Carola Schouten, Minister van Landbouw. Foto Tubantia.

Een gastbijdrage van Paul Scheffers.

De stikstofuitspraak in Nederland, over uitstoot van (NO2) stikstofoxiden en/of ammoniak op 29 mei j.l. door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof (PAS), heeft grotere gevolgen dan ooit ingeschat. Den Haag vreest nu voor een extra economische terugslag.

Het idee van PAS kwam uit de 2de Kamer zelf. En niet van de minsten. In 2009 bleek dat de depositie van stikstof te hoog was om het Natura 2000 project te kunnen realiseren. Daarom kwamen Diederik Samsom (PvdA) en Ger Koopmans (CDA) destijds in een amendement met het principe dat de stikstofuitstoot toch mocht stijgen, onder één voorwaarde: dat er gelijktijdig natuurmaatregelen werden getroffen die later tot verminderde stikstofdepositie zouden leiden.

De afsnijroute geblokkeerd

Het PAS – ingevoerd in 2015 door de Nederlandse regering – bood een afsnijroute, voor de dwingende door Nederlandse ’duurzame’ ecologisten doorgeduwde Europese stikstofrichtlijn. In het PAS mocht voor nieuwe economische projecten een voorschot worden genomen op toekomstige verlaging van de stikstofuitstoot, zonder dat projecten zelf bijdroegen aan door Europa opgelegde verlaging. Die ontsnappingsroute is nu door de uitspraak van de RvS afgesloten. Alle vergunningen die op grond van het PAS zijn verleend, gelden nu als ten onrechte verleend. Gevolg: een welhaast grotere en directere impact dan alle huidige negatieve milieu, sociale, economische en politieke effecten die reeds voortvloeien uit het Akkoord van Parijs (2015), de Nederlandse Energiewet (2013) en de Klimaatwet (2019).

Oorspronkelijk bedoeld door milieufanaten om veeboertjes te pesten via Europese regelgeving

Een jarenlange elitaire kongsi van ecologisten, dierenbevrijders en veganisten uit de milieubeweging, geholpen door kritiekloze media en politiek, heeft e.e.a. voor elkaar gekregen, via strengere regelgeving via de omweg van de Europese Unie (EU). Zo’n 18.000 reeds geplande projecten worden nu in Nederland gestopt: in de chemische industrie, de mobiliteit, de wegenbouw, bij ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen en bij geplande sociale woningbouw. Alleen de bouwsector heeft al een omzetstrop van € 18 miljard  ingeboekt. De nieuwe woningbouw kwam tot stilstand nadat 1500 bouwprojecten werden stilgelegd.

Tuinbouw, akkerbouw en veeteelt houden zich al jaren aan de stikstofrichtlijn

Bij de tuinbouw, akkerbouw en veeteelt in Nederland wordt nog het minst geleden door deze stikstofuitspraak van de RvS. Deze agrarische sectoren houden zich reeds jaren aan de immer strengere stikstofrichtlijnen en beperkende vergunningen, die hun omvang in productie en omvang van de veestapel moesten beperken. Vreemd, maar voor die agrarische sectoren was de Europese stikstofrichtlijn juist ontworpen door de ‘duurzame’ ecologisten, met als doel een verdere beperking van de veestapel in Nederland, ofwel ‘veganistisch veeboertje pesten’.

Vleesschaamte prediking door een veganistische ‘duurzamheids’elite om het klimaat te redden

De omslag naar het stikstofalarmisme was decennia terug ingezet door de ‘duurzaamheids’elite met voorkeur voor een duurdere 100% biologische en vooral minder productieve agrarische sector – feitelijk propaganda voor uitsluitend biologische voeding en slechts alleen voor de hogere inkomens te bekostigen. Hierbij hebben veganisten een rol gespeeld, soms met wetenschappelijke fraude. Een bekend voorbeeld daarvan is het ‘onderzoek’ naar zgn. ‘vleeshufters’ door Diederik Stapel en Roos Vonk. Zij prediken vleesschaamte om zo ook een stikstofbeperking te helpen bewerkstelligen. Samen met ecologisten en dierenbevrijders zien zij liever heidebloempjes en -vlinders dan weidebloepjes op het koeiengras. Vleesconsumptie zou immers de opwarming van het klimaat versnellen, een opwarmingsversnelling die overigens nergens in de wereld wordt gemeten door de NASA satellieten en weerballonnen, maar alleen op politiek geparametriseerde VN-IPCC computermodellen is te ontwaren.

Biologische voedselproductie geldt voorts niet als duurzaam

We weten inmiddels, dat biologische landbouw en biologische veeteelt bepaald niet duurzaam zijn vanwege hun grotere landbehoefte en minder opbrengst en mindere kwaliteit per hectare. Bovendien zijn de biologische producten aanzienlijk duurder, ondanks het feit zij voor een groot deel ten onrechte als zodanig worden aangemerkt. De derde wereld produceert vanuit armoede erg duurzaam, maar zou heel graag over de (kunst-)mest willen beschikken, die we in Nederland te over hebben. Daarnaast heeft de huidige en toekomstige westerse industriële landbouw en veeteelt een progressief en actueel doel van een hogere productie-opbrengst met een lagere hoeveelheid benodigde grondstoffen en benodigde energie, zoals door de Wageningen Universiteit reeds jaren wordt bepleit voor een echte duurzame toekomst met een nu nog groeiende wereldbevolking. Wageningen Universiteit heeft niet voor niets als speerpunt juist de wereldwijde zeer lage agrarische productiviteit in ontwikkelingslanden te willen verbeteren.

Zie ook hier.

Het inconsequente en negatieve van zogenaamd ‘duurzaam’

Bij deze ‘duurzaamheids’elite gaat het om de industriële landbouw en veeteelt vooral te bestrijden met nieuwe ‘duurzame’ wetgeving, wat tegendraads is aan hun ‘duurzame’ ideologie, omdat als consequente voor dit onzalige ‘duurzame’ idee juist méér natuur zal moeten worden omgespit voor agrarische toepassingen. Zo werd voor het ‘goede ideologische doel’ door de kritiekloze politieke media de ideologisch verzonnen propaganda gekopieerd, dat voor 1 kilo vlees 800 liter water nodig was, en dat dat dus (?) slecht voor het klimaat was. Het bleek een overdrijving van een factor 80. De immer restrictievere wettelijke milieuregels in Nederland brengen de agrarische sector steeds verder in het nauw waarbij de dierveiligheid/-welzijn bij de productie  minder aandacht kreeg. Ook ‘duurzaam’ ontkomt niet aan voorspelbare negatieve randverschijnselen als gevolg van economische en wettelijk beperkende pressie.

Mestverwerking, ammoniak (NH3), stikstof (N2), stikstofoxide (NO2), en wat is natuur?

Stikstof (N2) zit in onze atmosfeer voor 78,08% en ademen wij dagelijks in. Het is volstrekt ongevaarlijk. Het aandachtspunt is wanneer stikstofoxide (NO2) vanuit het economische domein door productie/industrie lekt naar het ecologische domein en daardoor lokale ongewenste natuureffecten optreden.

De kernvraag bij dit alles is “Wat is natuur’? Zijn natuurlijke weidevelden voor veeteelt in Nederland minder natuur dan de kunstmatig door de mens gecreëerde heidevelden door de massale historische houtkap van de sindsdien voormalige bossen?

Door ecologisten nagestreefde verhoogde Europese richtlijnen zit er ineens in Nederland meer nitraat in het slootwater dan de Europese vastgelegde normen nu toestaan. Nog al wiedes! In de voedselindustrie wordt stikstof (N2), zowel gasvorming als vloeibaar (= liquid nitrogen), aangeduid als toegestaan voedingsmiddel E941. Dit E-nummer heeft geen effect op de menselijke gezondheid en dient als goede stabilisator. Stikstof wordt bovendien door de natuur opgenomen in de vorm van natuurlijk nitraatzout of ammoniumzout.

Stikstof is onschuldig en mest (inclusief fosfaat) is zeer nuttig

Stikstof is onschuldig, maar heeft in hoge concentraties in diverse economische toepassingen een nuttige zuurstof verdrijvende werking. Door de onschuldige eigenschappen is het ook een uitstekend component in combinatie andere gassen. Het menggas met stikstof zorgt ervoor dat de zuurstof wordt verdreven bijvoorbeeld in houdbare verpakkingen in de supermarkt, wordt toegepast als industrieel blusmiddel, bij het lassen en bij het lasersnijden. Mestverwerking: Voor Nederland heeft de EU (!) een fosfaatplafond voor uitstoot in de natuur vastgesteld op 172,9 miljoen kilogram. Onder de in Nederland sinds 2014 wettelijk verplichte mestverwerking wordt verstaan het maken van speciale chemische halffabricaten / eindproducten, maar ook de export van fosfaat voor betere voedselproductiviteit.

Fosfaat, opvang en verwerking is van levensbelang voor voedselproductie

Fosfaat is grondstof van levensbelang voor onze agrarische voedselproductie, zo zelfs dat in de verre toekomst fosfaatschaarste de wereldvoedselvoorziening kan bedreigen. Merendeel van chemische fosfaat komt tegenwoordig als fosfor restproduct uit ijzererts bij de staalproductie. Een belangrijke eerste stap bij de gewenste recycling van mest is de scheiding in een dunne fractie (veel water en stikstof) en een dikke fractie (veel organische stof en fosfaat). Bovenal kan dierlijke mest de toepassing van chemisch geproduceerde kunstmest beperken en kan ook als eutrofiëring door selectieve dumping in voedselarme vispaaigebieden in de Atlantische oceaan/Noordzee dienen. Oplossingen genoeg, goed voor de visstand, goed voor de voedingsindustrie en ook goed voor de chemische industrie, die nu extra fabrieken bouwt voor mestverwerking. Kunstmestfabrikant OCI-Nitrogen gaat in Geleen jaarlijks 1 miljoen ton mest verwerken tot kunstmest, ondanks ideologische tegenstand door de milieu-elite.

PBL: Agrarische ammoniakemissie/-concentratie stijgt niet, stikstofoxide met 65% afgenomen

Het ging al goed in Nederland ondanks/dankzij de ‘duurzame’ ecologisten. Ammoniakemissie van de landbouw en veeteelt blijft gelijk, zo stelde het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) al in 2018 vast. De berekende ammoniakemissie van de landbouw is in de periode 2014-2016 gelijk gebleven, terwijl de berekende NO2-emissies sinds 1990 reeds met ruim 65% zijn afgenomen. In tegenstelling tot de stikstofemissies, zijn de gemeten concentraties van ammoniak in de lucht sinds 2000 niet meer gedaald, maar ook niet gestegen.

Ammoniak (NH3) is overigens ook een nuttig en natuurlijk koelmiddel dat veel in de industriële koudetechniek wordt gebruikt. Hoewel ammoniak een giftig gas is draagt het niet bij aan het broeikaseffect. Daardoor is ammoniak minder schadelijk dan andere chemische (inmiddels verboden chloordifluormethaan typen) koudemiddelen. Dus weer een nuttige toepassing!

Zie ook hier.

Paniek in politiek Den Haag, maatschappelijke schade te verwachten

De paniek betreft de ‘onvoorziene’ economische en maatschappelijke repercussies door de uitspraak van de RvS. Het dwingt de coalitie van Rutte III tot snelle en harde impopulaire keuzes om de stikstofuitstoot in de chemische industrie, de mobiliteit, de wegenbouw, bij ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen en bij geplande sociale woningbouw toch mogelijk te maken. Het is volgens dossiereigenaar minister Carole Schouten ‘ingewikkeld’ om precies in beeld te krijgen welke consequenties de uitspraak van de RvS heeft. Het ziet ernaar uit, dat de minister vooral in het eigen economische vlees van de christelijk-agrarische achterban van de huidige regeringscoalitie moet gaan snijden met de buitenspel gezette en benadeelde burger die het nakijken heeft.

Vraag: Wie geeft er eigenlijk nog om de economie in de huidige overdreven ‘duurzame’ regeringscoalitie?

Zie ook hier.

Uit de volgende economisch negatieve maatregelen kan dus door kabinet Rutte III worden gekozen (en/of):

Landbouw: Kringlooplandbouw (met als doel forse afname van de ammoniakbelasting van Natura 2000-gebieden) en Reductie van de veestapel.

Industrie: Reductie emissies door scherpere emissie-eisen, Denox-installaties e.d. en emissiehandel (met beprijzing van uitstoot van stikstofoxiden).

Verkeer: Versnelde invoering emissieloos rijden en reductie voertuigkilometers door beprijzing; reductie emissie vliegverkeer; reductie emissie (zee)scheepvaart

Conclusie voor de buitenspel gezette benadeelde burgers:

Waar kritiekloos veeboertje pesten en vleesschaamtepopulisme toe kan leiden …

Zie ook Elsevier (achter betaalmuur): ‘Wie geeft er nog om de economie?’

Aldus Paul Scheffers.