Een bijdrage van Hugo Mattijssen.

Rutger Bregman heeft een boekje geschreven, dat gratis wordt verspreid met financiële steun van de Postcodeloterij Hij stelt daarin de vraag:

Hoe leg je uit dat je niets deed om het zeewater tegen te houden?

In 2050 staat Nederland namelijk voor de helft onder water en dat zou onze eigen schuld zijn want:

Mensen weten dat het klimaat verandert, maar denken dat het met ons wel goed komt. We zijn in slaap gesust.

Het kan geen kwaad nader aandacht te schenken aan zijn betoog, al is het maar voor alle zekerheid.

Op 18 september 2018 bracht Deltares een rapport uit over mogelijke gevolgen van versnelde zeespiegelstijging voor Nederland, met de volgende tekst:

Een zeespiegel die na 2050 veel sneller stijgt dan verwacht. Het is een mogelijk scenario waarmee Nederland geconfronteerd kan worden. Oorzaak is dat het ijs op Antarctica steeds sneller afbreekt en smelt. In opdracht van de Deltacommissaris bracht Kennisinstituut Deltares de mogelijke gevolgen voor de kust, waterveiligheid en zoetwatervoorziening in kaart. De resultaten zijn op Prinsjesdag door de Deltacommissaris bekendgemaakt.

We moeten ons in een korter tijdsbestek aanpassen aan steeds groter wordende veranderingen. Als het landijs op Antarctica versneld afbreekt en afsmelt, wordt de snelheid van zeespiegelstijging veel groter dan waarmee de huidige scenario’s rekening houden.

Zie hier .

Het KNMI schrijft het volgende:

In de twintigste eeuw is de zeespiegel ongeveer 20 centimeter gestegen. Voor Nederland is dit een van de belangrijkste gevolgen van de opwarming van het klimaat.

Volgens het IPCC is de zeespiegel aan het einde van de 21ste eeuw op wereldschaal met 26 tot 82 centimeter gestegen. Uit satellietmetingen blijkt dat het zeeniveau niet overal op aarde even snel stijgt. De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust was de afgelopen eeuw vrijwel net zo sterk als de wereldwijde stijging.

Bij een oplopende temperatuur stijgt de zeespiegel. Dit komt door de uitzetting van zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen en het gestaag slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica. Ook de snelle afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap draagt bij aan zeespiegelstijging.

Toekomstverwachting

De Groenlandse ijskap blijft in dit warmere klimaat slinken en dus bijdragen aan zeespiegelstijging. Onderzoek met computerberekeningen suggereert dat bij een aanhoudende gematigde stijging van de temperatuur, de ijskap in enkele duizenden jaren vrijwel geheel verdwijnt.

De ijskap van de Zuidpool blijft volgens die studies zo koud dat het oppervlak nauwelijks smelt. De hoeveelheid sneeuw op Antarctica zal waarschijnlijk toenemen. Of de ijskap de komende eeuwen netto gaat groeien, hangt af van de snelheid van de afkalving aan de randen.

Zeeijs, zoals in het Noordpoolgebied, levert geen bijdrage aan de zeespiegelstijging. Het drijft op zee en verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht (Wet van Archimedes). Het smeltwater van zeeijs vervangt het verplaatste water en verandert het niveau van de zeespiegel niet.

Conclusie: door de opwarming stijgt de zeespiegel en de oorzaken daarvan zijn o.a. het smelten van het landijs op Groenland en Antarctica en uitzetting van het zeewater.

Dit rapport was volledig gebaseerd op de voorspellingen van het IPCC.

En dan gaan de klimaatwetenschappers verder. Al eerder is aangegeven dat, als het landijs op Antarctica smelt, we een veel sterkere stijging van de zeespiegel kunnen verwachten. En vervolgens wordt er een model gebouwd waarmee de prognoses van het IPCC nog wordt aangevuld met het mogelijke versnelde afsmelten van het landijs op Antarctica.

En het KNMI gaat met dit model aan de slag en kwam in 2016 met het volgende zeer alarmerende bericht:

Antarctische ijskappen verliezen veel sneller ijsmassa dan de IPCC voorspeld heeft. Dit kan er toe leiden dat de totale zeespiegelstijging in 2100 bijna twee keer zo groot is als in eerdere schattingen. Tot voor kort dachten wetenschappers namelijk dat de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging in deze eeuw niet veel meer dan een decimeter zou bedragen. In een studie, die onlangs is verschenen in het tijdschrift Nature, is aangetoond dat de afbraak van de Antarctische ijskap veel sneller plaatsvindt. Twee processen zijn hiervoor verantwoordelijk.

  1. Hydrofracturing: Smeltwater aan het oppervlak kan op drijvende ijsplaten door diepe scheuren snel naar beneden stromen waardoor de ijsplaten makkelijker opbreken. Deze drijvende ijsplaten vormen momenteel een rem op de stroom van landijs richting de zee. Als deze rem wegvalt neemt de ijsstroming toe en vormen zich grote ijskliffen.
  2. Ice-cliff failure: Als die kliffen hoger dan 100 m worden bezwijken ze onder hun eigen gewicht. Dit laatste proces kan ook de, tot voor kort stabiel geachte, Oost–Antarctische ijskap aantasten.

De kracht van het nieuwe model is dat het voor het eerst laat zien dat door het meenemen van deze processen het mogelijk is om de hoge zeespiegelstanden uit het Plioceen (5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden) en het laatste interglaciale maximum (125.000 jaar geleden) te reproduceren. Deze drijvende ijsplaten vormen momenteel een rem op de stroom van landijs richting de zee. Als deze rem wegvalt neemt de ijsstroming toe en vormen zich grote ijskliffen. Als die kliffen hoger dan 100 m worden bezwijken ze onder hun eigen gewicht. Dit laatste proces kan ook de, tot voor kort stabiel geachte, Oost-Antarctische ijskap aantasten. 

Bron hier.

Tot zover het KNMI … met een alarmistische draai.  

Antarctische ijskappen verliezen veel sneller ijsmassa dan de IPCC voorspeld heeft.

Maar dat zijn geen uitkomsten van metingen, maar de uitkomsten van de modelberekeningen. Deze uitkomsten moeten dan ook worden getoetst aan de realiteit. En dat doe je niet door terug te grijpen naar het Plioceen, waarvan je de opwarming kennelijk ook niet kon verklaren.

Op soortgelijke wijze wordt de toekomstige alarmerende zeespiegelstijging voor Nederland geconstrueerd. Een rampscenario wordt modelmatig opgebouwd. Nederland loopt onder en dat kan betekenen dat Amersfoort aan zee komt te liggen. De vraag is echter: hoe realistisch is dit scenario?

Het uitgangspunt voor al die rampspoed zijn modelberekeningen, die beginnen met een modelbeschrijving gebaseerd op een reeks ideeën en veronderstellingen, die als waar worden aangenomen en waarop verder wordt geborduurd. 

De grootste misser is de aanname die het begin van de keten vormt. Namelijk dat de drijvende ijsplaten aan de kust van Antarctica een rem vormen voor het afbreken van gletsjers, waardoor er mogelijk meer landijs zal afsmelten.

De werkelijkheid

Uitgangspunt is de informatie van NASA, bestaande uit een film Earth from Space NOVA, waarin alle satellietwaarnemingen, die tot nu toe beschikbaar zijn gekomen, door een groep wetenschappers gebruikt zijn om de aarde in kaart te brengen, inclusief alle processen die maken dat de aarde leefbaar is. Ook is er een gedeelte in deze film waar een groot deel van de processen op en rond Antarctica zichtbaar wordt gemaakt. 

Ik heb dan ook na het zien van de film een ‘onderzoek’ gedaan naar de historie en het klimaat in en rond Antarctica. Samen met de informatie uit de film kom ik met een paar in mijn beeldvorming essentiële punten:

  • De oceaan en het vaste land op en rond Antarctica wordt door een straalstroom en een daaronder rondcirkelende zeestroming ongeveer op de noordelijke grens van de polar cell in en boven de oceaan thermisch volledig geïsoleerd van de omliggende oceanen. Een klimaatverandering met 1 graad C over 100 jaar kan daarop weinig invloed uitoefenen.
  • Er waait altijd een aflandige wind met als brongebied de ijsvlakte bovenop Antarctica. De gemeten temperaturen daar komen lager uit dan min 90 graden Celsius.
  • De snelheid van de aflandige wind loopt in de winter op tot 320 km per uur, in de zomer wordt de windsnelheid wat afgeremd.
  • En hier gaat de basis van de modelberekening onderuit: Het zeeijs rond Antarctica groeit in de winter sterk aan tot een gebied zo groot als Afrika en is in de zomer aan de westkust bijna volledig verdwenen.
  • Aan de westkust waar de grootste smelt gemeten is er sprake van actieve vulkanische activiteit.

Als ieder jaar het zeeijs rond Antarctica voor het grootste deel verdwijnt in de zomer kan dit nooit steun voor gletsjers geweest zijn.

Hier zien we een voorbeeld van een modelberekening waarvan de uitgangspunten door de deskundige worden opgesteld, uitgaande van een reeks ideeën en overtuigingen, die tot een bepaalde uitkomst leiden, die als waar wordt aangenomen en waarop verder wordt gebouwd.

Maar de realiteit is anders.

Zie mijn artikel ‘Antarctica en de zeespiegel’ van 26 november 2019, waarin ook de beelden van het zeeijs in de zomer en winter zijn opgenomen en een infraroodbeeld van de thermische isolatie, alsmede een verwijzing naar een artikel van het KNMI over oceaanstromingen, waar de rond het continent cirkelende oceaan stroming duidelijk in beeld komt.

Terug naar Deltares.

Op 5 maart 2019 kwam Deltares met een nieuw artikel gebaseerd op 128 jaar meten van de zeespiegelstijging, dat een goed beeld geeft van de werkelijke zeespiegelstijging aan onze kusten.

Een citaat uit dit rapport:

Nauwkeuriger inzicht in huidige zeespiegel langs de Nederlandse kust (gepubliceerd: 5 maart 2019).

In de afgelopen drie jaar hebben Deltares en ‘HKV lijn in water’ in opdracht van Rijkswaterstaat gewerkt aan een nieuwe methode om de zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust nauwkeuriger te bepalen. De conclusie is dat de zeespiegel de afgelopen 128 jaar met 1,86 mm per jaar (18,6 cm per eeuw) is gestegen en dat de stijging niet is versneld.

Bron hier.

 

Terug naar de opwarming

Aangenomen wordt dat de zeespiegelstijging tot stand komt door uitzetting van het oceaanwater door de opwarming en door het smelten van landijs op Groenland en Antarctica. We warmen al sinds het einde van de laatste kleine ijstijd op en sinds het begin van de industriële revolutie is de temperatuur met 1,27 graad C gestegen De concentratie van CO2 is gestegen van 0,028% tot 0,041%. Totaal niet meer dan 0,013%.

Het KNMI geeft aan in het rapport, ‘De verdwenen warmte gevonden’, dat de hoeveelheid warmte nodig om het oppervlak van de oceanen met 0,02 graden te verhogen en de onderlaag van de atmosfeer met 5 graden C op te warmen, gelijk is.

Bron hier.

Dat betekent dat opwarming van de luchttemperatuur met 1 graad per eeuw, waarvan dan ook een deel in de oceaan terecht gekomen zou moeten zijn, praktisch gezien niet veel kan betekenen voor de opwarming van de oceanen. (Terzijde: ook hier worden resultaten van modelberekeningen als feiten gebracht.)

Door het IPCC wordt de opwarming vanaf het begin van de industriële revolutie met 1,24 graad C volledig antropogeen genoemd. Het zou dus door toedoen van de mens komen.

Kijken we naar de atmosfeer en de gassen die daar in voorkomen dan zou je CO2 een sporengas kunnen noemen. Een sporengas is een gas, waarvan zeer kleine hoeveelheid in de lucht voorkomt. Wat in de praktijk afwijkt van de beeldvorming is het broeikaseffect van waterdamp, wat meer dan 66% van het totaal voor zijn rekening neemt. In een artikel van het KNMI over waterdamp lezen we het volgende: 

Het belangrijkste broeikasgas is waterdamp.

Zonder broeikasgassen en met gelijke andere factoren (zoals de weerkaatsing van zonlicht) zou het gemiddeld op aarde 33 graden kouder zijn. Waterdamp neemt bijna twee derde van het natuurlijke broeikaseffect voor zijn rekening en is daarmee het belangrijkste broeikasgas. Andere belangrijke broeikasgassen zijn kooldioxide, methaan en ozon. In het artikel hebben ze het over de versterkende werking.

Bron hier.

In dat artikel wordt ook gesproken over de versterkende werking de wet van Clausius-Clapeyron. CO2 warmt de lucht een klein beetje op en daardoor wordt de atmosfeer een klein stukje warmer. Warmere lucht kan meer waterdamp bevatten en dat zorgt voor de versterkte broeikaswerking.

Je kunt daar mooie laboratorium experimenten mee doen. Geweldig leuk! Maar in de praktijk is de hoeveelheid waterdamp in de lucht van nog veel meer factoren afhankelijk. Denk maar aan het woestijnklimaat met zeer weinig vocht in de lucht of het regenwoud waar de vochtigheidsgraad sterk oploopt. Maar ook bij ons in de zomer en wind met als brongebied de Sahara, die hier zorgt voor veel warmtetoevoer, waardoor juist de vochtigheidsgraad tijdelijk sterk daalt zoals afgelopen zomer. En wat we ook zien is dat waterdamp wel in de lucht komt, maar ook veel uit zal regenen tot gemiddeld 1 meter water per jaar over het gehele aardoppervlak.

Tot zover zien we dat op basis van met name modelberekeningen, uitgaande van een versnelde opwarming van de aarde, een sterke zeespiegelstijging wordt voorspeld.

Kijken we naar de warmtebalans, waarbij de energie om de lucht met 5 graden op te warmen en de oceaan met 0,02 graad gelijk is, dan is de kans klein dat een opwarming van de atmosfeer, als gevolg van  broeikasgassen, met 1 graad per 100 jaar tot nu toe, meetbaar zal zijn in de opwarming van de oceanen.

En vervolgens komt de vraag of de rol van CO2 niet zwaar wordt overschat als je ziet dat waterdamp verantwoordelijk is voor meer dan 2/3 van de opwarming van de atmosfeer.

Dat betekent dat een verhoging als gevolg van het uitzetten van het zeewater miniem zal zijn. blijft smelt van het landijs op Antarctica een gebied, dat thermisch vrijwel volledig is geïsoleerd, en Groenland. En ook dáár zien we dat vanaf ongeveer 2016 er een ommekeer heeft plaatsgevonden. Het afsmelten van de belangrijkste gletsjer is gestopt. NASA heeft weer verdikking en groei waargenomen. 

Zie hier.

Uiteraard past dat ook niet in de opwarmingshypothese, maar dan wordt de Noord Atlantische oscillatie er bij betrokken die zeker ook van invloed is.

Kijk ook nog even naar de grafiek in het laatste rapport van Deltares.

Goed is te zien dat de KNMI Scenario’s vanaf ongeveer 1993 zijn gestegen. En dat kan ook niet anders omdat men de temperatuurlijn van de resultaten van metingen met de peilschalen en de satellietmetingen achter elkaar heeft geplakt en tot ongeveer 1930 de resultaten naar beneden heeft ‘gerekend’. In de praktijk zijn dat verschillende metingen met andere uitkomsten. Maar wel is uit de metingen gebleken dat er zowel bij de peilschaalmetingen als met de satellietmetingen geen versnelling is waargenomen. Zie ook bovenstaande grafiek. Je kunt dan ook beter opnieuw gaan beginnen en de resultaten van dit onwetenschappelijke gepruts met meetreeksen wegpoetsen uit bovenstaande grafiek.

Samengevat

  • Er is geen versnelling van de zeespiegelstijging gemeten, wat betekent dat de verhoging van de luchttemperatuur tot nu toe geen invloed heeft gehad op de uitzetting van de oceanen.
  • De gletsjers op Groenland zijn weer aan het groeien en het zeewater aan de kusten is een stuk kouder geworden.
  • Antarctica is thermisch volledig geïsoleerd van het klimaat van de de rest van de wereld, zowel t.a.v. de atmosfeer als de oceanen.
  • Er is een vrij sterke vulkanische activiteit aan de westkust van Antarctica geconstateerd, die lokaal aan de westkust van invloed is op het smelten van het ijs

Modelberekeningen zijn zeer geschikt om inzicht in complexe processen te verschaffen. Maar vervolgens dienen de uitkomsten daarvan te worden getoetst aan de werkelijkheid.

Ga je bij de opzet van het model uit van een onvolledige of onjuiste veronderstellingen, dan moet je niet proberen de verschillen weg te redeneren, maar dien je je model te herzien.