Lidewij de Vos.

Van een onzer correspondenten.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 laten een verdere versnippering en versterking van lokale lijsten zien, met GroenLinks-PvdA als grootste landelijke blok, maar met de FvD als vrijwel enige landelijke partij met duidelijke winst. In die context is de groei van FvD goed te lezen als ook een electorale vertaling van onvrede over klimaat- en mobiliteitsbeleid, waarin klimaatrealisme, weerstand tegen zero‑emissiezones en de ervaring van duur en ineffectief klimaatbeleid elkaar versterken.

In meerdere gemeenten boekt FvD zetelwinst of komt voor het eerst in de raad, waarbij de partij in de landelijke peilingen als enige substantiële winnaar onder de landelijke partijen wordt genoemd.

In sommige grotere steden groeit FvD van één naar twee zetels, wat aangeeft dat de partij ondanks interne spanningen en kritiek op kandidatenlijsten lokaal een herkenbare achterban weet vast te houden.

De partij gebruikt gemeenteraden expliciet als ‘stapsgewijs groeimodel’: raadszetels leveren netwerken, activiteiten, vrijwilligers en financiering op, wat de organisatorische inbedding van het rechtse discours versterkt.​

AD:

‘Het Lidewij-effect, waar Wilders koppijn van krijgt

Forum voor Democratie zit weer in de lift. De partij van Lidewij de Vos scoort 4 procent van de stemmen, maar vergeleken met 2022, toen dat ruim 1 procent was, is dat flink meer. Relatief gezien is Forum de grootste stijger van deze verkiezingen.

‘Vanaf morgen gaan we onze beweging verder uitbreiden naar de haarvaten van onze samenleving’, zei partijleider Lidewij de Vos woensdag. ‘Er zullen ongetwijfeld nieuwe tegenslagen op ons pad komen, maar we verliezen ons doel niet uit het oog.’

De aanhoudende discussie over hoge kosten voor energietransitie, strengere bouwnormen en lokale klimaatplannen voedt scepsis over de effectiviteit van beleid, vooral bij lagere en middeninkomens, zzp’ers en kleine ondernemers.

FvD presenteert zich in dit veld als consequente tegenstander van ‘klimaathysterie’, waar andere partijen (VVD, NSC, BBB) de lijn eerder een te grote groene meegaandheid vertoonden; dit helpt FvD juist in lokale context onderscheidend te blijven voor kiezers die een harde breuk met het nationale klimaatbeleid wensen.

Plannen om in veertien steden zero‑emissiezones voor bestel‑ en vrachtverkeer in te voeren hebben geleid tot stevige tegenreacties van ondernemers, marktkooplui en logistieke sector, met zorgen over investeringskosten en bereikbaarheid.

De Tweede Kamer heeft zich eerder kritisch opgesteld en uitstel of afzwakking van nationale kaders besproken, terwijl veel gemeenten – vaak met een groene meerderheid – willen doorgaan, waardoor een kloof tussen lokaal beleid en landelijke politiek zichtbaar wordt.​

In interviews met FvD‑kiezers valt op dat zij de partij waarderen omdat zij standpunten niet afzwakt en een duidelijk ‘anti‑establishment’ alternatief biedt; dat geldt expliciet ook voor klimaat en milieu, waar FvD zich afzet tegen ‘gedwongen verduurzaming’ en ‘auto-onvriendelijke steden’.​

Electoraal vertaalt dit zich in winst voor FvD in gemeenten waar zero‑emissiezones, hogere parkeertarieven, autoluwe binnensteden en strengere bouw- en isolatie-eisen concreet voelbaar zijn.

In samenhang laten de gemeenteraadsverkiezingen dus drie bewegingen zien: versterking van lokale lijsten, consolidatie van een groene stedelijke meerderheid rond GroenLinks‑PvdA en de opbouw van een rechtse infrastructuur rond FvD, waarin klimaatrealisme, verzet tegen zero‑emissiezones en onvrede over duur en ineffectief ervaren klimaatbeleid een belangrijke mobiliserende rol spelen.

***