Gerard d’Olivat.

Door Hans Labohm n.a.v. een kritiek van Gerard d’Olivat.

Trouwe lezers weten dat ik mij als hoofdredacteur van Climategate.nl spaarzaam meng in de discussies.

Anthony F maakte onlangs een negatieve opmerking over het Amerikaanse economische beleid onder Trump n.a.v. de bijdrage van Roger Pielke Jr.

Mooi artikel van de heer Pielke, maar enige nuance is op zijn plaats.

Zeker, het klimaatalarmisme heeft in de VS Jan met de pet er financieel niet echt vooruit mee geholpen.

Maar Trump is nu een jaar president en het is er voor die JmdP niet echt beter op geworden, integendeel zelfs.

Daarop schreef ik onlangs als reactie:

ts dat zo?

Citaat:

De meest recente cijfers laten zien dat de Amerikaanse economie stevig groeit. Volgens de laatste schatting van het Bureau of Economic Analysis groeide het reële BBP in het derde kwartaal van 2025 met 4,3% op jaarbasis, een versnelling ten opzichte van 3,8% in het tweede kwartaal van 2025.
Deze groei werd vooral gedragen door hogere consumentenbestedingen, stijgende export en meer overheidsuitgaven.

Einde citaat.

En hoe zit het met de groei in de EU?

S9ms zeg ik wel eens gekscherend dat Climategate.nl ‘vierkante schroeven’ verzamelt. Dat is niet denigrerend bedoeld. Integendeel! Vele auteurs en respondenten op de website komen vaak met originele en verrassende opvattingen, waar men het misschien niet (helemaal) mee eens is, maar die toch waardevolle elementen bevatten en tot verder nadenken aanleiding geven. Gerard d’Olivat is er daar een van.

Naar aanleiding van mijn bovenstaande reactie schreef hij mij het volgende.

Beste Hans

tot mijn grote verbazing las ik jouw reactie op CG over de economische groei in de VS.

Ik ga niet meer in discussie op CG. Dat is totaal zinloos in zo’n dichtgetimmerde verstikkende sfeer van de Cornelia’s en de Pijnse’s Ik kan mijn tijd wel beter gebruiken

Maar goed jij bent econoom en zou door de ‘groeicijfers’ heen moeten kunnen kijken. Maar dat doe je niet. Ik zal je een doorkijkje geven.

1. Vier procent economische groei. In elk persbericht wordt het breed uitgemeten. In elk debat klinkt opluchting. De Amerikaanse economie draait, beter dan verwacht. Europa hapert, China vertraagt, maar de Verenigde Staten groeien. Punt.

Als je tegelijkertijd naar de schuld cijfers kijkt — en ze niet wegzet als een voetnoot —kan moeilijk tot dezelfde conclusie komen. Vier procent groei bij de huidige schuld accumulatie is geen krachtig signaal. Het is een teken van totale uitputting.

De kernvraag is niet hoe hoog de groei is, maar wat zij kost.

2. Groei op krediet.

De Amerikaanse economie groeit vandaag in een context van structurele tekorten. Het federale begrotingstekort ligt rond de zes tot zeven procent van het BBP, in een periode zonder recessie, zonder oorlog op eigen grondgebied en zonder acute systeemcrisis. Dat alleen al is historisch uitzonderlijk. De staatsschuld nadert de 35 tot 36 biljoen dollar. Rente-uitgaven zijn een van de snelst stijgende posten op de federale begroting. Daar bovenop komen private schulden: huishoudens, bedrijven, studentenleningen, autokredieten, creditcards. De totale schuld groeit sneller dan de economie die zij zou moeten dragen. In zo’n context verandert de betekenis van groei fundamenteel. Groei is dan niet langer een indicatie van toenemende productiviteit, maar van een kunstmatige hefboom.

3. De vergeten maatstaf

Wat je gemakshalve vergeet en dat is wel echt een blinde vlek voor een econoom als jij, is de verhouding tussen nieuwe schuld en gerealiseerde groei. In eerdere fases van het kapitalisme — grofweg tot de jaren negentig — leverde één extra dollar schuld grofweg één dollar extra economische output op. Schuld had productiviteit.

Die verhouding is structureel verschoven. Vandaag is er grofweg drie tot vier dollar nieuwe schuld nodig om één dollar extra BBP te genereren. Dat is geen conjuncturele afwijking, maar een structurele trend. Dit betekent dat groei steeds minder “eigen kracht” bevat. Ze wordt gekocht, vooruit gefinancierd, naar voren gehaald. De toekomst wordt aangesproken om het heden acceptabel te houden. Vier procent groei bij deze verhouding is dus niet indrukwekkend, maar uiterst mager.

4, Waar de groei vandaan komt

Minstens zo belangrijk is de samenstelling van die groei. Ze komt niet primair uit productiviteitsstijgingen in industrie of export. Ze komt uit:– overheidsuitgaven
– defensie en veiligheid
– zorg en vastgoed (vaak prijsinflatie vermomd als groei)
– inanciële diensten
–  kapitaalintensieve sectoren zoals AI en data-infrastructuur

Dat zijn sectoren met hoge kapitaal- en energie-input, maar relatief beperkte arbeidsproductiviteit. Ze leveren omzet, maar weinig structurele draagkracht. Ze vergen voortdurende financieringen en voortdurende schaalvergroting om hetzelfde effect te blijven sorteren. Het ‘red queen syndrome’

Wat ontbreekt, is breed gedragen productiviteitsgroei en een energetisch robuuste basis.

5. De energetische onderlaag

Elke economie rust uiteindelijk op energie en materialen. Die laag is in dit groeiverhaal vrijwel volledig verdwenen. De Verenigde Staten produceren veel energie, maar doen dat tegen dalende marginale opbrengsten.

Schalieproductie kent hoge decline rates en vraagt permanente kapitaalinjecties. Net als de economie zelf.
Meer groei vraagt meer energie, meer infrastructuur, meer grondstoffen — terwijl de energetische efficiëntie van nieuwe winning en nieuwe technologieën afneemt.

Dat is geen ideologisch standpunt, maar een fysisch gegeven.

Een economie die structureel meer schuld nodig heeft om dezelfde groei te realiseren, is vrijwel altijd een economie met dalende energetische rendementen. Dat verband wordt zelden expliciet gemaakt, maar het is onontkoombaar.

6. Waarom dit toch als succes wordt gepresenteerd

Omdat het alternatief onuitspreekbaar is.

Toegeven dat vier procent groei onvoldoende is gegeven de schuld accumulatie, betekent erkennen dat het huidige model zijn grens nadert. Dat groei niet langer zelfdragend is. Dat schulden niet worden afbetaald, maar in de toekomst worden geprojecteerd. Dat stabiliteit wordt gekocht met instabiliteit op termijn. Politiek, financieel en institutioneel kan dat niet tegelijk worden uitgesproken. Dus wordt groei losgezongen van haar voorwaarden. Het cijfer wordt gevierd, de context genegeerd. Dat is feitelijk een leugen en op zijn best een selectieve waarneming

7. De vergelijking die niemand maakt. Stel een huishouden verdubbelt zijn schuld, ziet de rente stijgen en meldt trots een inkomensgroei van vier procent. Geen enkele bank, geen enkele accountant, geen enkele toezichthouder zou dat als gezond bestempelen. Het zou worden gezien als risicovol, zo niet problematisch.

Op staatsniveau noemen we hetzelfde patroon “veerkracht”. Dat verschil is niet rationeel, maar politiek.Kortom vier procent groei is geen teken van kracht wanneer zij wordt gedragen door explosieve schuld accumulatie. Het is een signaal dat het systeem steeds harder moet werken om hetzelfde resultaat te behalen. Dat is geen dynamiek van vooruitgang, maar van vermoeidheid.

De Verenigde Staten groeit tegen de stroom in, niet met haar mee. Het enige wat je kan zeggen is dat ze nog niet instort…. Nog niet ! Maar ook allang niet meer op weg naar iets nieuws.

Maar goed, je zal ook wel aan een soort ‘MAGA’ verblinding leiden, want veel onderbouwd tegengas zie ik niet op CG

Best wel MAG’er

Mvg
Gerard d’Olivat

***
Mijn reactie op Gerard’s analyse?

Oei!

***