Van een onzer correspondenten.

Er heerst ‘helse druk’ op de ketel bij Bosch. Het bedrijf moet saneren omdat de orders voor elektrische auto’s tegenvallen en de waterstof-revolutie uitblijft. Frank Sell, hoofd van de ondernemingsraad, haalt keihard uit naar Brussel. De belofte dat de regels voor verbrandingsmotoren worden versoepeld? ‘Boerenbedrog.’

‘Oogverblinding en misleiding’

De EU-Commissie lijkt de laatste tijd iets terug te krabbelen van het harde verbod op de verbrandingsmotor in 2035. Goed nieuws voor de Duitse industrie, zou je denken. Maar Sell maakt gehakt van die voorstellen. ‘Het is Augenwischerei (misleiding),’ zegt hij in de FAZ.

Volgens Sell helpen de huidige plannen de toeleveranciers, die goed zijn voor 75% van de waarde van een auto, totaal niet.

‘Er hebben zoveel belangengroepen meepraat dat er van alles wat in staat, maar niets wat echt helpt.’

Het resultaat: 22.000 banen staan op de tocht omdat er voor de verbrandingsmotor niets nieuws wordt ontwikkeld, en de orders voor EV-onderdelen simpelweg niet binnenkomen.

De politiek wantrouwt de auto-industrie

Volgens Sell zit er een diepe scheur tussen de politiek en de auto-industrie, een kater van het dieselschandaal.

‘Er is veel vertrouwen kapotgemaakt. Op basis van wantrouwen is het lastig beleid maken.’

Het resultaat is een zigzag-beleid waar niemand iets aan heeft.

In de fabrieken heerst ondertussen pure angst.

‘Mensen zijn bang voor hun bestaan. Vroeger was het: je gaat naar Bosch en je blijft tot je pensioen. Nu stort hun wereld in,’ aldus Sell.

Hij pleit ervoor om de markt te laten beslissen.

‘Laat de klant kiezen wat hij wil rijden. Waarom geven we de verbrandingsmotor niet gewoon wat meer tijd om het banenprobleem op te lossen?’

Waterstof flopt (voorlopig)

Ook pijnlijk: Bosch gokte zwaar op waterstof, maar die investeringen leveren niets op.

‘In onze fabriek in Feuerbach staan productielijnen klaar, maar er is geen markt, er zijn geen klanten en er is geen waterstof.’

Wederom, volgens Sell, door een gebrek aan politieke wil.

De conclusie is helder: zolang de politiek droomt en de markt hapert, betaalt de fabrieksarbeider de prijs.

***

Bron hier.

***