Jean-Pascal van Ypersele, de Belgische klimaat’paus’. Foto: Dominique Duchesnes.

… en wijken sterk af van de klimaatconsensus van de rapporten van het IPCC. Toch worden klimaatsceptici steeds als de pseudowetenschappers voorgesteld.

Een bijdrage van Rob Lemeire (België).

Journalisten, politici en klimaatactivisten hebben de mond vol over de grote wetenschappelijke consensus over de opwarming van de aarde. Klimaatsceptici stellen ze hierbij voortdurend voor als totaal pseudowetenschappelijk.

Klimaatactivisten echter beweren zomaar wat, en vaak volkomen in strijd met wat het IPCC vertelt. Daar komt dan weer nauwelijks kritiek op in de mainstream media.

Ondertussen rollen de meeste politieke partijen over elkaar om hun programma af te stemmen op de volkomen irrealistische eisen van de klimaatactivisten. Onze economie staat al onder zware druk wegens een totaal inefficiënt en contraproductief klimaatbeleid. Deze druk zal nog gigantisch toenemen als het aan de klimaatactivisten en hun politici ligt. Zolang de echte wetenschappelijke verdedigers van de klimaatconsensus niet willen samenwerken met de wetenschappelijke klimaatsceptici, zal deze onhoudbare toestand verder duren.

Maar laten we eerst even kijken naar de beweringen in de media de laatste weken, om te zien waar de grootste pseudowetenschappers te vinden zijn: bij de klimaatactivisten of bij de klimaatsceptici.

Klimaatactivisten contra het IPCC

3400 Belgische academici van Scientists4climate stelden vorige week nog in een open brief, voor een drastisch klimaatbeleid, het volgende (zie hier):

Zo goed als 100% van de waargenomen opwarming is te wijten aan menselijke activiteiten.’

In het vijfde IPCC-rapport (AR5, van 2014) staat echter iets volkomen anders (zie hier en hier):

Het is hoogst waarschijnlijk (>95%) dat de menselijke invloed op het klimaat verantwoordelijk is voor meer dan de helft (>50%) van de temperatuurstijging op de aarde tussen 1951 en 2010.’

Er ligt een groot verschil tussen ‘meer dan 50%’ en ‘zo goed als 100%’. Academici zouden dit soort subtiliteiten heel belangrijk moeten vinden. Daarbij gaven ze niet eens een duidelijke bronvermelding. Niet erg wetenschappelijk.

Diezelfde 3400 academici stellen wat verder:

Al bij de huidige opwarming van ‘slechts’ 1°C worden we geconfronteerd met toenemende en sterkere weersextremen zoals hittegolven, droogtes en overstromingen. Naarmate de aarde verder opwarmt, zullen extremen steeds vaker voorkomen.’

Voor wat het IPCC hierover beweert, kunnen we ons wenden tot een groep klimaatsceptici die op de klimaatwebsite Climategate.nl reageerden op de 3400 academici. Veel klimaatsceptici kennen de rapporten van het IPCC overigens zeer goed (zie hier):

De laatste drie relevante IPCC-rapporten (SREX, AR5 en SR15) stellen onomwonden dat er geen waarneembare trends zijn in droogtes en overstromingen.’

Ze geven niet enkel een duidelijke bewering mét bronvermelding, maar meteen ook de uitnodiging van iedereen om zelf de informatie op te zoeken. Het is zoiets dat ik verwacht van wetenschappers.

Een activistische klimaatwetenschapper

Maar misschien zijn de 3400 academici geen echte wetenschappers, laat staan klimaatwetenschappers. Als we de klimaatactivisten mogen geloven, weten die dus per definitie niet waarover ze praten. Daarnaast is er de bekende Belgische klimaatwetenschapper Jean-Pascal Van Ypersele (zie ook hier). Hij was lang vicevoorzitter van het IPCC en kandideerde enkele jaren geleden zelf voor voorzitter. Van zo iemand mogen we wel wetenschappelijke beweringen verwachten, niet?

Van Ypersele zegt (zie hier):

Duizenden hectare gaan verdwijnen onder het zeewater als er geen concrete actie wordt ondernomen… En zomers waarbij de temperatuur oploopt tot 50 graden… Dat zijn helaas dingen die al mogelijk zijn aan het einde van deze eeuw’.

Dat lijken heel duidelijke mededelingen, die ons moeten nopen tot actie. Maar wat betekent ‘mogelijk’? Het IPCC gebruikt in zijn rapporten woorden als ‘waarschijnlijk’ om een wetenschappelijk onderbouwde kans te geven (zie hier), bijvoorbeeld:

Zeer waarschijnlijk: 90-100%, waarschijnlijk: 66-100%, ongeveer even waarschijnlijk als onwaarschijnlijk: 33-66%, onwaarschijnlijk: 0-33%, zeer onwaarschijnlijk: 0-10%.’

Het woord ‘mogelijk’, of een gelijkaardig woord, gebruikt het IPCC niet. Het gaat dan ook om een wetenschappelijk gezien zeer vage term. Het is trouwens nu ook al fysisch mogelijk, maar tegelijk extreem onwaarschijnlijk, dat een temperatuur van 50°C wordt opgemeten in België. Over de waarschijnlijkheid van de beweringen van Van Ypersele is er dus weinig duidelijkheid.

Daarnaast spreekt het IPCC in een zeer recent rapport van 2018 (zie hier) van een zeespiegelstijging van 0,3 tot 0,9 meter tegen 2100 bij een globale opwarming van 2°C. De bekende kaartjes waarbij Vlaanderen half onder water komt, en waarnaar Van Ypersele suggereert, gaan uit van een zeespiegelstijging van verschillende meters. Zie bijvoorbeeld hier. Alweer een bewering die niet gestaafd kan worden.

Van Ypersele toont zich geen voorzichtige wetenschapper, hij gebruikt zelfs geen wetenschappelijke taal. Hij schermt dan wel met wetenschappelijke publicaties die in september zullen uitkomen en die veel alarmerender zullen zijn dan de huidige. Maar Van Ypersele geeft geen duidelijke cijfers, niets van zijn beweringen kan je in september duidelijk verifiëren. En alsof de vele gegevens in de gepubliceerde dikke IPCC-rapporten nog niet alarmerend genoeg zijn, en dus in de kaart zouden spelen van de klimaatsceptici.

Daarnaast spreekt Van Ypersele over ‘verdwijnen onder het zeewater als er geen concrete actie wordt ondernomen’. Hij verzwijgt dat die concrete actie – alvast wat betreft stijgend zeewater – helemaal niet alarmerend is. Kijk maar naar de vele dijken in Nederland, een rijk land dat zoals bekend voor een groot stuk onder de zeespiegel ligt. Dat systeem is al eeuwenoud, millennia oud zelfs.

Jean-Pascal Van Ypersele is de man die zoals bekend niet wil debatteren met klimaatsceptici. Hij beweerde zelfs ooit dat die klimaatsceptici voor de rechtbank gebracht moesten worden (zie hier). Hier spreekt echter geen voorzichtige wetenschapper, maar een activist.

Doet België niets?

Het is de klimaatactivisten vooral te doen om het klimaatbeleid. Die moet nog veel ambitieuzer.

Anuna de Wever. Foto: Joris Herregoos.

Anuna De Wever zegt (zie hier):

Ik vind de reacties van politici een beetje jammer, omdat ik het gevoel heb dat ze nog altijd de urgentie niet inzien. De oplossingen zijn er, er zijn manieren om dit probleem aan te pakken.’

Integendeel, klimaat is al jarenlang één van de grote prioriteiten van zowat alle mainstream politici. De torenhoge belastingdruk op de elektriciteitsrekening heeft bijvoorbeeld zeer veel te maken met ons klimaatbeleid. Ik vergeef haar wel deze naïeve opmerking, want ondanks deze gigantische inspanningen behaalde ons klimaatbeleid tot hiertoe zo goed als geen resultaten. Wat echter niet zo eenvoudig te vergeven valt, is het vele applaus en bijval dat Anuna De Wever krijgt. Zie onder meer de hierboven al genoemde 3400 academici:

Kennis en technologieën nodig om de CO2 uitstoot drastisch te reduceren bestaan reeds. Het vereist nu in de eerste plaats de politieke moed om de nodige structurele maatregelen te nemen en voluit in te zetten op de overgang (transitie) naar een maatschappij zonder uitstoot van broeikasgassen.’

Richard Tol.

Dat is zeer naïef. Richard Tol, hoogleraar klimaateconomie en medeauteur van de rapporten van het IPCC, is heel wat kritischer tegenover de hedendaagse technologische mogelijkheden (zie Het Laatste Nieuws van 2 februari 2019):

Als we nú willen overschakelen op CO2-neutrale energie, dan wordt het verschrikkelijk duur. Doe het geleidelijk – tegen 2119, bijvoorbeeld – en de kosten zijn verwaarloosbaar. Wie apocalyptische ideeën verspreidt, doet dat alleen om z’n politieke invloed te vergroten.’

Klimaatsceptici en consensus-wetenschappers, verenig u!

Misschien kunnen we beginnen met het besef dat gelijk hebben nog niet betekent dat je er ook iets van begrijpt. Ook klimaatgelovers baseren hun standpunt niet altijd op een grondige lezing van alle relevante wetenschappelijke literatuur. Plastic soep, fijn stof, CO2, het werd in het debat de afgelopen weken vlotjes door elkaar gehusseld. Voor je je tegenstander als dom en onwetend wegzet, is het dus geen slecht idee om eerst even in eigen boezem te kijken.’

Hier is de filosoof Ruben Mersch aan het woord, in De Standaard van 31 januari 2019. Met dit citaat ga ik volmondig akkoord: eerst in eigen boezem kijken. Hoe kan je in eigen boezem kijken als je voortdurend de klimaatsceptici wegzet als volkomen onwetenschappelijk, en onwaardig om aan bod te komen in publieke debatten?

Joke Schauvliege.

Ondertussen heeft de klimaatactivistische groep ‘Act For Climate Justice’ het telefoonnummer van Joke Schauvliege op het internet gezet. Hierdoor werd ze overspoeld door duizenden sms’en van klimaatactivistische trolls, om Schauvliege eraan te herinneren dat ze niet goed in de klimaatpas liep (zie hier). Zo zie je maar tot wat voor totalitaire daden de menigte klimaatactivisten in staat zijn, zonder enig gevoel voor schaamte.

Daarom herhaal ik mijn oproep: je vindt zowel kundige mensen bij de klimaatconsensus als bij de klimaatsceptici. Zij moeten hun geschillen opzij zetten en samen de duidelijk pseudowetenschappelijke nonsens bestrijden die vandaag gemeengoed zijn geworden in de mainstream media, de politiek, de scholen en blijkbaar ook onze universiteiten.