Schuimalgen.

Een bijdrage van Rypke Zeilmaker.

Het meeste onderzoek aan ‘het milieu’ gerelateerd richt maatschappelijke schade aan via een uitdijende beleidsbureaucratie, en dient vooral om  academici een bezigheid te geven. Kunnen ze niet met een Basisinkomen naar huis gestuurd, of een Melkertbaan krijgen?

 

Schuimalgen zouden teken van ‘vervuiling’ zijn

Langs het Kattukker strand kun je Kiters een stukje heldenmoed in praktijk zien brengen in het ijzige zeewater, terwijl de wind ze als een meeuw de lucht in tilt. Bij mijn bezoek zag je dikke lagen afgestorven schuimalgen. Daarvan werd in mijn vroege jeugd verteld dat die algen schadelijk zouden zijn, een teken van ‘milieuvervuiling’.

Nu spelen ze een heel andere rol, ze houden duizenden academici aan het werk in verband met klimaatonderzoek. Daarover zo meer.

Dat geschreeuw over algenbloei door ‘de milieuvervuiling’ was in de jaren ’80, toen men beweerde dat in de Noordzee grote algenbloei ontstond dankzij fosfaatverrijking uit bijvoorbeeld wasmiddelen. Academici gingen alarm slaan op conferenties. Het beleid liep alvast voor de muziek uit in Europa, het rigoureus afknijpen van alle fosfaatemissies uit landbouw, in wasmiddelen. Een hele onderzoekstrein bloeide op die milieutrein van ‘de zee sterft door fosfaat’.

… maar dat bleek onzin te zijn

Maar wanneer je dan het proefschrift van Viktor de Jonge leest (2002) zie je dat er eigenlijk helemaal nooit een verband was tussen plotse algenbloei in de Noordzee en fosfaat. Die algenbloei treedt ook van nature op. Eerst was er wat ongefundeerd lawaai van academici op zoek naar onderzoeksgeld en hun vriendjes van milieuclubjes. Daarop reageert de beleidstrein van academie-ambtenarij op zoek naar een doel in hun lege levens.

Het beleid van de Europese Unie tegen fosfaat had toen in 2002 al haar eigen papieren realiteit geschapen, een kooi van regulering. Er kwam een Kaderrichtlijn Water en Kaderrichtlijn Marien van ‘gij zult fosfaat afknijpen’. En beleid dat eenmaal is opgetuigd, daar kom je nooit meer vanaf. Inmiddels ligt de verhouding fosfaat-stikstof volledig uit balans in de kustzee, zoals de club van ecoloog Jef Huisman toonde in 2016.

De optimale biologische smeerolie-verhouding (fosfaat : stikstof) voor de natuurlijke productiemotor in zee (Redfield Ratio) ligt rond de 1:18. Maar omdat het beleid tegen fosfaat veel succesvoller was dan stikstofemissies, ligt die verhouding nu in de kust wel op 1:100 of nog erger. Dus is de kustzee veel minder productief dan hij was in de jaren ’80.

… schade door beleid groter dan schade ‘vervuiling’

Zo met al die academici en hun financiers uit de milieubureaucratie, moeten er zo aan anti-fosfaatbeleid en onderzoek toch vele miljarden euro’s zijn verdampt. Wanneer we dus de wetenschap op zichzelf toepassen, een dubbelblindtest zouden doen tussen ‘al dat onderzoek en al dat beleid’ en dat vergelijken met ‘gewoon lekker doorgaan, wat aanklooien en we zien wel’, dan ligt de bewijslast bij academici dat zij voor al die verdampte publieke miljarden ons enige baten hebben opgeleverd.

Terwijl ze wel aantoonbare schade veroorzaakten, want de visproductie kelderde in de kustzone. En al dat fosfaat dat in RWZI’s verwijderd moest kost ook miljarden euro’s per jaar. Terwijl die nuttige grondstof met rioolslib zomaar verbrand werd en in lege zoutmijnen bij Assche (Duitsland) gestort.

Dus ook vanuit milieu-oogpunt was het beleid kwestieus. Het lijkt mij dat de lozing van al de medicijnresten en hormoonverstorende stoffen (‘De Pil’) wel eens veel schadelijker kan zijn voor het aquatische leven. Maar omdat De Pil de hostie is van de Liberale bevrijdingskerk en Big Pharma aan miljarden helpt, zul je daar nooit onderzoeksgeld voor krijgen.

Gaia, een moeder (en) of een hoer?

Er was dus helemaal geen (eenduidig) verband tussen de bloei van schuimalgen en fosfaat, want die bloei zie je nu dus ook nog. Terwijl fosfaatgehaltes in de kustzone met een factor 5-10 kelderden. Gelukkig voor het overschot der volstrekt nutteloze academici is er nu weer die andere onderzoeksmode, om ze van straat te houden: Het Klimaat.

En wanneer ze na decennia onderzoeksgeld verdampen ’t nog niet weten, roepen ze dat ’t weer heel ‘complex’ is, want dan vinden die massamensen ter academie zichzelf heel wetenschappelijk en genuanceerd klinken. Noem het ‘complex’ en aaahhhh… ‘Genuanceerd’, ook zo’n stopwoordje van academie-barbaren.

James Lovelock.

Al eerder beschreef ik (‘Is Gaia een Moeder of een Hoer’) het werk van 1 van die zeldzame echte, onafhankelijke en creatieve wetenschappers, chemicus James Lovelock, in relatie tot die algen in zee. Hij bedacht de Gaia-hypothese, dat de aarde het leven voor zichzelf gunstig houdt. Dus dat er op je chemische motoren op land en in zee niet alleen een gaspedaal zit (positieve feedback), maar ook een rem (negatieve feedback). En dat Gaia op tijd op een rem trapt, zodat ze niet uit de bocht vliegt.

 

 

De CLAW-hypothese schematisch uitgelegd. Hoe algen het wolkengordijn open en dicht trekken.

 

Om het geïdealiseerde zelfbeeld van seculier-liberale academici te strelen als ‘objectief en waardenvrij’ hebben ze de poëtische naam ‘Gaia’ veranderd in ‘Earth System Science’. Academici pretenderen graag dat kil en fantasieloos naturalisme het zelfde is als objectief. Die wereldvisie is de subjectieve norm ter academie.

Hoe het ook zij: Lovelock kwam met collegae in 1987 met de zogenaamde CLAW-hypothese. Een klimaat-albedo-effect dankzij die algen in zee.

[Wikipedia: The CLAW hypothesis was originally proposed by Robert Jay Charlson, James Lovelock, Meinrat Andreae and Stephen G. Warren,and takes its acronym from the first letter of their surnames.]

Wat is dat? Al die algen in zee bevatten zwavel, als tegenwicht voor het zoute zeewater. Anders zou het zout alle vocht uit die algen trekken. Sterven die algen, dan komt dat zwavel vrij in de vorm van DMS-deeltjes (di-methylsulfide). Wolken ontstaan niet vanzelf. Waterdamp heeft kleine deeltjes nodig waar ze omheen tot druppel condenseren.

Algen kunnen wolkengordijn open en dicht trekken

De lezer met 2 of meer hersencellen voelt ‘m al aankomen. Die zwaveldeeltjes uit algen kunnen als wolkenvormer werken. Sterker nog, zonder die zwaveldeeltjes en zeezout in de lucht boven oceanen, zouden er helemaal geen regenwolken vormen. Oftewel, zonder het (stervende en groeiende) leven in zee geen wolken en geen regen.

Dat geldt ook boven land trouwens; zonder bossen en bomen die hun 30 duizend verschillende chemicaliën en deeltjes loslaten zou je verder dan 300 kilometer landinwaarts ook geen regenwolken krijgen.

En dus ook; hoe meer algen die zwavel de lucht in spuwen bij afsterven, hoe meer wolken ontstaan. De CLAW-hypothese is geboren, het leven (algen) als klimaat-regulator waarbij algen de gordijnen van het wolkendek open en dicht kunnen trekken. Veel lage wolken koelen lokaal het klimaat sterk af, volgens sommige onderzoeken wel een paar Watt per vierkante meter, lokaal zelfs wel meer dan 10.

Wat? Bedenk dat de CO2-tak van het klimaatonderzoek berekent, dat CO2-verdubbeling een opwarming geeft van 4 Watt per vierkante meter. Dus die dekselse algen, die kunnen ’n potje koelen.

Noell Eichhorn 1963: bij heldere lucht 3,8 graden opwarming, bij bewolking 2 en onzekerheidsfactor 2 tot 3: na 50 jaar klimaatmodellen zijn die voorspellingen geen haar beter geworden.

Je zou dus verwachten, dat die klimaatmodelbakkers van VN-Klimaatpanel IPCC dus met die algen rekening houden bij hun klimaatastrologische voorspellingen. Want zoals klimaatmodelbakkers in 1963 al vaststelden bij de eerste CO2-conferentie (in New York), bij heldere lucht zou je 3,8 graden opwarming kunnen krijgen bij CO2 verdubbeling. Bij bewolking juist maar twee graden.

En een onzekerheidsmarge van een factor twee tot drie; het kan minder dan 1 graad zijn maar ook 10. Het kan vriezen, het kan dooien, zeg maar. Na 50 jaar klimaatonderzoek zijn die voorspellingen nog hetzelfde, even gammel. En nog steeds rekenen ze dus niet de invloed van ‘Het Leven’ mee. Op de levende planeet, die klimaatonderzoekers dus degraderen tot dode machine. Het leven in zee kunnen de modellenbakkers niet meerekenen

Het leven in zee niet meegerekend
Sinds het onderzoek van Lovelock in 1987 werden in 20 jaar tijd wel 1500 academische studies over zijn mechanisme gepubliceerd. Zo had Lovelock zijn werk alvast de belangrijkste functie vervuld; academici van de straat houden.

Zoals deze overzichtstudie in Environmental Chemistry (2007) van Greg Ayers over de CLAW-hypothese vaststelde negeerde klimaatpanel IPCC de invloed van Gaia en haar algen in zee.

A consequence of this somewhat equivocal position is that the CLAW hypothesis (while mentioned briefly in its Chapter 7) does not figure heavily in this year’s Working Group 1 Report from the Intergovernmental Panel on Climate Change, entitled ‘Climate Change 2007, The Physical Science Basis’.

In this there is perhaps some sense of the line attributed to a quizzical cartoon strip character some time ago that ‘the more we learn, the more we know, but the more we know, the more we realise how much we don’t know’.

However, unless we fully understand the biological–physical–chemical–dynamic–microphysical connections inherent in the CLAW hypothesis, we will be unable properly to assess climate-change risk to coupled marine systems, or consider appropriate mitigation or adaptation strategies.

Nu zag ik bij de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) dat iemand recent weer onderzoeksubsidie kreeg om naar CLAW-mechanismen onderzoek te doen. Het lijkt mij veilig te concluderen dat het klimaatonderzoek haar belangrijkste doel nog steeds waarmaakt. Academici van de straat houden.

En ook meer dan 10 jaar later kunnen we van dat nieuwe onderzoek ongetwijfeld ook vaststellen:

‘The more we learn, the more we know, but the more we know, the more we realise how much we don’t know’

Tijd om er eens mee op te houden? Nee, want dan zijn academici werkloos.

Of in boeren-Nederlands: van wetenschap word je geen steek wijzer. De conclusie zal altijd blijven: ‘er is meer onderzoek(subsidie) nodig’. Je kunt ’t beste gewoon maar wat aanklooien en dan zien we vanzelf wel. Want al dat onderzoek met klimaatmodellen is gefundeerd op de pretentie, dat je zo meer greep op de toekomst zou krijgen.

En die pretentie dat je met ‘de’ wetenschap greep op de toekomst krijgt is alles behalve waardenvrij, dat is een ideologie van technofascisme: alsof je met wat technocraten aan de macht de hele wereld zou ‘verbeteren’. Hoezeer je dat ideologische ook verhult met technische turbotaal.

Ortega Y Gasset merkte in 1930 al op, dat steeds meer academici ‘barbaren’ zijn, in hun specialistische kokertjes. Filosofische armoe is de regel ter academie, ze kunnen en willen de eigen grondslagen ook niet kritisch bezien. Dat kost ze hun baantje maar. Maar omdat ze van 1 mini-deeltje van de wereld veel weten, claimen ze vervolgens spreekrecht over de hele wereld.

Terwijl de opinies van academici – op alle terreinen buiten hun specialisme – het niveau van de natte krant meestal niet ontstijgen.

De wereld is mooi

Rypke Zeilmaker.

Maar ja, wat zou je met al die academici moeten? Ze een basis-inkomen van 1500 euro geven, dat ze op de bank hangend wat Netflix kunnen kijken? Geef die klimaatonderzoekers allemaal hun eigen Netflixkanaal. Of stel ze te werk in de mijnen, laat ze papier prikken, of zo’n andere Melkertbaan vervullen. Straatcoach? Dat zou ook een mooie klus zijn voor al die overbodige klimaatonderzoekers.

Wie betere suggesties heeft, komt er maar in….