Door Jozef Leen.

Sinds mijn ooit “rimpelloos” bestaan nu toch uiteindelijk gezegend werd met rimpels en grijze haren is de toekomst niet meer wat ze geweest is.

Vroeger leek die toekomst een oneindig grote vijver waarin ik met jeugdig enthousiasme wegdook, soms zelfs met een gedurfde, overmoedige hals over kop salto. Je kon dan na de grote plons nog altijd gelijk welke richting uit.

Alles leek toeval: het lief, het talent, de opvoeding en opleiding, de grote en kleine hobbels in de loopbaan en zelfs ten langen leste het huisje-tuintje-kindjes resultaat.

Alles leek simpel: Wijsheid werd waarheid, Waarheid werd gezag en Gezag werd een houvast. Dat Houvast waren de schijnstrenge ouders, kijvende leraars, solide politici en prekende pastoors.

Maar wat heb ik daar vaak een grondige hekel aan gehad!

Ik herinner me bijvoorbeeld nog levendig uit m’n prille kindertijd de traditionele kansel sermoenen in onze parochiekerk waar de verheven Waarheid plechtig en met veel gezag neerdaalde op de argeloze en soms nogal verveelde gelovigen. De pastoor stommelde de krakende, piepende draaitrap op naar de preekstoel die aan een zuil was opgehangen. Boven zijn hoofd dat getooid was met een vierkante zwarte bonnet hing een vervaarlijke baldakijn waarin het beeld van een duif was verwerkt. De Waarheid werd in die tijd nog geïnspireerd door de Heilige Geest en verlicht door een gloeilamp.

Op een dag, in het jaar van de Wereldtentoonstelling van Brussel, plakte een ijverige onverlaat ongemerkt en ongewenst een verkiezingsaffiche op de poort van onze schrijnwerkerij. “Geen avonturen, Van Acker moet voortbesturen”!

Die houten poort met een uitgestreken gezicht en een brede kijk op het leven was nog geboren in onze schrijnwerkerij. De affiche betekende dus niet minder dan heiligschennis.

Moeder schoot in een katholieke colère en schrobde prompt “die dikkop met z’n onnozel brilleke” van de poort. Maar het was koppige rooie lijm, moeilijk te verwijderen.

Van de affiche slogan kwam niet veel in huis. Toch blijft Achiel Charbon een illustratie van Gezag dat ook een Houvast was. Hij speelde moeiteloos de rol van solide staatsman, geen prutser in onderbroek. Zijn bijnaam dankte hij aan de naoorlogse “Kolenslag” waarvan hij de grote voortrekker was. Steenkool moest de basis worden van de Belgische welvaart. En dat lukte nog ook alhoewel die aanpak nu hardop vloeken in de Klimaatkerk zou zijn.

Bij die Waarheid-van-vandaag zal Van Acker samen met Cicero ongetwijfeld vol onbegrip en hoofdschuddend verzuchten: “O tempora, o mores”!

In die tijd moesten we alleen maar bang zijn voor de Eeuwige Verdoemenis. Dante schreef niet voor niets dat boven de poort van de Hel het opschrift hangt: “Gij die hier binnentreedt, laat alle hoop varen”. Simpel en duidelijk. Misschien strookt het niet helemaal met de eigen “waarheid” zonder hoofdletter, maar de Katholieken die het toen voor het zeggen hadden wilden dat zo.

Toch viel akelig snel de bodem uit die Waarheid en uit dat Gezag. De kerken liepen leeg en de pilaren van de “verzuiling” krompen zienderogen. Wijsheid werd dwaasheid. Dwaasheid werd steekvlam Gezag. Gezag werd dolende vertwijfeling.

Nu nadert mijn IC-levenstrein stilaan zijn eindstation, Isfahan. Hij vertraagt behoedzaam in een wirwar van sporen en wissels. De oneindig grote toekomst-vijver van weleer droogde ondertussen op tot een mistroostige kleine plas.

De nieuwe generatie van pastoors moet nu gezocht worden in de Media en bij de Overheid en dat heeft zo zijn gevolgen voor de vaak tureluurs gedraaide goedgelovigen.

Geen wonder, we zijn nu verondersteld bezorgd, beschaamd en bevreesd te zijn voor een eindeloze reeks van pseudo-waarheden en moeilijke bijna-problemen. Om slechts een greep uit die doos van Pandora te halen: dioxine, pfas, stikstof, koolstof, waterstof, asbest, het klimaat, het milieu, de economie, de Russen, de Joden, de Amerikanen, de boeren, de moslims, de massa immigratie, IS, bij gebrek aan covid onzichtbare ziekten, biodiversiteit, drugs, vlees, Artificiële Intelligentie, gen-Z, kernenergie, woke, Lgbtq+, de Belastingen en Zwarte Piet.

Duidelijk genoeg?

De kansel werd daarbij vervangen door ingewikkelde, “wetenschappelijk gestaafde” artikels of door ouwe-jongens-krentenbrood TV-prietpraatprogramma’s waarin allerlei rare experten deskundig duiden waar het allemaal misschien, eventueel en hoogstwaarschijnlijk zou kunnen verkeerd lopen. Het is verbazend hoe daarbij concepten en data vaak uit hun context en relevantie worden getrokken.

Je zou voor minder vergeten te leven, wat zwakke geesten dan blijkbaar ook doen.

En eeuwig zingen de bossen”.

Die machtige trilogie over het geslacht Bjørndal lijkt hier en daar een beetje op onze eigenste Vlaamse Vlaschaard van Streuvels, maar dan wel op steroïden. Er liepen geen beren op het veld van potentaat-boer Vermeulen.

Het boek van de Noor Gulbranssen vertelt eigenlijk naast het meeslepende, magistrale epos ook en passant dat Moeder Natuur en Gezond Verstand uiteindelijk altijd het laatste woord hebben.

De boodschap blijft: nuchter aanpassen, meebuigen zoals een judoka, niet proberen te besturen wat onbestuurbaar is. Het lijkt daarom een aanbevolen efficiënt vaccin tegen ontspoorde Waarheid en Gezag. Tenzij je natuurlijk een overtuigde antivaxer bent.

Je kan altijd wel heftig tegenspartelen maar het eindstation is en blijft toch onvermijdelijk Isfahan.

De Nederlandse dichter van Eyck liet in m’n schooltijd de Dood spreken en midden het religieuze college geweld moest ik daarbij toch even met de ogen knipperen:

De tuinman en de dood is een kort gedicht van Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954). Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1926.

Samenvatting

Een Perzisch edelman vertelt dat zijn tuinman die ochtend tijdens het werk de Dood heeft ontmoet en op het paard van zijn meester naar Isfahaan is gevlucht. Een paar uur later ontmoet de edelman zelf de Dood en die vertelt hem dat hij verbaasd was geweest dat de tuinman daar aan het werk was, want hij had de opdracht de tuinman ’s avonds te gaan halen in Isfahaan.

Een probleem hoeft dat niet te zijn. Je bent er miljarden jaren niet geweest. Dan leef je amper een paar decennia en in die korte tijd verdien je al of niet het recht op een Zalig Eeuwig Leven. Zo is dat toch?

Maar Etienne Vermeersch bleef daarover heel zijn leven twijfelen en piekeren, zowel toen hij aspirant jezuïet was als later toen hij beroepsketter werd. Dus als het jezelf overkomt ben je tenminste in heel goed gezelschap.

Ook Louis Neefs zong al in de zeventiger jaren:

Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien, ook al zie je mij niet meer”.

Dat is tenminste een absolute zekerheid. Na de winter zullen de voorjaarsstormen zoals altijd met zot geweld over de polders donderen. Daarna zullen de zwaluwen terugkomen, mijn nieuw veulen zal met uitslaande poten rond de weide hollen en de karpers komen weer paaien in het ondiepe, warme water van het afwateringskanaal voor mijn huis.

Jozef Leen.

Dat huis staat drie meter onder zeespiegelniveau. Maar ik ben nog lang niet van plan om terug te verhuizen naar Hombeek-aan-Zee.

Als binnen duizend keer duizend jaar mijn verjaardag betekenisloos is geworden en de palm van God’s hand meer dan volgeschreven werd, dan kan je nog altijd met mathematische nauwkeurigheid berekenen wanneer de zon die dag zal opkomen en ondergaan. Dat staat als een zwaaipaal boven water.

Misschien, eventueel en hoogstwaarschijnlijk is dàt toch wel een zekerheid.

***