen niet overeen komen met de werkelijkheid. Het zeer koude water met een hoog zoutgehalte zorgt voor de afkoeling van de onderste lagen van de oceaan rond Antarctica, zodat het opgewarmde zeewater, dat daar heen gestroomd zou zijn volgens de modellen, volledig geblokkeerd wordt.

 

Waar vindt dan nog opwarming plaats op dit continent?

We hebben gezien dat de kusten in de winter afkoelen en er zeer koud water de oceaan instroomt. In de zomer is er echter een heel andere situatie

We hebben gezien dat zelfs midden in de zomer op het vaste land de zon laag aan de horizon staat en door de zijkant van de kilometers hoge ijsmassa op het continent wordt teruggekaatst naar de ruimte. Het is een ijsmassa die jaarlijks bedekt wordt met een schoon laagje sneeuw, zodat opwarming van het continent door de laaghangende zon vrijwel onmogelijk is.

Aan de kusten is dat een ander geval als door de smelt van het zeeijs de kust weer omgeven is met water dan kan het zonlicht schuin het wateroppervlak bereiken en wordt deels teruggekaatst. Wat niet teruggekaatst wordt warmt lokaal het kustwater op.

Direct onder het wateroppervlak wordt niet alleen het water opgewarmd maar blijft aan de kust rond het continent stromen zodat de warmte van het ingestraalde zonlicht niet direct wegstroomt de koude oceaan in. Dat zorgt voor de gemeten hogere temperaturen waarvan in de modelberekeningen aangenomen is dat deze warmte een gevolg is van de opwarming van de aarde.

Niet alleen het water wordt in de zomer warmer, maar ook een stukje rots daaronder wat weer invloed heeft op de smelt van de gletsjers. En net als de smelt van het zeeijs vindt er ook smelt aan de rand van het landijs plaats Het zeewater circuleert rond de kust zodat de in de zomer ingestraalde warmte daar geconcentreerd blijft.

Nu zijn er ook gletsjers waaronder holtes zijn ontstaan. Aangenomen wordt dat die kunnen zijn ontstaan door een hotspot onder het ijs. Het gebied is namelijk vulkanisch en ook al zie je geen uitbarstingen, de aardwarmte zit onder de ijsmassa. En bij een hotspot kan er meer ijs wegsmelten dat met het water kan meestromen, dat onder het gewicht van de ijsmassa vloeibaar blijft. Dat zou nog een punt van onderzoek kunnen zijn.

Conclusie

1e Het beeld dat geschetst wordt van het klimaat op Antarctica is totaal onjuist.

En de veronderstelling dat een graad opwarming van de luchttemperatuur sinds 1880 invloed zou hebben op de smelt in een zuidpoolgebied waar al eeuwen sprake is van het meest stabiele klimaat in de wereld met temperaturen tot – 90 graden Celsius en een natuurlijke isolatie van zowel het zeewater als de omringende lucht is onjuist.

Ook is het, gezien de eeuwenlange circulatie van zeer koud zout water vanaf Antarctica over de bodem van de oceanen, onmogelijk dat daar door de opwarming ook warm water uit de diepste lagen van de oceanen terecht kan komen. Uit de satellietbeelden is gebleken dat het koude water over de bodem in de troggen kan doorlopen tot aan de evenaar.

2e De theorie dat vanuit de bodem van de oceaan warmer water door de westerlies naar boven komt is op 2 gronden niet mogelijk. Antarctica heeft een eigen polar cel die de wind van de westerlies blokkeert en er kan geen warmer water via de bodem van de oceanen worden aangevoerd.

3e Uit peilschaal metingen is gebleken dat er geen versnelling van de zeespiegelstijging is waar te nemen – iets wat ook sinds het begin van de satellietmetingen niet is gebleken.

4e De in de media gebrachte effecten als afbreken van zeer grote stukken zeeijs zo groot als een provincie van Nederland heeft niets met welke opwarming dan ook te maken en is een normaal verschijnsel. Smelt en aangroei van het zeeijs rond Antarctica zijn een direct gevolg van zomer en wintertemperaturen

5e Omdat Groenland en Antarctica wat smelt betreft vaak in een adem genoemd wordt, daarover een opmerking. Tijdens de middeleeuwse warmteperiode hebben er een paar honderd jaar Vikingen in dorpen aan de kust gewoond en de mensen daar leefden van veeteelt en landbouw. In die tijd was het daar veel warmer dan nu en in die periode liep ons land ook niet onder.