Art Slartibartfast
3 feb 2026 om 20:50- Antwoorden
Stel ik heb een straat met dertig huizen in verschillende bouwstijlen. Ze zijn gemaakt van ondermeer steen, beton, hout, staal, glas en bevatten voor een groot deel lucht.
Nu ga ik in die huizen op willekeurige plaatsen het soortelijk gewicht bepalen van de materialen die zich op die plekken bevinden. Ik sla de kruipruimte en de vliering over, want die zijn moeilijk te bereiken. Ik doe dit consequent iedere dag en bepaal een gemiddeld soortelijk gewicht over alle huizen heen.
Na tien jaar meten vergelijk ik de meetreeks met de metingen uit de bouwperiode in de tweede helft van de 19e eeuw. Het gemiddelde soortelijke gewicht blijkt met 0,63 kg/m3 te zijn toegenomen. Welke conclusie kan ik hieraan verbinden voor de staat van alle huizen? Antwoord: precies dezelfde conclusie die je kunt trekken over het verschil in gemiddelde temperatuur over 30 soorten klimaat, nl. geen enkele.
Temperatuur is net als soortelijk gewicht een intensieve grootheid. Het is onafhankelijk van volume of gewicht. Als je de gevolgen van temperatuursvershillen wilt kwantificeren, dan zul je naar de enthalpie moeten kijken. Die hangt af van volume, luchtdruk, luchtvochtigeheid en is niet lineair met de temperatuur zelf. Als ik ergens moet verblijven waar de temperatuur 40 graden is, dan ben ik liever in een droge woestijn dan in een nat regenwoud waar de temperatuur veel drukkender is.
Temperatuuranomaliën zijn volstrekt onzinnig voor het bepalen van de staat van het klimaat.
Het 13-maands voortschrijdend gemiddelde in de grafiek heeft een opvallende quasi-cyclus van 3.5 ±1 jaar. Die cyclus is gerelateerd aan de ENSO. Als deze cyclus zich voortzet dan zijn we nu in de buurt van een locaal minimum en is er over ~2 jaar een locaal maximum die hoogstwaarschijnlijk lager is dan het absolute maximum van 2 jaar terug. De tijd zal het leren.
De tijd heeft geleerd dat de aarde momenteel versneld opwarmt. De huidige versnelling in de toename van broeikasgassen in de atmosfeer gaat dat niet afremmen.
De dictatuur gaat verder: https://www.telegraaf.nl/financieel/slimme-warmtepomp-wordt-verplicht-je-krijgt-die-oude-cv-ketel-na-2029-niet-meer-aangeboden/128639404.html
Stel ik heb een straat met dertig huizen in verschillende bouwstijlen. Ze zijn gemaakt van ondermeer steen, beton, hout, staal, glas en bevatten voor een groot deel lucht.
Nu ga ik in die huizen op willekeurige plaatsen het soortelijk gewicht bepalen van de materialen die zich op die plekken bevinden. Ik sla de kruipruimte en de vliering over, want die zijn moeilijk te bereiken. Ik doe dit consequent iedere dag en bepaal een gemiddeld soortelijk gewicht over alle huizen heen.
Na tien jaar meten vergelijk ik de meetreeks met de metingen uit de bouwperiode in de tweede helft van de 19e eeuw. Het gemiddelde soortelijke gewicht blijkt met 0,63 kg/m3 te zijn toegenomen. Welke conclusie kan ik hieraan verbinden voor de staat van alle huizen? Antwoord: precies dezelfde conclusie die je kunt trekken over het verschil in gemiddelde temperatuur over 30 soorten klimaat, nl. geen enkele.
Temperatuur is net als soortelijk gewicht een intensieve grootheid. Het is onafhankelijk van volume of gewicht. Als je de gevolgen van temperatuursvershillen wilt kwantificeren, dan zul je naar de enthalpie moeten kijken. Die hangt af van volume, luchtdruk, luchtvochtigeheid en is niet lineair met de temperatuur zelf. Als ik ergens moet verblijven waar de temperatuur 40 graden is, dan ben ik liever in een droge woestijn dan in een nat regenwoud waar de temperatuur veel drukkender is.
Temperatuuranomaliën zijn volstrekt onzinnig voor het bepalen van de staat van het klimaat.
Mooi man. De grafiek gaat in de goede richting. Het wordt kouder. Lekker, toch?
Je cherry-picked (hobby van je) alleen het laatste stukje. Trump waardig
Het 13-maands voortschrijdend gemiddelde in de grafiek heeft een opvallende quasi-cyclus van 3.5 ±1 jaar. Die cyclus is gerelateerd aan de ENSO. Als deze cyclus zich voortzet dan zijn we nu in de buurt van een locaal minimum en is er over ~2 jaar een locaal maximum die hoogstwaarschijnlijk lager is dan het absolute maximum van 2 jaar terug. De tijd zal het leren.
“De tijd zal het leren.”
De tijd heeft geleerd dat de aarde momenteel versneld opwarmt. De huidige versnelling in de toename van broeikasgassen in de atmosfeer gaat dat niet afremmen.