Een gastbijdrage van Rob Nijssen.

RES staat voor Regionale Energie Strategie.

De Regionale Energiestrategie (RES) is stevig verankerd in het klimaatakkoord. Met de RES worden veel van de nationale afspraken in de praktijk gebracht, dit was ook de inzet van de VNG, IPO en UvW. Gemeenten zelf ruimte om op regionaal niveau invulling te geven aan energietransitie om daarmee de doelstelling van Parijs te behalen.

In de RES werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Dit doen zij voor besparing; de opwekking van duurzame elektriciteit (landelijke doelstelling voor 2030 is tenminste 35 TWh); de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen); en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. De borging van de afspraken vindt waar relevant plaats in het ruimtelijk beleid.

Bron hier.

Met andere woorden: deze strategie vloeit voort uit het klimaatbeleid, dat door Climategate.nl door de jaren heen als zinloos is gekwalificeerd, omdat het tot astronomische kosten leidt, waar geen meetbaar klimaateffect tegenover staat.

Idealiter zouden in de RES ‘overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit dienen te dragen’.

Maar de werkelijkheid is anders. Regionale overheden beschikken niet over voldoende kennis om het klimaatbeleid op zijn merites te kunnen beoordelen. In de praktijk zien we dan ook vaak dat klimaatbevlogen regionale en gemeentelijke bestuurders, zonder enige kennis van zaken wat betreft de onzekerheden, waaraan de wetenschappelijke basis voor het klimaatbeleid laboreert, in provincies en gemeenten het klimaatbeleid, in het bijzonder de plaatsing van windmolens en zonne-energie, tegen de wil van de plaatselijke bevolking, proberen door te drukken.

Met blijmoedig enthousiasme werpen zij zich op het redden van het klimaat. Zij hebben er geen flauw benul van dat dit een zinloze exercitie is, omdat deze geen enkel aantoonbaar resultaat oplevert voor het klimaat en bovendien onherstelbare schade toebrengt aan het milieu.

Opvallend is dat de media dit probleem tot dusver links hebben laten liggen, terwijl dit beleid toch welzijn en welvaart van grote groepen burgers ernstig bedreigt. Maar alles schijnt te moeten wijken voor het groene duurzaaamheidsgeloof.

Een recente CDA-bijeenkomst in Barendrecht is representatief voor wat er overal in ons land plaatsvindt. Alhoewel het door de vele CDA-ballonnetjes en posters, duidelijk was dat het hier om een CDA-manifestatie ging, had het zomaar een avond van GroenLinks kunnen zijn. Het klimaatevangelie was alles overheersend aanwezig. De christelijke partijbeginselen waren nergens meer als zodanig herkenbaar: de nieuwe grondslag van de partij leek het ‘groene duurzaamheidsgeloof’. Nog even en Jezus blijkt te zijn gekruisigd op de wieken van een windmolen!

Dit lijkt niet alleen bij het CDA het geval te zijn. Bij diverse traditionele politieke partijen heeft blijkbaar ‘het klimaat’ de ideologische leegte volledig opgevuld. Sterker nog, die stroomt er van over. Dit is een uiterst zorgwekkende ontwikkeling, vooral omdat door deze religieus aandoende bevlogenheid de feiten er niet meer toe lijken te doen.

Deugen, deugen en nog eens deugen, daar gaat het tegenwoordig om. Openlijk boete doen of getuigen over je goede daden tegenover ‘het klimaat’. Goed geïnformeerde kritische toeschouwers zijn de nieuwe ketters en eindigen nog eens op een stapel brandende biomassa!

De gedeputeerd van de Provinciale Staten van Zuid-Holland, Adri Bom Lemstra, probeert te vuur en te zwaard de RES te implementeren in haar provincie. Nu was Barendrecht aan de beurt. Het waterschap draafde braaf op.

Het Waterschap Hollandse Delta is haar schoothondje geworden en de kersverse fusie gemeente Hoeksche Waard (één RES regio/één gemeente) is reeds met 3 bestuurders door de provincie Zuid-Holland geïnfiltreerd; één als algemeen secretaris en 2 directeuren, die het totale ambtenarenkorps van 600 plus de 5 wethouders aan de halsband hebben. De duurzaamheidswethouder heeft 10 jaar een éénmansfractie CU gehad en heeft een praktijk aan huis om moeilijke mensen beter te laten functioneren (?).

Afgelopen woensdagavond 20 februari hebben we de door het CDA georganiseerde bijeenkomst in Barendrecht bijgewoond die als thema had: ‘Het lage lasten fonds’.

Daarover zou De Zuid-Hollandse Gedeputeerde Bom-Lemstra uitleg komen geven, maar daar kwam inhoudelijk eigenlijk niets van terecht. Het leek vooral verkiezingsretoriek. Op mij kwam ze vooral over als een soort clichégenerator. Wat vooral bleef hangen was de onzinnige opmerking van haar dat ‘we’ aan de klimaattafels hebben gezeten en dat ‘we’ van alles hebben besloten om het klimaat te redden.

Wat het meest opviel was het te pas, maar vooral te onpas gebruik van het intussen volledig uitgemolken bijvoeglijk deugwoord ‘duurzaam’. Ik kreeg er jeuk van in m’n gehoorgangen. We hebben het geturfd, het kwam 52 keer voorbij. Alle feitelijk onjuiste klimaatclichés kwamen aan bod en ook hier leek niemand gehinderd te worden door ook maar enige feitenkennis. De noodzaak tot ‘klimaatadaptie’ en ‘goed rentmeesterschap’ waren ook sterke drijfveren.

Leo Stehouwer, lijsttrekker CDA Hollandse Delta en Leo van Gelder, kandidaat-lijsttrekker CDA Hollandse Delta hielden beiden een betoog. Leo van Gelder begon met een plaatje van een tot de Veluwe overstroomd Nederland, dit als gevolg van de zeespiegelstijging .

Twee meter stijging was zomaar een mogelijkheid. Wederom een opvallend fenomeen: er werd structureel geen enkel onderscheid gemaakt tussen klimaat en weer. De droge zomer kwam door de klimaatsverandering, maar ook nat weer, alles was ‘klimaatsverandering’ en daardoor natuurlijk volledig onze schuld. Hij had in Barendrecht ooit na een zware bui door een ondergelopen straat gefietst en dat was toch wel een heel ernstig gevolg van jawel (!) de ‘klimaatverandering’.

Daarna volgde een uitgebreide opsomming van hoe enorm duurzaam men bij het waterschap bezig was. Het was echt een wedstrijdje deugen. Men liet het koffiedik ophalen en zelfs de papieren koffiebekertjes werden gerecycled. Er waren allerlei plannen om bijvoorbeeld van het snoeiafval van de bermen biogas te maken en zelfs met het niveauverschil in sloten zou je een generator kunnen aandrijven. Dat dat qua opbrengst totaal te verwaarlozen projecten zullen zijn, lijkt hen niet te deren.

Ook hier een continue stroom aan ideologisch geïnspireerde, zeer bevlogen plannetjes waarvan het praktisch nut, de haalbaarheid of betaalbaarheid totaal geen rol lijken te spelen.

En dan het ‘rentmeesterschap’ dat er vaak met de haren wordt bijgesleept. Politici van vooral CDA en ChristenUnie gaan vaak prat op de Bijbelse verplichting dat ze qua natuur, milieu en klimaat ‘rentmeesters’ zouden zijn. En als protestantse politici dat al niet zelf doen, dan staan andere politici wel klaar om hen aan dat ‘rentmeesterschap’ te herinneren.

De ChristenUnie – en in mindere mate ook CDA en de SGP – zijn de laatste jaren helemaal in de ban geraakt van het ‘Bijbelse’ begrip rentmeesterschap. Het Kernprogramma van de ChristenUnie vermeldt dat de mens ‘rentmeester over Gods schepping’ is en dat de mens de opdracht heeft gekregen om ‘als een goed rentmeester de aarde (…) te beheren’. ‘De diepste overtuiging bij mij zelf is het geloof dat wij rentmeesters van deze wereld zijn,’ schreef fractievoorzitter en partijleider Gert-Jan Segers onlangs op zijn blog. Twee jaar geleden pleitte hij er zelfs voor om rentmeesterschap op te nemen in de grondwet.

In de praktijk blijkt rentmeesterschap bij de ChristenUnie vooral te verplichten tot milieustandpunten die frappante overeenkomsten vertonen met die van GroenLinks. Ook wordt de rentmeester dankbaar ingezet in de concurrentiestrijd om de steeds schaarser wordende christelijke kiezer. ‘Wij zijn een stuk groener dan het CDA als het gaat om rentmeesterschap,’ zei Segers tijdens de campagne voor de Kamerverkiezingen van 2017.

Het curieuze van de zaak is dat rentmeesterschap allesbehalve een Bijbels begrip is. In het Oude Testament komen we het nergens tegen. In het Nieuwe Testament is wel een paar keer sprake van rentmeesters, maar nergens verbonden met (zorg voor) de schepping.

Kortom, al weer een sprookje minder.

Print Friendly, PDF & Email