kernreactoren reactoren betaalbaar 100% op kernenergie draaien joris van dorp en daarmee fossielvrij en energieonafhankelijk zon en wind

Een gastbijdrage van Joris van Dorp.

Kan Nederland betaalbaar 100% op kernenergie draaien, en daarmee fossielvrij en energieonafhankelijk zijn? Volgens energie-expert en ecomodernist Joris van Dorp zou dit in 2050 zeker mogelijk zijn. Grootste obstakel is de politieke kant van de zaak, niet de technologie of de kosten.

‘Mijn eerste insteek om dit scenario eens concreet te maken, was het geringe ruimtebeslag, een van de grote voordelen van kernenergie ten opzichte van zon en wind. Het wordt steeds duidelijker dat je met zon en wind minstens het halve land en de Noordzee vol zou moeten zetten, wil je ook maar bij benadering richting een fossielvrije energievoorziening gaan’, zegt ir. Joris van Dorp, energie-expert en ecomodernist. ‘Ik heb onder meer een plaatje gemaakt dat het beeld laat zien als je de complete Nederlandse energievoorziening zou laten verzorgen door kernreactoren in de Eemshaven (zie afbeelding). Je zou overigens ook aan een plek als de Maasvlakte kunnen denken.’

Het gaat Van Dorp bij dit gedachtenexperiment niet zo zeer om de exacte details, zoals de precieze locatie of het gekozen type kernreactor, maar om een globale inschatting of ‘volledig nucleair’ in grote lijnen haalbaar zou zijn voor Nederland.

1750 PJ
Van Dorp voerde al eerder een dergelijke exercitie uit voor de VS, vooral gericht op het kostenaspect, en kwam tot de conclusie dat elektriciteitsvoorziening op basis van ‘100 procent nucleair’ best mogelijk is, en niet tot hoge meerkosten zou leiden.

Voor Nederland ging Van Dorp uit van 40 EPR (European Pressurised Reactor) reactoren, met een vermogen van 1,6 GW per stuk. Met 40 van deze reactoren zou je immers kunnen voldoen aan de totale jaarlijkse finale energievraag van 1750 PJ (uit het rapport van Berenschot en Kalavasta, scenario Europese CO2-sturing). Een van de uitgangspunten is dat door onder meer verdere elektrificatie en omzetting via waterstof, alle benodigde energie in principe kan worden geleverd via stroom.

EPR is bewezen technologie; in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk worden bij Hinkley Point op dit moment twee kernreactoren gebouwd van dit type. En er is vorige maand een plan ingediend door EDF voor nog eens twee stuks, bij Sizewell C. Van Dorp komt voor de aanleg van 40 van deze reactoren in de Eemshaven vervolgens op gemiddeld ruwweg 4 miljard per jaar aan bouwkosten, gerekend over de levensduur van de centrales. ‘Het moet zeker mogelijk zijn om 20 jaar lang gemiddeld twee van deze reactoren per jaar neer te zetten. Daar gaat dan wel een traject van minstens 10 jaar aan vooraf, maar daarmee zouden we in 2050 wel klaar kunnen zijn.’

De exploitatiekosten van de 40 reactoren zouden op 11,2 miljard euro per jaar komen. De rentekosten zijn sterk afhankelijk van de gekozen financieringsconstructie, waarover later meer.

Aanvechtbaar
Deze berekende kosten zullen zeker niet hoger uitvallen dan de kosten van een volledige energietransitie die zich vooral richt op zon en wind. Maar tegenstanders van kernenergie zullen de cijfers die Van Dorp geeft, zeker betwisten. Men wijst daarbij vaak naar de kosten van het al genoemde Hinkley Point C-project (HPC) in Engeland. Inmiddels is daar de oorspronkelijke kostenraming inderdaad fors bijgesteld.

Maar dit verdient volgens Van Dorp de nodige relativering  Om HPC te bouwen werd immers afgesproken dat de Britse overheid gedurende 35 jaar een stroomprijs zou garanderen van 11,3 cent/kWh, gecorrigeerd voor inflatie. De investeringskosten en de lopende kosten bedragen samen hooguit 4,1 cent/kWh. Dat is dus lang niet de 11,3 cent die de eigenaar van HPC vergoed krijgt van de Britse overheid. Het verschil van 7,2 cent/kWh zal worden uitgekeerd als premie (rente, dividend of een andere vorm van winstuitkering) aan investeerders en geldschieters.

Dit zijn onder andere pensioenfondsen en staatsdeelnemingen. Het grootste deel van het geld dat stroomafnemers betalen voor stroom van HPC gaat derhalve indirect naar hen terug in de vorm van pensioenen en sociale voorzieningen. Zo bekeken zijn de kosten van een kerncentrale voor de maatschappij juist laag, argumenteert Van Dorp. Want de kosten die de samenleving ervaart, zijn uitsluitend de kosten voor het bouwen en exploiteren van de centrale, níet de rentes en dividenden, want die worden juist aan diezelfde samenleving uitgekeerd. Zeker nu bij de centrale bank de rente op 0% staat, is het vreemd om voor kernenergie met 8% (of zelfs hoger) te rekenen. Elke procent rente op de hoofdsom verhoogt de prijs van kernenergie met wel 1 cent/kWh.

‘Duur voor afnemers, goedkoop voor de samenleving’; dat was ook de conclusie van de Britse Rekenkamer. In haar audit van het HPC-project concludeerde de National Audit Office (NAO) verder dat er voor die 11 cent/kWh die er betaald gaat worden voor de atoomstroom van HPC, tot wel zes HPC’s gebouwd hadden kunnen worden indien de Britse staat het project zelf had gefinancierd met goedkope staatsobligaties. Met de rentekorting die dat oplevert kun je extra kerncentrales bouwen. De kosten van kernenergie lijken dus sterk afhankelijk van de gekozen financieringsconstructie, ook in de Nederlandse context, en die is weer sterk afhankelijk van de politieke en bestuurlijke onzekerheden rond kernenergieprojecten.

Weer de rente
Het geval Hinkley Point is maar één voorbeeld dat tegenstanders aanvoeren om te bewijzen dat kernenergie duurder zou zijn dan bijvoorbeeld zon en wind. Er vallen Van Dorp in het algemeen enkele zaken op in de berekeningen van tegenstanders. Los van hun veel te gunstige uitleg van de kosten van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld door het weglaten van de systeemkosten (transmissie, backup en opslag), constateert hij dat de prijs van kernenergie in hun plaatjes voor een opvallend groot deel bepaald wordt door slechts één post: de rente (wederom). Een gehanteerde rente van bijvoorbeeld 8% op de investering over de levensduur telt op tot een gigantische som die wordt uitbetaald aan investeerders.

Gaat dit dan nog wel over de economie van kernenergie, vraagt Van Dorp zich af. Of gaat het over handel en speculatie? Waarom willen investeerders in kerncentrales zoveel rendement maken, genoeg om zes kerncentrales te bouwen in plaats van één? Misschien zijn ze bang dat ze met allerlei onverwachte kosten zullen worden opgescheept – zoals vervroegde sluiting na de volgende verkiezingen?

‘Het zou goed zijn om het eens over die financiering te hebben, want als kernenergie net als groene energie kan beschikken over goedkoop kapitaal, dan levert zelfs de duurste kerncentrales goedkope stroom. Veel goedkoper dan het goedkoopste 100% groene alternatief.’

De conclusie van Joris van Dorp is dat we in Nederland in principe binnen dertig jaar betaalbaar over zouden kunnen stappen naar een gedeeltelijke of volledig nucleaire en daarmee volledig fossielvrije (en biomassavrije) energievoorziening. Op dit moment is volgens hem alleen de ‘softe’ kant van het vraagstuk (politiek, regelgeving, financiering) het, zeer grote, obstakel. ‘We doen er goed aan om kernenergie op zijn minst serieus mee te nemen voor onze energietransitie, in plaats van het uit te sluiten.’

Bron hier.

Print Friendly, PDF & Email