Door Henry Pool.

Onlangs vroeg iemand mij welke dominante factoren de temperatuur om ons heen beïnvloeden. Het is toch wel een interessante vraag om even goed bij stil te staan.

De invloed van de zon

Allereerst is er de variatie van instraling die we van de zon krijgen. Over het algemeen vinden de meeste wetenschappers, mijzelf ingesloten, dat de variatie in de totale energie die we van de zon ontvangen weinig veranderlijk is binnen het tijdsbestek van de leeftijd van een mens, gemiddeld 87 jaar. Tien jaar geleden deed ik zelf een uitgebreide statistische analyse naar de dagelijkse data van 54 weerstationnen (ws), nml. 27 ws op elk halfrond, min of meer gebalanceerd naar de 0 breedtegraad. Daarbij redeneerde ik dat maxima een goede maatstaf zou zijn om te kijken naar de hitte die door de atmosfeer komt. Van al die resultaten van de periode 1974 tot en met 2014 stelde ik voor Tmax (globaal) de volgende grafiek op, voor de versnelling of vertraging van Tmax (je zet gewoon de gemeten snelheid van verandering op bepaalde punten weer uit tegen tijd):

Afbeelding 1Mijn bevinding destijds was dat de maximum temperatuur per decennium naar negatief is gegaan, ongeveer 17 of 18 jaar terug gemeten vanaf 2014, m.a.w 2014 – 18 = 1996. In 2015 was ik er dus redelijk van overtuigd dat al die hype over de opwarming van de aarde spoedig voorbij zou gaan als de mondiale gemiddelde temperatuur (mediaan) weer naar beneden zou gaan. Merkwaardig genoeg is dat dus niet gebeurd, zoals blijkt uit de volgende grafiek. Mijn conclusie is dat alle extra warmte gemeten vanaf 1996 – dat is dus ongeveer van -0.2 tot +0.4 = 0.6C – van ergens anders als de zon vandaan moet zijn gekomen; kijk grafiek hieronder:

Afbeelding 2

Het stadseffect (Urban Heat Island effect, UHI)

De grootste factor die voor een stijging in de temperatuur om ons heen zorgt, is volgens mij het zgn. UHI effect. Het wordt veroorzaakt doordat we steeds meer gebouwen, plaveisel en asfalt om ons heen zetten dat hitte vasthoudt. Dit sluit ook zonnepanelen en windmolens in. Ook de rivieren en wateren om ons heen worden warmer door allerlei menselijke activiteiten die koelwater nodig hebben. Willie Soon en anderen hebben een evaluatie gedaan van de aaneenliggende staten van de VS en meten een verschil van +0.05K per decennium tussen 20% van de meest dicht bevolkte woongebieden en 20% van de meest afgelegen gebieden. Dicht bevolkte woongebieden geven resultaten die gemiddeld 1.8 keer hoger liggen. Dat is dus beduidend meer als de <10% die het IPCC aan het UHI effect wil toekennen. Zie afbeelding 3 hieronder. Zegt Willie Soon: ‘Sinds 2011 is meer dan de helft van de hele mensheid verstedelijkt. Het is dus best wel begrijpelijk dat er voor de meeste mensen een waarneembare ‘opwarming’ is in hun omgeving. Maar we moeten niet vergeten dat het totale oppervlak van alle steden nog steeds maar net ongeveer 3-4% is van al het land. En daar staan 75% van alle weerstations……Je ziet hier dus duidelijk dat het UHI effect veel groter is als 10%’.

Afbeelding 3Geologische- en vulkanische activiteit

We vergeten soms dat 70% van de aarde bedekt is met water en dat daarom ook 70% van alle vulkanen onder water liggen. We hebben de laatste tijd veel meer vulkanische activiteiten gezien, bv. in en rond de noord pool zee, Ijsland, de Middellandse zee, de Zwarte zee, Canarische eilanden, etc. Het is aantoonbaar dat dit leidt tot hogere temperaturen van de wateren waarin dit plaats vindt. Zie Voetnoot 1a en 1b. De grote pieken in Afbeelding 2 zijn als gevolg van El Niños en dat maakt dus een deel uit van de extra warmte sinds 1996. Wetenschappers zijn bekend met de “Ring of Fire” in de Stille Oceaan en merken ook daar meer vulkanische- en geologische activiteit op. Er zijn nieuwe inzichten die er op duiden dat El Ninos hier hun oorsprong vinden. Zie Voetnoot 2a en 2b.

Als we terug gaan in tijd, zien we bij de analyse van de ijskernen (Groenland) altijd een duidelijke scherpe opwarming elke 1000 jaar. Zie afbeelding 4 (De grafiek loopt tot 1950). Merk op dat het binnen een aantal decennia even scherp afgaat als wat het opgelopen was. Voor meer over de 1000 jarige Eddy cyclus: zie Voetnoot 3.

De meest redelijke verklaring voor dit verloop is een combinatie van extra zonne- en vulkanische activiteit.

Afbeelding 4

Het verschuiven van de kern van de aarde

We meten een duidelijke verschuiving van de magnetische noord pool. Die verschuiving gaat zelfs zo snel nou dat het de kwaliteit van al onze GPS systemen aantast. Zie afbeelding 5. Het is aannemelijk om dit in verband te brengen met een verandering van het magnetische veld van de zon – het hete draaiende kolkende ijzer in het binnenste van de aarde richt zich meer naar het veel sterkere magnetische veld van de zon.

Afbeelding 5

Verder zag ik ook van mijn eigen resultaten van 2015 dat de minima in het NH stegen met 0.238K/decennium terwijl ze in het ZH daalden met -0.138K/decennium (zie voetnoot 4). Dit was over de periode 1974 tot 2015. Destijds overtuigden deze resultaten mij er al van dat de opwarming van de aarde niet door broeikas gassen kan worden veroorzaakt. Als je namelijk de broeikas gassen in een vat zet, samen met zuurstof en stikstof, dan gedragen ze zich ‘ideaal’, m.a.w. ze verdelen zich egaal over het beschikbare volume. We zouden dan dus overal op aarde min of meer dezelfde vertraging in hitte verplaatsing moeten zien. Maar het verschil in verandering van minima op het NH en en minima op het ZH is groot. Een dergelijk groot verschil is volgens mij niet te verklaren anders als om aan een verschuiving van het binnenste van de aarde te denken. Van talloze boringen die zijn verricht blijkt dat de temperatuur met ca. 31C of 31K stijgt per km naar beneden, gemiddeld genomen. Zie Voetnoot 5. Om een verandering van 0.6 graden te bewerkstelligen, (minima), heb je dus eigenlijk alleen maar een verschuiving van 0.6/31 x 1000 = 19 meter nodig. Als het ergens opgaat moet het natuurlijk ergens anders afgaan….deze mogelijkheid zou de afname van minima in het ZH heel goed verklaren. Het verklaart dan ook voor een deel de extra opwarming van het NH.

De milieu verontreninging neemt af, de lucht wordt schoner

  1. A.g.v. wetgeving m.b.t. SOx (g) en NOx (g), o.a. speciaal bij het verbranden van fossielen zoals gas, olie, kolen en diesel, wordt onze lucht veel minder vervuild door de SOx en NOx van de mens. Deze gassen worden o.a. in verband gebracht met zure regen en afkoeling. Zie Voetnoot 2b.

  2. Auto’s, vliegtuigen en scheepvaart worden nu ook verplicht om minder roet uit te stoten.

a) Roet en fijnstof dat op ijs of sneeuw neerslaat wordt in verband gebracht met het smelten van het ijs in Groenland en het noordpool gebied

b) Roet en fijnstof dat in de lucht blijft hangen wordt in verband gebracht met meer wolk formatie. Schonere lucht met minder fijnstof veroorzaakt dus eigenlijk minder wolken en als gevolg daarvan meer zonneschijn.

Variatie in wolkenvorming

Als lucht afkoelt tot onder het dauwpunt, condenseert waterdamp op microscopisch kleine deeltjes die aanwezig zijn in de atmosfeer en dat maakt samen een wolk. Dit bestaat dan meest uit heel kleine water druppels en ijs kristallen, 10 tot 20 µm. Als die deeltjes van een wolk groter worden, krijg je regen….Wolken ketsen meer zonne warmte terug naar de ruimte en dat maakt het koeler.

In zijn rapport van 1997 “Variation of cosmic ray flux and global cloud coverage” rapporteert Henrik Svensmark dat de formatie van wolken deels ook afhangt van de hoeveelheid kosmische straling dat de aarde van de zon en de sterren ontvangt. Deze straling veroorzaakt nml. geladen deeltjes in de atmosfeer waarop waterdamp dan ook condenseert. Zie Voetnoot 6.

Wat is het effect van de extra vergroening van de aarde?

John R. Christy schreef in 2006:

Onze resultaten geven aan dat de centrale San Joaquin Valley een aanzienlijke stijging van de minimum temperaturen heeft meegemaakt (3°C in JJA en SON), een stijging die niet waarneembaar is in de aangrenzende Sierra Nevada. Onze werkhypothese is dat de snelle opwarming van de vallei wordt veroorzaakt door de enorme groei van geïrrigeerde landbouw. Een dergelijke menselijke engineering van de omgeving heeft een woestijn met een hoog albedo veranderd in een donkerdere, vochtigere, begroeide vlakte, waardoor de energiebalans van het oppervlak is veranderd op een manier die volgens ons de resultaten heeft opgeleverd die in deze studie zijn gevonden.’ Zie Voetnoot 7.

Tijdens mijn statistische analyse van 54 weerstations in 2015, kwam ik inderdaad 2 weerstations tegen met wat raadselachtige resultaten. In de statistiek noemen we deze resultaten ‘uitschieters’. In het geval van Las Vegas (VS) merkte ik op dat de minimum temperatuur sinds 45 jaar geleden met 5 graden Celsius is gestegen, waardoor de gemiddelde temperatuur met bijna 3 graden Celsius steeg. In het geval van Tandil (ARG) zien we dat de minimum temperatuur in dezelfde periode met 2,2 ° C daalde, waardoor de gemiddelde temperatuur ook met bijna 2 graden C daalde. Zie Voetnoot 8. Duidelijk is dat er in Las Vegas natuurlijk water van veraf is in gebracht en dit veranderde een woestijn gebied in een oase. Van satelliet beelden wordt duidelijk dat in het gebied rond Tandil in Argentinië grote hoeveelheden bomen zijn gekapt.

Het blijkt dus dat begroeiing een duidelijke invloed heeft op de temperatuur rondom ons, mogelijk a.g.v. een verandering in albedo, dit is de terug spiegeling van licht van de aarde naar de ruimte.

De invloed van koolstofdioxide

Door alleen naar de optische eigenschappen te kijken van koolstof dioxide, had ik al ontdekt dat het netto effect van meer koolstof dioxide in de lucht eigenlijk niks is. Zie Voetnoot 9. Er is echter een makkelijker manier om dit te bepalen. Je kunt namelijk de ideale gas wet PV=nRT omwerken naar T=P/[R x ρ/M] (1). Zie Voetnoot 10.

Waar: T = temperatuur; P=druk by oppervlak; R= de gas constante: 8.314 ; ρ=de dichtheid van de lucht by het oppervlak in kg/m3; M= het gemiddelde molgewicht van de lucht, ook gemeten bij het oppervlak.

Henry Pool.

We kunnen nu een paar interessante berekeningen doen. Wat is de gemiddelde druk en dichtheid vlak op aarde? En wat is het gemiddelde molgewicht van lucht dicht bij de grond? Het blijkt: 101.3 kPa, 1.225 kg/m3, 28.97, respectievelijk. We zetten dit allemaal in onze formule (1). Het komt uit op 288,14K. Wat gebeurt er als we CO2 naar 0.06% opschuiven? (dit is een verdubbeling van het pre-industriele vlak van 0.03% v/v)? De parameters worden nu: 101.33 kPa, 1.226 kg/m3, 28.98. Het komt uit op 288.11K. Het verschil is ca. -0.03K.

Er is een breedvoerige discussie over de juistheid van deze methode in het report van Robert Holmes, Voetnoot 10.

***

Voetnoot 1a: Mondiale opwarming? Hoe en waar? – Climategate Klimaat

Voetnoot 1b: Oppervlakteluchttemperatuur (SAT) versus zeeoppervlaktetemperatuur (SST) – Climategate Klimaat

Voetnoot 2a: Waar komen El Niños eigenlijk vandaan? – Climategate Klimaat

Voetnoot 2b: https://doi.org/10.30574/wjarr.2023.17.1.0124

Voetnoot 3: https://www.climategate.nl/2021/03/de-duizend-jarige-eddy-cyclus/

Voetnoot 4: koolstofdioxide niet de dominante factor was voor de opwarming

Voetnoot 5: https://breadonthewater.co.za/wp-content/uploads/2022/10/depthversustemperature.webp

Voetnoot 6: Variation of cosmic ray flux and global cloud coverage—a missing link in solar-climate relationships – ScienceDirect

Voetnoot 7: https://journals.ametsoc.org/view/journals/clim/19/4/jcli3627.1.xml

Voetnoot 8: LasVegas (USA) versus Tandil (ARG) – Adobe cloud storage

Voetnoot 9: https://breadonthewater.co.za/2022/12/15/an-evaluation-of-the-greenhouse-effect-by-carbon-dioxide/

Voetnoot 10: Molar Mass Version of the Ideal Gas Law Points to a Very Low Climate Sensitivity, Earth Sciences, Science Publishing Group

***