Michael Mann met ‘ hockeystick’.

De “hockeystick van de waarheid”.

Van een onzer correspondenten.

Die vraag dringt zich op na de laatste rechterlijke uitspraak in de zaak Steyn tegen Mann (zie hier), waarin Mann zijn reputatie juridisch probeerde veilig te stellen maar uiteindelijk zwaar beschadigd uit de strijd kwam.

Mann claimde daar schade van astronomische proporties — bedragen die in de publieke discussie spottend werden samengevat als “bijna tien miljard dollar” — terwijl daar voor de rechtbank uiteindelijk slechts 112.000 dollar van overbleef. Een verschil van bijna vijf cijfers versus negen cijfers: een overdrijving die bijna komisch aandoet, ware het niet dat hij het gebruikte om zijn morele en professionele superioriteit te onderstrepen.

Bovendien werd Mann teruggefloten wegens het presenteren van misleidende bewijsstukken over vermeend verlies van onderzoekssubsidies en carrièrekansen. Wat bedoeld was als een juridische rehabilitatie, eindigde als een openlijke correctie van zijn eigen claims, en zette de deur open voor de vraag die niemand langer kan ontwijken: hoe betrouwbaar is Mann werkelijk,juridisch, wetenschappelijk én moreel?

Al lang vóór zijn juridische veldslagen was Manns hockeystickwerk onderwerp van ernstige kritiek. Statistici Stephen McIntyre en Ross McKitrick toonden aan dat de gebruikte statistische methode de uitkomst systematisch richting een “hockeystick” stuurde, zelfs bij willekeurige data. Het probleem zat niet in details, maar in de kern van de analyse: een methode die het gewenste resultaat vrijwel garandeerde. In plaats van deze kritiek open, reproduceerbaar en transparant te weerleggen, werd zij jarenlang weggezet als politiek gemotiveerd of kwaadaardig.

Michael Mann versus (wijlen) Tim Ball.

Dat patroon werd scherp zichtbaar in Manns juridische strijd tegen de Canadese klimatoloog Tim Ball. Mann spande een smaadzaak aan wegens kritische uitlatingen van Ball over de hockeystick, maar tijdens de procedure werd hij herhaaldelijk door de rechtbank verzocht te laten zien hoe hij wetenschappelijk tot zijn resultaten was gekomen, inclusief alle onderliggende data en methodologische stappen.

Mann weigerde of voldeed niet aan deze verzoeken. Uiteindelijk werd de zaak afgewezen en werd Mann veroordeeld tot het betalen van proceskosten. Een wetenschapper die zijn reputatie juridisch wilde beschermen, kon of wilde dus niet aantonen dat zijn werk reproduceerbaar en toetsbaar was. Voor iemand die openheid en transparantie als kernwaarden van wetenschap predikt, was dit een vernietigend moment.

Hieruit blijkt een duidelijk patroon: kritiek wordt niet inhoudelijk beantwoord, maar gejuridiseerd; wetenschappelijke discussie wordt vervangen door morele verontwaardiging; en wanneer toetsbaarheid daadwerkelijk wordt afgedwongen, volgt terugtrekking. Dat is geen verdediging van wetenschap, maar een strategie om haar te ontwijken.

Deze houding werd later opnieuw zichtbaar in de zaak Steyn tegen Mann. Mann presenteerde dit proces als een definitieve zuivering van zijn naam. De juridische realiteit bleek echter weerbarstiger. De rechterlijke opmerkingen over onhoudbare claims en problematische procesvoering ondergroeven precies datgene wat Mann wilde beschermen: zijn geloofwaardigheid. In plaats van rehabilitatie bleef reputatieschade en polarisatie over.

En hier wordt de titelvraag relevant. Niet als medische diagnose — daar gaat dit stuk nadrukkelijk niet over — maar als moreel en intellectueel oordeel. Wanneer een wetenschapper herhaaldelijk stellige claims doet, kritiek structureel verkeerd voorstelt, transparantie ontwijkt wanneer die wordt afgedwongen, en uiteindelijk ook juridisch wordt teruggefloten wegens onhoudbare beweringen, dan is het legitiem te vragen of dit nog incidenten zijn, of een consistent patroon van misleiding.

De ironie is scherp. Mann heeft jarenlang beweerd dat zijn critici “de wetenschap aanvallen”. Maar het is zijn eigen gedrag geweest — het weigeren van volledige openheid, het juridiseren van debat en het ontwijken van toetsing — dat het vertrouwen in zijn werk heeft uitgehold. De wetenschappelijke kritiek op de hockeystick staat vandaag sterker dan ooit, juist omdat Manns pogingen om die kritiek te neutraliseren zijn mislukt.

Dus: is Michael Mann een pathologische leugenaar? Dat oordeel wordt aan de lezer gelaten. Maar dat zijn geloofwaardigheid — wetenschappelijk, moreel én juridisch — ernstig is aangetast, is geen polemische overdrijving meer. Het is de logische consequentie van een jarenlang patroon dat zich inmiddels in volle openbaarheid heeft voltrokken.

***