Allereerst het positieve nieuws. Ondanks het feit dat ik het mikpunt ben van zijn kritiek vind ik toch dat de video van Remco Brantjes over mijn presentatie er leuk uitziet, met een paar verrassende visuele effecten.

Ook zijn verhaal getuigt er zo op het eerste gezicht van dat hij zich behoorlijk in de materie heeft ingelezen. Maar inhoudelijk is er mijns inziens wel het een en ander op zijn betoog aan te merken.

In algemene zin valt op dat de toon van zijn commentaar wat badinerend en denigrerend is tegenover mij persoonlijk en klimaatsceptici in het algemeen. Maar dat zullen we hem maar niet kwalijk nemen. Dat komt namelijk vaker voor bij vertegenwoordigers van de extreme vleugel van de klimatologische mainstream, en werkt kennelijk besmettelijk.

Maar los van de toon, toont hij aan dat de besmetting ook de inhoud betreft. Binnen één minuut is dat al duidelijk.

Cursus ‘ontkenning klimaatwetenschap’! Dat is typisch wat AGW’ers (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming‘) ons willen doen geloven. De wetenschap schrijdt dialectisch voort: these – antithese – synthese. Dat is heel normaal. Maar in de klimatologie denkt men daar vaak anders over.

Bovendien ‘de’ wetenschap? Het is curieus om te veronderstellen dat AGW’ers ‘de’ wetenschap in pacht hebben, ofwel het monopolie op de waarheid zouden bezitten. De kritiek van klimaatsceptici wordt als ‘aanval op de wetenschap’ gezien. Onzin natuurlijk! Klimaatsceptici zijn doorgaans ook wetenschappers. Bovendien is kritiek onderdeel van het normale wetenschappelijke bedrijf. Alleen in de klimatologie heeft de mainstream daar wonderlijke denkbeelden over.

Vergelijk dat bijvoorbeeld met de definitie van wetenschap van nobelprijswinnaar Richard Feynman:

Science is the believe in the ignorance of experts.

Vervolgens heeft Remco Brantjes het over ‘fundamentele natuurkunde die al anderhalve eeuw als een huis staat’. Die mag niet in twijfel worden getrokken. Hierbij gaat hij voorbij aan de noeste arbeid van vele excellente wetenschappers die de zogenoemde klimaatgevoeligheid trachten te doorgronden en te berekenen. Dat is het temperatuureffect van een verdubbeling van de CO2-concentratie in de atmosfeer – een cruciale factor in het klimaatdebat. Velen van hen zijn ervaren natuurkundigen. Vele zogenoemde klimatologen zijn dat niet. Ofwel ‘wetenschap’ moet altijd worden uitgedaagd, van dezelfde fysica-icoon komt ook:

I rather have questions that can’t be answered than answers that can’t be questioned.

Het is duidelijk dat dit diametraal staat tegnover de AGW cursus ontkenning. Het VN-klimaatpanel(IPCC) heeft voor de klimaatgevoeligheid een bandbreedte van 1,5 – 4,5 graden C aangegeven. Dat is heel breed en bepaald geen ‘consensus’, waarop zij zich voortdurend beroepen. Maar dat terzijde.

Verschillende fysici hebben schattingen gepubliceerd van 0,02 – 1,2 graden C. En dat alles op basis van natuurkunde!

Maar die discussie zal nog wel even voortduren. Toekomstige temperatuurmetingen zouden daar meer licht op kunnen werpen. Maar dan zijn we waarschijnlijk al weer een paar jaar en vele honderden miljarden aan zinloze uitgaven voor klimaatbeleid verder.

Nochtans laat die verschrikkelijke opwarming maar steeds op zich wachten.

En dan richt Remco Brantjes zijn pijlen op de veel gebruikte grafiek, waarmee klimaatsceptici de afwezigheid van correlatie aantonen tussen CO2 en temperatuur over een periode van miljoenen jaren.

De temperatuurcurve in deze grafiek zou afkomstig zijn van een mijnbouwamateur (vraag me niet wat dat is), in ieder geval geen wetenschapper, aldus Remco. Dat is een wonderlijk argument voor een werktuigbouwkundig ingenieur als Remco Brantjes, maar dat terzijde.

Ik heb André Bijkerk, die op deze website regelmatig zijn licht laat schijnen over het paleoklimaat, en dus bij uitstek deskundig is op dat terrein, verzocht hierop commentaar te leveren. Dit was zijn reactie.

André Bijkerk:

Hier mijn reactie op het paleoklimatologisch gedeelte.De eerste opmerking van Remco Brantjes betreft de oorsprong van de grafiek. Dat de temperatuur grafiek gemaakt is door een amateur uit de mijnbouw, geen wetenschapper natuurlijk. Een vreemde constatering. Prof Christopher Scotese, verantwoordelijk voor die schets, is geoloog en paleogeograaf.

Die grafiek komt inderdaad wel heel erg vaak voor. Als je hem visueel zoekt in Google-images vind je die op 139 pagina’s. Toch moet uitgerekend Hans Labohm het ontgelden.

Maar eerlijk is eerlijk. Hans had wellicht de moeite moeten nemen om te verifiëren of er geen andere en/of vernieuwde versies zouden zijn verschenen van paleoreconstructies van temperatuur en CO2. En die zijn er.

Remco toont in zijn vlog fig 13 van Berner en Kothavala 2001(GEOCARB III) die diverse andere temperatuur–reconstructies gebruiken en die concluderen dat er wel een correlatie is tussen CO2 en paleotemperatuur uit het verleden. Dan toont hij nog Fig 2 uit Royer (2006) die de veronderstelde ‘radiative forcing’ – zoals dat heet – van CO2 zeer overtuigend correleert met de temperatuur reconstructies, inclusief correcties voor de sterkte van de zon.

Maar is het verhaal daarmee uit? Heeft Remco onderzocht of er daarna nog meer te doen was over dit onderwerp? Zo is er bijvoorbeeld Foster et al 2017 die een forse update geven van de CO2 reconstructie over de laatste 420 miljoen jaar (fig 1).

Hoewel de suggestie wordt gewekt dat deze correleert met de temperatuur, hanteren deze geen temperatuur-reconstructie.

Maar er bestaat echter inmiddels een nieuwere temperatuurconstructie Zachos et al 2008 (fig 2b)noot 1 over de laatste 63 miljoen jaar en over deze periode correleert deze geenszins met de CO2 van Foster et al, zie André 2017.Origineel fig 2b van Zachos et al 2008 (zie temperatuur schaal rechts).

De correlatie tussen de CO2 reconstructie van Foster et al 2017 en de temperatuurreconstructie van Zachos et al 2008 hieronder, met stappen van een half miljoen jaar, volgt echter geenszins iets dat lijkt op een rechte lijn, kenmerkend voor een directe correlatie.

Men kan tegenwerpen dat voor de forcingfunctie van CO2 de zonnesterkte moet worden meegenomen. Maar dit verergert de zaak alleen maar, omdat in de vroege periode, met lage CO2 en een iets zwakkere zon, de veronderstelde gereconstrueerde temperaturen toch fors hoger waren.

Maar tenslotte is er ook nog het monumentale werk van Davis 2017, waarvan de discussie en conclusie (hoofdstuk 4) begint met:

The principal findings of this study are that neither the atmospheric concentration of CO2 nor ΔRFCO2 (the change in forcing at the top of the troposphere associated with a unit increase in atmospheric CO2 concentration) is correlated with T over most of the ancient (Phanerozoic) climate. Over all major climate transitions of the Phanerozoic Eon, about three-quarters of 136 correlation coefficients computed here between T and atmospheric CO2 concentration, and between T and ΔRFCO2, are non-discernible, and about half of the discernible correlations are negative. Correlation does not imply causality, but the absence of correlation proves conclusively the absence of causality [63]. The finding that atmospheric CO2 concentration and ΔRFCO2 are generally uncorrelated with T, therefore, implies either that neither variable exerted significant causal influence on T during the Phanerozoic Eon or that the underlying proxy databases do not accurately reflect the the variables evaluate.

Kortom, de veronderstelling dat in het geologische verleden de CO2 en de temperatuur veel met elkaar te maken hadden, kan niet worden bevestigd op grond van de meest recente studies van de beschikbare data en methodieken.

En daarmee rijst de vraag hoe het toch komt dat je degenen die zich niet scharen achter de veronderstelde meerderheidsvisie, automatisch worden geplaatst in de hoek van de misleiders.

Referenties:

Berner, R. A., Kothavala (2001). GEOCARB III: A revised model of atmospheric CO2 over Phanerozoic time. American Journal of Science, 301(2), 182–204. doi:10.2475/ajs.301.2.182.3

Davis, W. (2017). The Relationship between Atmospheric Carbon Dioxide Concentration and Global Temperature for the Last 425 Million Years. Climate, 5(4), 76. doi:10.3390/cli5040076 

Foster, G. L., Royer, D. L., & Lunt, D. J. (2017). Future climate forcing potentially without precedent in the last 420 million years. Nature Communications, 8, 14845. doi:10.1038/ncomms14845

Royer, D. L. (2006). CO2-forced climate thresholds during the Phanerozoic. Geochimica et Cosmochimica Acta, 70(23), 5665–5675. doi:10.1016/j.gca.2005.11.031

Zachos, J. C., Dickens, G. R., & Zeebe, R. E. (2008). An early Cenozoic perspective on greenhouse warming and carbon-cycle dynamics. Nature, 451(7176), 279–283. doi:10.1038/nature06588

Noot 1. Fig 1b laat een vroege CO2 reconstructie zien met de rode lijn “boron”, deze is niet terug te vinden in Forster et al 2017, omdat deze methodiek is gefalsificeerd.)

Aldus André Bijkerk.

En dan gaan we verder met de kritiek Van Remco Brantjes op mijn opvattingen over de ontwikkeling van de oppervlakte drijfijs.

‘Spelen’ met grafieken

Maar eerst het volgende. Met kan ‘spelen’ met grafieken, afhankelijk van de boodschap die men wil overbrengen. Een bekend voorbeeld daarvan is het oprekken of inkrimpen van de Y-as van een grafiek. Wil men een stijging of daling van een bepaalde waarde, bijvoorbeeld de temperatuur of de CO2-concentratie in de atmosfeer, accentueren of juist niet, dan schaalt men de Y-as op of neer. In het eerste geval dramatiseert men de ontwikkeling. In het tweede geval doet men het omgekeerde.

Een ander voorbeeld betreft de keuze van de referentieperiode. Wil men een stijging van een bepaalde waarde suggereren, dan begint men de grafiek op het laagste punt. Wil men daling suggereren, dan doet men dat op het hoogste punt.

Remco – maar hij niet alleen, de door hem geraadpleegde bronnen doen dat ook vaak – toont zich zeer bekwaam in het toepassen van deze technieken.

Ik had deze grafiek getoond over de ontwikkeling van het drijfijs op beide polen. Deze was afkomstige van een algemeen gerenommeerde en betrouwbare website.

Remco schaalt de grafiek op. En wat is het resultaat? Een dramatische daling van de oppervlakte drijfijs over de periode 1980 – 2018.

Maar als we een wat langere periode in beschouwing nemen, zien we een enorme toename – dus geen afname – van het drijfijs.

Het blijkt dus dat de keuze van de referentieperiode van cruciale betekenis is. Op grond daarvan lijkt alarmisme dus allerminst gerechtvaardigd.

En dan gaan we verder met de kritiek Van Remco Brantjes op mijn opvattingen over de afwijking van klimaatmodellen met de waarnemingen.

Dit was de afbeelding uit mijn presentatie (op basis van de berekeningen van de Amerikaanse klimatoloog John Christy).

De onderstaande grafiek toonde Remco in zijn video (ik neem dat hij die heeft ontleend aan het laatste rapport van het VN-klimaatpanel, IPCC).

Is die grafiek correct? Nou ja, redelijk. Maar de Y-as is ingekrompen en het beginpunt van de waarnemingen is hoger gekozen. Het grijze vlak verhult dat er een waaier aan modeluitkomsten is die aan de bovenkant van dat vlak liggen en er maar één model is (een Russisch klimaatmodel, zoals John Christy eens in een presentatie heeft toegelicht) dat een buitenbeentje vormt en daarmee de ondergrens van de grijze band vormt.

Remco beweert dat de waarnemingen aan de onderkant van de onzekerheidsmarge liggen. Hij neemt dus aan dat het grijze gebied de onzekerheidsmarge weergeeft. Maar dat is een hardnekkig misverstand. Het grijze gebied geeft de bandbreedte van de uitkomsten van de vele klimaatmodellen aan. En dat is iets anders dan de onzekerheidsmarge! Gewoon een misverstand.

En dan de zeespiegelstijging!

Ik vertoonde bovenstaande grafiek van de zeespiegelstijging bij Vlissingen, die een lineaire stijging van ongeveer 20 cm per eeuw laat zien. Daarvan hoeft men nu niet bepaald wakker te liggen.

Daarvan zegt Remco Brantjes (07.50): ‘Wat betreft de laatste ijstijd, de laatste paar duizend jaar, is de zeespiegelstijging waarschijnlijk niet meer dan een paar tienden van een centimeter per eeuw geweest. Dus is 20 cm. per eeuw bij Vlissingen best veel.’

Is dat waar en is dat relevant? De nauwkeurigste metingen die mij bekend zijn, die van het Peil Amsterdam sinds 1700, bevestigen dat niet.

Maar los daarvan, het gaat om antropogene opwarming, die volgens de menselijke broeikashypothese voor een groot deel door de menselijke uitstoot van CO2 zou worden veroorzaakt. Die uitstoot is pas na de Tweede Wereldoorlog substantieel toegenomen. Men zou dus vanaf dat moment een opwaartse knik in het verloop van de zeespiegelstijging verwachten. Maar die is niet in de metingen langs de Noordzeekust te bekennen. En datzelfde geldt ook voor legio andere plaatsen in de wereld.Zie de analyse van André Bijkerk: ‘Angtstwekkende stijging van de zeespiegel?’, hier.

Laten we de kritiek van Remco Brantjes ten slotte positief duiden. Allereerst moeten we zijn onmiskenbare talent om leuke video’s te maken, erkennen en waarderen. Daarnaast heeft hij op intelligente wijze stem gegeven aan wijd verbreide misverstanden over de opvattingen van klimaatsceptici. Maar daarmee heeft hij ons tevens de gelegenheid gegeven om onze standpunten in dit weerwoord nog eens toe te lichten en te verhelderen. Wat wil je nog meer?

Zie ook hier en hier.

Voor mijn oorspronkelijke presentatie zie hier.