Shady Morsi.

Van een onzer correspondenten.

Kortzichtig en problematisch. Dat vindt rechtenstudent  van de mening van hoogleraar Jan Broersen. Hij denkt dat kunstmatige intelligentie ook een bondgenoot kan zijn in de strijd tegen klimaatverandering.

OPINIE

Jan Broersen schetst een optimistisch beeld van AI als instrument in de strijd tegen klimaatverandering. Volgens hem zouden grote taalmodellen mensen beter kunnen informeren en zelfs politieke besluitvorming positief kunnen beïnvloeden. Die visie klinkt aantrekkelijk, maar berust op problematische aannames en negeert zware ethische bezwaren.

Broersen stelt dat AI betrouwbaarder kan zijn dan individuele mensen, omdat grote taalmodellen zijn getraind op enorme hoeveelheden tekst en extreme standpunten statistisch zouden worden afgevlakt. Daarnaast betoogt hij dat AI moeilijk te manipuleren is, zoals volgens hem blijkt uit het voorbeeld van chatbot Grok, die zich aanvankelijk aan de wetenschappelijke consensus hield. Tot slot hoopt hij dat chatbots burgers en politici richting een ambitieuzer klimaatbeleid kunnen sturen.

De klimaatcrisis vraagt om politieke keuzes, sociale verandering en collectieve verantwoordelijkheid, niet om uitbesteding van ons denken aan machines. De kern is eenvoudig: dat iets technisch mogelijk is, betekent niet dat we het moeten willen.

Deze redenering gaat echter mank. AI is niet objectief, maar reproduceert patronen uit trainingsdata. Als die data vertekend zijn, wordt die vertekening versterkt, niet gecorrigeerd. ‘De waarheid’ zit niet ingebakken in statistiek. Het Grok-voorbeeld ondermijnt Broersens punt bovendien: uiteindelijk is het systeem wel degelijk aangepast en is het nu ontvankelijker voor klimaatontkenning. Dat toont juist aan hoe beïnvloedbaar AI is door machtige spelers, precies de techbedrijven waar Broersen zelf zorgen over uit.

Ook de veronderstelling dat betere informatie automatisch leidt tot betere overtuigingen, is naïef. Klimaatontkenning is geen kennistekort, maar een psychologisch en politiek probleem. Mensen ontkennen klimaatverandering omdat erkenning ervan botst met hun identiteit, belangen of wereldbeeld. Een chatbot verandert dat niet.

Broersen besteedt daarnaast te weinig aandacht aan de ethische kosten van AI. De enorme energie- en waterconsumptie van datacenters is geen bijzaak, maar een structureel probleem. Het is paradoxaal om een technologie die zelf bijdraagt aan klimaatverandering te presenteren als oplossing.

Daarbij komen grootschalige schendingen van auteursrechten. Taalmodellen zijn getraind op miljoenen werken zonder toestemming of compensatie, terwijl ze vervolgens de makers kunnen verdringen. Dit is niet alleen juridisch, maar fundamenteel ethisch problematisch. Ook academische integriteit staat onder druk wanneer studenten en onderzoekers denken uitbesteden aan systemen die oppervlakkige antwoorden genereren.

De machtsconcentratie bij een handvol techbedrijven vormt een extra risico. Door AI als neutrale kennisbron te presenteren, geven we deze bedrijven nog meer invloed op het publieke debat. Tegelijk verschuift epistemische autoriteit naar black box-systemen waarvan de werking nauwelijks transparant is, wat kritisch denken en democratisch debat ondermijnt. Daarbovenop komen privacy problemen: elke interactie met AI levert data op die wordt gecommercialiseerd.

In zijn conclusie pleit Broersen voor optimisme, maar optimisme mag geen techno-utopie worden. Het doel heiligt de middelen niet. Zelfs een nobel doel als klimaatrechtvaardigheid rechtvaardigt geen technologie die zelf schade toebrengt aan klimaat, democratie, creativiteit en menselijke autonomie.

Dat betekent niet dat technologie per definitie geen rol kan spelen. Die hoop deel ik. Maar de huidige AI-systemen zijn gebouwd op uitbuiting, hoge ecologische kosten en machtsconcentratie. Bovendien overschat Broersen wat AI kan bereiken. Meer informatie leidt niet automatisch tot ander gedrag.

De klimaatcrisis vraagt om politieke keuzes, sociale verandering en collectieve verantwoordelijkheid, niet om uitbesteding van ons denken aan machines. De kern is eenvoudig: dat iets technisch mogelijk is, betekent niet dat we het moeten willen. Er bestaan betere, democratischer en minder schadelijke manieren om mensen te informeren over klimaatverandering, zoals investeren in onderwijs, journalistiek en wetenschapscommunicatie. Niet elke oplossing verdient het om geprobeerd te worden, zeker niet wanneer het medicijn gevaarlijker is dan de kwaal.

***

Bron hier.

***