Foto: Thewi.

Een verklaring van groupthink die veel kan gaan betekenen.

Een gastbijdrage van Arnold Fellendans.

In ‘Victims of groupthink’ beschrijft Irving Janis zijn onderzoek van de invasie in Cuba in 1961. Toen die totaal was mislukt vroeg president Kennedy zich af hoe hij zó stom had kunnen zijn. Hij realiseerde zich dat zijn groep de mogelijkheid om beschikbare, heel belangrijke informatie te gebruiken stomweg genegeerd had.

Mijn onderzoek van een ander voorbeeld van groupthink toont iets soortgelijks en ook nog een ander karakteristiek dat Janis zelf had gevonden: de groepsleden hadden allemaal het gevoel gehad dat zij als individu aan iets heel belangrijks gingen bijdragen, zeg maar, de wereld redden. Dat betekende een sprong in hun eigenwaarde, hun gevoel van betekenis voor hun omgeving: “er echt toe doen”. Quorum sensing door bacteriën (quorum = minimaal vereist aantal stemmen voor geldigheid) verklaart groupthink, ook met zicht op deze twee symptomen.

In 1998 werd in de universiteit Leiden het ‘Multilateral Agreement on Investments’ (MAI) kritisch besproken. Dit initiatief van de 29 OESO-landen ging ondernemers stimuleren om meer in ontwikkelingslanden te investeren. Vlak voor deze bijeenkomst had Frankrijk zich teruggetrokken uit de onderhandelingen die toen al vier jaar duurden. De regering had ontdekt dat buitenlandse popgroepen door het MAI evenveel subsidie moesten ontvangen als Franse, wat onaanvaardbaar was. Dat betekende ook meteen het einde van het MAI.

Tijdens de bijeenkomst in Leiden werd verteld dat de groep van financiële specialisten onbereikbaar was geweest voor de waarschuwing dat het MAI allerlei bestaande internationale milieuverdragen buiten werking zou stellen. Ook zagen ze niet dat het een voorbeeld van dwang van kapitalistische landen was: ontwikkelingslanden die zich niet zouden aansluiten kregen geen investeringen meer.

Studie van het boek van Janis bezorgde me meteen het vermoeden dat het MAI een voorbeeld van groupthink was, dat wel veel langer had geduurd dan die van Kennedy en in een grotere groep, dus met een grotere kans om van te leren.

Met de secretaris van het MAI, een ambtenaar van ons ministerie van EZ, heb ik later dit groepsproces onderzocht. Beschikbare informatie buitensluiten had ook deze groep gedaan en wij vonden nog een opvallend verschijnsel: al die specialisten hadden hun kans gezien om te bewijzen dat zij enorm knap waren, waardoor zij wereldwijd arme mensen konden redden.

De eigenwaarde van de MAI-leden was door groupthink enorm gegroeid, precies als Janis ook bij de groep van Kennedy had aangetroffen. Het gezegde dat het geheel meer is dan de som van de delen betekent in dit geval dat onbewuste mentale processen tot de toename van de eigenwaarden van de groepsleden leidt. Deze collectieve, maar toch individuele toename van eigenwaarde was letterlijk dat ‘meer’ van de delen geworden.

Hier is dus niet een mysterieuze voodoo-achtige kracht aan het werk, het past precies bij de beschrijving die in de literatuur is te vinden:

A whole is a complex of parts, but so close and intimate, so unified that the characters and relations, the functions and activities of the parts are affected and changed by the synthesis, without their loss or destruction” (met Google 1 hit!).

Piramide van Maslow.

De intense vereniging van groepsleden van Kennedy en van het MAI werd zonder twijfel gevoed door wat Abraham Maslow zo treffend over onze verschillende behoeftes heeft geschreven. In zijn piramide staan opeengestapeld onze behoeftes, waarbij altijd de onderliggende behoeftes in die piramide al bevredigd moeten zijn, voordat iemand aan zijn volgende behoefte kan gaan werken. Wordt een behoefte bevredigd, dan geeft dat iemand een lekker gevoel dat hij liever niet meer wil opgeven. Zijn hersenen helpen hem erbij door ongewenste signalen onbewust buiten te sluiten. Dat verschijnsel is in de leer van de complexe zelfordenende systemen door Francisco Varela in zijn artikel ‘Two principles for self-organization’ beschreven: dit soort gesloten systemen toont eigen-gedrag (afgeleid van de eigen-vector, karakteristiek), en het laat alleen maar signalen toe die passen bij dat eigen-behaviour, de rest is ruis voor zo’n systeem. Varela introduceerde samen met zijn leermeester Umberto Maturana ‘autopoiesis’ (zelf-her-schepping) als belangrijkste stelsel van levensprocessen in alle soorten.

Alle leden van de MAI-groep hadden een wetenschappelijke opleiding voltooid, wat vermoedelijk ook het geval was voor alle groepsleden van Kennedy. Het wetenschappelijk onderwijs biedt tot op heden geen enkele garantie tegen dit verschijnsel, is volgens mij dan ook “maatschappelijk onverantwoord wetenschappelijk onderwijs” (2 hits met Google, mits tussen aanhalingstekens).

Mijn actie om hoogleraren er zich van bewust te maken dat zij niet weten wat toekomstige academici aan deze opleiding hebben is ruis voor al deze gesloten systemen. Organisaties als de Baak en Comenius zullen steeds meer cursisten krijgen zolang hoogleraren hun probleem ontkennen.

Een TED-video van microbiologe Bonnie Bassler uit Princeton wees mij de weg naar een verklaring van groupthink. Zij vertelt dat bacteriën met elkaar kunnen communiceren, waardoor zij weten of er al genoeg van hen in een organisme zijn binnengedrongen om hun aanval op een deel van het organisme kansrijk te maken: quorum sensing. Na herhaald zien van deze video drong tot mij door dat ze op het moment dat ze allemaal tegelijk aanvallen geen specifiek signaal uitwisselen.

Wat betekent dat? Dat zij zelf die beslissing moeten nemen? Nee, want hun collectieve maatstaf dwingt hen gelijktijdig tot precies dezelfde actie, anders vormen zij geen sterk geheel. Hadden zij die precies gelijke maatstaf niet in hun handjevol genen meegekregen dan had quorum sensing geen overlevingswaarde gekregen, waren zij er samen nooit ‘toe gaan doen’ (een organisme ziek maken), net zo min als hun chemotaxis zonder natuurlijke selectie ooit was ontstaan.

Dit verschijnsel speelt ook een belangrijke rol in groepen: zij hebben samen een richting, zoals chemotaxis die aan bacteriën geeft, namelijk om de richting van minder zuur of meer zoet in hun milieu op te zoeken. In de natuur zijn er allerlei richting-zoekende verschijnselen, waarvan fototropie ook een bekende is, naar het licht richten.

Het kunnen redden van mensen biedt groepen dus een lekkere collectieve prikkel, waardoor zij samen een enorme toename van eigenwaarde kunnen krijgen plus bevrediging van hun grote behoefte aan erkenning: dat je er samen echt toe doet! En dan hoeft er zelfs maar één persoon met een heel helder idee mensen om zich heen in de juiste richting te voeren, een leider dus, als die de mensen maar eerst op een enorm groot gevaar heeft gewezen, joden en communisme, bijvoorbeeld. Of je zal maar ontdekt hebben dat kooldioxide een broeikasgas is. Wat een superkans om de mensheid te redden!

Arnold Fellendans. Lid Netwerk Toekomstverkenning.

Andere voorbeelden van gevolgen van dit soort processen zijn religies, culturen, modes, politieke partijen en het wetenschappelijke paradigma. Op zichzelf nuttige of zinvolle of aanvaardbare processen, mits men maar bewust een manier zoekt om er zelf, noch anderen een victim van te maken.

Tegen groupthink wordt wel eens gesuggereerd om een devil’s advocate te benoemen. Ik denk dat dat gevaarlijk is. Zo iemand krijgt een veel te grote verantwoordelijkheid, want kan door onvoldoende kennis van het onderwerp een hoofdzaak over het hoofd zien. Ik zou altijd adviseren om minstens twee ongeveer gelijkwaardige groepen helemaal apart over een complexe zaak scenario’s te laten verkennen, die na een poos onder leiding van iemand die verstand van dialoog heeft, samen te laten zoeken naar verschillen en overeenstemmingen en de verklaringen daarvan, om pas daarna voor die complexe zaak een strategie met beste kans op succes te kiezen.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email