Marcel Crok bij Jensen.

Een bijdrage van Jeroen Hetzler.

Economische groei betekent niet noodzakelijkerwijs meer rokende schoorstenen en meer fabrieken. Economische groei betekent ook meer innovatie en dus hogere arbeidsproductiviteit. Het is een aloud gegeven dat al zijn intrede deed bij de uitvinding van (vuurstenen) gereedschap. We kennen ook landbouw, domesticatie, de Zaanse zaagmolen, het waterrad, stoommachine, kernenergie en ga zo maar door.

Innovatie nam tijdens de Industriële Revolutie een ongekende hoge vlucht en is sindsdien zo gebleven zichtbaar in de ongekende welvaartsgroei sindsdien. Hoewel, er geldt één opmerkelijke uitzondering die het best is te vergelijken met gefaalde takken van de menselijke soort, de Australopithecus en Praeanthropus. Deze uitzonderingen betreffen wind- en zonenergie en biomassa, lees: het verbranden van bossen, alle bekend onder de naam duurzaam.

Innovaties zoals hiervoor bedoeld zijn wel duurzaam te noemen, technisch/economisch duurzaam. Wind, zon en het verbranden van bossen daarentegen zijn een omgekeerde innovatie en zijn tot mislukken gedoemd vanwege hun inferieure vermogensdichtheid, weersafhankelijkheid en korte levenscyclus t.o.v. van de bestaande innovaties op het gebied van energievoorziening.

Genoemde quasi-duurzame energievoorziening kan vanwege de inherent inferieure vermogensdichtheid de mondiale economische groei niet bijhouden. Het is dan ook niet onverwacht dat de molen- en zonaanbidders pleiten voor minder economische groei om dit manco te verdoezelen. Dit is niet alleen een kortzichtige gedachte, maar ook een egoïstische gedachte. Waarom mogen volkeren die nu onwelvarend zijn niet ook welvarend worden?

Bekend is toch dat gestegen welvaart er uiteindelijk ook voor kiest (Kuznetscurve) milieumaatregelen te nemen en natuurbescherming te betrachten. Bovendien, het hele negatieve beeld waarop die af te remmen economisch groei berust is, het 60 jaar oude en achterhaalde wereldbeeld. Het wordt tijd dat de politiek -op milieuorganisaties hoef je niet te rekenen- dit onder ogen ziet en dat het gemodder met de genoemde inferieure energiedragers een halt worden toegeroepen.

Voor nieuwe groene banen is voortzetting van het huidige energiebeleid contraproductief. Studies wijzen uit dat 1 groene baan iets meer de 2 normale banen verdrijft. Windpark Gemini bestaat het op een verhouding van 1 op 60 banen te komen. Kortom, het milieu- en energiebeleid is aan Verlichting toe. Deze is gekomen in de vorm van het ecomodernisme:

Een belangrijk punt is dat ze [ecomodernisten] het niet humaan vinden dat de oude milieubeweging het begrenzen van de groei, het afschaffen van fossiele energie en CO2 reductie belangrijker vindt dan armoedebestrijding en het voorkomen van houtkap. Afrikaanse landen moeten gewoon kolencentrales mogen bouwen. Ecomodernisten doen ook niet mee aan het idealiseren van het biologisch archaïsch boeren. Hoe rijker we worden, hoe gelukkiger en ouder we worden, en hoe beter voor het milieu. We hoeven niet naar minder van alles: natuur en welvaart gaan prima samen.

Het is dus van belang het begrip ecomodernisme (hierover later meer) te koppelen aan het werkelijke beeld van de toestand van de wereld. Dit beeld verschilt dramatisch van dat van 60 jaar geleden dat ook de media in stand proberen te houden teneinde de hoax van klimaatangst bij de burger er in te houden als basis voor het ideologisch politiek correcte klimaatbeleid dat berust op gepolitiseerde klimaatwetenschap. Het is dan ook noodzakelijk deze aanvechtbare beleidsbasis te vervangen door moderne Verlichte waarheidsbevinding. Helaas stuit men dan op een ondoordringbaar ideologisch politiek correcte Atlantic Wall in stand gehouden door de meest media. Het is evenwel bemoedigend dat de voorboden voor een klimaatwetenschappelijke D-Day zich in toenemende mate aandienen.

Gelukkig zijn er andere wegen om buiten de geijkte media om wel bij de juiste informatie te kunnen komen. Een jonge ster aan dit firmament is Clintel:

Guus Berkhout.

Stichting Climate Intelligence (CLINTEL) is een onafhankelijke stichting die objectief bericht over klimaatverandering en klimaatbeleid. CLINTEL is in 2019 opgericht door emeritus-hoogleraar geofysica Guus Berkhout en wetenschapsjournalist Marcel Crok. Belangrijkste doelstelling van CLINTEL is het genereren van kennis over en inzicht in de omvang, aard, oorzaken en gevolgen van klimaatverandering en het klimaatbeleid dat hierop betrekking heeft. Zie hier

Een andere jonge loot aan het sceptische firmament is Rob Jensen met hieronder een klimaatupdate en interview met Marcel Crok. In dit interview kwam een aantal dingen naar voren. Eén ervan is dat de CAGW-hypothese (vermeend door mensen veroorzaakte catastrofale opwarming) dermate breed is geformuleerd in de praktijk – meer sneeuw, minder sneeuw, meer droogte, meer neerslag etc. – dat hier überhaupt geen sprake is van een falsifieerbare hypothese. Crok noemt rond 13:30 een representatief voorbeeld van falend alarmisme rond weersextremen dat uiteraard het NOS-journaal niet gehaald heeft.

Zie hier.


Zelf wil ik graag de aandacht vestigen op het boek van Susan Crockford (The polar bear catastrophe that never happened) waarin zij de hypothese van de modelmatig voorspelde vrijwel volledige uitsterving van ijsberen met onontkoombare feiten weerlegt. Thans is zij doelwit van een verwerpelijke lastercampagne door een kliek afgunstige gefaalde alarmisten van het soort Michael Mann.

Zo lopen de wetenschappelijke hazen die hun ivoren toren – en bovenal hun ego! – bedreigd wanen. Er is alle reden om te stellen dat de angst voor de CAGW-hypothese op een politiek ideologische illusie berust die met wetenschap niets uitstaande heeft, maar wetenschap wel voor dit doel voor het karretje spant, paait met onderzoeksgelden en aldus omvormt tot pseudo-wetenschap.

Wat dan wel? De irrealistische roep om arcadisch utopisme en het terugdraaien van in eeuwen verworven innovatie door de inzet van wind, zon en bio beloven niet veel goeds.

Michael Schellenberger.

Hier komt dan ook het voor de hand liggende logische pleidooi voor kernenergie om de hoek kijken, zoals Schellenberger, en steeds meer wetenschappers, die ook voorstaan. Schellenberger is mede-ondertekenaar van het Ecomodernistische Manifest. Over het boek Ecomodernisme zelf het volgende:

Wij hebben dit boek over ecomodernisme geschreven omdat wij onszelf als ecomodernisten zien. De zeven auteurs vinden elkaar in de groeiende overtuiging dat de traditionele groene beweging op de verkeerde weg is. Wij menen dat deze zich te veel heeft ingegraven in achterhaalde stellingen en een romantisch beeld van de natuur koestert dat voor veruit de meeste mensen onwerkelijk en onwenselijk is. In het ecomodernisme zien we alternatieve ideeën die realistischer, wenselijker en ambitieuzer zijn – en groener, bovendien. Wij staan kritisch tegenover het nationale en internationale milieu- en natuurbeleid. Internationale onderhandelingen om de CO2-uitstoot terug te dringen zijn niet alleen weinig vruchtbaar gebleken, de aangedragen oplossingen zijn ook onnodig duur. De mate waarin arme en opkomende landen nu al moeten bijdragen aan de oplossingen, grenst volgens ons aan het immorele.

Bron

Ik licht hier één zin uit: De mate waarin arme en opkomende landen nu al moeten bijdragen aan de oplossingen, grenst volgens ons aan het immorele.

Er wordt gesproken over oplossingen. Dan vraag ik mij toch af: oplossingen voor wat? Wat is er mis met adaptatie in het licht van de vele duizenden jaren aan adaptatie achter ons? Ik hoef slechts het stukje van het eerder genoemde vraaggesprek met Crok door Jensen in herinnering te brengen. De conclusie is dat al dat alarmisme en urgentie nergens op gestoeld zijn. Een illusie dus. Nu dan, wat meer over Schellenberger:

Michael has been an environmental and social justice advocate for over 25 years. In the 1990s he helped save California’s last unprotected ancient redwood forest, and inspire Nike to improve factory conditions in Asia. In the 2000s, Michael advocated for a “new Apollo project” in clean energy, which resulted in a $150 billion public investment in clean tech between 2009 and 2015.

Bron.

Er is inderdaad alle reden om in te zetten op kernenergie als veiligste, goedkoopste en meest duurzame bron van elektriciteit. Zon, wind en het verbranden van bossen hebben geen toekomst, zo betoogt ook Schellenberger.

Bron.

De propaganda dat kernenergie niet zonder subsidie zou kunnen, is louter het gevolg van dermate hoog opgeschroefde veiligheidseisen en politieke onzekerheid dat investeerders een sterk verkorte terugverdientijd eisen. In alle tientallen jaren daarna zonder die financiële last komen pas de echte winst en de lage kosten per kWh en hebben de kortlevende windmolens en zonnepanelen het nakijken.

Simon Rozendaal stelde dat Greenpeace mede schuldig is aan de opwarming doordat GP elke ruimte voor kernenergie heeft weten te verhinderen. Deze houding is kenmerkend voor de archaïsche kortzichtigheid van GP, hun gebrek aan visie en aan humaniteit.

De zaak van de Gouden Rijst is een voorbeeld van deze inhumaniteit die duizenden kinderen in Z-O Azië het leven kost of met blindheid slaat. GP is verstrikt geraak in hun eigen dogmatisme die elke aansluiting met de moderne maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen heeft gemist. Hieronder staan woorden die de verkrampte gedachtegang van ook aan GP verwante organisaties laat zien:

In the 1950s, President Dwight D. Eisenhower encouraged the use of nuclear energy to lift nations out of poverty as a way to redeem humankind generally, and the U.S. particularly, for the sin of having created nuclear weapons. But not everybody was on board with the project of ending poverty. Cheap energy would lead to overpopulation, deplete scarce resources, and destroy the environment, prominent scientists in the West feared. Humankind “would not rest content until the earth is covered completely.

[…]In short, the problem posed by clean, cheap, and limitless nuclear energy was that it deprived Western scientists, governments, and U.N. bureaucrats any rational basis for exerting control over foreign economies and bodies.

Bron

Er valt dus nog een hoop te doen, willen de bizarre plannen voor het energie- en klimaatbeleid worden herbezien op maatschappelijke en wetenschappelijke validiteit, vooral in het belang van de volgende generatie. Zeker is dat de aantredende generatie niet gebaat is bij het vigerende pseudo-wetenschappelijk alarmisme dat hen als het Ebolavirus besmet. Deze thans misleide scholieren verdienen beter, een realistisch Verlicht perspectief. De inspanningen van alle sceptici, ecomodernisten en mensen als Schellenberger pogen hen dit te bieden. Niet alleen hen, maar ook de burger die ook het slachtoffer is geworden van lysenkoïstische pseudo-wetenschap.

Derhalve blijft van kracht:

Ceterum censeo Legem Climae delendam esse.