Afbeelding: Ruhrkultour.

Een gastbijdrage van Paul Bouwmeester.

Al jaren worden we overspoeld met huidige en toekomstige klimaatrampen, waaraan wij schuldig zouden zijn. Als leek heb je die berichten gelaten geslikt, want wat kun je anders? En de hele wereld zegt het, dus zal het wel zo zijn. Het klinkt ook niet onlogisch, als je bekijkt hoe de mens de aarde heeft weten te verbouwen. En die kolen en olie gaan ook ooit opraken.

Maar nu verschijnen er berichten, dat het wel meevalt en het niet of in ieder geval veel minder aan onze CO2-uitstoot ligt.

Zo was er bijv. het dwarsliggende ‘Nieuw Klimaat-Alarm’ en hoe kun je nu weten of die een punt hebben? De discussies barsten los op de sociale media en wat je veel ziet is: die en die kan er geen verstand van hebben, want …. En die anderen weten er alles van, want … Alleen, hier schiet je niets mee op. Dat is gewoon het uiten van geloof in wat een ander zegt, uit de derde of vierde hand en dat voegt niets toe aan wat je kunt weten. Echter, nu de kosten van de ‘verbouwing’ van ons land duidelijk beginnen te worden wil je toch wel een beetje inzicht in de materie, want het is niet uit te sluiten dat de critici gelijk hebben.

Maar uiteindelijk ben je een leek op dit gebied. Een complete leek, want je weet niets van natuurkunde, of een middenklasse–leek, want je was er goed in op school, of je bent een hoogopgeleide leek met een universiteitsgraad in natuurkunde. Alleen heb je andere dingen te doen dan het napluizen van de klimatologie.

Anderzijds is het je volkomen duidelijk, dat het klimaat een heel ingewikkeld proces is, met al die zeeën en woestijnen, bergen en vlaktes, vulkanen en schuivende aardplaten, toendra’s en tropische bossen, verdamping en neerslag, wolken in soorten en maten, en allerlei processen die elkaar versterken of tegenwerken, en nog veel meer. En boven dat alles de zon, die ons klimaat bepaalt en ook nog al eens rare fratsen schijnt uit te halen. Klinkt toch wel een beetje hoogmoedig, dat we het klimaat gaan aanpakken en de planeet redden.

Zijn er misschien punten waar we zelf iets over kunnen bedenken zonder te moeten blindvaren op veronderstelde deskundigen of politici?

Laten we het eens stap voor stap proberen.

Dat het klimaat altijd verandert en dat de gemiddelde wereldtemperatuur al een paar eeuwen aan het stijgen is, menen we nu wel zeker te weten. Maar gaat dat de laatste tijd sneller? Als ik als middenklasse–leek naar al die op en neer springende meetpunten in de grafieken kijk, denk ik: je kunt er van alles uit halen. Zelfs een hockey-stick, als je graag wilt. Daar zijn handige wiskundige modellen voor. En dan blijkt dat men ook nog eens allerlei meetreeksen uit het verleden aan elkaar gekoppeld heeft onder toepassing van correctiefactoren – een bedenkelijke methode.

Hoe bepaal je trouwens een gemiddelde wereldtemperatuur? Meetpunten op de pool en in de Sahara en husselen maar? En dat sinds 1870? De laatste decennia wordt de temperatuur met satellieten gemeten over de hele wereld op vaste punten. Dat wekt meer vertrouwen, hoewel de meettijd nog te kort is om iets over de lange duur te zeggen.

En dan: komt die eventuele versnelling door CO2, door ons dus? Het schijnt een nogal complex proces te zijn, waar een gemiddelde leek niets over kan zeggen. Daar heeft men ingewikkelde modellen voor gebouwd, waarmee men de temperatuurstijging meent te kunnen voorspellen. Als leek kun je die modellen niet beoordelen. Maar als leek weet je wel, dat het nog nooit gelukt is de toekomst te voorspellen.

Aan een middenklasse-leek is het overigens wel bekend, dat een model een poging is een proces te begrijpen, dat je die dus niet mag gebruiken om iets te voorspellen. Tenzij uit den treure bewezen is dat het model klopt. Dan is het een formule geworden. Zo kan je bijvoorbeeld met de kogelbaanformule nauwkeurig voorspellen waar een granaat zal neerkomen. Het klimaatmodel heeft die status nog niet bereikt. Het feit dat er vele rekenmodellen bestaan voor de invloed van CO2, wekt ook geen vertrouwen. Kennelijk weet men het nog niet zo precies.

Zo kom je er als leek voorlopig niet uit. Dat is op zich geen ramp, tot er natuurlijk in paniek hele dure maatregelen genomen gaan worden.

Nu is er één geluk: die maatregelen noemen we energie-transitie. En daarvan zien we allemaal het nut wel in onafhankelijk van ons klimaatgeloof. Ooit moeten we alternatieven vinden voor onze huidige energiebronnen. En wel hele goede bronnen, want we gebruiken er dagelijks onvoorstelbare hoeveelheden van en zonder die energie stort alles in. En die alternatieven noemen we duurzaam of groen. Dus aangezien we het nog steeds niet zeker weten, laten we bovenstaande vragen rusten en proberen een aantal voorgestelde alternatieven op waarde te schatten. En op dat gebied zijn de meeste van ons ook leek.

Niettemin beginnen we met de makkelijkste: bio-brandstof. Ergens is politiek besloten dat deze geen CO2 uitstoot. Elke leek kan echter bedenken dat bossen die in de VS versnipperd en gedroogd en vervolgens met rokende vrachtschepen naar ons land gebracht worden, om in de Amer-centrale verbrand te worden, vermoedelijk voor meer CO2-uitstoot zorgen dan de goede oude steenkool. De absurditeit van deze situatie ondermijnt onmiddellijk het vertrouwen in de beweringen van de beslissers.

Neem de wind- en zonnenergie. Je moet ingenieur zijn om te weten dat de windmolens onder windkracht-4 bijna niets leveren en vanaf pakweg windkracht-6 aan het maximum zitten. Maar je hoeft geen ingenieur te zijn om te weten dat ze bij windstilte niets leveren of bij sterke wind te veel kunnen leveren als er geen vraag is. Ook kan je weten dat windstiltes vaak langdurig grote delen van Europa kunnen beslaan. Hetzelfde kan gelden voor sterke wind.

Je moet ingenieur zijn om de opbrengst van zonnepanelen te kunnen berekenen, maar een leek snapt dat dat ’s nachts of in de winter of bij bewolking niet veel kan zijn.

De leek snapt ook, dat zon en wind enorm snel kunnen variëren, resulterend in ‘wiebelstroom’, maar je moet ingenieur zijn om uit te leggen wat de consequenties daarvan kunnen zijn voor het net.

Elke ingenieur weet dat overtollige stroom afgevoerd of gebufferd moet worden – je kan het niet in de grond stoppen – maar dat grootschalige opslag voorlopig nog niet gerealiseerd zal zijn. Elke leek kan begrijpen dat dit probleem eerst moet worden opgelost voordat men doorgaat met uitbreiden van onvoorspelbare energiebronnen.

De leek kan ook begrijpen, dat bij plotselinge windstilte en afwezige zon er andere centrales klaar moeten staan om snel bij te springen. En dat dat dus een dubbele productiecapaciteit betekent.

Je moet ingenieur zijn om te weten hoeveel energie je uit een hectare wind of zon kunt halen. Je hoeft geen ingenieur te zijn om in te zien dat er een heleboel hectares nodig zijn om een centrale te vervangen.

Je moet ingenieur zijn om het fundament voor een windmolen te berekenen. Je hoeft geen ingenieur te zijn, om te begrijpen dat onze bodem volgestouwd gaat worden met enorme betonblokken (als een nieuwe Atlantikwall). En dat we daar ergens in de toekomst weer vanaf willen.

Je moet ingenieur zijn, om die molens dan maar op zee te plaatsen. Maar je moet visser zijn om daar de keerzijde van te zien (zoekt u dat maar op).

Je moet ingenieur zijn om te berekenen hoeveel huishoudens door een Gemini-windpark op zee kunnen worden bediend. Je moet een beetje kunnen rekenen om te weten dat dat per huishouden hééél veel kost.

Je moet overigens wèl weten, dat er een verschil is tussen opgesteld vermogen en werkelijk geleverde energie – de getallen variëren van 10% tot 40% – en dat je dus bij jubelberichten goed moet kijken welk vermogen bedoeld wordt.

En dan de financiële kosten.

Je moet econoom zijn om de al dan niet verstopte kosten van installaties, afschrijvingen, infrastructuur, ruimtebeslag, onderhoud etc. enigszins in kaart te kunnen brengen. Maar je hoeft geen econoom te zijn om te weten dat ze hoog zijn en op welk bordje ze uiteindelijk terecht zullen komen.

Wat je als leek ook weet, is dat waar enorme subsidiestromen ter beschikking staan, de objectiviteit en eerlijkheid onvermijdelijk worden weggespoeld.

Er zijn ook zaken, die je als leek niet zelf bedenkt, maar die wel met gewoon verstand zijn te begrijpen, als je de verschillende discussies leest, zoals bijv. de toelichting bij bovengenoemd manifest.