‘Hide the decline.’

Een gastbijdrage van Johan Branders (België).

Tien jaar geleden, in november 2009, brak het Climategate-schandaal uit. Een hacker had ingebroken in de server van het Britse onderzoekscentrum Climate Research Unit (CRU) van de universiteit van East Anglia en plaatste meer dan duizend vertrouwelijke e-mails en documenten op het internet.

Uit de e-mails bleek dat de betrokken klimaatwetenschappers helemaal niet zo zeker waren van het klimaatalarm dat ze in het openbaar van de daken schreeuwden. Ze probeerden de opwarming te overdrijven, manipuleerden onderzoeksgegevens, organiseerden verzet tegen het vrijgeven van data, probeerden andersdenkende wetenschappers te weren uit wetenschappelijke tijdschriften, enz.

Op 19 november verschenen de eerste berichten over de gehackte documenten op het internet. Het nieuws sloeg in als een bom. Een dag later muntte de Britse journalist James Delingpole de naam Climategate in zijn Daily Telegraph blog onder de titel: Climategate: de laatste nagel in de doodskist van de antropogene opwarming? Het nieuwe woord was op een mum van tijd ingeburgerd. Op Google kreeg het al snel 9 miljoen hits.

Eén e-mail, waarin sprake was van het verbergen van een daling, kreeg bijzonder veel aandacht in de volgende weken en maanden. Hij was tien jaar eerder, op 16 november 1999, verstuurd door de Britse klimatoloog Phil Jones die op dat moment directeur was van de CRU. De e-mail, getiteld “Grafiek voor WMO-verklaring”, was gericht aan Michael Mann, Raymond Bradley en Malcolm Hughes, de auteurs van de hockeystickgrafiek die in 1998 in het tijdschrift Nature was gepubliceerd. Jones schreef:

Ik heb net Mikes Nature-truc uitgevoerd door het toevoegen van de werkelijke temperaturen aan elke serie voor de laatste 20 jaar (d.w.z. vanaf 1981) en vanaf 1961 voor die van Keith om de daling te verbergen.

In het begin ontstond er heel wat verwarring over welke daling er nu precies verborgen was. Velen dachten dat het hier ging om een daling van de temperatuur van de aarde. Dat was niet het geval. Het ging hier over drie series van temperatuurreconstructies voor het noordelijk halfrond met zogenaamde proxies, waaronder jaarringen van bomen, koralen, boorkernen uit poolijs, afzettingen in meren, enz. De oorspronkelijke series zijn in de afbeelding hieronder weergegeven in rood, groen en blauw, samen met de ‘werkelijke temperaturen’, opgemeten met thermometers, in het zwart.

Temperatuurreconstructies worden gemaakt om een idee te krijgen van de temperaturen op aarde vóór 1850, toen thermometerdata nog niet systematisch geregistreerd werden. Het probleem met deze temperatuurreconstructies is dat ze in de tweede helft van de 20ste eeuw afwijken van de gemeten oppervlaktetemperaturen (zwarte curves met jaar- en zomertemperaturen). Vooral de groene curve van Keith Briffa, die uitsluitend bestaat uit densiteiten van jaarringen van bomen, wijkt sterk af van de thermometerdata, met een fikse daling vanaf ongeveer 1940 tot het midden van de jaren ’70, waar ze bijna het laagste niveau van de 19de eeuw evenaart. Deze afwijking wordt eufemistisch het divergentieprobleem genoemd.

De klimatologen hadden geen verklaring voor deze afwijking en deden verwoede pogingen om het probleem te rationaliseren. In 2002 verklaarde Keith Briffa:

In de afwezigheid van een substantiële verklaring voor de daling, maken we de veronderstelling dat dit waarschijnlijk een reactie kan zijn op een soort van recente antropogene forcering. Op basis van deze veronderstelling kan het pre-twintigste-eeuwse deel van de reconstructies beschouwd worden als vrij van gelijkaardige voorvallen en dus als accuraat in het weergeven van temperatuurvariaties in het verleden. (Briffa et al. 2002 – Holocene).

Het is amper te geloven dat dit soort redeneringen als wetenschap beschouwd werd. Zolang er geen verklaring voor de divergentie is, kan men onmogelijk weten of zich in het verleden geen gelijkaardige divergenties hebben voorgedaan. Elke wetenschapper met een minimum aan integriteit zou hieruit besluiten dat deze series niet mogen voorgesteld worden als betrouwbare temperatuurreconstructies.

Phil Jones gebruikte de reconstructies toch en besloot om de daling te verbergen, precies zoals beschreven in zijn e-mail. De proxydata werden vervangen door thermometerdata vanaf 1961 voor de serie van Briffa en vanaf 1981 voor de andere twee. Dit resulteerde in de grafiek die op de omslag kwam te staan van de Verklaring van de World Meteorological Organisation (WMO) over de status van het klimaat in 1999:

 

Een nieuwe hockeystickgrafiek was geboren. Onderstaande afbeelding toont in detail de curves voor en na het uitvoeren van de truc.

Jones schrapte het grootste deel van de daling in Briffa’s serie en verving ze door de stijgende thermometerdata vanaf 1961. Door het statistisch afvlakkingsfilter werd een vloeiende overgang bekomen tussen de reconstructie- en de thermometerdata. De series van Jones en Mann (rood en blauw) werden op gelijkaardige wijze aangepast met thermometerdata vanaf 1981. Dit resulteerde in drie reconstructies die de recente opwarming nauwkeurig lijken weer te geven, terwijl ze er in werkelijkheid sterk van afwijken.

Op blz. 4 van de WMO-verklaring staat de volgende toelichting van Phil Jones over de grafiek:

Ondanks hun verschillende nadrukken op jaarlijkse en zomertemperaturen en hun verschillende geografische vertekeningen, geven alle reconstructies (zoals getoond op de omslag als 50-jaarlijks afgevlakte afwijkingen van de 1961-1990-referentie) aan dat de twintigste eeuw, tegen de achtergrond van het millennium als geheel, ongewoon warm was.

Deze conclusie is onjuist om twee redenen. Ten eerste is het deel van de grafiek dat de ongewone opwarming in de twintigste eeuw moet voorstellen vervalst. Zonder deze vervalsing komen de drie series amper boven de pieken van de 12de eeuw uit en maakt Briffa’s serie een daling tot onder het gemiddelde van de 18de en 19de eeuw.

Ten tweede is het deel van de grafiek dat de rest van het millennium moet voorstellen totaal onbetrouwbaar wegens het divergentie probleem. Proxies die falen in het weergeven van de recente opwarming kunnen net zo goed falen in het weergeven van vroegere warme periodes, zoals bv. de Middeleeuwse Warmte Periode.

Twee uur na het ontvangen van Jones’ e-mail stuurde Michael Mann het volgende antwoord:

De tekst ziet er goed uit, en ik ga akkoord met alles wat gezegd wordt. Ik denk dat het een strenge maar verdedigbare verklaring is, en dat ze zal helpen met het versterken van de claims in IPCC [-rapport AR3].

De WMO-verklaring heeft inderdaad geholpen om de alarmistische claims van het derde IPCC-rapport (AR3 – 2001) te versterken. Michael Mann werd aangesteld als hoofdauteur van het hoofdstuk paleoklimatologie en kon daar als rechter en partij zijn eigen hockeystickgrafiek naar voor schuiven als icoon van een nooit geziene opwarming.

In Fig. 2.21 van dat IPCC-rapport heeft Mann net als Jones de daling van de Briffa-reconstructie verborgen omdat hij vreesde dat het tonen van de data “de boodschap zou verzwakken” en “munitie aan de sceptici” zou geven.

Dat er wetenschappers bestaan die niet geïnteresseerd zijn in de waarheid en liever sjoemelen met data en grafieken om hun alarmistische visie te venten is op zich al schokkend. Maar nog erger is dat ze dit ongestraft konden doen. De wereld reageerde op Climategate met een korte uitbarsting van afgrijzen, gevolgd door het minimaliseren van de fraude door een aantal witwasonderzoeken en het besluit dat alles uit de context was gehaald.

Tim Osborn, die twintig jaar geleden samen met Phil Jones de WMO-grafiek samenstelde, tweette vorige week dat hij en zijn collega’s tien jaar geleden het slachtoffer werden van een misdaad.

“De e-mails en documenten werden met opzet foutief voorgesteld in een georkestreerde poging om twijfel te zaaien over ons werk als klimaatwetenschappers.”

Aldus Osborn.

Hij besloot dat zij zullen doorgaan met hun onderzoek zodat ’s werelds klimaatpolitiek kan steunen op degelijk wetenschappelijk onderzoek.

Op basis van de WMO-affaire, kan de lezer zich alvast een beeld vormen van hoe degelijk het onderzoek van deze slachtoffers werkelijk was.