Marcel Crok.

Marcel Crok, in zijn persoonlijk leven een modelvoorbeeld van ‘groen’, verdiept zich nu al bijna twintig jaar in het klimaatdebat. Hij stelt vast dat er veel positieve ontwikkelingen zijn in de wereld. Volgens hem kloppen de klimaatmodellen van het VN-klimaatpanel (IPCC) niet. Zij laten veel meer opwarming zien dan er in feite plaatsvindt. En als die modellen niet kloppen, dan stort het doemscenario van het IPCC als een kaartenhuis in elkaar.

Een gastbijdrage van Karl Drabbe (België).

Vorig jaar organiseerde Pro Flandria een energiecolloquium, waar ruimte werd gelaten voor kernenergie om de CO2-uitstoot te verminderen. Ongeveer een jaar later nodigde de denktank Marcel Crok uit om over de huidige stand van klimaatzaken te praten. Crok is wetenschapsjournalist. In 2010 verscheen zijn boek De staat van het klimaat. CO2-uitstoot, global warming en ecomodernisme behoorden toen amper tot onze dagelijkse woordenschat. Volgens De Volkskrant is hij de ‘superbadguy’ in het klimaatdebat. Naar eigen zeggen staat Crok nochtans ‘optimistisch’ in de klimaatzaak, al noemt men hem gemakshalve een klimaatontkenner. Toch leeft hij als het modelvoorbeeld van groen: hij had nog nooit een auto, doet alles met de fiets en de trein en vorig jaar werd zijn dochter de eerste junior fietsburgemeester ter wereld. Dat hij Thierry Baudet en zijn Forum voor Democratie advies geeft inzake het klimaat maakt hem in de media en in groen-linkse kringen niet echt populair.

Het begon met hockey

De hockeystickgrafiek van Mann e.a. uit 1998 in Nature is hier afgebeeld in zwart en rood. In groen de reconstructie van McIntyre en McKitrick op basis van dezelfde data en de beschreven methode. Later ontdekten McIntyre en McKitrick dat er een fout in de statistiek zat die ertoe leidde dat er altijd een hockeystick uit de reconstructie kwam. Bron: Natuurwetenschap & Techniek, februari 2005.

Alles begon met een ondertussen befaamde hockeystickgrafiek over het klimaat. Een grafiek, die in 1998 in Natures stond en  die prominent werd opgenomen in het derde IPCC-rapport in 2001. Crok werkte toen bij het tijdschrift Natuurwetenschap & Techniek (NWT). Daar stelde hij vast dat er een fout in de bewuste grafiek zit. Gevolg: wat je er ook instopt – ook ruis – er komt altijd dezelfde ‘hockeystick’ uit vanaf ca. 1900. Het internationaal gerenommeerde wetenschapstijdschrift Nature had de grafiek van McIntyre en McKitrick en het bijbehorende artikel afgewezen en wou het niet publiceren. Ook de Leuvense wetenschapster Mia Hubert bevestigde de kritiek, waarop Crok een groot artikel publiceerde in NWT dat tegelijkertijd ook in de Canadese Financial Post verscheen. Hoewel Crok voordien nog nooit had gepubliceerd over het klimaat, zat hij in één klap middenin het wereldwijde klimaatdebat. Hij won zelfs  een prijs met het stuk.

Klimaatoptimisme

Desondanks werd hij onmiddellijk aangevallen door het KNMI, de Nederlandse tegenhanger van het KMI. Daarop ging Crok zich verder vastbijten in het klimaat. Kritische journalisten zijn een luis in de pels, een stoorzender die weliswaar niet meer op de brandstapel belandden, maar een roepende in de woestijn worden. Na vijftien jaar ziet Crok een lichtpuntje: voor het eerst staat het onderwerp op de agenda van de partijpolitiek en beginnen politici en partijen kritisch om te springen met de agendasetting van de klimaatalarmisten. In Nederland is Baudet de propagandist ter zake, het zou zelfs zijn doorbraak betekend hebben bij de verkiezingen vorige week. In Vlaanderen zet N-VA momenteel sterk in op ‘ecomodernisme’.

Matt Ridley.

In het debat gaat men er doorgaans nogal gemakkelijk van uit dat de mens aan de basis ligt van alles wat slecht gaat. En niet enkel in het klimaat. Met Matt Ridley – de auteur van  The Rational Optimist – zegt Crok nochtans dat we in ‘een bijzondere tijd’ leven.

‘Qua bevolking zijn we in bizar korte tijd van niks naar 7 miljard te gaan. In diezelfde tijd is ons bbp even hard toegenomen, net als onze levensverwachting. Dus is ook de CO2-uitstoot toegenomen…’ Volgens Crok gaan er  ‘heel veel zaken de goede kant op’. Er zijn steeds minder slachtoffers van hongersnoden, minder ziektes, minder armoede… En toch is er over eender welk onderwerp vooral alarmisme in de media: biodiversiteit neemt af, verwoestijning, stormen en overstromingen…

Mainstream

Dat optimisme hoeft niet haaks te staan op enkele basis premissen, die Crok deelt met de goegemeente. De CO2-uitstoot is immens, erkent hij, en de mens is daarvoor verantwoordelijk. ‘We stoten iets van een 10 gigaton uit per jaar. Punt. Wat ook een vaststaand feit is: daardoor ontstaat opwarming. Sinds 1850 is er 1°C opwarming. Punt. So far, so good.’

Maar hebben we nu ook een probleem? Is het nu twee voor twaalf, zoals Nic Balthazar vooropstelt? Het IPCC maakte diverse scenario’s. Rond 2040 zouden we al rond de + 2°C zitten. Als we zo doorgaan zoals nu, zullen we zelfs boven die grens gaan. ‘En dat is het schrikbeeld.’

Realistisch?

Crok stelt dus niet de uitgangspunten in vraag. Wel stelt hij zich de vraag hoe realistisch de (doem)scenario’s zijn die worden vooropgesteld door allerlei overheden, lobbygroepen en andere klimaatalarmisten.

Eerst dit. Het IPCC houdt uiteraard ook rekening met natuurlijke facturen: veranderingen in de zon en vulkanische activiteit. Alleen, stelt Crok, ‘dan klopt de opwarming sinds 1975 niet’. De bestaande klimaatmodellen kunnen de klimaatopwarming énkel verklaren via de (toename van) broeikasgassen.

Blijkt dan, op basis van recente waarnemingen, dat die modellen de opwarming telkens overschatten. En daar gaat het debat over. Dat is waar gerenommeerde sceptici over publiceren in de wetenschappelijke tijdschriften, maar wat niet doordringt naar het bredere publiek.

Modellen

Aan de hand van heel wat grafieken stoffeert Crok zijn betoog. Dat komt erop neer dat de modellen niet werken. Of dat je er van alles mee kunt aantonen, omdat de cijfers niet kloppen. En dan zijn er de analyses die niet aan bod komen, of waarmee je bestaande modellen uitkleedt.

Dat de klimaatopwarming blijkbaar alleen maar een feit is op het noordelijk halfrond bijvoorbeeld. De cijfers in het zuidelijk halfrond verschillen immers erg van die in het noorden. Wat rurale stations ginds waarnemen is géén stijging van 1°C. En toch publiceren overheidsinstellingen rapporten waarin er wél sprake is van die temperatuurstijging, met rechtszaken tot gevolg. Warmt dan enkel het noorden van de planeet op?

Dan is er de Atlantische Oscillatie: elke ca. 35 jaar warmt de Atlantische oceaan op, om dan weer af te koelen. De impact daarvan, laat staan de werking, kunnen we nog niet vatten. Momenteel zitten we in een warmere periode, die dus zal afgewisseld worden door een koudere.

CO2

Vraag is ook hoé gevoelig het klimaat is voor CO2-uitstoot. Nicholas Lewis, een oud-bankier uit Londen legt zich daar op toe. Hij werkt vooral op climate sensitivity (klimaatgevoeligheid), en onderzoekt hoe gevoelig het klimaatsysteem is voor CO2.

De laatste jaren kunnen we ook historische metingen in de analyses meenemen. Zo kan de klimaatgevoeligheid op basis van empirie worden geschat. En wat blijkt? Historische observaties tonen aan dat de klimaatgevoeligheid behoorlijk klein is. Uit waarnemingen blijkt een ‘beste schatting’ van +1,7°C. De bestaande IPCC-modellen schatten echter 3°C opwarming. De empirie en de IPCC-modellen liggen dus mijlenver uit elkaar. ‘Als nu blijkt dat die modellen niet kloppen, dan kloppen ook de claims voor de toekomst niet, en stort het IPCC-verhaal als een kaartenhuis in elkaar,’ volgens Crok.

Voetnoot 16

Het IPCC deed in zijn vijfde assessment (in 2013) de discrepantie tussen de modellen en observationele schattingen voor klimaatgevoeligheid af met… een voetnoot (voetnoot 16) in de Summary for Policy Makers en stelde simpelweg dat een beste schatting voor klimaatgevoeligheid niet te geven was terwijl in eerdere rapporten de beste schatting meestal 3°C bedroeg. Dit was voor Crok en Lewis de aanleiding om hun rapport Een Gevoelige Kwestie (A Sensitive Matter) te schrijven.

Kijk je naar de cumulatieve antropogene CO2-emissies van vóór de industriële revolutie tot vandaag, dan blijkt dat we tot nog toe een opwarming kennen van 1°C. Volgens de IPCC-modellen zouden we vandaag al een opwarming moeten kennen van 1,5°C.