Tesla.

Door Rypke Zeilmaker.

Afgelopen maand schrapte de Environmental Protection Agency (EPA), een Amerikaanse overheidsinstantie behept met de bescherming van het milieu, de zogenaamde ‘Endangerment Finding’. De EPA identificeerde op last van de rechter sinds 2009 CO als schadelijk voor gezondheid en welzijn. Maar het CO2-gevaar blijkt ineens ‘verdwenen’, en dus mogen Amerikanen weer onbekommerd benzineslurpers rijden. Tot ontsteltenis overigens van wetenschapsblad Nature. Het magazine voert een klimaatwetenschapper op, die stelt dat Donald Trump door zijn keuze “meer levens in gevaar brengt naarmate de klimaatverandering verergert”. Alsof het om bommen op Iran, Irak of Afghanistan zou gaan.

Autofabrikanten profiteren van de maatregel. Die hoeven niet meer – zoals in Europa – aan steeds strengere emissienormen te voldoen. Ook kunnen ze nu CO2-beprijzing ontwijken. Die moesten autofabrikanten doorvoeren, als hun auto’s per gereden kilometer niet voldeden aan de in Amerikaanse staten geldende emissienorm. Via klimaataflaten, aangeschafte carbon credits, konden fabrikanten dan auto’s blijven produceren die slechter in de klimaatklas scoren.

De EPA-regel kwam in 2009 tot stand dankzij jarenlange procedures van ‘groene’ senatoren en milieuclubs, die via de rechtbank Amerika tot CO2-emissiehandel verplichtten. Elektrische autofabrikant Tesla profiteerde enorm van die actie. De fabrikant maakte in 2009 direct gebruik van de nieuwe CO2-regulering toen ze hun Roadster gingen verkopen. Tesla maakte auto’s die ver onder de toen wettelijke CO2-standaard van de EPA reden.

De vrijgekomen CO2-ruimte verkochten ze aan andere autofabrikanten. Dit fenomeen heet ‘carbon credit pooling’, een variant op carpoolen. De ene fabrikant rijdt mee op de carbon credits die de elektrische autofabrikant heeft ‘vrijgemaakt’:. Zo wist Elon Musk’s Tesla voor miljarden dollars binnen te lopen. De autofabrikant haalde in 2024 nog een recordomzet uit carbon credits: 2,76 miljard dollar. Afgelopen jaar was dit iets minder: 1,99 miljard dollar.

Carbon credits zijn dus klimaataflaten die bedrijven onderling verhandelen via de ‘vrijwillige’ koolstofmarkt. Deze markt werkt net als stoelendans, en is gebaseerd op een Amerikaanse uitvinding uit 1988: Cap and Trade. De overheid stelt in dat systeem voor ‘emissiehandel’ een emissienorm in. Dat is het maximum uitstootstoeltjes, de cap, dat iedereen in totaal mag uitstoten. Ben je als bedrijf veel schoner dan de norm, dan maak je dus een stoeltje bij. Daar mag de vieze jongen tegen betaling op zitten. Zo breng je dus carbon credits in omloop, als marktoplossing voor klimaatbeleid.

Deze ‘Cap and Trade’ is vastgelegd in het zogenaamde Kyoto Protocol uit 1997 van de Verenigde Naties. Vice-president Al Gore en president Bill Clinton verkochten toen op de VN-klimaatconferentie in Kyoto dit Amerikaanse emissiesysteem aan de rest van de wereld. Het Amerikaanse congres stemde echter tegen Amerikaanse deelname, omdat landen als China besloten om niet mee te doen. Het zou de Amerikaanse auto-industrie te veel schade toebrengen. Europa en Japan adopteerden wél dit Amerikaanse emissiesysteem. Het is de reden dat koolzuur en dus benzine hier veel duurder is dan elders op de wereld.

Trump draait nu die in 2009 ontstane binnenlandse markt weer de nek om, maar daar hoeft Tesla niet om te huilen. De grootste markt voor carbon credits is namelijk Europa. In Europa moeten autofabrikanten als Mercedes, BMW, maar ook Toyota voor hun verkochte auto’s voldoen aan steeds strengere emissienormen per autokilometer. Op straffe van boetes..

Volkswagen en Ford moesten in 2025 voor hun minder zuinige auto’s de hoogste emissiereducties realiseren: 21 procent. BMW, Mercedes en Toyota zaten rond de 10 procent. Omdat die reducties niet direct technisch haalbaar zijn, ‘carbonpoolt’ Volkswagen met Tesla. Mercedes kocht de benodigde carbon credits van Zweedse elektrische autofabrikant Polestar, een dochter van Volvo. Om aan de vraag naar die ‘klimaatmunten’ te voldoen, voerden elektrische autofabrikanten in 2025 de productie van stekkerauto’s op.

Rypke Zeilmaker / Afke Smit.

De Chinezen zijn de lachende derde, want Volvo is sinds 2010 in handen van hun Geely. Polestar is dus eigenlijk Chinees. Zij zijn ook eigenaar van de producenten van andere stekkerauto’s als Lynk & Co en Zeekr. Die produceren nu dus niet alleen meer stekkerauto’s voor vervoer, maar tegelijk een soort CO2-pinautomaten op wielen, flappentaps voor klimaatmunterij. En zo weten de Chinezen financieel te profiteren van in oorsprong Amerikaanse klimaatregels, waar de Amerikanen zelf zich steeds aan onttrekken, terwijl Europese bedrijven de prijs wel betalen en de auto-industrie hier wegkwijnt.

***

Bron: De Andere Krant hier.

***

Steun Interessante Tijden om het Groene Moeras in Europa te dempen.

Donatie bedrag:

Klik op ‘doneren’ hieronder

en scrol dan naar voettekst van het betrokken artikel.

***