Uit de oude doos (2017).

Waarschuwingen die werden genegeerd.

Van een onzer correspondenten.

De provincies zijn al jaren druk bezig om een opdracht uit te voeren van het rijk met om de uitbreiding van windmolens op het land te komen tot 6000 MW opgesteld vermogen in 2020. De projecten die moeten voorzien in deze uitbreiding bevinden zich in verschillende planontwikkelingsfasen. Dit alles om samen met de zonnestroom, biomassa en wat kleinere bronnen zoals aardwarmte en waterkracht te komen tot een productie van 14% hernieuwbare energie in 2020. Zie hier 

Het aandeel wind zal ongeveer 4 tot 5% bedragen en het grootste deel van wat hernieuwbaar genoemd wordt, ongeveer 60%, zal van het verbranden van hout, uit bossen in verschillende werelddelen moeten komen. Complete bossen verdwijnen zo in centrales.

Meer en meer blijkt dat dat geen echt duurzame oplossing is. Los van het feit dat we geen bossen moeten verbranden geeft houtverbranding per KWu ongeveer 20% meer CO2 uitstoot dan kolen. Wat ook vaak vergeten wordt is dat naast die 14% we nog steeds tussen 70 en 80% van onze energie uit fossiele brandstoffen en waterkracht in Noorwegen moet komen.

Let wel dan gaat het over het energiegebruik bruto iets meer dan 3000 PJ “netto” ongeveer 2119 PJ in 2016. 20% daarvan is energie gebruik in de vorm van stroom en dat is net 4% van ons totale energiegebruik het stroomgebruik van onze 7.700.000 huishoudens. ( ga nu eens opzoeken hoeveel huishoudens door windmolenparken van stroom worden voorzien) Een nieuw windpark in Friesland komt niet veel verder als 0.192% van ons totale energieverbruik, zo kun je ook tegen windparken aankijken in plaats van huishoudens als norm te nemen.

Wat opvalt is dat vrijwel alle hernieuwbare energie, met uitzondering van wat aard – en bodemwarmte, op het stroomnet terecht zal komen. Ook de productie van wind en zon zal voornamelijk op het stroomnet terecht komen. Dat is een forse belasting op ons vraaggestuurde netwerk als je daarvan een kwart met wind en zon wil produceren dan krijg je inpassing problemen en ook toenemende inpassing verliezen. Deze uitbreiding van weer-afhankelijke stroom zoals windmolenparken, die zowel op land als op zee worden uitgerold, kunnen in de nabije toekomst leiden tot grootschalige problemen op ons stroomnet maar dat willen maar weinig mensen nu zien.

Laten we de gevolgen van uitbreiding van wind op het land eens bekijken: Als we kijken naar de opdracht van het rijk aan de provincies dan hebben zij op zich genomen om totaal het aantal molens uit te breiden en zo totaal 6000 MW opgesteld windvermogen op het land te zetten. De vraag die opkomt is of er t.a.v. de inzet van windenergie wel sprake is van een oplossing, ik denk namelijk dat bij grootschalige toepassing het “middel” erger is dan de kwaal. Het wordt steeds breder bekend dat, afhankelijk van de plaats in Nederland en het windcijfer, windmolens op het land tussen de 20 en 25% van het opgestelde vermogen leveren x het aantal uren per jaar en de levering zoals bekend weerafhankelijk is. Windmolens leveren stroom in pieken die in 2020 alleen al door wind op het land kunnen oplopen tot 6000 MW bij windkracht 6 en hoger en onder windkracht 4 is de levering niets tot bijna niets.

Dat is een gevolg van het feit dat de levering van een windmolen in de praktijk afhankelijk is van de windsnelheid tot de 3e macht. Al die windmolens samen leveren in ons Nederlandse klimaat daardoor in de praktijk dan ook helft van de tijd minder dan 20% van die 6000 MW. En de rest van de tijd komt de windstroom afwisselend met pieken en dalen op het netwerk.

In de praktijk levert die 6000 MW opgesteld windvermogen in Nederland dan ook door het jaar heen niet meer dan maximaal 25% van 6000 MW maal het aantal uren per jaar en wat weinig mensen zich realiseren is dat de totale levering van al die molens samen op het land door het jaar heen niet meer is als wat alleen de Eemshavencentrale door het jaar heen kan leveren.

Maar dan komt het probleem pas. Het grote verschil is dat de Eemshaven centrale vraaggestuurd kan leveren en windmolens alleen als er wind genoeg is vanaf windkracht 4 en hoger en dat maakt dat de inpassing altijd gepaard zal gaan met verliezen. Omdat er in de praktijk perioden zijn met weinig tot geen wind moet de stroomlevering ongeveer een kwart van de tijd alleen uit de centrales komen. Aan de andere kant zijn er momenten dat alle molens gelijktijdig stroom leveren en dan kun je maximaal pieken tot 6000 MW verwachten en dat is het piekvermogen van 4 Eemshavencentrales.

Problemen krijg je dan als er gelijktijdig sprake is van afnemende vraag en die pieken komen op het moment dat de stroomvraag het laagst is. Als ze toevallig allemaal midden in de nacht pieken wordt 6000MW van de basislastcapaciteit van de draaiende centrales van het net gedrukt of te wel het piekvermogen van 4 Eemshaven centrales. Windmolens vervangen in de praktijk ook geen enkele centrale, bij weinig of geen wind moet je de vraag van dat moment met centrales kunnen blijven leveren en daarnaast dient er altijd centrale capaciteit achter de hand te blijven om weer afhankelijke stroom te balanceren. Ook kost het sterk moeten wisselen met vermogens door centrales extra brandstof.

Zo omschrijft een man uit de praktijk het probleem.

“Wat veel mensen niet weten, begrijpen of niet wíllen begrijpen is dat veel conventionele centrales niet af geschakeld kúnnen of mogen worden vanwege verplichtingen die ze hebben. Veel van deze verplichtingen (contracten) zijn afgesloten met de netbeheerders (Amprion GmbH50Hertz Transmission GmbHTenneT TSO GmbHTransnetBW GmbH) om primair- en secundair regelvermogen te leveren alsook blindlast te leveren om de spanning in het net te regelen. Dit zijn elementen die totaal onderbelicht zijn in de totale energietransitie-discussie, maar cruciaal zijn om er voor te zorgen dat het licht blijft branden, wat iedereen de normaalste zaak vindt, maar complexer in elkaar steekt dan 95% van de mensen denkt!”

In de praktijk zie je dan ook forse problemen ontstaan je kunt namelijk de grote centrales niet snel aan of uit zetten. Zij moeten “stationair” blijven draaien en op temperatuur blijven en dat kost extra brandstof.

In Duitsland wordt daarvoor nog steeds bruinkool ingezet. Ook is het nodig om snel reagerende reservecapaciteit achter de hand houden om in time de wisselingen van de levering van windmolens te kunnen balanceren en ook over voldoende stroomproductie te kunnen beschikken als er weinig wind is. Als reserve heb je dan aan de ene kant de draaiende centrales (spinning reserves) nodig die maar langzaam kunnen opschalen zodat je ook capaciteit nodig hebt om snelle wisselingen kunnen opvangen. Dat betekent dat je daarvoor meer snelstartende gasturbine centrales moet gaan inzetten. En daar zit ook een groot knelpunt. Je vervangt een deel van de zeer efficiënte basislast centrales die door wind van het net gedrukt wordt en tot 55% % rendement kunnen draaien maar niet snel kunnen opschalen. Het gat in de levering moet je aanvullen met snelle gasturbine capaciteit die je kunt inzetten als het nodig is.

Die gasturbine centrales komen in de praktijk niet veel verder dan 35% rendement als ze op deze wijze woorden gebruikt. Dat geeft wel extra CO2 uitstoot die nergens wordt meegerekend. Dat betekent dat in totaal van de stroomproductie windenergie als CO2 vrij wordt gezien maar de weer afhankelijke levering in de praktijk zal zorgen voor een sterk rendementsverlies aan de fossiele kant.

Hoe hoger het aandeel wind hoe groter de verliezen worden. Dat betekent niet alleen extra brandstofgebruik maar ook extra slijtage. Nu zijn er ook nieuwe steg centrales die felxibeler kunnen leveren maar die draaien voornamelijk op gas en dat wordt qua brandstof veel te duur. Niet alleen qua prijs maar ook door de rendementsdaling

Een ander aspect waar weinig mensen naar kijken is het feit dat door de inzet van willekeurige leverende gesubsidieerde windstroom op het net en de vraag naar de levering van de fossiele centrales regelmatig moeten wisselen deze per Kwu meer brandstof gebruiken en zo extra CO2 uitstoten.

Daarmee gaat het verdienmodel van onze energievoorziening volledig onderuit er worden vrijwel alleen verliezen geleden. En door de hoge gasprijzen zie je nog een ander fenomeen namelijk dat in de totale mix van stroomlevering op ons net het aandeel gas afneemt en kolen toenemen dit omdat gascentrales stilgezet worden die in de rode cijfers komen. Het onderhoud en de brandstof zijn duurder dan de inkomsten van de geleverde stroom

Kolen geven per Kwu 3x zoveel CO2 als gas, zodat ondanks de toename van windenergie meer inpassingsverliezen ontstaan als gevolg van de inzet van nog meer kolen waardoor CO2 uitstoot per kwu zal toenemen en dat proces is nu al een aantal jaren bezig. Zie deze tekst van het CBS

“De productie van elektriciteit uit steenkool is vorig jaar opnieuw gestegen. In 2015 werd in ons land 39 miljard kWh aan elektriciteit opgewekt uit steenkool, 35 procent meer dan het jaar daarvoor. Het is het vierde jaar op rij dat de elektriciteitsproductie uit steenkool toenam.

Bron hier.

Wat we in de praktijk nu zien is een te grote toename van het aandeel windstroom op zee en op land die CO2-reductie zou moeten geven dat in de praktijk niet waarmaken terwijl niemand zich afvraagt wat werkelijk aan de hand is.

Ook is de maximale piekopname van het vraaggestuurde netwerk beperkt. In Duitsland zien we nu al regelmatig grote overschotten, gesubsidieerde stroom die samen zoveel pieken dat ze dat niet meer op het eigen net kwijt kunnen.

Die stroom leveren ze nu voor bijna niets op ons net en af en toe is de prijs zelfs negatieve prijs. En dan zie je de koppen in de krant gratis stroom als een van de voordelen van de Energiewende. Vergeten wordt dat de subsidie al betaald is en omgeslagen over de Duitse gebruikers. en dan wordt er ook nog betaald om dit over de grens kwijt te kunnen.

Onze winst van “gratis stroom” zal echter snel omslaan in een fors verlies, als we zo door gaan met het bouwen van windmolens dan pieken deze bijna gelijk met de Duitse molens en komt er dan toevallig ook net een hoeveelheid zonnestroom bij en kunnen onze netbeheerders deze pieken nergens meer kwijt. Wel eens afgevraagd waardoor het komt dat de laatste jaren de CO2-uitstoot per geleverde KWu in Duitsland niet daalt.

En dan de betrouwbaarheid hoe meer het aandeel weer afhankelijke stroom op het net geplaatst worden hoe groter de kans dat productie van stroom en de vraag niet meer in evenwicht zal zijn en dan zal het licht uitgaan, Een ramp die dagen kan duren voordat het grid weer volledig in de lucht is.

Naast het feit dat de burger dit alles moet gaan betalen kan dat ook nog eens maatschappelijk grote problemen geven. Plunderaars of erger kunnen dan overal hun gang kunnen gaan.

***