Thierry Baudet :

Op eerste Paasdag 1722 was het West-Indisch Compagnieschip, de Arend, van kapitein Jacob Roggeveen, op doortocht naar het mysterieuze Zuidland. Die dag rond het middaguur midden in de Stille Zuidzee, ontdekte hij per toeval een van de meest geïsoleerde eilanden ter wereld. Als eerste westerling meerde Roggeveen aan op deze plek, op meer dan 2000 km. afstand van het dichtstbijzijnde bewoonde land. Daar, in die oase van groen en water, trof Jacob Roggeveen een vrijwel verlaten heuvellandschap bezaaid met griezelige beelden. Reusachtige hoofden die als grafstenen uit de grond omhoog staken. Een kerkhof van bevroren mensen daar op dat doodse eiland. Achter deze beelden verschool zich een enkele angstige inboorling, die de opperbevelhebber, zijn mannen en zijn kolossale schepen ongetwijfeld voor een Godsverschijnsel hield – of anders wel voor een van de duivel. Maar die beelden, ze waren het onmiskenbaar bewijs dat dat eiland ooit een bloeiende beschaving moest hebben gekend.

Wat was hier gebeurd op deze mysterieuze plek met overduidelijk vruchtbare gronden? Waar overduidelijk rijkdom had bestaan – nederzettingen, akkerbouw. Nog altijd speuren de archeologen puzzelstukjes bij elkaar.

Wat is er toch gebeurd met die grootschedelige mensen met hun volle wenkbrauwen en krachtige lippen? Door welke cultus werden zijn bevangen? Welke krachten hebben hen tot een zekere zelfmoord geleid? Hoe is de beschaving op Paaseiland toch aan haar einde gekomen?

Achthonderdzevenentachtig reusachtige totems. Alle rijkdom, alle kracht van die samenleving ging op aan dat grandioze en zinloze project, omdat ze dachten dat ze daarmee het weer konden beïnvloeden. Als hun offer maar groot genoeg was, konden ze overstromingen voorkomen, zouden ze de zeespiegel kunnen beïnvloeden en het evenwicht met de natuur hervinden.

En dus hakten deze mooie mensen met hun nobele inborst, hun idealisme en hun dromen van versmelting tussen de profane werkelijkheid en transcendentie, de gezichten van hun voorouders uit harde steen en versleepten ze de loodzware kolossen op gekapte boomstammen uit het bos dat het eiland ooit als een deken had bedekt en warm had gehouden – tot het moment dat de laatste boom, de allerlaatste boom, aan de beurt was.

Economische malaise volgde, mislukte oogsten, burgeroorlog en verval. Hun obsessie met een aangepraat schuldgevoel, absurde projecties over een mogelijke klimaatverandering, zette een suïcidale trend in gang, die als een verslaving, een manie, het hele eiland in zijn greep kreeg en waar niemand zich aan mocht onttrekken.

Toen Jacob Roggeveen in 1722 aan wal kwam was er niets meer van die eens zo robuuste Paaseilanders over.

Dit is wat hij zag:

En dit is wat wij nu zien:

Waarom doen wij ons dit aan? ….

Kijk en luister verder naar de video hierboven.

Print Friendly, PDF & Email