Manon Leijten, Bestuurslid ACM Autoriteit.

Van een onzer correspondenten.

Huishoudens en bedrijven die de komende decennia nog afhankelijk zijn van aardgas, krijgen te maken met fors stijgende transporttarieven. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) becijfert dat de netkosten voor een gemiddeld huishouden rond 2050 kunnen oplopen tot circa € 790 per jaar – bijna vier keer het bedrag van 2025.

De stijging is een direct gevolg van de energietransitie, aldus ACM. Steeds meer huishoudens en bedrijven stappen over op duurzame alternatieven zoals warmtepompen, zonne-energie of groen gas. Daardoor moeten de vaste kosten voor het onderhoud, beheer en geleidelijk verwijderen van het gasnet worden omgeslagen over een steeds kleinere groep gebruikers.

Bovendien maken netbeheerders kosten voor het veilig verwijderen van niet-gebruikte gasaansluitingen en leidingen. Ook die kosten worden via de gastransporttarieven verrekend.

De snelheid waarmee de tarieven stijgen, hangt nauw samen met het tempo van de energietransitie en het moment waarop netgebruikers van het gas afgaan.

Een huishouden met een jaarverbruik van 1.000 m³ betaalde in 2025 ongeveer € 200 aan transporttarieven, op een totale gasrekening van gemiddeld € 1.680. De ACM raamt dat dit bedrag richting 2050 stijgt naar circa € 790.–

Als de gasprijs en energiebelasting gelijk blijven, neemt het aandeel van de netkosten in de totale rekening toe van ongeveer 12% naar 35%. Voor grote bedrijven die direct zijn aangesloten op het landelijke gastransportnet kunnen de tarieven nog sterker stijgen.

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM:

‘De stijgende gastransporttarieven kunnen flinke gevolgen hebben voor huishoudens en bedrijven die moeten ‘achterblijven’ op het gasnet. Daarom vraagt de ACM hier nu aandacht voor.’

De ACM benadrukt dat overstappen op duurzame energie de hogere tarieven kan voorkomen, maar dat dit niet voor iedereen mogelijk is. Denk aan:

  • Bedrijfsprocessen die (nog) niet te verduurzamen zijn.
  • Bewoners van huurwoningen die voor isolatie of verduurzaming afhankelijk zijn van hun verhuurder.
  • Situaties waarin het stroomnet overvol is en aansluiting op duurzame elektriciteit vertraagt.

De ACM stelt de maximumtarieven voor netbeheerders vast en moet daarbij uitgaan van de regel dat alle efficiënte kosten via de gastransporttarieven worden verrekend. De toezichthouder heeft wel beperkte mogelijkheden om kosten anders over de tijd te verdelen, maar kan ‘achterblijvers’ niet beschermen door huishoudens en bedrijven die het gasnet al hebben verlaten alsnog mee te laten betalen.

Theoretisch zou de ACM een verwijderingsbijdrage kunnen invoeren voor wie van het gas afgaat, om zo de kosten voor de resterende gebruikers te drukken. Maar met het oog op de energietransitie en meer energie-onafhankelijkheid wordt dat niet gewenst geacht.

Volgens de ACM liggen de belangrijkste oplossingen bij de verantwoordelijke ministers en de Tweede Kamer. Mogelijke maatregelen zijn:

  • De verwijderingskosten voor niet-gebruikte aansluitingen en gasleidingen betalen uit algemene middelen, zoals nu ook gebeurt bij de aanleg van het waterstofnetwerk.
  • De verplichte verwijdering van gasnetten en -aansluitingen heroverwegen, zodat niet alle kosten direct bij de laatste gebruikers terechtkomen.

De snelheid waarmee de tarieven stijgen, hangt nauw samen met het tempo van de energietransitie en het moment waarop netgebruikers van het gas afgaan. In scenario’s met weinig gasgebruik kan de jaarlijkse netrekening voor een huishouden in 2050 volgens de ACM uitkomen op € 1.200. Bij relatief veel groen gasgebruik zou het bedrag kunnen dalen naar circa € 275.

De € 790 is geen vast tarief voor 2050, maar een raming op basis van huidige beleidsdoelen en verwachte ontwikkelingen. De werkelijke rekening hangt af van politieke keuzes, het tempo van verduurzaming en de manier waarop kosten worden verdeeld, zo schrijft ACM.

***

Bron: ACM.nl

***