Foto: Shutterstock.

Door Leffert Oldenkamp.

In de media blijft bij voortduring onderbelicht dat het gebruik van biobrandstoffen (biogas, biodiesel, biokerosine en biomassa) niet kan opleveren wat met het verstoken daarvan wordt beoogd. Namelijk het verminderen van de uitstoot van CO2. Het drijft bovendien de kosten voor de Energietransitie op en dat wordt dan abusievelijk als een noodzakelijke prijs om ‘groen’ te worden verdedigd. Energie maatschappijen varen er wel bij. Hierna een voorbeeld van een krantenbericht dat het probleem schetst.

In De Gelderlander van 22-08-25 werd in twee artikelen gepoogd om uit te leggen waarom energie duurder gaat worden en dan speciaal de prijs van gas door bijmenging met biogas. In het eerste artikel werden klimaateisen en de daaraan gerelateerde heffingen bij de levering van energie opgevoerd. Je zou verwachten dat inzichtelijk zou worden gemaakt, dat bij invoeren van de bijmenging van biogas de uitstoot van het broeikasgas CO2 zou verminderen. Dat is immers de kern van het huidige beleid. Maar de verslaggever (Ton Voermans) laat dat liggen. Zelfs de voor de hand liggende suggestie, dat energiebelasting wellicht dient om de staatskas te spekken, kreeg geen aandacht.

Toch moet gas duurder worden volgens prijsvergelijker ‘Keuze.nl’. Omdat er een bijmengverplichting met zogenaamd ‘groen gas (biogas)’ komt en dat is duurder dan gewoon aardgas. In hoeverre dat tot verminderde uitstoot van CO2 aanleiding kan zijn wordt in het tweede artikel overgelaten aan een expert (Martien Visser).

Die legt uit dat biogas afkomstig is van slib, mest of plantenresten. Organisch materiaal dus (Ik voeg daaraan toe dat uit houtresten biodiesel kan worden gemaakt). Visser zegt: ”Biogas is CO2 – vriendelijker dan aardgas omdat het koolzuur, dat vrijkomt bij het verbranden, eerder door de plant is opgenomen’.

Menig lezer zal zich dan afvragen of dat niet voor alle (fossiele en bio) brandstoffen geldt. De verslaggever en de expert laten dit liggen.

Van oorsprong zijn alle fossiele brandstoffen – net als biomassa, biodiesel, bio en biogas – afkomstig van organisch materiaal (dieren en planten). CO2 is bij alle brandstoffen eerder door planten of dieren opgenomen. Onderdeel van het energiebeleid is om die CO2 zo lang mogelijk daarin vast te houden en niet te verbranden. Omdat het nog steeds nodig is om brandstoffen te gebruiken voor onze energievoorziening lijkt het dus verstandig om een brandstof te kiezen, die de minste uitstoot oplevert. In het artikel wordt die toelichting niet gegeven, hetgeen verwarrend voor de lezer is.

Daar komt bij dat de uitstoot per opgewekte eenheid energie nogal verschillend is voor de diverse categorieën ‘organische’ brandstof.

In onderstaande afbeelding (Quasning) wordt de uitstoot van verschillende brandstoffen op een rij gezet. Plantenresten komen in de buurt van hout of veen, waarbij de energie die nodig is voor de verwerking van restmaterialen niet is meegenomen. De biobrandstoffen hebben dus een veel ongunstiger uitstoot dan de fossiele brandstoffen.

Zie ook een berekening van SLEA.

De laagste uitstoot wordt bereikt met aardgas, dan volgen olie en steenkool. De hoogste uitstoot wordt verkregen met het verbranden van verse of bewerkte verse organische stof ( biomassa, biogas, biokerosine en biodiesel). Omdat bij ouder wordende brandstof de koolstofatomen in complexere structuren terecht komen en een deel van de koolstof daarbij als CO2 al is ontsnapt.

Koolstof wordt dus langzaam over lange perioden vastgelegd (hout) of over relatief korte perioden (gewassen). Bij verbranden komt die opgeslagen koolstof ineens als uitstoot in de lucht, wat het broeikasgas effect teweeg brengt. Om dat te vermijden kan organisch materiaal (hout, plantenresten) beter in duurzame producten worden verwerkt of als bodemverbeteraar benut.

De uitstoot die bij verbranden ineens vrij komt kan niet meteen worden vastgelegd in extra plantengroei. Omdat bossen – zowel in Nederland als wereldwijd – sterk afnemende aanwas hebben door achterblijvende verzorging, andere boomsoorten en vooral vroegtijdige grootschalige kap. Daarbij komt dat de bosoppervlakte een sterke afname vertoont door ander grondgebruik en door natuurbeleid, dat niet is gericht op behoud van bossen. Voedselgewassen vertonen een vrij constante korte omloop die geen optie vormen om de extra uitstoot na verbranding binnen afzienbare tijd vast te leggen. De door de krant aangehaalde deskundige heeft gelijk dat de CO2 door de plant is opgenomen , maar in de atmosfeer stijgt het CO2 gehalte met biobrandstoffen veel meer dan met fossiele brandstoffen. De vegetatie is niet in staat om extra uitstoot door verbranding – van welke brandstof ook – in korte tijd weer vast te leggen.

Leffert Oldenkamp.

De conclusie is dus dat de energiemaatschappijen hun prijzen niet behoeven te verhogen als het te doen is om minder uitstoot van CO2 . Zonder bijmenging van biogas is er minder uitstoot per opgewekte eenheid energie. Biobrandstoffen werken averechts op wat wordt beoogd en het gebruik ervan past niet in de wereld van groene energie.

Aardgas is nog geruime tijd van belang zolang zonnepanelen en windmolens met hun ‘wiebelstroom’ nog geen betrouwbare energievoorziening geven. Geringere uitstoot kan eigenlijk alleen met kernenergie worden bereikt.

***