
Door André Bijkerk.
Dit is een geactualiseerde versie van een eerdere ‘posting’.
Deel I, de ontdekkingsreis
Het verhaal dat in dit werk wordt ontvouwd, begint niet in de diepe aarde, maar in de Siberische toendra, bij de ontdekking van de Jarkov‑mammoet. Wat aanvankelijk een spectaculaire paleontologische vondst leek, werd al snel een anomalie. De mammoet lag niet in eeuwige permafrost, maar in een veenpakket, met duidelijke sporen van seizoensmatige dooi en herbevriezing. Het dier was niet ingevroren in een plotselinge apocalyptische koudegolf, maar in een dynamisch, nat, relatief mild klimaat.
Die ene observatie — een mammoet die níet past in het klassieke beeld van de ijstijd — vormde het eerste scheurtje in een veel groter bouwwerk. Want de Jarkov‑mammoet stond niet op zichzelf. Andere vondsten vertoonden hetzelfde patroon: geen instant freezing, maar waterlogging, veenconservering, biologische activiteit. Het landschap waarin deze dieren leefden, was geen steriele poolwoestijn, maar een open, productieve steppe.
Toen de blik werd verbreed naar het bredere paleoklimaat, doken nog meer inconsistenties op. Het MIS 3‑mysterie toonde dat grote delen van Siberië en Alaska tussen 60.000 en 30.000 jaar geleden verrassend warm en droog waren, met ecosystemen die onmogelijk zijn binnen het klassieke glaciaalmodel. Het Mystery Interval rond 17.5–14.5 ka liet een abrupt, wereldwijd signaal zien dat niet paste bij oceaancirculatie of atmosferische dynamica. De Younger Dryas bleek bij nadere analyse geen uniforme ijstijd, maar een periode met koude winters en opvallend warme zomers in veel regio’s.
En dan was er nog de grootste paradox van allemaal: de 100.000‑jarige cyclus. Een ritme dat overal in de geologische archieven opduikt, maar dat door geen enkele klassieke Milanković‑component wordt gedicteerd. Een cyclus die te traag is voor precessie, te zwak is voor obliquiteit, en te onregelmatig voor excentriciteit. Een cyclus die wel bestaat, maar waarvoor geen fysisch mechanisme bestond.
Deze puzzels vormden samen een patroon dat niet langer genegeerd kon worden. Ze wezen allemaal in dezelfde richting: er ontbreekt iets fundamenteels in ons begrip van de aarde. Niet aan het oppervlak, maar diep vanbinnen.
Dat besef vormde de overgang naar de kern van dit werk: de vraag of de aarde een eigen intern ritme heeft, een mechanisme dat op lange tijdschalen de planeet moduleren kan. Het antwoord bleek niet alleen ja, maar zelfs onvermijdelijk.
Deel IIa, de R5 motor
In het hart van de aarde bevindt zich een vaste binnenkern die langzaam groeit. De fysica van die groei is verbluffend eenvoudig maar diepgaand: de stabiliserende krachten die nodig zijn om de binnenkern in lijn te houden met de rest van de aarde, schalen met de vijfde macht van de binnenkernstraal. Dat betekent dat naarmate de binnenkern groeit, de dynamische eisen exponentieel toenemen. De bekende stabiliserende mechanismen — magnetische koppeling, zwaartekracht, ellipticiteit — groeien veel langzamer mee. Daardoor ontstaat een spanningsveld dat periodiek ontspoort: de binnenkern raakt uit de pas, begint een eigen precessie te volgen, en dwingt de buitenkern in turbulente, energie‑rijke toestanden.
Die turbulentie genereert warmte, die op haar beurt de buitenste laag van de binnenkern gedeeltelijk doet smelten. En precies dat remelt‑proces verkleint de effectieve straal van de binnenkern, waardoor de benodigde stabiliserende kracht plotseling drastisch afneemt. De aarde herstelt zichzelf. De binnenkern wordt opnieuw uitgelijnd. De cyclus begint opnieuw.
Deze instabiliteit‑herstelcyclus vormt de kern van de R⁵‑engine: een diep‑interne, zelfregulerende rotatiemotor die op millennial‑schaal werkt.
Maar de binnenkern staat niet op zichzelf. De krachten die daar ontstaan, moeten zich een weg banen door de vloeibare buitenkern, door de stratificatie van de F‑laag, door de magnetische koppeling aan de mantel, en uiteindelijk door de visco‑elastische structuur van de mantel zelf. Daardoor worden snelle variaties gedempt en blijven alleen de langzame, rustige componenten over. Het resultaat is dat de aarde aan het oppervlak millennial‑schaal patronen vertoont: in geoid, in lithosferische spanningen, in dynamische topografie, in true polar wander, in het magnetisch veld.
En precies hier ontstaat de sleutel tot de 100.000‑jarige cyclus. De mantel heeft eigenfrequenties in het bereik van tienduizenden jaren. Wanneer de R⁵‑engine — die een breed spectrum aan lage frequenties produceert — een component genereert die dicht bij zo’n mantel‑eigenfrequentie ligt, ontstaat resonantie. De mantel versterkt die specifieke frequentie, filtert alle andere weg, en projecteert de resonerende component naar het oppervlak. Zo ontstaat een stabiele, dominante 100k‑cyclus, niet gedicteerd door de zon, maar door de diepe aarde zelf.
Het is een elegant mechanisme dat niet alleen de periodiciteit verklaart, maar ook de asymmetrie van de cyclus: de trage opbouw (de instabiliteitsfase) en de snelle afsmelting (de herstel‑fase). De aarde ademt op de maat van haar eigen binnenkern.
Deel IIb zeven lagen van bewijs,
Hier laten we zien dat dit mechanisme niet alleen elegant is, maar ook empirisch onontkoombaar. Zeven volledig onafhankelijke bewijslijnen — seismologie, geomagnetisme, rotatiedata, mantelmodellen, geodesie, paleogeografie en globale coherentie — vertellen hetzelfde verhaal. Elk vanuit een ander perspectief, maar met dezelfde onderliggende ritmiek.
Deel III De universele toepasbaarheid van de R5 motor
We tonen aan dat dit mechanisme niet uniek is voor de aarde. Het is een universele eigenschap van roterende, gelaagde hemellichamen. Overal waar een vaste kern, een vloeibare schil en een zwakke koppeling bestaan, ontstaat een vergelijkbare dynamiek. De R⁵‑engine is daarmee geen curiositeit, maar een algemene natuurwet van planetaire rotatie.
En dan is er Venus — de planeet die al decennia lang een raadsel vormt. Haar extreem trage retrograde rotatie, het ontbreken van een intern magnetisch veld, de volledige vernieuwing van haar oppervlak in één catastrofale episode, de uniforme basaltische vlakte zonder tektonische platen, de thermische en atmosferische extremen — geen enkel klassiek model kan dit geheel verklaren.
Maar binnen het R⁵‑raamwerk valt alles op zijn plaats. Venus is het schoolvoorbeeld van een planeet die een R⁵‑catastrofe heeft doorgemaakt: een instabiliteit die niet, zoals op aarde, werd gedempt door een relatief koude mantel en een efficiënte warmteafvoer, maar die volledig escaleerde. De binnenkern verloor haar uitlijning, de buitenkern ging in turbulente overdrive, de mantel werd extreem verhit, de lithosfeer ontkoppelde en smolt, en de planeet werd in één episode volledig herbestraat. De huidige retrograde rotatie is het dynamische litteken van die gebeurtenis.
En als dit mechanisme universeel is, dan geldt het ook voor exoplaneten. Sterker nog: het verklaart waarom Venus‑achtige werelden zo veel vaker voorkomen dan aarde‑achtige. De meeste rotsplaneten zullen vroeg of laat een R⁵‑instabiliteit doormaken. Alleen een smalle klasse — met precies de juiste combinatie van massa, rotatie, warmteflux en mantelviscositeit — blijft langdurig stabiel.
Dat heeft directe implicaties voor de Fermi‑paradox. Als planetaire stabiliteit zeldzaam is, dan zijn langdurig leefbare werelden dat ook. De R⁵‑engine biedt daarmee een fysisch mechanisme dat de schaarste van geavanceerd leven in het universum begrijpelijk maakt.

André Bijkerk, links
Wanneer men alle delen samenneemt, ontstaat een nieuw beeld van de aarde: niet als een passieve bol die reageert op externe invloeden, maar als een actief, ritmisch systeem met een eigen interne klok. Een klok die zichtbaar wordt in mammoeten, in ijslagen, in oceaanbodems, in het magnetisch veld — en die zijn oorsprong vindt in de stille, trage, maar onvermijdelijke fysica van de binnenkern. En een klok die, op andere werelden, soms tot een catastrofale climax kan leiden.
***





Goed om de R5 natuurlijke asynchrone klimaatfactor met nummer ’42’ in de klimaatfactoren tabel nog eens uitgebreider te lezen.
De asynchrone natuurlijke klimaatfactoren blijven de AGW-hypothese van het VN-IPCC steeds vetder ontkrachten.
Dank aan Andre Bijkerk. Opmerkelijk.. ook AI / ChatGTP heeft zich inmiddels getraint met het artikel van Bijkerk met een goede samenvatting over natuurlijke klimaatfactor R5. .
O jee. Omdat ik niets anders kan bedenken dan CO2 als klimaat sturend moet het wel.CO2 zijn. Want ik ben namelijk de slimste jongen uit de klas en als ik het niet anders kan verklaren dan is er gewoon geen andere verklaring mogelijk.
Ja, da’s klimaat ‘wetenschap’ ten voeten uit.
Ik denk dat hij, als (her)kenner van wetenschap, door heeft dat klimaatwetenschap pseudowetenschap is.
Ik denk dat hij, als niet-wetenschapper, niet door heeft wat klimaatwetenschap is en dat al het kleine clubje ouderen die beweren dat CO2 niet de oorzaak is, pseudowetenschap is.
Wat heeft dit ad hominum c.q. deze strooman van doen met het artikel? Nergens wordt CO2 genoemd. Verfrissend is dat.
Wellcht interessanter voor Modelleur is de inmiddels ‘wankele’ AGW-hypothese / doemalarmisme / klimaatmodellen van het VN-IPCC de nummer ’41’ in natuurlijke klimaatfactoren tabel …
…… nml. het CO2-emissie verzadigingseffect / -klimaateffect (door Happer en van Wijngaarden)
Het verzadigingseffect van CO₂ is een centraal concept in de discussie over het broeikaseffect, dat recentelijk veel aandacht kreeg door het werk van de fysici William Happer (Princeton University) en William van Wijngaarden (York University) en gesteund door de in 2022 Nobelprijsswinnaar voor de natuurkunde John Clauser.
Met hun onderzoek en herberekeningen stellen ze dat de belangrijkste absorptiebanden van CO₂ in de huidige atmosfeer al vrijwel volledig verzadigd zijn.
Dit betekent dat het toevoegen van extra CO₂-emissies een logaritmisch afnemend effect heeft op de aardse temperatuur.
Met hun inmiddels veelbesproken peer-reviewed paper, “Dependence of Earth’s Thermal Radiation on Five Most Abundant Greenhouse Gases (2020)”, berekenden zij de warmtestraling van de aarde naar de ruimte toe in extreem hoog detail.
Met hun HITRAN-database: maakten Happer en van Wijngaarden gebruik van meer dan 330.000 individuele spectrale lijnen om te zien hoe broeikasgassen (H₂O, CO₂, O₃, N₂O en CH₄) infraroodstraling absorberen.
De wetenschappelijke conclusie: Bij de huidige concentratie van CO₂ (ruim 420 ppm) zijn de golflengten waarop CO₂ straling absorbeert nagenoeg “vol”.
Extra moleculen hebben daardom nauwelijks nog onbezette straling om te blokkeren.
Gevolg volgens Happer en van Wijngaarden: Een verdubbeling van de CO₂-concentratie (van 400 naar 800 ppm) vermindert de uitgaande warmtestraling naar de ruimte met slechts 1% (ongeveer 3.0 W/m²).
Zonder feedbacks leidt dit volgens hen tot een directe opwarming van slechts zo’n 1,4 tot 2,3 °C
Deze wetenschap moet er wel inhakken bij de ideologische AGW-doem-alarmisten die hun gesubsidieerde ‘wetenschappelijke’ VN-IPCC-AGW-fortificaties halstarrig politiek blijven verdedigen.
Zoals Hans Labohm al vaststelde ….. “Ze durven hun narratief niet los te laten uit angst voor reputatieschade’
Wanneer correleer je nu eens je 42 natuurlijke factoren met de temperatuur sinds pre-industrieel? Dan vallen er al minimaal 39 af.
En kom niet met: correlatie is geen causatie, want dat weet ik wel. Met correlatie kun je wel aantonen welke van de factoren dominant is over een zekere periode.
Geen correlatie betekent immers wel: geen causatie.
Met correlatie toon je niets aan, er is een sterke correlatie tussen ijsverkoop en de verkoop van zwembadkaartjes, wat toont dat aan ?
”Geen correlatie betekent immers wel: geen causatie.”’
Zonder correlatie kan er wel een causaal verband zijn. Een kamer is altijd 20 graden er is geen correlatie met de buitentemperatuur. Toch is de kachel de oorzaak.
Dan is er dus een correlatie tussen kachel en kamertemperatuur
”Dan is er dus een correlatie tussen kachel en kamertemperatuur””
Je zit vast in je denkmatrix , wat nu als je dat niet had geweten ? Hoe zit dat met al die andere dingen die de mens niet weet en/of niet begrijpt.
Dat noem je de wetenschapshorizon.
Met wat we niet weten, kunnen we niks.
Je kunt er rekening mee houden.
En wat betreft Happer en van Wijngaarden. Hun berekeningen zijn niet vernieuwend. Vandaar dat ze hun werk niet peer-reviewed gepubliceerd krijgen.
Ps. Niet alle bovenstaande reacties zijn van mijn hand.
Reacties van de valse ‘Modelleur’, onze autistische huistrol, Jan van der Heijden, zijn verwijderd.
Je kletst maar wat en hebt geen idee van waar je het over hebt.
Niet vernieuwend? Maar wel gedegen werk. Wie denk je trouwens dat jezelf bent dat je vindt dat je het werk kan beoordelen van onderoekers die heel wat langer met het bijltje hebben gehakt dan de klimaatmodelleurs?
Happer c.s. krijgen hun werk niet peer-approved omdat het aantoont dat de basis onder die klimaatmodellen, dat CO2 het klimaat bepaalt, onzin is. Ze publiceren dus op het web en als bijdragen in boeken. Daar berijkt het, leukje, veel meer lezers dan wanneer het zou verschijnen in een tijdschrift met ‘climate’ in de title.
…… en dan berijkt (sic) het dus ook het IPCC niet en dan tel je dus niet mee op het podium waar het verschil gemaakt wordt, en kom je niet verder dan blogjes. Nogal ambitieloos dus.
Haha. Heb je wel eens met ze gesproken? als je de tegenwerpingen van de peer ‘reviewers’ hebt verwerkt tot in detail, dan komen er plotseling allerlei nieuwe bezwaren tot aan het infantiele toe. Dan besluit je op een gegeven moment dat de onzin lang genoeg heeft geduurd en verlaat het circus.
En ze bereikten inderdaad de juiste mensen zeer effectief. Happer met name was een belangrijk stem in het annuleren van de ‘endangerment finding ’, dat gedrocht dat de voormalige activisten in het EPA in staat stelde om de energievoorziening te saboteren.
Happer teert idd op het “succes” van Trump.
Valse David.
Is tie autistisch ?
“Peer reviewed” door Nobelprijs voor natuurkunde winnaar 2022 John Clauser hoeft geen verder bewijs. toch …? Lijkt mij inderdaad overbodig!
De Nobelprijs voor de Vrede voor het VN-IPCC lijkt vooral niet wetenschappelijk, overdreven en politiek ruimschoots verjaard.
Dat is het essentiële verschil.
Ach ja, Einstein kreeg zijn Nobel voor zijn studie en verklaring van het fotoelectrisch effect. Wat wist die nou van relativiteit?
‘voor de ontwikkelaars van klimaatmodellen’ :-) …
…. zoals het inmiddels ongeldig / onwetenschappelijke terugestrokken klimaatmodel VN-IPCC RCP8.5 ….
…. dat met andere beuwst overdreven doem ‘CO2-AGW-klimaatmodellen’ door het VN-IPCC volstrekt politiek haphazard bleken (door Happer en van Wijngaarden) met een uitsluitend politiek doel zoals de Nobelprijs voor de Vrede ook is bedoeld …. ‘voor de politiek actvisme’
Dan blijkt dat het CO2-emissie verzadigingseffect / -klimaateffect conclusie (door Happer en van Wijngaarden) een wetenschappelijke torpedo was ……
….. die de CO2-AGW-hypothese midscheeps raakte in deVN-IPCC Groen-linkse ideologische ‘love-boat’
Alle wordt ineens duidelijk voor een heleboel kritische VN-IPCC-CO2-AGW volgers die dat nog niet was opgevallen.
Correct: John Clauser won de Nobelprijs voor Natuurkunde prijs samen met Alain Aspect en Anton Zeilinger.
Het Nobelcomité kende Clauser de prijs toe voor de experimenten met verstrengelde fotonen en het pionierswerk in de kwantuminformatiewetenschap.
Dit onderzoek begon hij al in zijn vroege carrière.
Pas na het winnen van zijn Nobelprijs, in 2023, begon Clauser zich publiekelijk uit te spreken als klimaatscepticus tegen het VN-IPCC.
Hij uitte felle kritiek op het VN-klimaatpanel (IPCC-klimaatmodellen), ontkende de huidige en ‘aanstaande’ klimaatcrisis …..
….. en ondertekende de VN-IPCC-kritische Wereldklimaatverklaring van de stichting Clintel.
Vooral applaus voor Clauser …. die samen met Happer en van Wijngaarden de wortels van het gepolitiseerde VN-IPCC omzaagt.
Atmosferisch CO2 stijgt gestaag door, als ook de mondiaal gemiddelde temperatuur.
Noem eens een sterkere correlatie met temperatuur Scheffer.
Heb je niet. Je staat met lage handen.
Die ‘R5’ is wel een heel apart verhaal, ik kan er niks over vinden. Is er een wetenschappelijk artikel over?
Vroeger als je in dienst moest was er wel ‘S5’.
Bart, met S5 hoefde je juist niet in dienst hoor.
Ja dat is me bekend, AnthonyF. Ik ken iemand die er op die manier onderuit is gekomen.
Nee, de naam R5 machine hebben wij verzonnen. Zoals al in het artikel, de koppel-kracht die nodig is om de draaiingsas van een solide bol te veranderen/stabiliseren, neemt toe met de vijfde macht van de straal. De derde macht vanwege de massatoename in het volume (4/3 x pi x r^3) maal een kwadraat voor het traagheidsmoment van een massieve bol ( I=2/5 × m × r²), dus bij elkaar, v gesubstitueerd: I=2/5 x 4/3 x pi x r^5
Naast de R5 motor hebben we natuurlijk ook de 2CV motor.
Ik las laatst dat ze een electrisch eendje willen maken. Stel je voor, twee electrische paarden in een eend. ‘I wonna have one of those’!
En dan was er nog de grootste paradox van allemaal: de 100.000‑jarige cyclus.
Dat is al zo’n 10 jaar geen paradox meer. Maar nieuwe inzichten worden zeer stroperig geaccepteerd. De mid-pleistocene overgang markeert glacialen van veelal één obliquiteitscyclus naar glacialen van overwegend 2 of 3 cycli.
Ik heb dit al een tiental keren hier vermeld, nu nog maar een keer. Zie figuur 12 in onderstaande links.
Het MIS 3‑mysterie toonde dat grote delen van Siberië en Alaska tussen 60.000 en 30.000 jaar geleden verrassend warm en droog waren, met ecosystemen die onmogelijk zijn binnen het klassieke glaciaalmodel.
MIS 3 is geen mysterie maar een niet volledig tot ontwikkeling gekomen interglaciaal (na 2 obliquiteitscycli).
Het Mystery Interval rond 17.5–14.5 ka liet een abrupt, wereldwijd signaal zien dat niet paste bij oceaancirculatie of atmosferische dynamica. De Younger Dryas bleek bij nadere analyse geen uniforme ijstijd, maar een periode met koude winters en opvallend warme zomers in veel regio’s.
De Jonge Dryas wordt in verband gebracht met het leeglopen van het Agassismeer, een smeltwaterbekken dat pas leeg kon lopen totdat er een corridor naar open zee vrijkwam.
Dat de zomers warm waren is niet verbazingwekkend, de Zon stond toen in de zomer hoger aan de hemel dan nu.
https://euanmearns.com/the-vostok-ice-core-and-the-14000-year-co2-time-lag/
https://imgur.com/fI1uUqZ
Dirk, het zou fijn zijn als je het gehele werk kon lezen. Dan zou je je wellicht kunnen distancieren van al die gelegenheidshypothesisjes over de 100k cyclus, die gebaseerd zijn op onmogelijke klimaat proxy interpretaties en geheel voorbij gaan aan diverse aarde gerelateerde records (100k cyclus in vulkanisme bijvoorbeeld).
André,
Er bestaat mijns inziens geen 100 k cyclus, wel cycli van 2 of 3 obliquiteitscycli van glacialen en daaraan gekoppeld vulkanisme. Ik kan niets vinden over een ‘R5 engine’. Het lijkt me vergezocht om processen bij de aardkern te relateren aan relatief kort durende variaties aan het aardoppervlak. Het lijkt me dat er meer een verband kan zijn met het karakter van plaattectoniek en omkeringen van het magneetveld. In dat laatste zit geen opvallende regelmaat.
De R5 enigne kun je inderdaad niet vinden, alleen hier. De essentie is dat de R5 engine in de aardkern zo nu en dan en knal geeft tegen de mantel van de aarde, die gaat daarop vibreren in zijn zgn eigenfrequentie en die duurt toevallig 100.000 jaar. De cycle die je overal terugvind in alle frequentieanalyses over records van de laatste miljoen jaar. Maar die knal geeft ook een direct -zeer anti-intuitief- effect en daar heb ik een artikel voor ingezonden bij de universiteit van utrecht. Daarover later.
Ik heb even de sectie daarover opgediept:
I.12.2 — Kutterolf et al.: Global Volcanic Flux Follows a 100 kyr Rhythm
Kutterolf et al. (2013, 2018) compiled a global volcanic eruption database spanning the last 1 Myr and found a strong 100 kyr periodicity in volcanic flux, with synchronous peaks across volcanic arcs and enhanced volcanism during terminations. No correlation exists with insolation. The magnitude and synchronicity of volcanic peaks cannot be explained by glacial unloading, atmospheric pressure changes, or hydrological forcing. Instead, the pattern reflects mantle driven pressure cycles. Volcanism is part of the same deep Earth oscillator that drives MOR seismicity.
I.12.3 — Costa et al.: Tephra Deposition and the 100 kyr Cycle
Costa et al. (2014) analyzed tephra layers across the Northern Hemisphere and found a clear 100 kyr periodicity in explosive volcanism, with peaks aligned with δ¹⁸O terminations and hemispheric synchronicity. Explosive volcanism is controlled by magma chamber overpressure, volatile saturation, and crustal stress fields — not by surface temperature. The implication is clear: explosive volcanism is modulated by the same deep Earth cycle.
I.12.4 — Clathrate Destabilization on the Norwegian Margin
The Norwegian margin hosts one of the world’s largest methane clathrate provinces. Studies reveal repeated clathrate destabilization events with periodicities of ~80–120 kyr, aligned with δ¹⁸O terminations and correlated with vertical crustal motion (Bünz et al., 2012; Portnov et al., 2016). Clathrate stability depends on pressure, temperature, pore fluid overpressure, sediment compaction, and vertical crustal displacement. Dynamic topography driven by mantle flow can destabilize clathrates without any climate change. Clathrate destabilization is therefore a mechanical, not climatic, phenomenon.
van de verschillende zon cycli, nml. de Schwabe (11 jaar), Hale-Nicholson (22 jaar), Gleissberg (88 jaar), de Vries (210 jaar), Eddy (1000 jaar) en Bray (2500 jaar) cycli en de gevolglijke verschillen hierdoor over de hoeveelheid hitte dat in de oceanen terecht komt en de hoeveelheid ozone, peroxides en NOx dat op de top van de atmosfeer geproduceerd wordt
zou ik inderdaad zeggen dat de Eddy en Bray cycli waarschijnlijk niet door planetaire verschuiving dwz gravitatie wordt veroorzaakt
over de continuïteit vd afkoeling vd aarde heb ik ook al eens gedacht dat dat wel eens niet een mooie curve zou kunnen wezen maar meer iets dat met horten en stoten gaat, geregeld door de magnetische velden vd zon dat het magnetische veld vd aarde beïnvloed
dat had ik gedoopt: het magnetische roerder effect
niets nieuws onder mijn zon, dus, eigenlijk
maar wel een bevestiging van mijn eigen gedachtegoed
Dank Andre
Interessant maar hier schiet mijn kennis tekort. Wel een heel lange cyclus nog asymmetrisch ook en bewezen (?) volgens verschillende benaderingen. Heel bijzonder.
Grappig om te lezen dat er twee amateurs hier denken dat ze gelijk hebben. Stop maar met moeilijke opleidingen en gooi die diploma’s maar weg en hang de titels maar aan de wilgen. De DK ers veroveren de wereld.
Michael Faraday. heeft nooit een opleiding gehad. Ook een amateur ?
‘Stop maar met moeilijke opleidingen’.
Frans, hoe lang volg jij het nieuws al niet meer?
Ik bedoel; sinds de Mammoetwet is dat al staand beleid :).
“Ik bedoel; sinds de Mammoetwet is dat al staand beleid :).”
FG ja voor de kneuzen maar wie echt iets meer wilde en de juiste keuzes maakte kon prima opleidingen volgen en een baan of roeping vinden waarin je een leven lang verder kon leren.
De Mammoet wet was een ramp voor het land. En de enige die dat luid verkondigde was Marcus Bakker, de laatste echte communist in het parlement. Hebben we eindelijk een opleidings systeem dat het klootjesvolk in staat stelt om naar een hogere opleiding te gaan en nu breken ze het af. Hij bedoelde de HBS en had het over echte universiteiten waar je nog leerde denken.en echte technische hoge scholen waar je wat leerde te maken. Maar de kamer vond dat het verbeterd moest worden en richtte het ten gronde. Als oud HBSer kan ik me er nog kwaad over maken.
Ed, Frans e.a.
Kennen jullie het boek ‘Wij van de HBS’, geschreven door Roelof Bouwman en Henk Steenhuis?
Kwam ongeveer 10 jaar geleden uit.
Wellicht is het nog te koop.
ISBN 978–90-290-9131-2
ISBN 978-94-023-0895-2 (e-book)
Een must voor iedere oud-HBS-er
“..Het is een elegant mechanisme dat niet alleen de periodiciteit verklaart, maar ook de asymmetrie van de cyclus: de trage opbouw (de instabiliteitsfase) en de snelle afsmelting (de herstel‑fase). De aarde ademt op de maat van haar eigen binnenkern…”
FG we hebben het over een cyclus van 100.000 jaar met een trage en een snelle fase. Nu de vraag van deze leek – Hoe snel is die snelle fase in vergelijking met de huidige geclaimde snelle opwarming als gekoppeld aan het IPCC – AGW verhaal? En wat meer wetenschappelijk geformuleerd:
Als de aarde natuurlijke mechanismen heeft die soms snelle klimaatveranderingen veroorzaken, hoe zeker weten we dan dat de huidige snelle opwarming hoofdzakelijk door menselijke broeikasgassen komt?
Over de snelle fase van de 100.000 jarige cyucli, Als je naar de zuurstof isotopem van de diepzee sedimenten of de ijskernen van anarctica kijkt, dan duurt langzame fase van graduele isotopen ‘destillatie’ zo,n 80-90.000 jaar en de snelle herstel fase van isotopen duz zo’n 10-20.000 jaar. De mainstream brent dat abusievelijk in verband met respectivelijk kou en de langzame opbouw van poolkappen, gevolgd door warmte en afsmelten. Dit klopt echter niet en dat kun je op sciencetalks punt nl al lezen. We zijn dus cryo-agnostic. Er zijn andere processsen die samenhangen met de 100,000 jarige seismische pulsen van de aarde die dit veroorzaken.
Dank voor de reactie.